23-06-16

Een onmogelijk verlangen

 

Plato's beroemde verhaal over de liefde staat in het Symposium. Daarin legt komedieschrijver Aristofanes tijdens een diner uit waarom de macht van de liefde zo groot is. Aristofanes vertelt zijn gehoor dat er vroeger bij de mensen drie seksen bestonden. Je had de mannelijke sekse, de vrouwelijke en een combinatie van die twee. Van ieder mens was de vorm helemaal rond, met rug en zijden in een cirkel, vier armen, vier benen, twee gezichten en één schedel. De mannelijke sekse stamde af van de zon, de vrouwelijke van de aarde en de mengvorm van de maan.

'Nu waren die mensen enorm sterk en energiek', zegt Aristofanes, 'en bovendien hadden ze een groot zelfbewustzijn. Zo namen ze het op tegen de goden.' Zeus besloot daarom de mensen allemaal doormidden te snijden, zodat ze verzwakt werden. Maar elke helft verlangt nog altijd wanhopig naar de andere. 'Ze zoeken elkaar op, slaan de armen om elkaar heen en grijpen elkaar beet in hun verlangen tot een eenheid te groeien.' Aristofanes: 'Zo lang geleden is dus in de mensen de liefde voor elkaar ontstaan. Die liefde brengt hen in hun oorspronkelijke gedaante bijeen en probeert van twee één te maken om zo de menselijke natuur te genezen. Ieder van ons is dus als het ware een ontbrekende helft, omdat de mens is doorgesneden als een schol. En ieder is dus altijd op zoek naar de helft die bij hem past.' 

V praat deze zomer over de liefde, om te beginnen over het vinden van onze weder-helft: ultieme droom en - onvermijdelijk - ontgoocheling.

22-08-13

Niet meer dan een woord

 

 

Deze ochtend
is een nest

waarin ik weer
alle dingen wil vergeten

zoals het late licht
van liefde

die sterft
als een versleten paard

staande in de regen.

 

 

PS.

Dit miniatuurtje vond ik toevallig terug.
Ergens sluimerde het nog in mij. Weggedoken in mijn geheugen.
Maar het woord 'paard' maakte iets wakker. En ik ging op zoek.
Tot in mijn tekstverwerking. Waar het nog in de wei stond.

Versleten maar nog levend. In 2009.

Ik vraag me af waarom ik die titel koos, maar ik vind er geen andere bij passen.

 

 

 178.130

 

11-04-13

Het dogma van de dichter

 


Ergens moet er een lezer zijn,
een bedevaarder naar hét gedicht.
Dat gebed van een kleine god
verlaten op dit aardse alfabet.

Een pelgrim naar het woord
die gelooft wat er staat.
En schrijft wat er is vergeten,
het heilige wit tussen de regels.

Het dogma van de dichter.

 

 

Aprilmeisje

 

Lente, schreef zij
in de lucht
en
zwaluwen nestelden zich
in haar haren

vingers vertakten tot
trossen seringen
en
een geduldige geur
dreef over

inktblauwe troost
voor een
uitgebloeide rijmelaar.

 

 

 

 

12-02-13

Mijn zee van verdriet

 

Eurydice

Kom, ik zet je over, liefste.
Bewaar je vleugels voor de laatste vlucht.
Ik teken wel de lucht die je zal dragen.
Op de thermiek van terminale dagen.

Kijk, het water is ons genadig.
Geen rimpeling hindert de boeg.
En jouw valies draagt mijn heimwee mee.
Laat de oever nog even wachten.

Kijk niet om. De weide weent om jou.
En onze lege plekken groeien dicht.
Reizen is voor hen die de aarde bewegen.
Zij die blijven staan houden het leven.

Niet in eigen handen.


petit prince | 7 april 2009

 

 

 http://www.youtube.com/watch?v=cNAWQ8gsMxE&NR=1&f...

