30-09-17

jij zegt het

Ik ben zoals iedereen niemand minder en vooral niemand meer dan ik. Ik ben mijn enige, eenzame, hulpeloze en onvervreemdbare mogelijkheid in de krappe kantlijn naast al de eindeloze onmogelijkheden die ik dus niet ben.
...
Het is zowat de verhouding van een mier tot de melkweg. Van een glimworm tot het donkere heelal. Ik ben me er dagelijks van bewust, de schaal van mijn nietigheid. De lucifer van mijn bestaan. De vonk, de steekvlam, de waakvlam van mijn voorbijgaan. En meestal kan ik daar best mee leven.

...
Zelden wil iemand het toegeven: ik kan het niet meer. Ik ben opgebrand. Uitgevlamd. Zelfs een dansende kaarsvlam kan ik niet meer zijn. Ik ben nu even alleen nog mijn onmogelijkheden.

...
Uiteindelijk eindigt dat denken zowat altijd bij dezelfde vraag, in de volgende gang van de doolhof of het spiegelpaleis: wie denken we dat we zijn? Ik kan me daar dagelijks over verbazen. Onze pretenties, onze ijdelheden, onze hoogmoed. Sterker zelfs, zowat dagelijks kan er ik heel even razend om worden. Vooral op mezelf.

Want tegelijk: wie verbeeld ik me eigenlijk dat ík ben – dat ik die vraag mag stellen aan u, mijn levendigste onmogelijkheden om me heen?

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 30 september 2017

                                                                      °°°

 

 

Zeg mij niet
wie ik ben
maar steek mij aan

een haperende kaars

in jouw bestaan
een glimwoordje maar
bij valavond

als je niet in slaap geraakt

en blaas dan
even over mijn sluimerend vuur
zodat ik een knetterende genster word

misschien zelfs een ster. Une nuit étoilée.

Afbeeldingsresultaat voor knetterend haardvuur

Immovlam

 

PS.
Misschien is het wel de herfst.
De tijd, de stad of de mensen.
Wellicht ligt het gewoon bij mezelf.

Ik durf amper nog in de spiegel te kijken.
Soms doe ik het stiekem en vluchtig.
In een vitrine. Die ik rakelings passeer.

En wie zie ik dan? ik durf het mij niet te vertellen.



331112

24-09-17

het geklapwiek in de spiegel


Honderden vrienden, of noem ze vogels, heb ik met de jaren – op hun verzoek – toegevoegd, als ornitholoog van ons hopeloos geklapwiek. En zowat allemaal bleken we ineens pauwen te zijn in het diepst van onze gedachten. Dagelijks de staart spreidend en krijsend om mijn aandacht. En de uwe. En de onze. En uiteindelijk die van zichzelf.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van Facebookland?

Anders gezegd, Facebook heeft me intussen meer geleerd over de medemens dan ik ooit had kunnen vermoeden. Zelfs na het lezen van de somberste misantropen of dagelijks wezenloos turend naar ons journaal.

Nooit, dat kan niemand ontkennen, hebben wij hier op aarde een reusachtiger spiegelpaleis voor onszelf opgericht. Waarin dagelijks en wereldwijd het blootste in ons wordt blootgelegd: onze chronische zelfliefde.

Wij stikken in onze ikken. We sterven starend in onze eigen spiegels. Wij maken ons dagelijks iets wijs in het paradijs van onze flits in de tijd.

Al jaren daarom ga ik er dagelijks, elke ochtend, even naar kijken. gewoon om onder de mensen te zijn. Als ochtendgymnastiek. Als vogelaar onder de vogels.

En nog altijd weet ik niet wat ik zie.

 

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 24 september 2017

 

                                                       °°°

 

Geen spiegel meer voor mij.
Ik zit vol craquelé.
De puistjes van een oude lezer.

Die zich neerlegt op het wit.

Dat laken van papier.
Waarin hij de kreukels telt.
Uit zijn verdwenen leven.

En de vegen die hij achterliet.

 

PS.
Facebook. Het Land van de Glimlach.
En de blinkende duimen.
Waar vriendschap voor het venster hangt. Als gordijnen.

Ik heb er geleerd
hoe eenzaam het ik kan zijn. Tussen al die vrienden.
Achter de luiken.

