21-11-17

enigszins

 

 

Men moet altijd enigszins verdrietig zijn,
anders is men verloren,

maar men moet wel een beetje verloren zijn –
van het reddeloze soort –
anders zou men alleen maar gelukkig zijn,

toch moet men ook gelukkig zijn,
zo maar gelukkig kunnen zijn,
in alle staten van geluk,

anders zou men maar verdrietig zijn,
enigszins verdrietig
altijd.

‘Men moet’
Toon Tellegen,

Uit: Minuscule oorlogen,
niet met het blote oog zichtbaar

Querido, Amsterdam 2004

 

                                        °°°

 

 

 

Als dichters goden zijn
waar vind ik dan
hun mirakels

die mij genezen
van gisteren en morgen
zodat ik vandaag

enigszins verdrietig kan zijn
maar onzichtbaar voor het blote oog.





336587

09:31 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook

20-08-17

niets

 

Het schrijvertje zat aan de rand van het meer
en dacht: het is vandaag veel te mooi weer om te schrijven.
Hij knikte tevreden. Maar stilzitten kon hij niet.

Weet je wat, dacht hij, ik ga gewoon wat op het water krassen.
Hij stapte naar het water en kraste
van de ene kant van het meer naar de andere kant.
De zwaluw vloog hoog over hem heen en keek
verbaasd naar beneden.

 'Wat staat daar?' riep hij.
 'Niets!' riep het schrijvertje. 'Ik kras maar wat.'
 'O,' riep de zwaluw en vloog weer verder.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pag. 428 - Toon Tellegen

 

                                                    °°°

 

Niets dus.

 

 

 

 

 

 

08:29 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

18-08-17

Beste Toon

Beste tor,

schreef hij. Hij kneep zijn ogen dicht en dacht na.
Plotseling hoorde hij lawaai. Hij keek op. Woorden drongen zijn kamer binnen. Ze kwamen door het raam, door de kieren in de muur en onder de deur door. Ze waren klein, droegen zwarte jassen en holden achter elkaar aan. ‘Met’ en ‘mij’ zag hij, en ‘gaat’ en ‘het’ en ‘goed’. Ze gingen aan de ene kant van de kamer staan.

Aan de andere kant van de kamer zag hij ‘ik’ en ‘ben’ en ‘heel’ en ‘somber’, die blijkbaar door een gat in het dak waren gekomen. Ze waren iets groter en droegen ook iets zwartere jassen.
De krekel kon zich niet verroeren. Voor hem lag de brief met

Beste tor.

De woorden stampten drie keer op de grond en stormden toen op elkaar af. Midden in de kamer grepen ze elkaar beet, sleurden elkaar naar de grond, trapten elkaar, krabden elkaar en probeerden elkaar te verscheuren.
Stof wervelde op en de krekel hoestte.
Pas na lange tijd ging het stof weer liggen en werd het stil.

...

De genezing van de krekel

...

De krekel bleef de hele middag op de grond liggen. Het sombere gevoel sprong in zijn hoofd heen en weer en sloeg op zijn slapen, uur na uur.
Aan het eind van de middag blies de wind een brief naar binnen.
Voor de neus van de krekel viel hij op de vloer.

Beste krekel,
Met mij gaat het ook goed.
De tor

Toen begon de krekel te huilen. Grote stromen tranen vloeiden langs zijn wangen en langs zijn vleugels en zijn voelsprieten en zijn voeten.
Zijn schouders schokten.
Het was de treurigste brief die hij ooit had gelezen.
(Hoofdstuk 8)


                                                               °°°

 

Beste Toon,


hoewel ik goed rond me heen kijk, zie ik geen woorden de kamer binnenstormen.
Ik vind dan ook niet meteen de juiste woorden om naar u te schrijven.
Dat is spijtig.

Want ik bewonder u heel erg. En ik zou u graag mijn beste woorden sturen.
Maar nu vind ik ze niet.

Misschien zijn ze wel met vakantie. Ondanks het feit dat ik ze keurig heb opgevoed.
En hen op de gevaren van het reizen wees.
Het kan ook dat ze ziek zijn. En bedlegerig. Of heimwee kregen. Naar het wit.
En zich daar verstoppen.

U zal begrijpen dat het moeilijk voor mij is om ze daar te vinden.

Vroeger kon ik op mijn pen sabbelen. Of aan mijn pijp lurken.
En dan kwamen ze al vlug te voorschijn.
Ik vermoed dat ze van de geur van Semois hielden.
Maar sinds december 1998 rook ik niet meer. En sedertdien gaat het niet meer zo goed
met mijn woorden.

Ik moet ze nu uit mijn toetsen vissen. En u weet ook wel dat dit niet zo makkelijk is.


Beste Toon,

ik weet heel erg weinig. En ben wat jaloers op de krekel en de mier.
En de olifant en de zwaan. En al die anderen.
Misschien wisten zij alles, wat ik totaal niet weet.

Ik hoop dat het goed met hen gaat. Dat de olifant niet meer in de boom klautert
en het nijlpaard dansles gaat volgen.
Zelf ben ik daar te oud voor.

En hoop van u hetzelfde.

een lome vis uit een ongeschreven verhaal

 

 

326976

11:15 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

02-05-17

Missen is iets wat je voelt als het er niet is

 

Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.
'Gezellig,' zei de eekhoorn.
'Maar daar kom ik niet voor,' zei de mier.
...
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij
gekomen was.
'We moeten elkaar een tijdje niet zien,' zei hij.
'Waarom niet?' vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist zo gezellig
als de mier zomaar langskwam. Hij had z'n mond vol met pap
en keek de mier met grote ogen aan.
'Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,' zei de mier.
'Missen?'
'Missen. Je weet toch wel wat dat is?'
'Nee,' zei de eekhoorn.
'Missen is iets wat je voelt als het er niet is.'
'Wat voel je dan?'
'Ja, daar gaat het nou om.' (zei de mier).

 Uit 'Misschien wisten zij alles' - pag. 130 - Toon Tellegen

 

                                                    ***

 

De stilte van het licht

 

 

Kennis is geluk. Deze titel spookt mij dagelijks door het hoofd.
Als een verwijt. Als troost.
Het is de titel van een boek van Zwagerman. Maar dat wist u reeds wellicht.

Momenteel lees ik al lanterfantend 'De stilte van het licht'.
Heerlijk.
Kennis bedekt met bewondering.

Dewulf beschrijft verf en schilders, hun werk
als een dichter.
Hij schrijft een nieuw schilderij.

Zwagerman kijkt en luistert.
Naar het doek.
Hij hoort de stilte van het licht. En hij verklaart. Hij is een essayist.

En toch, en toch... hij die overstroomde van kennis.
Geluk dus.
Waarom toch stapte hij dan uit het leven.

Het blijft mij een raadsel. Ik mis deze onbekende man.

 

 

 

PS.
Vanaf 1 januari 1996 frequenteer ik het publieke internet. In illo tempore werd ons aangeraden dat onder een nickname te doen. Je weet immers maar nooit.
En vermits ik vooral 'zaliger gedachtenis de dichterssites' bezocht, was een 'nom de plume' aangewezen. De tijd heeft me ingehaald.

Gisteren werd mij de toegang geweigerd tot FB. Slechts in mijn naakt burgerbestaan mag ik nog binnen. In de FB-Kerk. Dat ben ik niet van plan. 
En dus ben ik in de ban geslagen. Geëxcommuniceerd.

Uvi - een roerloze reiziger. Een buitengesmeten passer domesticus.

 

315293

23-01-17

Protestanten....

[p. 4]



illustratie

 
 
 

 

[I]

Fladderen,’ vroeg de zwaan aan de vlinder, ‘hoe doe je dat toch? Dat probeer ik nou zo vaak.’