 

 

 

 PS. Het begon bij de muziek en de beelden. Jaren terug. Het deuntje kwam plots in mijn hoofd, na de titel. En toen ging ik zoeken. En vond. En dacht meteen aan het verdriet van een jong gezin.

 

03-06-12

Schrijver en lezer

 

Hoe
wij elkaar ook vasthouden
als gesloten haakjes.
Naar elkaar luisteren
als berg en dal.
Elkaar vertrouwen
als de ochtend en de avond.
Jij en ik. Samen.
Toch
blijven we apart.

Jij leest niet
wat ik schrijf.
Maar proeft de inkt
van je eigen woorden.
Luistert naar de stem
binnen je eigen herinnering.
Jij verdwaalt
in mijn pleintjes en straten .
En zoekt de weg
met de landkaart van jouw eigen leven.

Nooit zullen we elkaar
volkomen verstaan.
Gescheiden
door de interpunctie
van ons beider bestaan.

En toch
zullen we elkaar raken:
de inkt,
de ogen,
en dat witte blad.

 

 

 

PS.

Dikwijls vraag ik me af: hoe blijf ik de lezer naar dit dagboek lokken. In mijn leven gebeurt niets spectaculair. Zonder inhoud, moet ik het dus vooral met de vorm doen. Moet ik de leegte die mij vult versieren. Ik strooi slechts wat bloemen op een processieweg.  En u bent de gelovige die passeert. 

 

133.483

20-05-12

Tendresse

 


Hoe ik haar geur opschrijf
in deze witte woorden.
Een poederdoos van sneeuw.

Haar rode lippen pluk
als winterrozen.
In een tuin van oud verlangen.

Hoe zij mij in haar ogen
meeneemt. Tot aan haar
vroegste uren.

En mij dan vindt.
Straks als ik haar sporen zoek.

 

 

 

 

132.493

 

 

21-11-11

Paroles, paroles ...




en je leest
een boek, een bundel,
gedachten van een vreemde ander,

ze zijn interessanter
dan de woorden die je hoort
in jouw hoofd, logisch,

die van jou komen
binnen gedoken
als een reisduif uit Quiévrain

die van de andere
zijn gerijpt als koren,
gewikt en gewogen,

je vult je leegte
met allochtone parolen.

 

 

07 augustus 2009




115.428

20-11-11

De imaginaire

 


In vitrines
herstel je
het rood op je lippen

plaveien hunkeren
naar je hakken
en hun ranke hoogtes

en achter je hautaine heupen
echoot het fluiten
van machteloze mannen

je leeft
als een verlangen
en sterft

in een herinnering.

 

 

 

115.287

16-11-11

later als ik dichter ben

 

 

Later als ik dichter ben

dan steel ik duizend sterren
en verberg ze in je ogen
dansen wij over de melkweg
tussen de koeien en het koren

dan zweven we in woorden
met nog ongetemde trouw
over diep picassoblauw
op het canvas van je dromen

dan leg ik het hele alfabet
als rozen aan je voeten
opdat je weten zou
dat ook de liefde schrijft

met doornen.


 

 

PS.
Ach, hoe lang blijf je een puberaal jongetje. Soms scharrel ik onder het stof wat naar boven. Als een ekster. Dief van het verleden. Dat minder schittert dan ik ooit dacht.

 

114.665

14-11-11

Getekend, je minnaar



"En opeens, mijn lief, mijn lief, ben ik weer bij jou in Portugal.
Ik denk namelijk: als ik dood ben wil ik bij jou zijn. Bij niemand anders."

Uit 'Het onverwachte antwoord' pagina, 266,
Patricia de Martelaere.



Dag liefste,


Als ik zal sterven, zal jij niet mijn weduwe zijn.
Je zal wenen. Stiekem. Op de badkamer en op het toilet.
En als ze je vragen 'waarom je ogen zo rood zijn',
dan zal je een leugen verzinnen. Maar dat doe je al jaren.

