01-08-17

de kasteelheer

 

Afbeeldingsresultaat voor vervallen kasteel

Internet

 

 

Ondertussen ben ik door de jaren heen, al wel wat gewoon.
Ontelbaar zijn de etiketten die op mij geplakt werden
door toevallige passanten in mijn leven.

Uno-ambassadeur. Zo betitelde een Franciscaner monnik mij
toen ik hem meenam, als autostopper. Jaren zeventig. Vorige eeuw.
Je zal begrijpen dat ik deze dienaar van God, tot aan de kloosterpoort bracht.

Soms was ik een zanger dan weer een schrijver.
Maar altijd wel wat passé.
Hun beste tijd hadden ze reeds achter de rug. De mijne moest nog beginnen.

Een schilder. Zo zag de jonge man mij. En hij vroeg me meteen
een meesterwerkje af te leveren. A la Anton Pieck. Voor zijn schoonmoeder.
Ach, hij kwam pas van Parijs met zijn jonge bruid. Veel weze hem vergeven.

Uitzonderlijk, zag iemand wat anders in mij.
Pedofiel, riep de man. Toen we elkaar op de fiets
passeerden. Langs de vaart. Mijn profiel zakte in mekaar.

Zot. Zo groette de jonge blonde puber mij,
toen hij me rakelings voorbij reed. Op z'n mountainbike.
Ik was van streek, moet ik bekennen.

En onlangs, nog voor de start van de competitie,
werd ik uitgemaakt voor: 'stukske Anderlecht'.
En de 'tattooman' dreigde mijn foute plastron te ontluisteren.


Maar bovenal werd ik aangesproken als Professor. Vele keren.
Ik moet toegeven, ondertussen is dat al wel een tijd geleden.
Deze titel koesterde ik stiekem. Als ik dan toch een ijdeltuit moest zijn,

dan liefst een erudiete.




PS.
Beste lezer, mijn verhaal wordt eentonig. Mijn jongste aanwinst is ook niet mis.
'Ik heb uw vrouw gezien met de kasteelheer.',
had de man gezegd tegen de wettelijke echtgenoot van Mrs. Jones.

Zij is het favoriete type van die ondiplomatische kerel, vermoed ik.
Telkens als hij haar ontmoet stapt hij van de fiets.
Om haar te groeten en een kus te geven.

Hij is duidelijk mijn type niet. Maar misschien ben ik niet onpartijdig.
Zaterdag zag die man -met weinig gezond verstand-, ons voorbijrijden.
Toen hij uit zijn oldtimer stapte. Een rode MG.

In illo tempore kende de bestuurder van zo'n rijtuig nog courtoisie en savoir-vivre.
Deze man past duidelijk niet in zijn voiture.
Hij moet leren zich diplomatisch te gedragen volgens de etiquette van de adel.

Bon, een kasteelheer dus. Daar kan ik mee leven.
Tenslotte ben ik de bastaardachterkleinzoon van een
Baron.
Nu nog een kasteel vinden.

In de buurt van Gent zal wel wat disponibel zijn.
Zoals men daar kraakt, kraakt men nergens.
Allons-y.



 

325300

 

 

 

02-12-16

alleen mezelve niet...

Ik wilde schrijven over de geheimen die mensen hebben voor elkaar, over de vraag naar het verband tussen openhartigheid en intimiteit. Jij bent een schrijver van wie ik belangrijke lessen geleerd heb over geheimen, verborgen motieven en mysterie. Misschien geen wonder dat ik dat juist van een toneelschrijver heb geleerd: die heeft als materiaal vooral wat mensen zeggen, en die zeggen nu eenmaal niet wat ze bedoelen. En door de manier waarop ze dat zeggen onthullen ze hoe het werkelijk zit. Toneel lezen en zien (en schrijven) is de beste leerschool voor subtekst.

Je hebt een liefdevolle reden voor leugens gegeven door je uitspraak dat juist ‘wrede mensen zichzelf toonbeelden van oprechtheid noemen.’ En in een opmerking over schrijven zeg je: met elk geheim dat je onthult, dien je het mysterie te vergroten. Daar denk ik heel vaak aan.

Uit: Briefgeheim - Marijke Schermer 
Een auteur schrijft een brief aan een collega, een personage of een boek.
De Standaard der Letteren - vrijdag 2 december 2016

                                                                 ***

Er is een zin van de helaas bijna vergeten Nederlandse romancier J. van Oudshoorn
die ik vaker citeer omdat hij zo typisch is voor wie zichzelf schrijvenderwijs wil ontplooien:
‘Alle anderen had hij kunnen zijn, alleen zichzelve niet.’
Op Michaël Vandebril is die zin bij uitstek van toepassing: hij is de dubbelganger van een dubbelganger.

Uit: Een mooie schijn-beweging. -
In zijn bundel New Romantics poseert en citeert dichter Michaël Vandebril naar hartenlust.De Standaard der Letteren - vrijdag 2 december 2016

                                                                  ***

 

Er is wat fout gelopen met mij.
Ik had best iemand anders kunnen zijn.
Een schrijver, een impressionistisch schilder, een professor...