Waar je enkel geduld wordt om te liken. Likken.

 

https://www.youtube.com/watch?v=Pa58TdbRGJ4

 
 
www.youtube.com
"Three Superstars" Live at the Waldbuhne

 




330566

 

 

29-07-17

Goed nieuws voor oudere vrouwen

O wat zie ik ze graag.

Nergens in zijn arrest zegt het Hof wat nu precies ‘oudere vrouwen’ zijn. Dat begrijp ik best. Leg het maar eens uit in een vonnis. Alsof ze veroordeeld zijn.

Terwijl ik ze dagelijks op vrije voeten tegenkom. Sommigen als een woestijn, anderen als een oase. De enen als een augurk, de anderen als een libel over hun stille water.

Ik leef ermee, ik kijk ernaar, ik praat ermee, ik begeer, ik negeer, ik herken, ik ontken. Ik vervloek ze en ik bewonder ze.

Maar wat zie ik ze graag.

Er slijt, er schuurt en vergaat van alles aan ze. Van de strakke dijen tot de slappe bovenarmen.

Zij leven tussen aanval, verdediging, winst en verlies.

Maar intussen kunnen ze opgloeien zoals ze nooit eerder hebben gesmeuld. In de sintels van de voorbije jaren. In de stille brand van hun trots.

Het zal niet heel lang meer duren of de jaren geven hen allengs op. Dat weten wij beiden.

Hoewel.

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 29 juli 2017

                                                               ...

 

Maar ondertussen zitten ze op een terrasje.
Kruisen de Grote Markt gevaarlijk
op hun al te hoge hakken.

Libellen die over het water wandelen.

Ze maken babyboomers wakker.
Aan de Baywatch van hun laatste oevers.
Nog éénmaal vurig verlangen.

Naar wat het leven hen ontzegde.

En kirren als gepensioneerde tortels.
Met acne op hun zinnen.
En reumatiek in hun avances.

O, God, laat mij nog even smeulen als een onkuise rakker.

 

PS.
Wat voorafging. Een Portugese vrouw in de vijftig laat een noodzakelijke operatie aan haar vagina uitvoeren. Dat gaat mis. Gevolg: alle lust verlaat de vrouw. Van amper 50. In de volte van haar bestaan.

Ze krijgt een financiële compensatie. Maar in beroep, door het falende ziekenhuis, wordt die teruggebracht. Argument van de rechtvaardige rechters (m/v): de vrouw had al twee kinderen en was al op middelbare leeftijd – waardoor seks dus ‘minder relevant en belangrijk’ was.
...
Seks is ook voor oudere vrouwen belangrijk, oordeelt Europees Mensenrechtenhof.’
Uit Si & la.

325023

 

09-07-17

de balconette van een lege zomer

Maar elk jaar opnieuw dus is het zover. Al vanaf april, die wrede maand, begin ik allengs de zomer te vrezen. Terwijl anderen hun wandelschoenen, balconettes of all-in vouchers al klaarleggen.
...
Om maar te zeggen, de zomer is eigenlijk geen seizoen. Toch niet zoals de andere drie, waarin de tijd gewoon volgens afspraak zijn gang gaat. Van herfst naar lente. Van aster naar krokus. Van chrysant naar sering. Onder de stilte van de sneeuw, het snelle vallen van de avond. En vooral: de duidelijkheid van de tijd.

In de zomer kan ineens alles.

De tijd lijkt er even oeverloos als soms zelfs afwezig. Iedereen doet maar op. Nooit zijn we tegelijk sterfelijker en onsterfelijker dan in de zomer.

We kunnen er schaamteloos verdwijnen naar de meest schaamteloze plekken. In onze lelijkste lichamen. En hun bijbehorende microkini’s, joggings of bermuda’s.

Nooit zie ik ons vaker tegelijk feesten en vervallen. Gelijk jubelen en bederven. Gelijk schitteren en stinken.

En dat noemen we dan vakantie.

En gelijk hebben we. Vakantie stamt af van ‘vacant’ en vacant betekent leeg. En in de leegte kan dus alles.

In die leegte ontbinden wij.

Uit: Si & la - 8 juli 2017  | Bernard Dewulf - De Standaard

                                                                       ...

 

Jawel, vooral in de zomer lijk ik wel een wandelend
anachronisme.
Een bourgeois uit het Interbellum.

