26-08-16

lezer & verbeelding

 

 Afscheid van een lezer 

 

Breed als de zee
lag het alfabet voor me open.
Een horizon vol omega.

Ze stond aan de kade van m'n zinnen
en wuifde naar mijn woorden.
Tot ik haar niet meer lezen kon.

 

 ***

 

 

Ingenieur van de verbeelding


Ik sprak hem over de poëzie van m'n stad.
Hoe de rokjes metaforen schreven.
Tussen het gewemel. Van de jonge lente.

Over roekeloze pleinen.

Het rijmen van hoge hakken.
En het klikklakken van hun jamben.
Terwijl ze als een sonnet voorbij dreven.

Hij keek me analfabetisch aan.

Hoe kon hij deze schoonheid becijferen?
Ingenieur in zijn machinaal bestaan.
Die niet verder kon kijken dan de exacte kennis.

Van getallen. Het metrum van formules.
Het zuigen van stampers.
En het ophalen van schotbalken.

Terwijl hij achteloos mijn verbeelding onschadelijk maakte.

 

 


PS.
Er leven mensen met ideeën van tastbare materie.
En berekende  zekerheden.
Immuun voor de kracht van verbeelding.

Ik ken er zo.
Wij worden nooit communicerende vaten.
Maar tegenstelde polen.

PS.
De teksten hierboven vond ik terug tussen het oude wit.

 

287976

 

22-08-13

Zonder te zoeken

 

 

En toen vond ik wat ik niet gezocht had.

 

 

 

Zoek : koper van oktober

Van een dagboek dat ervan droomde ooit een gedicht te worden


 

Er was eens een dagboek dat zich graag verkleedde.
Het liefst als een gedicht.
Het hield immers van het prille ochtendlicht
in de ogen van dichters.
En van het koper in de woorden van oktober.

Verwonderd keek hij dan naar het getover
dat zich nestelde in het lover
van z'n verbeelding. O, als een metafoor zo groot.

Hij woonde in de vingers
van een oude man. Die leek op een dichter
maar hij was het nooit geworden.
Soms voelden de vingers zijn verdriet ademen.
Tastbare tristesse. Weifelende weemoed.

En het dagboek dacht diep na.
Want hij begreep deze man.
Al vanaf z'n eerste blad had hij gedroomd
ooit een gedicht te worden.

Maar gedichten waren elitair, pronkten als poëzie
in bundels. Adellijk verheven boven de gewone woorden.
En hij was slechts van dagelijkse komaf.

En zo kwam het dat de man, z'n vingers
en het dagboek, nu en dan,
als niemand het zag
hun sjiekste woorden boven haalden.

Ze wentelden hen in verse sneeuw,
besprenkelden ze met zomerse geuren
en wikkelden hen in de kleuren van een regenboog.

En dan pas dopten ze hen traag en teder in blauwe inkt.
En zo gebeurde het dat er toevallig een lezer langskwam
die zich vergiste. En dacht dat hij een gedicht las.

En de oude man waande zich dan een dichter,
het dagboek noemde zich een bundel
en de vingers werden licht als klinkers.

Krekels die dachten dat ze vlinders waren.

 

 

71.018

 

Lees meer...

 

 

 

14-02-13

Vermiste tijd

 

 

Zelfs een slak heeft snelheid
in haar trage spoor.
Ik schrijf mezelf te pletter.

Op dit witte parcours
van ongeduld
mors ik me blauw.

Terwijl aan het venster
het leven voorbij gaat
als een afgewezen minnares.

Ik haal haar nooit meer in.

 

 

 

PS. Soms loop ik verloren in de ochtend. En de woorden in mijn hoofd. Ze vallen als een klad duiven uit de lucht. Maar vertikken het om binnen te gaan. Ze blijven koeren en kirren. Op het dak. Zonder in de kooi van het alphabet te geraken.

En dan blader ik door het wit. Van vroeger. Vergeten tijd.

 

 

 

158.356

 

11-11-11

Eén zwaluw maakt de lente niet


Dag liefste,

In de herfst weef ik lentegras
doorheen m'n vallende woorden
en madeliefjes voor achter je oren

ik kwetter als een speelse contrabas
pluk het licht uit de dag
en hang het in je ogen te dromen

kijk, daar zie ik de eerste zwaluw
in je ontwakende lach
ik kan hem zelfs al horen.