Deze verwachtingen kreeg ik allemaal toegeschoven
in een vraag.
En telkens moest ik hen ontgoochelen.

Dat ik niet was, wie ze meenden te zien.

Ook voor mezelf
was het moeilijk om niet te zijn.
Wie ik had kunnen wezen.

Als ik zoals gisterenavond,
in mijn chaise longue,
naar La Grande Librairie kijk

dan geraak ik in een roes.

Daar op dat beweeglijke scherm, un tableau vivant,
zie ik me zitten.
Een beetje excentriek of artistiek. Erudiet.

Alleszins iemand.
Anders.
Waarin ik de man die ik ken, meen te herkennen.

Alleen zijn talenten heb ik niet.

 

 

 297703

28-06-16

De voorbijganger

 
Mag ik u wat zeggen?, vroeg ze vriendelijk,
toen ze mij passeerde.

Jawel, mevrouw, antwoordde ik als een beleefde heer.
Met twee woorden.

Als iedereen zou gekleed zijn zoals jij,
dan zou de wereld er een heel stuk mooier uitzien...

Vroeger, vervolgde ze minzaam,
waren de mens arm, maar ze maakten zich rijkelijk mooi.
Nu zijn ze rijk en lopen ze er als arme mensen bij.

Ook haar moeder begreep dat niet, gaf ze nog mee.

 

Dierbare lezer-es,

u zal begrijpen dat mijn gepensioneerde ijdelheid
meteen wakker schrok uit haar banaal gepeins.
En haar pauwveren in de juiste plooi legde.

Ik vertelde de dame hoe ik vooral hield van de mode
uit het 'Interbellum'.
En hoe de mannen in volle crisis stonden aan te schuiven
voor wat eten. Gekleed als heren. Met een hoed op.

Een beetje fierheid was alles wat hen nog restte.


PS.
Het doet al eens deugd om een compliment te krijgen.
Het verzacht opmerkingen als: 'zot en pedofiel'.
En 'kijk eens, hij heeft ne zonnebril op en hij heeft z'n paraplu bij'.

Ik kan me blijkbaar moeilijk wegsteken op straat.

 

PS.
Mijn kleindochter is arm. En mag zich gelukkig als arme mensen kleden: een gescheurde jeans is in!
 

PS.
Lucky boy.
Vandaag een echte Panama-hoed gekocht voor 10 €.
En twee andere, very British van zachte tweed.(Look Inspector Clouseau). 5 € per stuk.

The Boutique sluit. De lieve dame is stervende.

05-06-16

Tous les matins du monde

 


"Als ik u zie, dan denk ik altijd aan Ernest Claes.",
zegt de grijze man met baard en langharige hond.

Ik heb hem minzaam een goedemorgen gewenst.
En hij glimlacht.
Ik ken hem niet.

Zijn woorden klinken als een compliment
in mijn zondagse oren.
De schrijver van 'De Witte'. Het kan erger, weet ik uit ervaring.

De ochtendgroet breekt mijn dag open
als zonlicht door mist.
Tous les matins du monde zijn verschillend. Voor elk schepsel op aarde.

Soms ben je een guitarist uit een godvergeten Boysband.
Dan weer Buffalo Bill.
Of een professor emeritus. Van onze Alma Mater.

Maar altijd iemand anders dan de vreemde man, die ik ken.

 

 

http://uvi.skynetblogs.be/zelfportret/

 

 

 

281611

 

 

03-06-16

Zij en ik


Niets heeft betekenis uit zichzelf.
Alleen de betekenis die jij eraan geeft.
Dat is vrijheid.
En dat is verantwoordelijkheid.
Jij, alleen jij, moet betekenis geven.
En steeds opnieuw.
Vrijheid is niet een vast gegeven.
Alles behalve.
Het is niet een wilsbesluit dat je één keer in je leven neemt.
Je moet je steeds vrij maken bij iedere mens die je ontmoet
en elke keer dat je in de spiegel kijkt.
Daarom word ik iedere dag opnieuw geboren.
Om naar de wereld te kijken, alsof ik die voor het eerst zie.

Uit: Bekentenissen van een optimist - pag. 43-44
Oscar van den Boogaard

 


Niets is weinig. En vrijheid veel.
Alleen is maar alleen.
Woorden hebben een verband nodig.

Een context. Om begrepen te worden.

Voor een woord als vrijheid
ben ik bang.
Het lijkt mij niet te om'vatten.

Zonder tijd en plaats,
loop je erin verloren.
In totale verwarring.

Vrijheid van meningsuiting, bijvoorbeeld.

Charlie Hebdo, Bataclan of Zaventem.
Salman Rushdie. To die forever.
De stakingen op het spoor.

Wiens vrijheid primeert? De mijne of die van een ander.

 


PS.
Ik vrees dat de vrijheid van een alleenstaande (zk) anders is dan die van een vader of moeder.