Je zal niet op mijn doodsbrief staan met jouw naam.
Maar dat is niet erg. Ik wil er geen.
Geen enkel papieren getuige van m'n dood.
Alleen de tekenen tijdens het leven hebben belang.
De andere zijn formaliteiten.

Je zal ook niet vooraan in de kerk zitten.
Onder een zwarte voile. Nochtans daar hou ik van.
Een weduwe onder een sluier die weent.
Die haar tranen niet opzichtig laat vloeien, maar verbergt.
Zo lijken ze échter. Maar er zal geen kerkdienst zijn.

En je wordt nooit mijn weduwe.
Maar als het kan, laat de klokken dan luiden.
Daar hou ik zo van, dat weet je.

Ach, je bent nu mijn lief.
En jouw lichaam mijn eeuwigdurend testament.
Laat ons leven en de vergetelheid vergeten.
Kom anker je handen op mijn resterende jaren.

En spaar die tranen voor later.


4 oktober 2009

114.396

12-11-11

De diplomatie van een zondaar

 



Vragen krijgen geen visum voor immigratie.
Wij laveren behendig langs de klippen
van ons geweten. Dekken het toe met vergeten.

Lichaamstaal van liefde. Verhullen en onthullen.
De gracieuse spanning tussen verleiden en afwijzen.
Langs het parcours van de twijfel.

Het overreden van de veerman. Bed en bedriegen.
Pontificaal het pont betreden. Overzetten. Naar het leven.
Het dempen van de getekende grenzen.

De diplomatie van de zondaar. Berouw zonder rouw.

 

 

114.033

11-11-11

Het melkwegstelsel

 



Het was avond. De theekaarsjes plagieerden de sterren.
En zij lag lenig als het maanlicht uitgestrekt op de lakens.
De tijd stond reeds lang tussen ons en het verlangen.
Een drempel van banale beslommeringen.

Het dagelijkse leven.

Het was gisteren dat we de barricade opbraken.
En het gemis versmoorden. In de tedere anarchie
van het driftige spel. Over de wettige bezwaren heen.
Schuld en berouw sneeuwden we routineus onder.

Een winter red je niet alleen.



 

113.940

Eén zwaluw maakt de lente niet


Dag liefste,

In de herfst weef ik lentegras
doorheen m'n vallende woorden
en madeliefjes voor achter je oren

ik kwetter als een speelse contrabas
pluk het licht uit de dag
en hang het in je ogen te dromen

kijk, daar zie ik de eerste zwaluw
in je ontwakende lach
ik kan hem zelfs al horen.


03-11-11

Zonder retourbiljet

 

 

En als ik reis
op weg naar mij
waar wil ik
dan naartoe?

Is het
naar gisteren of morgen,
wil ik nog verdwalen
of wat ik vond, bewaren?

Zoiets als een ochtend
nog jong van blauw
of de avond
die behoedzaam staat te wachten?

Ach, ik ken maar één bestemming
zonder retourbiljet,
de reis naar dat alleen gelaten kind
zo ver in mij.


 

 

 

112.920

02-11-11

Schrijver en lezer.

 

Hoe
wij elkaar ook vasthouden
als gesloten haakjes.
Naar elkaar luisteren
als berg en dal.
Elkaar vertrouwen
als de ochtend en de avond.
Jij en ik. Samen.
Toch
blijven we apart.

Jij leest niet
wat ik schrijf.
Maar proeft de inkt
van je eigen woorden.
Luistert naar de stem
binnen je eigen herinnering.
Jij verdwaalt
in mijn pleintjes en straten .
En zoekt de weg
met de landkaart van jouw eigen leven.

Nooit zullen we elkaar
volkomen verstaan.
Gescheiden
door de interpunctie
van ons beider bestaan.

En toch
zullen we elkaar raken:
de inkt,
de ogen,
en dat witte blad.

 

 

 

 

 

PS. Dankje B. om dit terug op te diepen uit de vergetelheid.

 

112.766

11-09-11

Le temps qui reste


 


Ik hoor
hoe de avond zwijgt.
Ook het
ruisen van haar stilte.