Hij steeg op van de grond aan de oever van de rivier en probeerde te fladderen, maar het leek nergens op.

‘Pas maar op,’ zei de vlinder. ‘Straks stort je nog neer.’

Mistroostig ging de zwaan weer zitten.

‘Ik begrijp er niets van,’ zei hij.

‘En toch is het heel eenvoudig,’ zei de vlinder. Hij fladderde even om de zwaan heen en ging op de top van een grasspriet zitten.

De zwaan liet zijn hoofd in zijn veren zakken en keek somber naar de grond.

‘Je moet eerst je gedachten laten fladderen, zwaan,’ zei de vlinder. ‘Dan pas jezelf.’

De zwaan zweeg. Hij wist niet of hij nu boos zou worden of verdrietig of onverschillig.

...


Uit: Langzaam, zo snel als zij konden(1990) Toon Tellegen  - http://dbnl.org/

                                      ***


Soms zijn er woorden die twijfelen aan zichzelf.
Wellicht erfelijk belast.
Door de schrijver. Die twijfelt alsof het een Kunst is.

Neem nu die zin, in mijn vorig dagboek:
"Mag ik het zo verwoorden.
Dat ik schilder. Vegen verf penseel. Over het canvas."

Zou het woordje op daar niet beter staan,
vroegen de toetsen zich af.
Neen, protesteerden mijn vingers meteen. En gevoelsmatig.

Op is een statisch punt, zoals in het pointillisme. Een gestold accent.
In over glijdt de beweging van het penseel over het doek.
Als een "verfwoord". Een werkwoord.

Zo kan een veeg niet anders dan over het doek schuiven.
Breed en traag als een statige zwaan of sierlijk en scherend als een meeuw.
Alleszins...

Langzaam, zo snel als zij konden...

 

 

 

PS.
Penseel van: ik penseel. De ik is gedropt.
Penseel als schildersgerief. Het kan ook.

Hoe zou u een traan schilderen.
Niet met een punt, hoop ik.

Dat zou slechts een imitatie zijn.

Neen, de traan moet een tracé van treurnis achterlaten. Een veeg verdriet.

PS.
Ik moet u dringend nog eens schrijven over mijn geliefd ampersand.
Het mooiste onder de lettertekens.

 

 

 304107

18:03 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

24-10-16

Misschien

 

Het was lange tijd stil. Dunne nevels maakten zich voorzichtig
uit de struiken los en slingerden langzaam tussen de bomen
door het bos in.

'Ik word wel eens moe van mijzelf,' zei de mier toen.
'Word jij dat nooit?'
'Maar waar word jij dan moe van?' vroeg de eekhoorn.
'Dat weet ik niet, ' zei de mier. 'Het is zo maar moe. In het algemeen.'
De eekhoorn had daar nog nooit van gehoord. Hij krabde achter zijn oor
en dacht na over zichzelf. En toen hij een hele tijd over zichzelf had nagedacht,
werd hij tot zijn verbazing ook moe van zichzelf. Het was een raar gevoel.
'Ja,' zei hij. 'Nu ben ik ook moe van mijzelf.'

De mier knikte.
Het was een warme avond. In de verte riep de uil iets naar beneden
en hoog in de lucht stond de maan, groot en rond.
De mier en de eekhoorn zwegen en rustten uit van zichzelf.
Af en toe zuchtten zij, fronsten hun wenkbrauwen en aten een paar beukenoten
en een kleine hap honing.
Pas heel laat, toen de maan bijna al onderging, waren zij uitgerust en vielen zij in slaap.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 354 - Toon Tellegen

 

 

 

Als ik een huis kon bouwen
van woorden
om in te wonen

door simpelweg op deze toetsen te tikken.

Hoe zou ik dan mijn vensters schrijven
en de muren
om mij te omringen.

Zou ik iemand binnenlaten, vraag ik me af.

 


PS.
Misschien zou ik wel liever in het hoofd van Toon
wonen.
Met zorgen. Van papier. En de verte.
Om van te dromen.

PS.
Even de toetsen aanraken.
Het is als het pilletje dat ik zojuist slikte.

En nu het onder het warme water. M'n gedachten afspoelen.

 

 

08:23 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

15-10-16

ontvreemd

 

Ik ben er altijd wel weer goed voor, dacht hij,
als er iemand ontploft.
Even later zat de krekel weer in elkaar. Hij fronste
zijn wenkbrauwen, trok z'n knieën tegen zijn kin en
liet zijn jas even wapperen. Alles werkte.

Hij bedankte de boktor. Maar toch stapte hij somber
de deur uit, want zijn vrolijke gedachten had de boktor
ongemerkt achter gehouden. Die kan ik vandaag
best gebruiken, dacht hij.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 321 - 322 - Toon Tellegen

 

 

Ik zou wel wat vrolijke gedachten
kunnen gebruiken, dacht ik vanmorgen.
Toen de pannen naar de regen luisterden
en de gordijnen naar de wolken keken.

Maar iemand moet ze ontvreemd hebben.

Gewoon gestolen uit mijn hoofd.
Toen ik wellicht even onoplettend was.
En nu moet ik verder zonder.
In de Krant vond ik ze niet. Ook de radio had enkel wat slecht nieuws.

Wil de dief
of de eerlijke vinder mijn vrolijke gedachten terugbrengen.
Asjeblief.

 

 

PS.
Zo dadelijk ga ik onder de douche.
Lang en zalig.
Tot ik een nieuwe man ben.

Blinkend van geluk.

Dat kleine, je weet wel.
Niet te huur en niet te koop.
Alleen te vinden, als je niet zoekt.

 

292035

 

09:09 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook

09-09-16

Missen is een werkwoord

 31-05-13

 

Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.
'Gezellig,' zei de eekhoorn.
'Maar daar kom ik niet voor,' zei de mier.
...
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij
gekomen was.
'We moeten elkaar een tijdje niet zien,' zei hij.
'Waarom niet?' vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist zo gezellig
als de mier zomaar langskwam. Hij had z'n mond vol met pap
en keek de mier met grote ogen aan.
'Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,' zei de mier.
'Missen?'
'Missen. Je weet toch wel wat dat is?'
'Nee,' zei de eekhoorn.
'Missen is iets wat je voelt als het er niet is.'
'Wat voel je dan?'
'Ja, daar gaat het nou om.' (zei de mier).

 Uit 'Misschien wisten zij alles' - pag. 130 - Toon Tellegen

...

Zoals je de zee mist. En de zon.
Maar ook de sneeuw.
En vlokken voor het venster.

Maar dan anders.

Zoals dat meisje met korenblond haar.
En die trage wals. Waarin je wilde wonen.
Met haar.

Maar we kregen armen.
Van iemand anders.
En de kilte. Van verlaten.

Missen doe je nooit alleen.

 

 

...

 


PS.
Omdat woorden belangrijk zijn voor mij,
zocht ik naar Toon Tellegen.
En toen vond ik dit.  En begon te missen.

 

 

 289160

 

09:58 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

19-08-16

Het geheim van de schrijver

Consequent en koppig heeft Leonard Nolens
zijn hele oeuvre gewijd aan wat hij in zijn dagboek
De vrek van Missenburg
zijn ‘plaatseloosheid in deze samenleving verwerven’ noemt.

De dichter verzaakt aan maatschappelijke plichten,
gehoorzaamt alleen aan de wetten
van het woord en zoekt in zijn poëzie
naar manieren om zich te manifesteren als een ‘ik’.

Daarin schuilt zijn felbevochten vrijheid.
Waarom hij dat onverdroten blijft volhouden?