PS.
Als vrijheid erg concreet wordt dan verdwijnt de wapperende banier op het standbeeld.
Van een goddelijke vrouw met blote schouder.

Vrijheid is ook niet zeggen wat je denkt. Omwille van de courtoisie en beschaving. Bijvoorbeeld.
Ik maakte het meermaals mee. Mensen die je passeren en je dan uitschelden of uitlachen.
Pedofiel, zot... enkele koosnaampjes, die ik mij pijnlijk herinner.
Maar ook commentaren van passanten. Ik lok het blijkbaar uit. Tot een "wij en zij-gevoel".
Ik hoorde menig keer niet bij hun clan. Jij bent geen van ons.

Zalf op die wonde is dan weer de vriendelijke groet van een volslagen onbekende. Een vreemdeling waarin ik mezelf herken. Onze blikken vertellen mekaar binnen een fractie: u bent één van ons. De vrijheid om mekaar een betekenis te geven. De onuitgesproken bekentenis van een voorbijganger.
Ik heb het te dikwijls meegemaakt om het zomaar te ontkennen. Positief en negatief.

Wat zou de oorzaak zijn, vroeg ik me dan af. Van deze woordelijke afwijzing.
Ik vermoed vooral de kleding.
Ik ben opgegroeid in de jaren vijftig van etiquette en courtoisie op een Klein Seminarie:
altijd een wit hemd en das. Het tekent je voor het leven.

Gevaarlijke momenten zijn de zomer en de hitte.
Verleden jaar nog meegemaakt op Gasthuisberg. Anderhalve maand in een UZ.
Loop je dan niet als een toerist, in short en shirt, (ook in een kliniek) dan ben je een bezienswaardigheid.

Maar het meest gevaarlijke kledingstuk, dat ik een kwarteeuw droeg,
is een vlinderdasje.
Behalve als je bij de fanfare bent of garçon. Of nog erger: je gaat trouwen.

Dan is deze aberratie toegestaan.

 

281460

 

 

 

12-04-16

Als ik jou zie...

 

 

We passeerden mekaar op het bruggetje.
Hij stopte en sprak me aan, met een lichte aarzeling.
'Als ik jou zie...'

Ik werd al meteen ongemakkelijk voor wat kon volgen.
Want ooit al eens verward met een Hollandse charmezanger.
Wiens oeuvre me niet meteen aan Puccini deed denken.

'dan denk ik aan Neil Young. Ken je die?'

Ik had de naam al wel horen vallen.
En de voorbijganger gaf mij pro domo de nodige muzikale uitleg.
Hoewel ik niet direct bij 'the American Dream' aanleun,
leek deze 'lookalike' me nog mee te vallen.

Het had erger gekund.

Anderzijds, verliep ons gesprek toch in mineur.
Want ik bleek nu niet the lead singer te zijn, maar een simpele gitarist
op de achtergrond. Wat mijn kansen op groupies en hun benevolenties,
ernstig in gevaar bracht.

En zo loopt er toch altijd wat fout in mijn ondermaans bestaan.

 


PS.
Ik passeer de man al jaren. Brilletje à la John Denver. En een spits snorretje.
Hoe dikwijls heeft hij mij al willen aanspreken. En niet gedurfd.
Wat gaf hem vanmorgen de euvele moed om zich muzikaal te onbloten?

Misschien een liedje op de radio?

 

PS.
Groupies worden gewoonlijk bereid gezien zich aan te passen aan de levensstijl
van seks, drugs & rock-'n-roll.
Hun aandeel wordt dan vaak ook gezien aan de levering van seks.

Uit 'Wikipedia'

Sjonge, sjonge, waarom heb ik ook nooit gitaar gestudeerd!

  

 

https://www.google.be/search?q=neil+young+orkest&rls=...

 

 

 

05-04-16

De spiegel liegt

 

 

 

Nog altijd schrik ik van hem.
Niet als hij voor de spiegel staat.
Die is een virtuose leugenaar
die hem behaagt.

Dààr ziet hij niet
wat er is,
maar herinnert hij zich
wat er ooit was.

Een jongetje dat kon vliegen.

 

 

PS.
Nooit werd ik, wie ik was, vermoed ik.

Zelf zou ik mezelf anders maken,
dan vader en moeder het ooit samen deden.

Een stukje Torfs, maar groter dan.
Een beetje Dewulf, maar net iets minder poëtisch.
O, ja en vooraleer ik het zou vergeten: een flierefluiter

à la Cassanova, Don Juan en die man...
wiens naam ik ondertussen ben vergeten.

 

 

 http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=wie+ben+ik

 
uvi.skynetblogs.be
Jongetje kijkt naar buiten. En naar binnen. Tussen gisteren en morgen.

 276435

 

13-03-16

De priester en de toerist

  


Aan de muur van het Begijnhof
stond hij, met een stratenplan in de hand,
naar de hemel te kijken.

Alsof hij van Galilea kwam. En het al Ons-Heer-Hemelvaart was.

Kan ik u helpen?, vroeg ik hem.
Want zelf loop ik verloren,
in elke stad. Met als gids het noorden en een stratenmap.