Ik lees het in hun ogen.

Een mengeling van mededogen en ingehouden weerzin.

Hoe durf ik hun grenzeloos land betreden.
Van wijd open hemd tot aan de behaarde borst
en de nonchalance van hun blanke benen. In een korte broek gestoken.

Ik, uitgedost als de voltooid verleden tijd. Een feeërieke clown.

Die de dresscode weigert te respecteren.
Op de publieke plekken,
overgoten met zon. En hedendaagse hitte.

Een verwaande uitzondering. Zonderling.


 

PS.
Zelfs nu de ochtend de markt nog koel houdt,
zomert het volop. Tussen de prêt-à-porter.
In alle maten en gewichten.

O, God, geef mij één balconette om mij op neer te leggen.
En ik vergeef de lege zomer
zijn blote smaak en baldadige verkleding.

 

19-06-16

Wie ben ik

En dan rijst de uiteindelijke en moeilijkste vraag: wie ben ik? Heel soms overweeg ik: ik zou ze eens moeten stellen aan de geliefden, omdat zij het misschien wel juister weten dan wijzelf.

Zelfportret door de anderen.

Maar ik mag er niet aan denken, ik zou door de grond gaan van schaamte. En schaamte is mijn zandsteen.

Omgekeerd heeft ook nog nooit iemand het mij gevraagd. En gelukkig maar. Uren zou ik nodig hebben om elke geliefde uit te leggen, en dan nog. Terwijl zij misschien na die uren verveeld zouden denken: zo ben ik niet. Net zoals ik dus denk: ik ben niet van graniet. Maar wie ben ik.

Conclusie: net als u ben ik minstens met z’n tweeën, vanbinnen en vanbuiten, zandsteen en graniet, maar eigenlijk met nog veel meer. Intussen ben ik ook, ik noem maar wat, een ­zwaluw, een kanker, een fantoom, en allerhande iemanden in andere hoofden die ik niet eens vermoed.


Uit: Si & la - Graniet - 18 juni 2016  | Bernard Dewulf - De Standaard

 

De andere man

 

Dag vreemde man  

Neem nu vandaag. Of morgen.
Lente of winter.
Telkens ben ik een andere man.

Soms kijk ik in de spiegel.
Om te zien wie ik ben.
Ik vertrouw hem niet.

Ik schrijf woorden.
Om ze nadien te lezen.
Misschien ontdek ik zo wel, wie ik ben.

Ik kijk in de ogen.
Van een geliefde. Spiegel me.
In haar verlangen.

Soms herken ik me.
In de vreemdeling die ik ben.
Ik groet hem vriendelijk.

 

  

PS.
Ooit had ik een vlekkeloos zieltje.
Ik kon er mij in spiegelen.
Zoals ik later wilde worden.

Toen kwam de baard in de keel
En op mijn kin.
De wereld zag er meteen anders uit.

Naast mijn twee zussen,
liepen er ook meisjes rond.
Niet om mee te 'fikfakken'.

Misschien toch wel, maar dan anders.

Het ging nooit meer over.
Meisjes werden vrouwen,
toen ik ouder werd.

Het was altijd een kunst om het meisje in hen te zien
en wakker te maken.
Er slapen er vast nog een heleboel. Die ik niet heb gezien.

Ik ben gedacht en geschreven, verwenst en gewenst.
Gemaakt en gekraakt.
Door meisjes en vrouwen.

Maar wie ben ik, alleen?

 

 

 282546

 

11-06-16

Als een vlinder

Ik weet niet precies wanneer dat besef, van onvermijdelijke nederigheid, tot mij doorgedrongen is. Met de jaren waarschijnlijk.

Ik weet wel dat ik er bij vlagen in geloofd heb, dat ik echt de linker van Rensenbrink, de brille van Claus, de dans van Ali op zijn minst kon benaderen. Maar wie gelooft dat nu niet, ooit, in schichten van hoogmoed, zelfliefde en inbeelding?

Ik weet ook dat ik er soms radeloos van werd. Ik kon nog de klok rond oefenen, tegen de muur of in mijn hoofd, nooit zou er aan mij een gouden linker groeien. Of een onsterfelijk gedicht.

En dan wordt de kwestie soms: hoe overleef ik mijn eigen middelmatige leven?