‘Omdat je, ondanks alles, in je nietigheid
geaccepteerd wilt worden,
je afzonderlijkheid wilt doorgeven,
je zinloosheid zin wilt geven
door een schok van herkenning te worden’,
schrijft hij in 1993 in het dagboek Blijvend vertrek.

Uit 'De Standaard der Letteren' - 3 oktober 2014 - Over zijn bundel 'Opzichtige stilte'.

  


Zie je aan de tekst
in welke kamer of plek
hij geschreven is.

Dat vroeg ik me zopas af
toen ik weer maar eens Toon Tellegen las.
Heden niet jarig.

Zijn werk is ogenschijnlijk kinderlijk,
maar zo diepzinnig.
En poëtisch.

De auteur is niet alleen schrijver
maar ook geneesheer.
Waar vindt hij de tijd?

Zou hij kinderen hebben.
En is hij dan een afwezige vader
die zich opsluit in een bunker.

En word ik daar dan gelukkig van.

 


PS.
Godfried Bomans mocht slechts uitzonderlijk
het bureau van zijn vader betreden. Enkel na beleefd aankloppen.
En gevraagd. Meestal was het voor een reprimande.

Toen waren vaders vreemde mannen in huis.
De autoritaire baas naast God. En gevreesd.


PS.
Het dagboek van een dichter is een "zwaar" boek.
Letterlijk en figuurlijk.
De kamer van Nolens lijkt mij een deprimerende cel.
Een monnik die de wereld buitensluit.

 

 

http://www.vpro.nl/boeken/speel.WO_VPRO_1938755.html

 
www.vpro.nl
DichterBij Leonard Nolens 11 september 2015 . Enkel werken is nog van belang voor Leonard Nolens. De dagen in zijn studio te Antwerpen zijn ...

 

 

 

 http://www.canvas.be/video/dimitri-van-zeebroeck/2015/leo...

 

 

 287351

14-08-16

Altijd een beetje reizen

De mier en de eekhoorn stonden op het strand.
Zij waren al dagenlang op reis, en ook al beleefden zij niets,
zij waren zeer tevreden over hun reis.
'Het is een bijzondere reis,' zei de eekhoorn.
De mier knikte.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - Toon Tellegen - pag.182 

 

Zondag

 

Het langzame uur van de middag.
Opera en belcanto. Ooit.
Toen de uren nog lui en loom waren.

Hoe God en de pastoor de dag indeelde.
Met sacrale rituelen. Plichten en verboden.
De herder z'n schapen de weg wees.

De kansel een kanselarij was.
Van het dogma. Hel en hemel.
In de wachtzaal van het laatste oordeel.

Toen ging er geen kruimel geloof verloren.

 

09-05-10

 

  

In dit huis, staat een oog zo groot als de wereld.
Vroeger, toen het dorp nog onooglijk klein was,
hing er op vele plaatsen een kader tegen de muur, met daarop:

God ziet mij. Hier vloekt men niet.

Eén open oog in een driehoek.
Zopas even gecheckt bij god Google,
en jawel hoor, daar staat het je aan te staren.

De televisie heeft het oog vervangen.
Een onvoorstelbare uitvinding.
Je moet geboren zijn zonder, om dit volop te beseffen.

Ik volg, met verwondering de reeks:
Vind je lief.
En verleden week zat er een jongen in, die het volgende zei:

Thuisblijven is altijd een beetje reizen.

Het was het mooiste wat ik heb gehoord. Tussen veel onzin.

 

 

PS.
En dan denk ik aan mijn lieve kleindochter Z.
die mij al vele keren zei:
"Opa, wij gaan nooit op vakantie." Op reis wil ze dan zeggen.

Synoniemen?

 

 

http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=zondag

 
uvi.skynetblogs.be
Jongetje kijkt naar buiten. En naar binnen. Tussen gisteren en morgen.

 

 286909

 

 

09:07 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

24-07-16

misschien moe van mijzelf

Het was lange tijd stil. Dunne nevels maakten zich voorzichtig
uit de struiken los en slingerden langzaam tussen de bomen
door het bos in.

'Ik word wel eens moe van mijzelf,' zei de mier toen.
'Word jij dat nooit?'
'Maar waar word jij dan moe van?' vroeg de eekhoorn.
'Dat weet ik niet, ' zei de mier. 'Het is zo maar moe. In het algemeen.'
De eekhoorn had daar nog nooit van gehoord. Hij krabde achter zijn oor
en dacht na over zichzelf. En toen hij een hele tijd over zichzelf had nagedacht,
werd hij tot zijn verbazing ook moe van zichzelf. Het was een raar gevoel.
'Ja,' zei hij. 'Nu ben ik ook moe van mijzelf.'

De mier knikte.
Het was een warme avond. In de verte riep de uil iets naar beneden
en hoog in de lucht stond de maan, groot en rond.
De mier en de eekhoorn zwegen en rustten uit van zichzelf.
Af en toe zuchtten zij, fronsten hun wenkbrauwen en aten een paar beukenoten
en een kleine hap honing.
Pas heel laat, toen de maan bijna al onderging, waren zij uitgerust en vielen zij in slaap.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 354 - Toon Tellegen

 

 

 

Alsof er geen woorden meer groeien.
Op mijn vingers.
Gedachten niet meer tot aan dit scherm geraken.

De hitte maakt mij lam, blind en doof.
De barometer van mijn algemene toestand
staat op moe.

Mijn zintuigen lijken lusteloos. Zonder lust.
Het is kwakkelen.
Mijn alphabet lijkt uitgedoofd.

 

 

PS.
Mijn gemis en verlangen lijken wel afgestorven.
De Muze verdoofd.
De inktpot opgedroogd.

PS.
Addendum.
Zoals vandaag mag de zomer nog eeuwen duren.
Op het terras hangt er frisse (zee)lucht.
De bomen schudden hun bladeren zoals een natte hond z'n vacht.

Dit is een zomer om van te houden.

 

 

 

 285141

 

09:24 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

21-07-16

Heden vergeten

 

'Ik wil niets zijn,' zei de kraai plotseling.
Zijn stem was schor en zacht. 'Dat wil ik al heel lang.'
'Niets?' vroeg de eekhoorn verbaasd.
'Ja,' zei de kraai. 'Niets'.
...

Alles zijn, dat kan, dacht de eekhoorn.
De mier is alles. Hij stond even stil. Tenminste, dacht hij,
ik kan niets bedenken wat de mier niet is.
Hij liep weer verder. Maar niets? Niets leek hem
het moeilijkste en verdrietigste wat er bestond.
En hij wist niet of iemand dat ooit kon zijn.

Uit 'Heden niet jarig' - pag. 9 & 10 - Toon Tellegen

 

 


Gelukkig heeft dit huis niet alleen een oostenkant.
Daar is het nu al zuiders heet.
Aan de achterkant, het westen, heeft de schaduw zich teruggetrokken.
En ligt nu in mijn tuintje te niksen.

Ach, dat begrijp ik. Tenslotte is de zomer voor hem
het drukste seizoen.
Wat schaduw hier, wat lommerte daar.

Ik lees op mijn terras. Omringd door koelte.
En wat verder zingt de wind. In de hoge bomen.
Zijn backing vocals.

Heden niet jarig, van Toon Tellegen,
sluipt binnen als het rood op de wangen.
Schroomvol.

Ik word diep ontroerd.

 

 

PS.
Zo mag het nog lang zomeren.
Met Toon op het terras en de wind in de bomen.
Het enige wat ik mis, is een wandeling
door de straten van m'n lief, de stad, of langs de vijvers van de Abdij.

Mijn voeten lummelen hier maar wat op en neer.
Ze zijn hun tred en verte kwijt.
Ik leef hier nu als een Vadsige Koning tussen de woorden.