10-11-11

Le fabuleux destin

 

Dag dagboek,


De ochtend ligt nog een beetje bleek op je onbeslapen bladen. Je letters prenataal onder het laken. De tempelslaap der goden. Dichters, net voor het ontwaken.

Hoe zij straks hun gedachten overzetten. Op een veerboot.
Een hoedje van papier dat dobbert op wit water.
Als ik met m'n adem leven blaas over je fabelachtig alfabet.

Zinnen volgestouwd met verlangen.
Zeilen. Zuidwaarts.
Vers un fabuleux destin d'amour.




113.786

22-09-11

Ooit zal het sneeuwen

 


Ik wil je
aanraken
met mijn gemis

jouw huid
hertalen
in een herinnering

het klokhuis van ons verleden

mijn verlangen
wil ik begraven
in de baarmoeder van onze jaren

zoals een ekster

haar voorraad
bewaart
voor de winter

als er sneeuw over onze dagen ligt.

 

 

 

108.057

31-08-11

Zonder kader

 

 


Elke dag
hang ik mezelf te bleken
aan de waslijn
van de lezer

het craquelé canvas
residu van het leven
buiten het kader
geschreven.

 

 

 

 104.950

30-08-11

De dichter is een blauwe koe

 

Ochtenddagboek voor een dwaze late slaper

 

De reis naar een dichter duurt lang.       Hij daarentegen temt tijd tot eeuwigheid.
Ikzelf kom niet verder dan de grenzen van papier. In de verte ligt m'n chaise-longue te lonken.

Met gesloten ogen reis je eerste klas. Van daar tot hier. Het ritme van het metrum zingt binnenin je handen. Zijn woorden sporen naar het universum.  Op de melkweg staat een blauwe koe te dromen.

 

 

Zopas gevonden in een 'verdwenen dagboek'.

 

 

 

14-08-11

Kopland

 

"Een dichter moet kijken naar wat er is." zei de man.
En hij kon het weten, want hij was grijs en wijs.
En een groot dichter. Met een bekroond oeuvre.

"Een dichter beschrijft de werkelijkheid zoals ze is.".
En hij keek naar Breughel.
En de woorden die nog moesten komen.

Raar, dacht ik, want ik kijk liever naar wat er niet is.
Het fluisteren van de wind, het wit tussen de woorden,
de geur van bloemen en het groeien van het koren.

Ik schep de wereld die God achterliet.
In mijn hoofd. Zo veel dat er niet is. Zo weinig dat er is.
En toen wist ik: ik zal nooit een dichter worden.

 

 

102.484

 

11-08-11

Thuis


 

De wind heette me welkom toen ik thuiskwam.
Het ontroerde me. Zoveel trouw.
Hij kwispelde in de bomen als een tevreden hond.

Thuis. Is mijn tederste woord.
Ik streelde de hortensia's. En die enige late roos.
Mijn vingers voelden hun trage ademhalen.

Over de tegula's ligt het patin gespreid.
Van voeten. En van tijd.
Als ik goed luister hoor ik nog de stemmen.

...

 


Zo nu en dan, blader ik door m'n oude dagboek.
Uit het stuk dat ik kon recupereren
nadat ik het virtueel stukscheurde.
Twee jaar geleden ongeveer.

Dit zijn stukjes leven. Ogenblikken.
Blikken van ogen. En 'luistervinken'.
Ach, ondertussen is er verdriet
tussen de voegen gekropen. En ook angst.

Maar de liefde is gebleven.
Het huis. De trappen. De zolder.
De tuin nog meer verwilderd.
Mijn huid om in te wonen.

Thuis.

 

 

 

102.070

12-06-11

En toen vertrok ze

 


 
 
En bij het bladeren tussen de jaren
vond ze nog een glimlach
op de vensterbank nabij de sanseveria's
 
toen ze door de vroege ruiten
hem, een jongen nog, zag kersen plukken
en hen als een rode ruiker
 
aan haar oren hing.
 
Zou de warmte
tussen de deuren nog dezelfde zijn
de geuren en het licht
 
of zit er in de kieren
een geheugen dat de scheuren
lijmt tot een nieuwe mozaïek
 
un trompe-l'oeil?

 

 

17-05-11

Tot na de komma

 


Ik heb het gevoel dat vele mensen
poëzie lezen als een boekhouder. Correct tot na de komma.
Een balans van feiten. Wetten van werkelijkheid.