Maar dan komt men gaandeweg mensen ­tegen wie die hele begeerte naar eeuwigheid en schittering vreemd is. Gelijkmoedig gaan ze door de dagen, met of zonder linker. En het zweven als een vlinder, dat zien ze dan wel.

Si & la - Vlinder -

 

... hoe overleef ik mijn eigen middelmatige leven?

Les matins.
Ze gelijken niet allemaal op een vlinder.
Soms vliegt er een brommende hommel
voor het venster.

Ook als de ochtend z'n vleugels openvouwt.

Maar meestal
is de morgenstond mijn geliefste moment
van de dag.
Licht als een libelle. Lichtvoetig als een vliesvleugelige.

En 's avonds valt de weemoed dan. Als een zuchtende zwaan.
Over mijn middelmatig bestaan.

 

 

PS.
Ik heb er nooit in geloofd,
dat ik echt de linker van Rensenbrink, de brille van Claus, de dans van Ali op zijn minst kon benaderen.
Ik wist wel beter.

Ik was het jongetje met dat ene talent. Uit de Parabel.
Zo voelde ik mij. Tussen die goochelaars.
Een ventje met bedampte brillenglazen.

Zonder de brille. Van een Ernest Claes. Of de bravoure van de Witte.

Later toen ik groot werd, leerde ik imiteren als de beste.
Een schijngevecht. Tegen de Grote Mensen.
Maar altijd met zware benen. Nooit lichtvoetig als het vers. Van een onsterfelijke bokser.

Nederig ben ik altijd gebleven. Bij gebrek aan een ander talent.

 

 281978

 

12-03-16

De magnitude van een man


Soms word ik een huisvrouw. Als ontspanning.
Dan bind ik het schortje om en wat ik vervolgens
graag doe: potten en pannen schoon maken.
Hoe viezer, hoe liever.

Ik kan het op elk moment, vroeg, ’s middags of ’s avonds,
maar nooit later. ’s Nachts overnacht ik als een man.

Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf - Weekblad - DS
zaterdag 12 maart 2016

 

 

Ook als huisvrouw, blijf ik een man.
Day and night.
Met of zonder schortje.

Maar altijd met een baard.

Ik ben in de keuken even gevaarlijk
als tussen de lakens.
Mijn testosteron doet nooit de afwas.

Neen, dat ben ik. In een zacht harnas.

Masculien als een hoofse ridder,
nodig ik dan la Callas uit.
Zij zingt. Ik sop me doorheen de potten.

Zij een casta diva. Ik red haar uit het onkuise water.

 


PS.
Ondertussen behoort het tot mijn dagelijkse gebeden.
Liefst bij valavond.
Het uur waarop zij op de scene stond.

Ik gun haar dat. Mijn kuise godin. Casta diva.

Als alleenstaande ridder, heb ik mijn savoir-vivre
aangepast. Aan de realiteit.
Geen machine om mij bij te staan.

Neen, dat is tegen mijn erecode.
Alles nog ambachtelijk.
En met een joie de vivre.

Ik vind 'het' hier tussen de potten en de pannen.
Dàt
waarvoor anderen naar het zuiden moeten.

 

 

 https://www.youtube.com/watch?v=TYl8GRJGnBY

 
 
www.youtube.com
A beautiful performance of Casta Diva

 273987

 

05-12-15

Het leven dat wij droomden

 

Natuurlijk hebben de jongen en de man het over de twee woorden
die altijd terugkeren bij heen- en terugkijken: ‘dromen en idealen’.
En of die uitgekomen zijn en zo.

Altijd wordt het dan wat schemerig in mijn hoofd.
Ik herinner me enkele vage verwachtingen, maar ‘dromen en idealen’?
Altijd weer sta ik te kijken als die grote woorden vallen.
Uit teleurgestelde of tevreden monden.

Dan heeft iemand inderdaad zijn droomhuis, zijn droombaan, zijn droomvrouw
en noem maar op. Of net niet.
Dan staat iemand op zijn vijftig precies waar hij altijd had gedacht te staan,
alsof het op zijn achttien al in zijn agenda van vijftig stond.