 

 

 

 

 284982

 

 

 

08-06-16

Les mots d'amour

 

 

'O mier,' schreef de eekhoorn, 'ik wou dat je hier bij mij was'.
'Maar ik ben toch hier?' schreef de mier terug.
'Je hebt gelijk,' schreef de eekhoorn.

En zo, in het gras, op hun ellebogen leunend, naast elkaar,
schreven zij de ene brief na de andere aan elkaar
en wachtten telkens ongeduldig op elkaars antwoord.


Uit 'Misschien wisten zij alles' - Pag. 45 - Toon Tellegen

 

 


Ansichtkaart.
Omdat het zo'n mooi woord is.
Brief.
Omdat het mij laat verlangen.

Les mots d'amour. La grande librairie.

Gisteren met ogen toe
weer geluisterd naar liefde voor het woord.
Zo dringen ze dieper door.

Tot mijn gemis. En verlangen.

 


PS.
Ik kan niet uitleggen hoe zeer ze mij begeesteren.
Busnel, Pivot et les autres.

Wat een gestuntel was het zondag op Canvas
bij de uitreiking van de Fintro Literatuurprijs.

Abominabel. Kleuterniveau. Petit pays, petit esprit?

 

 

 

 

http://www.france5.fr/emissions/la-grande-librairie/diffu...

 
www.france5.fr
Bernard Pivot, Mariette Darrigrand, Hélène Carrère d'Encausse, René Frégni, Franck Courtès et Alain Corbin diffusé le 07/04/2016 dans La Grande Librairie : La ...

 

 

07-01-16

TT

 

 

 

'Ik wil niets zijn,' zei de kraai plotseling.
Zijn stem was schor en zacht. 'Dat wil ik al heel lang.'
'Niets?' vroeg de eekhoorn verbaasd.
'Ja,' zei de kraai. 'Niets'.
...

Alles zijn, dat kan, dacht de eekhoorn.
De mier is alles. Hij stond even stil. Tenminste, dacht hij,
ik kan niets bedenken wat de mier niet is.
Hij liep weer verder. Maar niets? Niets leek hem
het moeilijkste en verdrietigste wat er bestond.
En hij wist niet of iemand dat ooit kon zijn.

Uit 'Heden niet jarig' - pag. 9 & 10 - Toon Tellegen

 

 

Ik ben er altijd wel weer goed voor, dacht hij,
als er iemand ontploft.
Even later zat de krekel weer in elkaar. Hij fronste
zijn wenkbrauwen, trok z'n knieën tegen zijn kin en
liet zijn jas even wapperen. Alles werkte.

Hij bedankte de boktor. Maar toch stapte hij somber
de deur uit, want zijn vrolijke gedachten had de boktor
ongemerkt achter gehouden. Die kan ik vandaag
best gebruiken, dacht hij.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 321 - 322 - Toon Tellegen

 

 

 

 

 

 

 

 

11:52 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

15-12-15

Van de schoonheid en de troost

 
 Huiselijke Aubade

 Nog
 En nog
 En nog
 Ben jij mijn liefste.
 Dag en nacht en dag
 Ben jij mijn liefste
 Tot vervelens toe.

 Ik hoor je slapen, ik hoor
 In de ochtend je slaap
 Zijn ogen opendoen.
 Licht loopt op kousenvoeten
 Door de kamer, gaat
 De trap af, dekt
 De tafel met trage ovalen.

 Gerinkel en koffie beklimmen
 Het trapgat en roepen.
 Ik slaap nog wat na
 In je afdruk, zink weg
 In je diepdruk, verdwijn
 In die vormvaste leegte.
 Ik slaap op de wijze van jou.

 En het zingt in mijn slaap
 En je zingt het mij na, ja
 Nog en nog en nog
 Ben jij mijn liefste
 Tot vervelens toe.
 En dag en nacht en dag
 Ben jij mijn liefste.
 

 Leonard Nolens

 

 

Neen, ik kan deze dag niet beleven
zonder een snipper schoonheid.
Een vleugje vreugde.

Hoe anders overleven wij
de leegte.
En dat gemis en verlangen

naar zin. En de troost ervan.

  

 

PS.
Zelden lees je zo'n lichte Nolens.
In zijn 'dagboek van een dichter'
kruip je door de krochten in zijn donker hoofd.

Hier waait er amoureuze lente doorheen zijn woorden.

 

PS.
Laat mij Toon maar herhalen.
Tot in den treure toe.
Telkens is het een vonk van ontroering.

                        ***

 

Mijn vader rookt een pijp. Maar hij rookt alleen
voor het mooie, niet voor het lekkere.
(Zo kan je ook pudding alleen voor het mooie eten.)

Hij blaast rookwolken uit die op bomen lijken,
en soms op een kasteel. Dan vertelt hij
wie er in dat kasteel woont, wie daar gevangen
gehouden wordt. Iemand die jammert en
handen wringt en holle ogen heeft.

Hij blaast een ridder van rook uit zijn mond,
die over een slotbrug gaat en aan de poort
van het kasteel klopt.

Uit 'Mijn vader' - pagina 22 - Toon Tellegen

 

 264613

 

09-12-15

Het Land van Ooit

  

'Ik wil niets zijn,' zei de kraai plotseling.
Zijn stem was schor en zacht. 'Dat wil ik al heel lang.'
'Niets?' vroeg de eekhoorn verbaasd.
'Ja,' zei de kraai. 'Niets'.
...

Alles zijn, dat kan, dacht de eekhoorn.
De mier is alles. Hij stond even stil. Tenminste, dacht hij,
ik kan niets bedenken wat de mier niet is.
Hij liep weer verder. Maar niets? Niets leek hem
het moeilijkste en verdrietigste wat er bestond.
En hij wist niet of iemand dat ooit kon zijn.

Uit 'Heden niet jarig' - pag. 9 & 10 - Toon Tellegen

 

 
Ooit zat ik in een zetel
en tussen de lawaaiërige grote mensen
te lezen en ongemerkt te wenen.

Ik denk met weemoed terug
aan die tijd
waaraan dat gevoel kleeft.

De werkelijkheid was een boek.
En wat daar buiten gebeurde:
vreemd en onbekend.

Ik stond dichter bij
Winnetou en Old Shatterhand
dan bij de buren.

Die vreemde wezens.
Met hun lange lichamen
en hun harde onbehouwen woorden.

Tja, ik was toen al
een oud jongetje.
En ben dat gebleven.

Niet op zijn gemak tussen de kikkers die nooit een prins werden.

 

 

PS.
Beste lezer, u mag mij gerust een onvolwassen gepensioneerde dromer noemen.
U zal niet ver van de waarheid zitten.
Waarom zou ik er dan een probleem van maken.

Ik heb veel geluk gehad. Geboren tijdens de oorlog.
Maar geleefd in vrede. Tot nu toe toch. Hier tenminste.
En in een tijd waar ik met mijn minimale talenten
toch een plaatsje mocht verwerven. In de Maatschappij.

Zodat ik mij (min of meer) onafhankelijk en ongemerkt
tussen de massa kon schuil houden.
Ik heb medelijden met al die jonge mensen
die begiftigd met eenzelfde stel hersenen en kwaliteiten als ik,
nog door het leven moeten.

Kunnen zij nog blijven dromen?

PS.
Ik kan mij vandaag veel minder dan als kind inleven in een boek.
Daaruit besluit ik dat ik toch mijn onbevangenheid ben verloren.
In Toon Tellegen vind ik 'mijn kind' terug.

Wonderbaarlijk hoe hij naar de grote mensen kijkt.
-Via de dieren in Misschien wisten zij alles.-
Dank u wel, Toon, dierbare schrijver.
U redt mij dikwijls van het leven. En u weet het niet.