Neen, nog niet. Maar straks misschien wel...,
antwoordde hij mysterieus als een engel.
Door God gezonden.

 

PS.
Hij denkt dat je een priester bent, fluisterde Mrs. Jones.
Toen... zag ik het licht en begreep ik pas
wat de heer wilde zeggen.

O, mijn God, wat heb ik gebulderd van het lachen.
Bijna was ik weg naar Ispahaan.

Ik beloofde Mrs. Jones
dat zij voortaan mijn meid mocht zijn.
Voor alle werk.

 

274089

 

 

 

 

 

09-11-14

De imitator

 

Waarom nam je niet met een zwaai je hoed af, uitroepend: 'iedereen is toch kunstenaar, juffrouw!'

 Eigenlijk zou jij gewoon de bravoure moeten uitstralen die je manier van kleden doet vermoeden.
 Ronkende Titels, een indrukwekkend palmares... allemaal heel knap, maar wat zegt het?

 'Beroepsmatige kunstenaar' ... het klikt zelfs fout.

 Misschien omdat iemand vooral 'kunstenaar' is als hij bezig is met de vormgeving van een passie. Dus ook jij bent het.
 En Connie Palmen is een geweldige schrijfster, ik bewonder haar ook. Ze mag vinden wat ze wil, uiteraard, maar iemand die zich goed voelt in zijn vel, daar kan niks mee zijn.

Gepost door: Ella Louise | 08-11-14

http://uvi.skynetblogs.be/archive/2014/11/06/in-de-schadu...

 En hierna volgt een ander persoonlijke reactie.

...
Is hij kunstenaar, mevrouw?
 
Ze zou het kunnen vragen aan de dames,
die na jou de kassa aan de Delhaize passeren.
En dan zou je horen, 'ja' of 'vast wel' of 'hij ziet er wel zo uit'.

Nu en dan zou eentje zeggen:
'ik weet het niet, want ik ken hem niet'.
De eerlijkheid maakt haar anders dan de rij die haar voorging,
en jou ook niet kent.
 
Dan is er die andere rij, van mensen die je kennen.
'O, ja, juffrouw, hij is kunstenaar' zouden ze zeggen.
Letterkunstenaar, levenskunstenaar, kunstenaar van de aandacht,
de tederheid, de troost. Van de lach. Van de verwondering.'
 
En die kassajuffrouw zou je nakijken
terwijl ze haar eigen status lichtjes dikker voelde worden,
alleen al omdat ze je herkend had. Daar wil zij goed in zijn.

Geen enkel mens die je kent, van korte of lange ontmoetingen,
zou gewoonweg nee zeggen.
Dat doe jij slechts, tewijl je geld vergaren en leven verwart.

Kijk eens in de spiegel!
Natuurlijk ben je kunstenaar.

En klein stukje uit mijn antwoord:

Ach, ...
misschien ben ik wel een hermaphrodiet.
Dat zou zeker sjiek klinken aan de Delhaizekassa.
Tot je een biologe tegenkomt. Of een wandelende tak.

Neem mij m'n fenomologie niet kwalijk.
Ze loopt me al een gans leven achterna.
 
Connie Palmen zou mij verwijten
dat ik het aandik. Een imitator.
Jawel, in de zin zoals Steiner het uitlegt.

Een imitatio. Van de eerste liefde.


 

 http://www.youtube.com/watch?v=islwWH94X00

 
PS.
Ik had twee jeugddromen.
Missionaris worden of schrijver.
Op het Klein Seminarie bloeiden ze open.

In de Poësis kromp ik al
tot 'dorpspriester'.
Wegens gebrek aan zucht naar avontuur.

In de Retorica schoot alleen
de dichter nog over.
Omwille van 'het ongrijpbare meisje'.

Nog later bleef alleen het meisje over.

 

225599

 

 

06-11-14

In de schaduw van een imago

 

 


What's in a name?

Deze ochtend heb ik weer iemand
moeten ontgoochelen. Vooral mezelf.
'Bent  u een kunstenaar, meneer?',
vroeg mij de Delhaize-caissière aan de Quickscan.

Beschroomd moest ik ontkennen.
En ik voelde me verschrompelen
tot een schaduw van m'n eigen imago.
De façade ontmanteld.

'Jamaar, u ziet er toch zo uit.',
drong ze aan. A look-alike dus.
Al goed dat ik Connie Palmen niet tegenkwam.
Die is daar allergisch voor.

'Wat deed u dan vroeger?', wilde ze absoluut weten.
Tja, toen ik de naam van het bedrijf spelde,
voelde ik mij een kunstenaar worden. Gekleed met een vijgenblad.
Zij keek me onbegrijpend aan.

Een keizer zonder kleren. Aan de Delhaizekas.

 

 

 

 

 

PS.
http://nl.wikipedia.org/wiki/De_nieuwe_kleren_van_de_keizer


PS.
You get what jou see.