Die tastbare afwezigheid
voelen mijn vingers. Ongehinderd.
Hoe zij
haar huid te vinden legt.

In de verte van een vermoeden.

 

 

 

 


PS.

De mens terroriseert de stilte.
Maar hij temt ze ook.

Zo tam als een lam. Dat niet blaat.
Als het geslachtofferd wordt.
Aan gewelddadige decibels.

De stilte spreekt vele talen.
Ook als ze zwijgt.
Dan vooral kan ze ongemakkelijk worden.
Als ze tussen twee mensen zit.

Soms lijkt ze wel te schreeuwen.
Van onmacht.
Dan zoekt ze uitwegen.

In kleuren. Of het wit.
Van vermoeden. Van verdwijnen.

...

 

Reactie van Oestha:

Mijn mijmering sloot de stilte nogal op in zijn eigen visie..
Ik zie door uw reactie dat het ook heel anders gelezen kan worden.
Toch mooi dat ook ik uw vers kon 'lezen'.

Ik had het over de stilte van reflectie, nieuwe gedachten en rust,
stilte die stormen in het hoofd en het hart tempert, ook al heeft dat meestal wat tijd nodig.
Per definitie eenzame stilte, zonder dat eenzaamheid overheerst trouwens.

Wens u ook een mooi weekend, met hartelijke groet,
oestha.

Gepost door: oestha | 29-10-10

 

"Toch mooi dat ook ik uw vers kon 'lezen'. "


Dàt vooral, Oestha,
daarom wordt er geschreven.

Straks valt er wel weer
een beschreven blad ...
zo stil dat je het amper kan lezen.

Tot een volgende ...

Gepost door: Uvi | 30-10-10

 

PS.2 - Dankjewel Fleur, dat je me naar hier bracht.

 

106.400

 

09-09-11

Dichter

 


Neen, dichter
kan je niet komen, liefste.
Zelfs naakt
raakt niet als woorden.

Die je binnendringen
als een zomer
van verlangen,
een zee gemis.

Neen, liefste, dichter
dan ik,
kan niemand komen.

Zelfs een dichter niet.

 

 

106.232

10-08-11

A mon seul désir

 


Een stukje naakt
onder een zuchtje 'Parfum d'amour'.
En het wordt zomer

tussen ons. Aan zee
hangen de zeilen stil.
Onbewogen in je blauwe ogen.
 
Met weemoed
denk ik aan huis.
En het hoge koren.
 

 

 

101.897

 

08-07-11

Lieu de mémoire

 

 

Ik hou het meest van de zee
in mijn hoofd. Als ik een meeuw hoor
over land. Of als wind door de radio waait.
In de luisterhaven van m'n oren.

Ik verlang naar de zee. Voor even.
Als ze moe is. En alleen.
Achtergelaten. Als souvenir. Gestrand
op een ansichtkaart.

Dan is de zee van mij.
Beklim ik de tijd. Als een dijk.
Kijk ik uit over de duinen.
Naar de verte van het verlangen.

Daar ligt mijn leven te wachten.
Op mij.


 

 

 

PS. Ik kom niet meer tot nieuwe dingen. De leegte implodeert in mij.

 

96.720

07-07-11

De mascara van m'n geheugen

 


Zoals de mascara
van een tranende vrouw.
Zo lopen mijn herinneringen
door en uit elkaar.

Je smukt ze op. Met een streepje
heden. Je bergt ze op.
Als oude familiejuwelen.
En dan gebeurt het.

Het kan een eenvoudig zinnetje zijn.
Of één gemorst woord.
En je weet het zeker, dit heeft iemand
me nog al gezegd, geschreven.
 
En dan trek je de lade open
waarin de glans op het vergeten rust.
Wie, waar en wanneer?
De filosofie van het verleden.

En niet meer weten ...

 

 

 

96.602

06-07-11

Van alpha tot omega

 

 

 
En zij schreven 
de chronologie van een liefde.