 

264099 

02-12-15

In de schaduw van de taal

 

Mijn vader rookt een pijp. Maar hij rookt alleen
voor het mooie, niet voor het lekkere.
(Zo kan je ook pudding alleen voor het mooie eten.)

Hij blaast rookwolken uit die op bomen lijken,
en soms op een kasteel. Dan vertelt hij
wie er in dat kasteel woont, wie daar gevangen
gehouden wordt. Iemand die jammert en
handen wringt en holle ogen heeft.

Hij blaast een ridder van rook uit zijn mond,
die over een slotbrug gaat en aan de poort
van het kasteel klopt.

Uit 'Mijn vader' - pagina 22 - Toon Tellegen

 

Misschien is schrijven wel als roken.
Woorden blazen op papier.
Soms lijken ze op bomen
en dan weer op wiegende klaprozen.

Het is de lezer die inhaleert
wat wel of niet geschreven is.
Hij proeft
het mooie of spuwt ze uit.

Ongewenste vondelingen. Of amoureuze ridders.

 


PS.
Deze ochtend in de 'Boeken' van de Morgen gelezen.
En met verbazing, de openingszin.

"Debutanten willen ze niet genoemd worden. Jong ook niet."


Bizar: twee twintigers. De ene heeft pas een boek uit.
Dat van die andere moet nog verschijnen, toekomend jaar in januari.


Debuut. Hoe heerlijk zingt zo'n woord in mijn hoofd.
Tussen mijn oud gemis en prematuur verlangen.
O, in dit selfietijdperk schiet het ego al op tussen het placenta.

Deze verwende borelingen
hebben geen tijd meer. Voor een voorspel.
De ouverture. En preludium.
Dat vergezicht van hoop. Die broze schroom. Van zwijgen.

Wachten op Godot, laten ze enkel nog aan Proust. Of zo.

 

PS.
Natuurlijk stonden er ook schone gedachten in.
Zoals:

Voor mij is het helemaal anders. Ik ben hier nog altijd nieuw (na 10 Jaar).
Dat heeft ook veel met de taal te maken.
Ik spreek wel Frans, maar het is mijn moedertaal niet,
waardoor ik weinig nuance of humor in mijn zinnen kan leggen.
Ik kom goed overeen met mijn buurvrouw, maar ik kan haar
nooit precies uitleggen wat ik bedoel.
Ik voel me in Brussel een schaduw van mezelf.

Of de Kop:
"Mensen die minder diep kunnen voelen, zijn gelukkiger."

Ik kan en wil dit niet geloven.
Wat is "gelukkig"?
Zelf ga ik voor de diepe dalen en de hemelhoge toppen...

liever dàt dan de apathie van de vervlakking.

Himmelhoch jauchzend,  Zum Tode betrübt,
Glücklich allein ist  Die Seele die liebt.

Johann Wolfgang von Goethe

 

 263464

 

10:54 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

25-11-15

Het moment telt

 

29-10-15

Moedeloos voorwaarts

 

Ik ben er altijd wel weer goed voor, dacht hij,
als er iemand ontploft.
Even later zat de krekel weer in elkaar. Hij fronste
zijn wenkbrauwen, trok z'n knieën tegen zijn kin en
liet zijn jas even wapperen. Alles werkte.

Hij bedankte de boktor. Maar toch stapte hij somber
de deur uit, want zijn vrolijke gedachten had de boktor
ongemerkt achter gehouden. Die kan ik vandaag
best gebruiken, dacht hij.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 321 - 322 - Toon Tellegen

 


Deze woorden citeerde ik
in tempore non suspecto.
Voor de dertiende november. In Parijs.

Plots lees ik ze anders.
Van een sprookje
naar een akelige werkelijkheid.

We vergeten het,
maar sprookjes zijn
meestal gruwelijk.

Grootmoeder wordt opgegeten,
Hans en Grietje ook
bijna. En Klein Duimpje

wordt achtergelaten in het Grote Bos.

Zo voel ik mij.
Verdwaald
tussen de verwarring en vertwijfeling

waarmee allerlei Profeten mij opzadelen.

 

PS.
Politiek-correcte Profeet A
verkondigt een stelling. Van de daken der Media.
Politiek-correcte Profeet B
zaagt de poten van de stelling onderuit.

En ik tuimel naar beneden.

 

 

 262707

 

10:24 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook

15-11-15

N-iets

  

'Ik wil niets zijn,' zei de kraai plotseling.
Zijn stem was schor en zacht. 'Dat wil ik al heel lang.'
'Niets?' vroeg de eekhoorn verbaasd.
'Ja,' zei de kraai. 'Niets'.
...

Alles zijn, dat kan, dacht de eekhoorn.
De mier is alles. Hij stond even stil. Tenminste, dacht hij,
ik kan niets bedenken wat de mier niet is.
Hij liep weer verder. Maar niets? Niets leek hem
het moeilijkste en verdrietigste wat er bestond.
En hij wist niet of iemand dat ooit kon zijn.

Uit 'Heden niet jarig' - pag. 9 & 10 - Toon Tellegen

 

 

Misschien is de wind wel mijn beste vriend.
Ik hou van hem, maar ik ben er ook bang van.
Hij heeft vele kanten in zich.

En soms is hij zo wispelturig
dat ik niet weet, hoe hij
zich de volgende dag zal gedragen.

Het liefst zie ik hem als een briesje.
In de zomer.
En als het kan aan zee dan.

Ook wanneer hij als een vrolijke kerel
al eens plagerig stout wordt.
Bijvoorbeeld op rokjesdag. Bij de eerste lentezon.

Als er een meisje op de fiets passeert.
Dan moet ik altijd aan Marilyn Monroe denken.
En hoe ik ooit jong was.

Maar vannacht bijvoorbeeld maakte hij mij bang.
Hij rammelde aan de pannen. Liet de gebinten van het huis kraken.
En loeide soms als een dolle koe.

Neen, op zo'n moment, herken ik hem niet.
Hij die als een kind met de bomen speelt. Of als een speelvogel
de gordijnen laat waaieren voor het open venster.

Of als een verliefde zacht door de haren van een oudere vrouw streelt.

 

 

PS.
Gisteren bracht Mrs. Jones mij, het was nog ochtend,
een heerlijk boekje van Toon Tellegen.
Gratis gekregen in de boekhandel. Als verjaardagscadeau
van Querido die een eeuw oud wordt.

Hoe mooi kan een cadeau zijn! -En toch onvolmaakt, zonder leeslint.-

PS.
Mag ik over Parijs zwijgen.
De dood is te groot voor woorden. Stef Bos.
Ik vrees dat er veel 'Niets' zal zijn daar.

PS.
Ook in de wereld is er veel 'Niets', vind ik.
Sinds God ons verlaten heeft.
Wellicht uit Groot Verdriet.

Hij heeft veel leegte achter gelaten.
En vele mensen gedragen zich sedertdien alsof ze zelf god zijn.
Almachtig. En alwetend.

Dat een dichter god is, tenminste in het diepst van zijn gedachten.
Dat kan ik nog begrijpen.
Hij schept zijn eigen wereld, tenslotte.

Terwijl hij als een koe het leven ligt te herkauwen. In een wolkenloze weide.

 

 

 261661

03-11-15

Herinnering

 

"Ik bewaar mijn herinneringen in geuren,"
zei de mier, terwijl hij een grote hap nam
uit de kruimel van een Madeleine-cakeje.

De eekhoorn had die meegekregen
van zijn neef die in de tuin van een notaris resideerde.
Vol met wiegende kruinen van eeuwenoude bomen.

Hij keek een beetje neer op zijn familie en was vergeten
dat hij van lagere komaf was. Een eenvoudige boom
aan de rand van het bos. Waar ooit nog Roodkapje woonde.