Ik heb zowat m'n eigen theorietjes over de erotisering
van heren, gerenommeerd en gefortuneerd.
Volgens mijn visie helpt deze voorkennis (beroemd en rijk)
op de 'vrije markt' van feminiene annexen. En ik begrijp het nog ook.

Onlangs hoorde ik op Canvas in 'De bijl van Cupido'
dit fenomeen wetenschappelijk verklaren volgens de evolutietheorie.
Macht en geld biedt zekerheid aan de kroost.
De mater familias laat zich dan ook liever paaien door zo'n prototype.

Tja, Adam en Eva dat waren andere tijden.

 

15-03-14

De man die zichzelf niet was

 

 

'Professore?', glimlacht hij.
Het hoofd van de 'look-alike'
schudt vriendelijk: 'no, no'.

Ondanks zes jaar Latijn, spreek ik toch geen Italiaans.
Spijtig als je samen staat te wachten
in een broodjeszaak.

'Gepensioneerd.', spel ik langzaam mijn status.
'Jaja, maar daarvoor', hij zegt iets wat op
'primus' gelijkt en zover kan ik nog mee.

Het was een minzame en voorname Italiaan.
En in brokkelig Nederlands
stapten wij door zijn land en leven.

Ondertussen ben ik 73 en gewend
om niet mezelf te zijn.
Ik voel me soms 'een man zonder eigenschappen'.

Ik herinner me nog de vrouw van de Professor
die niet erg ingenomen was met mijn academisch profiel.
Alsof ik haar status ondermijnde. Een ongewenste indringer.

'Tja, dat is omwille van je vlinderdasje.', legde ze uit.
Ondertussen heb ik al lang mijn vlinderend strikje afgelegd.
En de Professor zijn weledele vrouw.

Niets is wat het lijkt.

 


PS.
'Waarom toch, draag je jouw vlinderdasje niet meer?',
vroeg Mrs. Jones gisteren nog. 'Zou je het niet weer eens proberen?'.
'Nee. Ik ben het beu gezien te worden als wie ik niet ben.
Al die foute connotaties. Valse verwachtingen.'

De angst om gezien te worden.

De mensen op straat kunnen immers niet weten
hoe ik als jongetje opkeek naar schrijvers in zwart-wit,
die een strikje droegen onder hun glunderende kin.

Maar ook zonder, blijf ik door mijn stad en het leven stappen
als de man die zichzelf niet was.


PS.
'De man zonder eigenschappen',
is een roman in drie boeken van de Oostenrijkse auteur Robert Musil

 

 198.745

01-06-12

De man die zichzelf niet is - II

 


"Stel dat het de mensen vergaat zoals het de dingen vergaat,
dat de mensen op zichzelf ook niets zijn, maar dan ook helemaal niets.
Gruwelijke gedachte en dus waarschijnlijk waar.
Dan zijn de mensen onderling net zo afhankelijk van elkaar
als de dingen het van ons zijn, dan kunnen wij zelf alleen zijn wat een ander van ons maakt.
Dan kunnen wij alleen iets betekenen wanneer anderen de bereidheid hebben, de liefde, om ons betekenis te geven in hun verhaal. Dan zijn we noodgedwongen personages in het verhaal van iemand anders en voor de rest, in onze eenzaamheid, stellen we niks voor, zijn we onbeduidend, nietszeggend, zwijgende en overbodige dingen.
Wij zijn overgeleverd aan de genade van anderen, van hun maakwerk."

Uit 'De psychiater' pagina 19 - Connie Palmen

 

...


Dag lezer-es,

om te begrijpen wat ik voel en schrijf,
leest u best eerst dagboek I, hieronder.
Misschien ook, voor alle duidelijkheid, klikt u bij categorieën, 'Zelfportret' aan.

Anders begrijpt u wellicht niet wat ik bedoel.


Ik dank de Franciscaanse monnik, die ik meenam als autostopper, in m'n Peugeot 204. Jaren zeventig. Hij dacht dat ik een 'ambassadeur' was. Alleszins een diplomaat. Dan toch tenminste een professor aan de universiteit.

Ik dank de jonge man die mij vroeg een schilderij te maken
voor zijn schoonmoeder.
Omdat ik voor hem een schilder was.

Ik dank de ontelbare voorbijgangers en medezitters
op de bank aan onze kerk.
Omdat zij mij tot professor promoveerden.

Ik dank de mensen die mij vroegen
of ik een schrijver was.

Ik dank de dame, ex-collega, die na zovele jaren
mij nog niet vergeten is. En aan mijn oude kameraad
vorige week vertelde: 'die man had toch iets'.

Ik dank de zovelen die ik vergeet
omdat zij mij opnamen in hun verhaal.
En mij maakten tot wie ik niet ben.

Nog altijd niet.
Maar zij lieten mij worden wie ik ben.
In hun leven.

 

 

 

 

PS. Ik weet dat dit allemaal erg ijdel klinkt. Maar toen ik zopas in het boek van CP las, dacht ik terug aan de galerijhouder. En zovele anderen.

Niet is wat het lijkt.