Het wit van appelbloesems
in de boomgaard van hun armen.

Het monochrome blauw
van diep vergeten. Zomers later.

En de rauwe rouw
tot aan de horizon.

Van omega.

 

 

96.475

27-06-11

Chagrin d'amour

 



je oogschaduw
vertelt mij
over je verdriet

niemand die ziet
hoe het meandert
langs je natte rimpels

met verse rouw
en oud berouw
ben jij een vertaalde vrouw

uit la vie en rose

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12-06-11

En toen vertrok ze

 


 
 
En bij het bladeren tussen de jaren
vond ze nog een glimlach
op de vensterbank nabij de sanseveria's
 
toen ze door de vroege ruiten
hem, een jongen nog, zag kersen plukken
en hen als een rode ruiker
 
aan haar oren hing.
 
Zou de warmte
tussen de deuren nog dezelfde zijn
de geuren en het licht
 
of zit er in de kieren
een geheugen dat de scheuren
lijmt tot een nieuwe mozaïek
 
un trompe-l'oeil?

 

 

13-12-10

Vertrouwen

 

Heel even maar
raak ik je aan.
Wil ik verdwalen
in je blauw.

Mezelf niet tegenkomen.
Tenzij onherkenbaar trouw.
Me omgorden
met je lichte lenden.

En over de deining
van je woorden stappen
als was het
breekbaar water.

 

 

71.654

25-09-10

Verloren licht



Ik hou
van koperlicht
in een gedicht

dat zweeft
boven oktober
en als het valt

dan traag
wat schaduw tekent
over regels

tegels van wit
en muren
van gebroken woorden.

 

 

63.504

 

 

 

 

15-01-10

De veervrouw

 


Zo licht
ben ik vandaag
dat ik je vraag
niet te zuchten.

Want
zelfs onbesproken luchten
laten mij in rook opgaan
als het blauw van sigaretten.

Laat mij hier rusten
in dit witte graf,
graaf met je gave lippen
tot op de laatste letter.

En zet mij over.
 

 

 

11-01-10

En het woord werd licht

 


De ochtend is zó donker dat ik hem niet kan lezen.
Ik kijk naar de stilte van het licht.
Bijna een gedicht.

Ik luister dan maar naar de lectuur van de regen.
Tokkelend geratel op het gelaten dak.
Het getjilp van de goten. En het gemor van het geborrel.

Deze dralende dame is vastberaden.
Zij schrijft zich nat op lakens van land en van water.
Wuift met de wolken en huilt met de wind.

Ze lacht om later. Het klinkt als geklater.
Haar vingers vangen m'n oren.
Als een schelp de zee.

Wacht, roep ik haar. Ik ga mee.
Tevergeefs. Ze is een nomade.
Wispelturig als zand op een strand.

Vrij als het water in de kom van m'n hand.

 

10-10-09

Tot na de komma


Er zijn mensen die poëzie lezen
zoals een boekhouder
zijn balansen.

Correct tot na de komma.
Een bilan van feiten.
Wetten van werkelijkheid.

Terwijl gedichten schrijven
iets is als zeepbellen blazen.
Ernaar grijpen. Ernaast grijpen.

Zolang je maar weet:
er staat niet wat er staat.
Lees je goed.

De taal is slechts een verfborstel.
Je veegt wat kleur op het canvas.
En je zegt: dit is een pijp.

Pourtant: 'Ceci n'est pas une pipe'.

Je weet niet wat je schrijft.
Je kijkt. En gaat op zoek.
Is het dit, wat ik bedoel?

De lezer
zet je op het verkeerde been.
Hij meent dat hij het weet.

En soms geloof je hem.
Tot na de komma.

 

09-10-09

Chagrin d'amour



je oogschaduw
vertelt mij
over je verdriet

niemand die ziet
hoe het meandert
langs je natte rimpels

met verse rouw
en oud berouw
ben jij een vertaalde vrouw

uit la vie en rose

 

 

PS. Toch blij dat ik dit niet verloren ben.