Maar nu en dan gaf hij een royaal cadeau. Als blijk van mededogen.

De mier wist goed dat de eekhoorn zijn herinneringen
elders bewaarde, maar uit baatzuchtige beleefdheid,
vroeg hij: 'en jij, Eekhoorn, waar conserveer jij je souvenirs?'.

"Ah, in liedjes. Vooral die van de wind", antwoordde hij zachtjes.
"Die hoor ik het liefst. Altijd dezelfde, maar toch steeds anders.
In lente of zomer, herfst of winter. Luisteren, Mier, is veel meer dan horen."

De mier knikte instemmend. En dacht aan al de geuren
die hoog door het huisje van de eekhoorn trokken.
Wanneer de eekhoorn neuriede. En hij al dat lekkers opsnoof dat de wind meevoerde.

Meestal werden ze dan weemoedig. En trokken ze naar de voorraadkast.
Waar de eekhoorn zeer secuur in potjes de heerlijkste lekkernijen
hamsterde. Troost. Voor vrolijke en verdrietige dagen. Warme en koude avonden.

Ze gingen beiden voor de kast staan en de eekhoorn schoof de bladeren
voor de voorraad open. Daar stonden ze. Met een prachtig etiket op. Blauw en rood.
Waarop datum en inhoud stonden geschreven.

Eentje voor elke dag.

De mier spelde begerig, als een leerling uit het eerste leerjaar,
nadrukkelijk en luidop, de datum en vooral het woord dat sierlijk
de lekkernij vertaalde.

1 november - Beukennotenhonig. 3 november - Paddestoelenroom. 4 november - Herfstbladpaté. 5 november -  ...

De goesting droop van zijn knisperende kaken.
'Hé, Eekhoorn, riep hij verwonderd: 'waar heb jij 2 november gelaten?!'.
De mier zag dat zijn vriend de eekhoorn weemoedig werd.
Of was het eerder een oud verdriet.

'Tja, beste Mier', antwoordde hij bijna onhoorbaar zacht. En zijn ogen blonken.
Als dauw in de ochtend. Op een vrouwenmantel.
'dat potje heb ik weg gedaan. Toen ik het klaarmaakte, was ik bedroefd.
En wellicht zijn er wat tranen in gevallen. Het proefde naar verdriet'.

'O," zei de mier. En krabde onwennig achter zijn sprieten.
Terwijl hij nadacht over zijn gretige appetijt.
En hoe die op te lossen was.

'Maar Eekhoorn,", riep hij plots opgewekt,
"dan pakken we gewoon toch een andere dag.
Ik heb trek in een beetje 1 november. En jij?...".


Uit 'Ik weet het niet' - Dagboek van een roerloze reiziger.
Met dank aan Toon voor de mier en de eekhoorn.

 

 

 


PS.
Wij, kleine en grote mensen, doen elkaar pijn.
Dat kan niet anders, vrees ik.
Omdat het deel uitmaakt van het werkwoord leven.

Meestal vergeten we de pijn en het verdriet later.
Weten dikwijls zelfs de reden of oorzaak ervan niet meer.


PS.
Allerzielen, zal Mrs. Jones en mezelf ieder jaar herinneren aan pijn.
En 'chagrin d'amour'. Voor altijd, vrees ik.
Gelukkig is het een dag waarop vele mensen een vleugje verdriet
moeten temperen.

Zo wordt het vermenigvuldigd en gedeeld. En verkleind, hoop ik.

https://www.youtube.com/watch?v=0feNVUwQA8U

 

260323

 

29-10-15

Moedeloos voorwaarts

 

Ik ben er altijd wel weer goed voor, dacht hij,
als er iemand ontploft.
Even later zat de krekel weer in elkaar. Hij fronste
zijn wenkbrauwen, trok z'n knieën tegen zijn kin en
liet zijn jas even wapperen. Alles werkte.

Hij bedankte de boktor. Maar toch stapte hij somber
de deur uit, want zijn vrolijke gedachten had de boktor
ongemerkt achter gehouden. Die kan ik vandaag
best gebruiken, dacht hij.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 321 - 322 - Toon Tellegen

 

Alsof ik een dik boek open
voor het venster.
Zo kijk ik naar de ochtend.

En blader door het raam.

Mijn vingers tasten naar woorden
die er nog niet staan.
Ik proef ze, terwijl ik wacht.

Voor het onbeschreven wit.

Ongeschreven gedachten.
Die wachten op
letters uit een alphabet.

Zinnen uit het niets. Zinloos.

 

 

 

 

PS.
Waar liet 'de nacht' mijn vrolijke gedachten.
Bleven ze tussen de lakens liggen.
Nog moe van het denken.

Verzonken ze in vooruitzichten?

Ik denk aan Touché en Jef Rademakers bij Friedl.
'Moedeloos voorwaarts'.
Dat was zijn adagium.

Ik trek naar boven. Misschien vind ik wel wat
vrolijke gedachten. Onder de douche.
Voorwaarts mars, soldaat milicien uit '65.

 

https://www.youtube.com/watch?v=8jEJfOxAIME

 

 

 

259925

27-10-15

Het gehijg van een oude schaduwdanser

 

In kamers zal een man bewegen
als een schaduwdanser, als een maan.

Oud gehijg zal stijgen uit het gras.
Een aanwezige zal het maaien als een held.

Zij zal dolen in de schemering,
zoals men terugdenkt aan dingen.

Uit 'Oude dingen' - pag. 46 - Blauwziek - Bernard Dewulf

...

De schildpad begon te wandelen. In de verte zag hij een boterbloem
die hij nog voor de avond wilde bereiken.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 388 - Toon Tellegen

 

 


Toon lees ik het liefst
in mijn bergère.
Naast het venster. In volle ochtendlicht.

Je kan er zelfs bij liggen.
Vederlichte lectuur. Sprookjes.
Met een doordachte bedding.

Het lijkt kinderlijk, maar is bedoeld voor kleine grote mensen.

Nolens daarentegen,
leg ik op een houten tafel.
Wat somber in de schaduw.

Ik moet er rechtop voor zitten.
Een beetje statig.
Met een frons in mijn wenkbrauwen.

Van de diepe ernst. En het nadenken.

Dewulf heeft werkelijk souplesse.
Je kan zomaar zijn Blauwzieke badkamer in.
Al wandel je door je living.

En 'Si & la' leest als een krant
in een zetel
of aan tafel. Het blijft Dewulf.

In alle staten van genade.

 


PS.
Vandaag nog, mis ik zijn column in De Morgen.
Die hem in 2009 (mijn annus horribilis) feestelijk bedankte voor bewezen diensten.
Zomaar aan de deur gezet.

Geert Buelens

Over De Morgen kunnen we kort zijn: wat zich daar voltrekt is niet minder dan een zuivering. Ik ben graag bereid om te geloven dat er een economische noodzaak zat achter de laatst doorgevoerde ontslaggolf. Maar vooralsnog kwam de hoofdredactie niet met andere 'objectieve criteria' om de defenestratie van de intussen genoegzaam bekende prominente medewerkers te verdedigen dan dat ze 'niet meer in de toekomst van de gazet passen'.

 

 

Uit Recto-Verso -

 

De tijd dekt alles toe. Zoals liedjes verdriet.

Gelukkig werden z'n columns gebundeld in Loerhoek en Kleine dagen.
Filosofie over en voor kleine mensen
aan de keukentafel.

 

259716 

23-10-15

Nog voor de avond tot aan de boterbloem

 


Maar toen hij dat dacht voelde hij iets in zich knagen.
Hij wist dat dat de twijfel was. Het is nog maar de vraag, dacht hij,
of ik gelukkig ben.
...