 

 

De man die zichzelf niet is

 


De galerij is pas open. De straat daarentegen ligt reeds meer dan een jaar open.
De deur staat ook open. En er is niemand binnen.

Ik ga dus binnen. De galerijhouder veert recht als door een wesp gestoken. 'U neem best wat afstand.', verwelkomt hij mij. Als ik het eerste doek wil bekijken. Hij daarentegen komt dichterbij.

Meteen temper ik zijn koopmansdrift.
'Ik ben een kijker, geen kandidaat-koper.
De deur stond open en ...'
'U bent welkom, mijnheer.'
En hij monstert mijn fenomologie.

'Als ik een rijk man was met een minimalistische villa, dan zou ik meteen kopen. Maar ik ben slechts een gepensioneerde die in een bescheiden huis woont. De schilderijen zouden niet passen in de ruimte.'

'O, lacht hij ongelovig, die indruk geeft u mij niet.'
'Het is niet al goud dat blinkt, meneer.', corrigeer ik. 'Het is niet omdat je een hoed draagt en een sjaal, dat je ook rijk bent.'

Hij vindt mijn uitspraak grappig. En laat zijn ongeloof duidelijk blijken.
'U heeft alleszins een belangrijke functie bekleedt.', ontleedt hij mij ongestoord verder.

Ik blijf even geheimzinnig glimlachen. Als hij dan toch liever voor de leugen gaat. Dan zal ik zijn plezier niet langer bederven.

Waarom hij de galerij begon, wie er op de vernissage was van de eerste kunstenaar, etc.
Blijk ik toch wel die man te kennen. Zijn enthousiasme is niet meer te stuiten. Hij zou me graag uitnodigen op de volgende vernissage.

'Ja maar, ik ben geen koper.'
'Op een vernissage wordt niet gekocht, mijnheer.'

Deze wetenschap had ik ondertussen ook al autodidactisch verworven. Gelukkig kwam er een 'gewone' dame de galerij binnen. Zij bezat wellicht meer kapitaal dan ze liet vermoeden. Hij somde meteen de prijzen op van de bronzen beeldjes.

Tja, kapitaal is ook niet alles. Ik hoorde haar vragen hoe ze de kunstwerken kon onderhouden.
'O, gewoon met een stofdoek, mevrouw.'

Het was mijn moment om te ontsnappen.
In de boekhandel wachtte 'De psychiater' van Connie Palmen op mij.

Ook die man, verkoper van boeken, kent mij blijkbaar.
Vorige week nog, zei hij tegen de man die hij aan de telefoon had, dat hij wel naar de winkel moest komen. Om een voorschot te betalen. Tenminste als hij wilde dat hij het boek bestelde.

Toen ik aan de boekenverkoper zei 'De psychiater' voor mij te bestellen, vroeg ik hem hoeveel voorschot ik moest betalen.
'O, maar u heeft niets te betalen, mijnheer, u ken ik.'

Tja, ik wou dat ikzelf ook al zover was als de anderen. Zelfkennis is immers het begin der wijsheid. En grijs ben ik al lang.

 

 

16-11-11

Dagelijkse kost


Het geruststellende aan dit dagboek
is dat het geen 'literaire ambitie' heeft.
Het mag onaf zijn. Dagelijkse kost
van gewone woorden.

Anoniem ook. Dat heeft zo z'n voordelen.
Voor de schroom en de schaamte.
Hoewel ik weet dat er wel 'iemand' kan meelezen
die dichter bij de werkelijkheid staat.

Toch een milde vorm van zelfcensuur dus.
Sommigen verwarren dat met een gebrek
aan eerlijkheid. Je verbergt iets.
Of gebrek aan moed. Je durft niet.

Misschien heb ik wel een overschot
aan respect.
Voor haar. Voor mezelf. Voor jou.

Ik kan mezelf schrijven. Of bijna.
Zo lees jij, lezer, mijn waarheid,
toegedekt met een vergevingsgezind convenant
van schijnbare leugenachtigheid.

Misschien is het wel deemoed en mededogen.


...

 

Ik loop lichtjes gebogen,
de zon in mijn ogen.
Alsof ik naar mijn schaduw zoek.
Maar hij volgt me. Als een slome hond.

Zonder lis. Hondstrouw.
Hij likt mijn hielen.
Laat me slechts alleen
als het duister valt.

Dan verdwijnt hij.
Ongemerkt. Alsof hij denkt.
Baasje thuis.

Ik ga nu elders spelen.


 

 

114.749

27-08-11

En toen werd ik een vreemdeling

 

 


1953. Wij zijn allemaal kleine aristocraatjes.
In doen en denken. Kleding en woorden.
Steeds een wit hemd. Altijd een das. Zuiver ABN.

Bleekstraat nr. 5. Er zijn 416  jongetjes
'toegelaten' op het elitaire 'Sem'. Het hoogste aantal
in zijn luisterrijke geschiedenis.

Geen onderwijs à la carte. Zoals vandaag.
Wij studeren allemaal Grieks en Latijn.
Dode talen in de Oude Humaniora.