Terwijl gedichten schrijven iets is als zeepbellen blazen.
En lezen, ernaar grijpen. Ernaast grijpen.
Zolang je maar weet: er staat niet wat er staat.

De taal is slechts een verfborstel.
Je veegt wat kleur op het canvas. En je zegt: dit is een pijp. Pourtant: 'Ceci n'est pas une pipe'.
               
Je weet niet wat je schrijft.
Je kijkt. En gaat op zoek.
Is het dit, wat ik bedoel?
               
De lezer zet je op het verkeerde been.
Hij meent dat hij het weet.
En soms geloof je hem. Eerder dan jezelf.
               
Tot na de komma.

 

 

90.717

20-02-11

Komen en gaan

 


Zij is weg. Onderweg.
Naar een blauwwitte wereld.
Waar de sneeuw eeuwig ligt
te sterven op de bergen.

Hier zijn de sneeuwmannen
al lang gesmolten.Tot een herinnering.
Ginder zoeven ze naar beneden.
Om zich dan weer terug te hijsen naar boven.

Komen en gaan.
De witte draad
in het leven van een minnaar.

Hier blijft haar lege kopje staan.

 

 

PS.
De Muze. Ach, ze is zo ongeduldig. En wispelturig.

 

De geurige elite

 


Misschien klinkt het u proletarisch
in de oren.
Maar het geurt hier naar spek.
En vroeger.

Vroeger is dan een Klein Seminarie.
Mijn elitaire verleden uit de stijve jaren vijftig.
Klerikaal en zondig, kuis en verlegen.
De zware klus van m'n jonge bestaan.

Alleen die jongens waarvan de ouders
extra betaalden, kregen meer op hun bord
dan de geur alleen.

Ik heb ze dikwijls geroken de zonen
van advocaten, dokters en notarissen.
Zelf mocht ik niet klagen
want tussen de lage kopjes, stond er één hoge.

Voor de melk waarvoor mijn vader extra werkte.
's Avonds.

 

 

 

PS.

M'n begin was het kopje van haar. Op tafel. Klik je even 'dat oude dagboek' hieronder aan. Daarover wilde ik wat schrijven. Dat wordt dus later. Zo wil de Muze.

19-12-10

Het blauwe nest

 


Dag voyageur en bleu et blue,

Je leest en je schrijft. Perpetuum mobile.
Tussen woorden verberg je jezelf.
Je schuilt er. Je woont er. Je sterft er.

Soms word je geraakt. Ontroerd.
Maar ook bedroefd. En nu en dan ontgoocheld.
Dàt vind en voel je allemaal in woorden.

Van jezelf. Van een ander.

Dan schrijf je weer jouw nest bij mekaar.
Het tedere dons van blauw. Het blozen van rozen.
Alles bij elkaar een huis.

Een thuis van woorden. Om te leven. En te sterven.


 


72.406

14-12-10

Ochtendlicht in een kopje

 


Neen, een kopje staat er niet zomaar.
Zelfs leeg heeft het een tweede leven.
Het bewaart ochtend of verzamelt herinnering.

Zo ook, kan dat gebeuren met het licht.
Het ligt dan zonder ogen te wachten op een boek.
Gebundelde aarzeling van woorden.

Het betasten van het leven.
Wat nog moet komen. De dood. Als een oefening.
En het leven. Om te leren verliezen.

Daarom staat er een kopje. Ook al is het leeg.
Op de daartoe bestemde plaats.
Na genot, een etalage van gemis.

En licht.
Gevangen om te lezen.
Wat een ander reeds wist.

 

 

 

 

71.751

27-08-10

Kijk, daar zit de ochtend

 

De nacht hapert. In m'n stramme handen.
Vingers als zwaluwen op een hoge draad.
Wachtend op het vertrek.

De ochtend is nog een meisje
dat zich openvouwt tot vrouw.
Wachtend op een tedere pen.

Om zich te laten schrijven.

 

 

 

 

13-08-10

Over tijd

 

Het blauw slaapt nog in wat late rozen.
De wind wiegt ze als een oud kind.
Breekbaar en telbaar. In een vroege herfst.

Het is ochtend.
En de tijd heeft weer tijd voor woorden.
Dichters prevelen in m'n onbeholpen handen.

Over liefde.
Die nog moet komen.
Of al verloren is.

Ik durf hun dromen amper te storen.
Ze verdwalen soms in het wit.
En hoe kan ik ze vertellen

dat het leven niet wacht.