Nu glim ik, dacht hij even later. Hij wist dat bijna zeker.
Stralend klom de zon boven het bos uit.
De schildpad begon te wandelen. In de verte zag hij een boterbloem
die hij nog voor de avond wilde bereiken.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 387 - 388 - Toon Tellegen

 


Als ik nu nog verlang
dan wil ik dit
traag als een schildpad.

Zodat het lang duurt
vooraleer het gemis
is uitgeput.

En de verte van de avond
is verdwenen.
Achter mijn twijfel.

Een boterbloem ver. Verwijderd.

 

 

 

PS.
Toon is mijn herder.
En mijn bijbel.
Hoe ik zijn fabels inhaleer.

Als een verstokte lezer.

Sprookjes voor grote kinderen.
Amper de korte broek ontgroeid.
En blijven steken.

In de verwondering.

 

PS.
En dan lees ik ergens een stukje.
Gevuld met twijfel en pijn.
En dan reageer ik meteen.

Met blauwe vingers. Inktvers.

 

In de wolken leven.
Dat kan ook.
Op een berg.

En hopen dat het opklaart.

En dan de verte zien.
En de dalen.
Waaruit je vertrok.

Beneden
ligt het vermoeden.
Boven
het weten.

En daartussenin: de twijfel.

 

259381

 

21-10-15

Wie schrijft die blijft

 

'O mier,' schreef de eekhoorn, 'ik wou dat je hier bij mij was'.
'Maar ik ben toch hier?' schreef de mier terug.
'Je hebt gelijk,' schreef de eekhoorn.

En zo, in het gras, op hun ellebogen leunend, naast elkaar,
schreven zij de ene brief na de andere aan elkaar
en wachtten telkens ongeduldig op elkaars antwoord.


Uit 'Misschien wisten zij alles' - Pag. 45 - Toon Tellegen

 

 
Bestaat er een schoner
lege plek
dan het wit van papier

geduldig als de liefde

begerig als een onbeschreven blad
een maagdelijk vel
voor een volle pen

die zich leeg wil schrijven. Om te blijven.

 

 

http://uvi.skynetblogs.be/een-lege-plek/

 

PS.
Er bestaan vele lege plekken.
In je geheugen, bijvoorbeeld.
Als je gedachten afgestorven zijn.

Verdwenen uit je verleden.

Er zijn ook moeilijk te bereiken plekken.
Die van gemis en verlangen.
Door tijd en afstand.

Of gebrek. Aan liefde bijvoorbeeld.

Dichters schrijven vele plekken leeg.
Zodat lezers ze kunnen vullen.
Onderweg naar ergens. Om te blijven.


PS.
Mijn stad schrijft poëzie. Op de straat.
Maar je moet ze kunnen lezen.
Tastend als een blinde.

Soms tastbaar als een vrouw.

Gisteren nog las ik een feminien gedicht.
Zomaar.
En volkomen onverwacht.

Wij vielen in elkaars armen.
En we kenden mekaars naam nog niet.
Onze woorden al wel.

Ik had haar jaren geleden gezegd
dat ze op Simone de Beauvoir geleek.
Ze was het niet vergeten.

En plots schreven onze armen zomaar poëzie.

We schrokken ervan. Omdat we nog beiden
lijden aan verwondering.
En dat dit zomaar kon.

Een gedicht schrijven
in het midden van de straat.
Met twee armen. Maal twee.

 

PS.
En dan vind ik op mijn witte lege virtuele pagina,
een aanhef. Slechts enkele regels.
En ze blijven maar wachten. Op een vervolg.
Dat er niet komt.

Ach, zal ik ze hier dan maar een plekje geven.


Hoe de bladeren aan de bomen
zich tegen de lucht tekenen
en de wolken het blauw uit de hemel gommen.

 

Laat mij maar een vrouw tekenen.
Op de straat, denk ik dan.
En ze niet uitgommen.
Maar ze bewaren. In verwondering.

Op een plek om te vergeten.

 

259159

17-10-15

En slapen er al chrysanten in haar hoofd

 

 

'Denk je dat wij ooit afgelopen zijn, Eekhoorn?'
vroeg de mier op een keer.

De eekhoorn keek hem verbaasd aan.
'Nou, zoals een feest afgelopen is,' zei de mier.
'Of een reis.'
De eekhoorn kon zich dat niet voorstellen.
 

...

Uit 'Misschien wisten zij alles' - Pag. 360
Toon Tellegen

 

 

En slapen er al chrysanten in haar hoofd.


En dan schrijf ik zo'n zin. Zomaar.
Aan iemand.
En blijft de zin sneeuwen. In mijn herinnering.

Alsof hij er altijd geweest is.

In deze woorden kan er een gans kerkhof.
Zich verbergen, zelfs een beetje sterven.
Dat kan allemaal. Op wat wit.

Het zachte arduin. Van hard verdriet.
Of leed dat al verpulverd is.
Tot vergeten. En vlokken weemoed.

Als de chrysanten wakker worden.

 


PS.
Ik heb het geluk met een paar mensen te mogen schrijven.
Brieven. Al lijken ze op een mail.
Flitsend als de snelheid van het licht.

Maar traag geschreven.

Het alphabet gedopt in een inktpot gestolde tijd.
En woorden die zich open vouwen.
Als rozenknoppen.

Zo inspireren ze mij.

 

20:04 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

09-10-15

Zo'n doodgewone dag

 


Het was lange tijd stil. Dunne nevels maakten zich voorzichtig
uit de struiken los en slingerden langzaam tussen de bomen
door het bos in.

'Ik word wel eens moe van mijzelf,' zei de mier toen.
'Word jij dat nooit?'
'Maar waar word jij dan moe van?' vroeg de eekhoorn.
'Dat weet ik niet, ' zei de mier. 'Het is zo maar moe. In het algemeen.'
De eekhoorn had daar nog nooit van gehoord. Hij krabde achter zijn oor
en dacht na over zichzelf. En toen hij een hele tijd over zichzelf had nagedacht,
werd hij tot zijn verbazing ook moe van zichzelf. Het was een raar gevoel.
'Ja,' zei hij. 'Nu ben ik ook moe van mijzelf.'

De mier knikte.
Het was een warme avond. In de verte riep de uil iets naar beneden
en hoog in de lucht stond de maan, groot en rond.
De mier en de eekhoorn zwegen en rustten uit van zichzelf.
Af en toe zuchtten zij, fronsten hun wenkbrauwen en aten een paar beukenoten
en een kleine hap honing.
Pas heel laat, toen de maan bijna al onderging, waren zij uitgerust en vielen zij in slaap.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 354 - Toon Tellegen

 


Hij wacht op mij.
Zijn licht nog slordig
ongekamd achter de bomen.

Er ligt nog wat slaap
op de horizon. Te treuzelen.
En de wolken lijken trage woorden.

Die drentelen op beduimeld papier.

Ik laat de eekhoorn
slapen. Bij de mier.
Tussen de bladen van dat dikke bed.

En het plein
ligt ongestoord te gapen.
In de stilte van de ochtenduren.

Ach.

 

 

 


PS.
Misschien ken jij dat niet.
Zo'n ochtend die voor het raam staat.
En wacht.

Tot er iets gebeuren gaat.


https://www.youtube.com/watch?v=V5xS2hfh_NI

 

257777

 

08-10-15

Brieven hier

 


'NIEMAND WEET NATUURLIJK WAAR IK WOON!'
riep de egel en hij sloeg zichzelf voor zijn voorhoofd.
'Vandaar dat ik nooit post krijg!'

Hij zat in een hoek van zijn kamer onder de struik
en dacht na over zijn eenzaamheid. Niet dat hij iemand
wilde zien, maar hij wilde wel graag eens iets van iemand horen.