We leren vooral het onderscheid
tussen hoofdzinnen en bijzinnen.
Analyse en synthese. Dat helpt voor later.

Als we groot zijn. Maar nu adoreren we
nog het intellect van Athene en
de fysieke kracht van Sparta.

Wij kiezen voor beide: de symbiose.


Beste lezer,

"The child is father of the man."
William Wordsworth.

Misschien kan je met deze woorden
van de dichter,
mijn dagboeken 'beter' lezen.

Ik groeide op in idealen. Beschermd
'intra muros'. Afgeschermd.
Los van het leven en weg van de mensen.

Ik ben nog altijd wat wereldvreemd.
En kijk naar de man in de straat.
In de trein. In de stad. Op een bank.

Een vreemdeling.
Dat jongetje voor het raam.

...


Dag vreemde man  

Neem nu vandaag. Of morgen.
Lente of winter.
Telkens ben ik een ander man.

Soms kijk ik in de spiegel.
Om te zien wie ik ben.
Ik vertrouw hem niet.

Ik schrijf woorden.
Om ze nadien te lezen.
Misschien ontdek ik zo wel, wie ik ben.

Ik kijk in de ogen.
Van een geliefde. Spiegel me.
In haar verlangen.

Soms herken ik me.
In de vreemdeling die ik ben.
Ik groet hem vriendelijk.

 

 

104.432

Word wie je bent

 

 

Ik ben nooit geworden, wie ik was.

'Staf', zegt de hoofdonderwijzer tegen m'n vader,
'da's geleden van onder de oorlog dat we nog iemand
in school hadden die zo'n opstel kan schrijven.'

Het jongetje luistert braaf. En zal die woorden
nooit meer vergeten. Het is 1953.
Hij kan de avond nog voelen en de plek nog zien.

Daar werd hij, wie hij moest worden.

...

Datzelfde jaar, eind augustus, vertrok hij
uit dat Kempisch gehucht.
Naar een Klein Seminarie. Finis Terrae.

Uit het nest gehaald en achtergelaten.
Maar hij vond de Zaaier.
En werd geroepen. Want de Oogst was groot.

Maar weinigen waren uitverkoren. En hij werd geen maaier.

Doch op de schoolbanken schreef hij stiekem verzen.
In de avondstudie. Voor een vrouw.
Een Lieve Vrouw. Maar hij liet ze achter.

Toen hij in 1958 buitenkwam en de wereld zag,
zag hij ook de meisjes.
Weliswaar rein en onbereikbaar.

Want zijn tijd was nog niet gekomen.

 

(Vervolgt)

 

 

104.280

 

26-08-11

Gebruiksaanwijzing voor een imago

 

 


Handleiding enkel geschreven voor specimen
van de mannelijke kunne.
Tenzij voor dames met baardgroei.

Als u ooit uzelf een andere 'look' wil aanmeten,
genre: schilder, schrijver, dan kan ik u,
als ervaringsdeskundige, wat suggereren.

U laat een gedistingeerd baardje groeien.
Liefst fijnzinnig rond de mond.
Een lang ruig model is wat gepasseerd, vrees ik.
Men zou u kunnen verwarren met 'un clochard de luxe'.

U zet een hoed op uw hoofd.
Leg een sjaal over uw schouder.
Winter en zomer.
U draagt bij voorkeur zwart.

In de zomer mag het wat vrolijker.
Witte hoed. Het vestje oogt terracotta.
En het sjaaltje licht en speels zodat het wuift
bij het geringste briesje.

Tijdens de herfst
kruip je bij voorkeur onder een lange
zwierige regenmantel. Geflankeerd
door een statige parapluie.

Uw hoed is flamboyant breed gerand
en zwart. Zoals uw colbert en pantalon.
Idem dito voor uw schoenen. Een pull met rolkraag
is eveneens een ideaal garnituur.

Kijk nu even in de spiegel.
Herkent u zich nog?
Zo ja, begin dan opnieuw van voren.

Zo neen, moge God u dan behoeden voor Connie Palmen.

 

 

 

 


PS. 1
Voor de moedigen onder u, durf ik nog een vlinderdasje aanbevelen. Zelf droeg ik dat een dertigtal jaar, maar ben nu te 'laf'  geworden. Ik kan de projectie niet meer torsen. (de vermeende arrogantie, etc.)
En ben ook te bang voor eventuele agressie. Niet opvallen is de boodschap. Misschien toch maar maskeren als een grijze muis.

PS.2
Later schrijf ik nog een emotioneel 'zelfportret'.
Hoe omgaan met het beeld dat een ander van je maakt.

 

 

104.073

25-08-11

De perceptie van een projectie


 

 

'Bent u toevallig een schilder?'
Amper enkele treden gezet op het perron
van Brugge of een man spreekt mij aan.
Hij lijkt op Roland, de muzikant. Maar is het niet.

'Niet met verf, neen, maar een zondagsschilder
met woorden.' Mrs. Jones glundert.
Ze heeft al wat meegemaakt met deze oude heer.
Het wordt stilaan gewoontjes. La Muse s'amuse.

Trouw aan mijn imaginaire status
gaan we het Groeninge-Museum bezoeken.
Krachtige namen, kaders en doeken.
Deze keer voel ik me 'thuis' tussen de verf.

We komen dan ook dichter bij huis. In de tijd.
Edgart Tytgat, Gustave Van de Woestyne,
Frits Van den Berghe,Gustave De Smet, Permeke, Khnopff ...

en toch... En toch, voel ik me in een museum
altijd een verdwaalde Vlaamse Primitief.
Verkleed als een kleine aristocraat.

Ik spreek de taal van de schilder niet.

 

 

 

 


PS.
Connie Palmen heeft het moeilijk met mensen die lijken op 'iets' wat ze niet zijn. Zij is 'schrijver' want ze schrijft boeken.
Net of Connie zelf verantwoordelijk is voor hoe ze er uitziet.
Ergens diep in haar knaagt er een trauma. Limburg?

 

104.001

 

17-08-11

Hermafrodiete vingers

 

"Kunstenaars vormen, met uitzondering van sommige vissen,
de enige hermafrodiete diersoort die in staat is zichzelf te bevruchten."


Dachtboek van een dichter - pag. 900
Leonard Nolens


Voor alle duidelijkheid: ik ben geen kunstenaar,
maar wel een Vis. Volgens de astrologie toch.

Zopas tikten mijn sensitieve schrijfstokjes
'dachtboek' iplv 'dagboek'.
Ik moet nog even uitzoeken wat ze me willen zeggen.
Het is niet altijd makkelijk praten met hen.

Evenmin als voor een gelovige met God.
Hij is nogal afwezig en zwijgzaam.
Mijn kleine hersenen zijn al eens verstrooid.
Vooral als er 'te bevruchten woorden' in de buurt zijn.

Wanneer ik, nu en dan, herlees
wat ze ooit schreven, dan ben ik menig keer verwonderd.
Over hun verlangens, gemis en verslaving.

Tja, de uiteinden van een lichaam zijn gevoelige reizigers.

 

 

102.814

05-08-11

Sjaalman

 

 

Ik ben zelfs geen personage
in het verhaal van een dorp.
Daarin had ik de dorpsgek kunnen zijn.

Maar ik woon in een stad.
Waarin je niet meer bent dan een anonieme schim.
Een schaduw van wie je bent. Een passant.

Hooguit een rustpunt
voor een vermoeide dame op een terras.
Een 'ach, daar-is-ie-weer'.

De man met de hoed.
Wit in de zomer, zwart in de winter.
Maar steeds met een zwarte sjaal.

Misschien lijk ik wel op
een kraai in de kou.
En op een ekster in de zon.

 

 

 

 

PS. Zoals elke avond trekken weer krassende vlekken kraaien van oost naar west. Waarom?

 

 

101.285

13-04-11

Ik werd nooit wie ik was

 

 


De dames vroegen of ik de beeldhouwer was. Die van de beelden in het parkje.
'Ach, neen. Ik lijk zowat op iedereen.', lachte ik.
Dat laatste lieg ik niet.
Ben ik geen kunstschilder, dan doceer ik wel aan de universiteit. Of sta ik voor een charmezanger of een beroemd dood schrijver.

Altijd lijk ik wel op iemand. Nooit op mezelf.

De ene dame stapte met mij verder. Zij voelde zich thuis in mijn gedachten, stelde ze. En informeerde terzelfder tijd of ik getrouwd was. Ik toonde haar mijn ongeringde vingers.
Jullie kennen mijn verhaal. Zij niet.
Zij had mij al dikwijls gezien, vertelde ze. Jullie niet.

Ze bleek musicus geweest te zijn en haar zoon was een muziekrecensent. En zij citeerde de naam van zijn papa. Ik schrok. Of ik hem kende, wilde ze weten.
Tja, zo'n beroemd man kén je wel, tenzij je van Mars komt.

Ik 'kende' haar toenmalige heer van de straat, de krant en de televisie. Brede zwarte hoed. Bourgondische buik. En melodieuze woorden.
Hij was zomaar vanachter haar rug verdwenen. Zij demonstreerde 'een vingerknip'. In 1982. Voor een jonger exemplaar. Maar ook die had hij verlaten.

Als musicus was hij een genie, verklaarde ze. Ik geloofde haar graag. Maar als vader ... Ze krulde haar vingers tot een nul voor haar neus.
Ooit woonde ze met hem in sjieke villa's. Kunstzinnige mensen hebben ruimte nodig. En schoonheid. Maar altijd geld te kort.

Zij woonde sedertdien in een huurflatje. En had kanker.
Zij en ik deelden dezelfde huisarts.
Hij woonde nu in Duitsland en de zoon had hem daar voor het laatst gezien. Met Kerstmis.

Weihnachten. Ach, binnen enkele dagen is het Pasen, dacht ik.

 

 

 

86.671