Plotseling wist hij wat hem te doen stond. Hij stak zijn stekels op
en liep naar de berk, niet ver van de struik. Daar kraste hij in
de bast, met een van zijn scherpste stekels:

Brieven voor mij gaarne hier bezorgen.
Egel.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 228 - Toon Tellegen

 

Hier.
Is een mooie lege plek.
Voor jou.

En je brieven.
Die je nooit schrijft.
En ik nooit lees.

Wij zijn als twee koningskinderen
die elkaar
niet kunnen ontmoeten.

Het wit is te week.
Of de letters lijken te zwart.
Het is altijd wel wat.

En nochtans,
ik kan ze al lezen.
Ook zonder dat jij ze schrijft.

Er was eens...
Ooit...
Vroeger toen...

Zo beginnen ze dan. En wat volgt... is minder belangrijk.

 

 

Beste egel,
Hoi!
Eekhoorn

Meer wist hij niet te bedenken, en hij vond het eigenlijk een brief
van niets. Maar omdat hij hem toch beter vond dan geen brief
legde hij hem in het mos onder de berk.

De volgende ochtend vond de egel hem daar.
Er sprongen tranen in zijn ogen toen hij hem las.
Beste egel, las hij telkens weer, beste egel, beste egel.
Ik ben een beste egel, dacht hij.

En om dat niet te vergeten prikte hij de brief aan de onderste stekel
van zijn voorhoofd, zodat hij vlak voor zijn ogen hing
en hij dus altijd kon lezen, als hij daar zijn twijfels over had,
dat hij een beste egel was.

Wat is het heerlijk om post te krijgen, dacht hij die avond in zijn bed
in zijn kamer onder de struik.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 228 - Toon Tellegen

 

 

257699

03-10-15

Misschien

 

Misschien…
is een heerlijk, maar kwetsbaar woord.
Het hapert
aan twijfel, maar er k’leeft ook hoop aan boord.

Misschien…
lijkt op een aarzeling.
Verlangen op weg naar morgen.

Later…
is een nest. Van gemis.

 

 

 

 

PS.
Prachtig stukje!

Misschien ken je het boek al.
Maar toch wil ik het je nog eens aanbevelen:

Misschien wisten zij alles.
313 verhalen over de eekhoorn en andere dieren.
Van Toon Tellegen.

Een zwaar boek
voor lichte mensen. Met een rugzak.
En verwondering.

 

Deze reactie elders geschreven.

 

 

 

30-09-15

Palazzo

 

De eekhoorn tilde zijn staart op, schudde hem uit
en legde hem voorzichtig over de mier heen.
Het puntje van de staart kwam precies tot het voorhoofd van de mier.

   'Dank je wel,' mompelde de mier.
De eekhoorn dacht: als de mier mij nu vraagt of ik het koud heb,
dan zeg ik: nee, want hij heeft niets om over mij heen te leggen...

Even later draaide de mier zich op zijn zij, onder de staart
van de eekhoorn, en vroeg:
  'Heb jij het niet koud, eekhoorn?'
  'Nee,' zei de eekhoorn en hij probeerde zo onopvallend mogelijk
te rillen.
  'Als je het koud had,' vroeg de mier, 'zou je het dan zeggen?'
  'Nee. Dan zou ik het niet zeggen.'
  'Dus je zou het nu koud kunnen hebben...'

O, dacht de eekhoorn, wat moet ik daar nu op zeggen.
Hij dacht even na en zei toen maar: 'Ik heb het in geen enkel geval
koud, mier.'
De mier zweeg. Maar even later zei hij: 'Als ik iets opschuif
kun jij ook onder je staart liggen.'
Daar had de eekhoorn nog niet aan gedacht.

Uit 'Mischien wisten zij alles' - pagina 302 - Toon Tellegen

 


Het dikke boek van Toon
is doorspekt met herinneringen.
Van papier.

En van mij.

Geschreven kaartjes. Vele rekeningen.
Betaald verleden.
Treintickets. Vooral restaurantbonnetjes.

Naar en aan zee.

De tijd wist
helaas, ook de plekken. En de getallen.
Genadeloos. Of moet ik genadig schrijven?

Palazzo.

Dat kan ik nog net ontcijferen.
Een barmhartig gebaar.
Van de drukinkt.

De naam klinkt Italiaans.

Maar daar waren we nooit.
Samen.
De tijd heb ik ooit willen beschermen.

In potlood overschreef ik
de datum:
07052008.

De herinnering is opgebrand.

 

 

'Herinnering is de vlam die de brandstof overleeft.'
Paul Valéry.

 


PS.
Misschien heeft een herinnering haar staart
over een andere herinnering geslagen.
Eentje die het koud had.

En ligt ze zo, nu voor altijd te slapen.
Een Doornroosje.
Onder mijn vergeten tijd.

 

PS.
Terwijl de zon mijn oude knoken verwarmt,
doen Tellegen en Dewulf dat ook.
Tastbaar. Op de huid van mijn ontroering.

Misschien wordt deze ochtend ooit wel een herinnering.

En jij?

 

 

 256747

29-09-15

Ik kras maar wat


Het schrijvertje zat aan de rand van het meer
en dacht: het is vandaag veel te mooi weer om te schrijven.
Hij knikte tevreden. Maar stilzitten kon hij niet.

Weet je wat, dacht hij, ik ga gewoon wat op het water krassen.
Hij stapte naar het water en kraste
van de ene kant van het meer naar de andere kant.
De zwaluw vloog hoog over hem heen en keek
verbaasd naar beneden.

 'Wat staat daar?' riep hij.
 'Niets!' riep de het schrijvertje. 'Ik kras maar wat.'
 'O,' riep de zwaluw en vloog weer verder.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pag. 428 - Toon Tellegen

 


Mijn talenten zijn niet rendabel.

Ik zeg maar wat:
lanterfanten, mijn wilde tuin ongemoeid laten,
op de bank zitten voor de kerk op de Grote Markt,
op de bruidjes wachten die nog lachen op de pui van het stadhuis,
op een terrasje achteloos naar de passanten kijken,
of bijv. op zolder naar de ondergaande zon, zoals gisterenavond: bloedrood.

Het brengt mij niets op.

Terwijl de dood van moeder bijvoorbeeld, waar ik ook niets voor hoefde te doen,
mij heel wat geld genereert.
Mijn jonge nichten zijn nu gretig en gedreven bezig met de verdeling.

Ik wacht.

 


PS.
Gisteren als een schuwe schicht het appartement van moeder
binnen geslopen.
De kasten waren dicht. En leeg. De frigo zweeg.

Met schuldige haast vlug twee plastieken beeldjes van Maria meegegrist.
Gevuld met water. Uit Lourdes en Scherpenheuvel.
Een aandenken voor m'n dochter. Geschenk dat zij ooit voor moeder kocht.

Ook tot mijn grote verbazing een paternoster gevonden met blauwe kralen.
In zilver gedrapeerd.
Ik herkende hem meteen. In '59 (?) kocht ik 'm voor moeder.

Tijdens de schoolreis van onze Poësis. In Rome. Toen ik nog jong was en droomde.

 

PS.
Het maakt mij woest en verdrietig.

Hoe de destijdse afwezigen zo aanwezig zijn nu.
Hoe ze zelfs de verste nazaten uitnodigen op de flat
om een 'aandenken' (tussen de 'spullen') aan moeder te komen kiezen.

Mijn aandenken, dat ik koester, zijn de voorbije drieëntwintig jaren
die ik meestal alleen met haar doorbracht op woensdag en zondag.
Zelfs 'moederkesdag'. En elke dag aan de telefoon.

Waren ze toen maar zo gulzig geweest om haar op te zoeken.

 

 

 256652