En dan sta ik er dus bij. Naast een foutloos leven van a to z.
Verbaasd over zoveel toekomstbeleid.
Soms geloof ik het, steeds vaker niet.
Want hoe langer mijn toekomst – en dus mijn verleden – duurt,
hoe meer ik vermoed dat zij gaandeweg een verzinsel wordt.


Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 5 december 2015

 

 

Nog voor het nieuws wakker is
en de sterren gaan slapen
schrijf ik je

jij die leeft
onder de schuivende maan
en je herbergt

in de geur van rozen

een land
dat ik jou nooit beloofde
maar dat jij aanstak

als candlelight aan de tafel van je dromen.

 

 

 

PS.
Ochtend. En hij wil niet meer slapen.
Tussen de lakens van zaterdag.
Ik laat de geur van koffie ontsnappen.
Hij draalt in het kopje. Traag als tranen.

De krant verzamelt zich. Voor mijn al te vroege ogen.
Ik lees over de vrees voor gelatenheid.
En de angst van een dichteres:
afvlakking van emoties en onverschilligheid.

Mijn jaren weten ondertussen wat mij te wachten staat.
Aanvaarding.
Van mezelf. En mijn toekomende kwalen.
Die zich zullen voegen bij die van vandaag.

 

 

 

 https://www.youtube.com/watch?v=beKFjPEU_Fw

 
LYNN ANDERSON - (I NEVER PROMISED YOU A) ROSE GARDEN (Lyrics)
For educational purposes only and no copyright infringement intended. About the artist: Lynn Rene Anderson (born September 26, 1947) is an American country music ...
Voorbeeld verwijderen

 

 

 

 

 

 

 263695

21-11-15

Godverlaten


Ik weet niet of u het ooit hebt geprobeerd, na te gaan
van wie er nog gedachten naar u zouden uitgaan bij uw heengaan.
Het is een onmogelijke gedachte.

Scrollend langs mailadressen, bladerend in fotoalbums,
zoekend in hoeken en kanten van het geheugen,
viel ik van de ene verbazing in de andere.

Ik ben met meer dan ik dacht. Bijna mocht ik er niet aan denken,
hoeveel gedachten er naar mij zouden uitgaan als ik in deze bijzin verdween.
En dan ben ik nog niet eens de grootste mensenvriend.
Het liefste zit ik in de tuin achter de hoeksteen een glas te drinken.
Godverlaten met een vriend.

...
Kortom, wat waren we met velen,
mijn familie en hun gedachten straks. En dat men dan toch soms plotseling,
acuut, nog zo alleen kan zijn, bij een glas op het terras achter de hoeksteen.
En de muren.

Begrijpt u dat?

Uit Si & La - Bernard Dewulf - De Standaard - 21/11/2015

 

De muren. Da's waar, die blijven altijd bij mij.
Tenzij ik ze verlaat.
Als ik naar die andere ga.

Mijn stad met haar mooie benen.
En opwaaiende rokjes.
Zo nu en dan. Bij een lentebriesje.

De banken aan de kerk. Als ze me niet vergeten
wachten ze op mij.
Het liefst op zaterdag. Voormiddag.

Als de verse en vermetele bruidjes
hun selfie verlaten.
Voor een roekeloze ridder.

Op zo'n teder ogenblik, zouden mijn gedachten
in m'n tuin willen zitten.
Eventueel met een glas. Of een koffie.

Liefst nog met een boek. Als het kan. En blauwe vlinderstruiken.

 

 


PS.
Ik had er mij zo op verheugd:
mijn kleinzoon met z'n vriend naar het voetbal Eerste Klasse
te laten gaan vanavond.

De tickets liggen klaar. De bonnetjes voor één consumptie.
En een friet of een hamburger bij 't Warm Penske.
Maar het terreurniveau legt het leven stil.

Vermits het elke dag over 'hetzelfde' gaat in de Media,
heb ik mij nogmaals voorgenomen
om alleen over mijn eigen kleine wereld te schrijven.

Hier in dit plaatselijke dagboek. Met z'n kleine dagen.


PS.
Als het ooit zover is, wanneer de wind mij verstrooit,
wie zal er dan aan mij denken?
Een enkeling. M/V. Neen, die M mag je schrappen, denk ik.

Op Facebook zullen ze mij niet missen.
Misschien de straten van de stad,
die mij herkennen. Aan m'n stotterende stap.

Misschien ook niet.

 

 

262324

03-10-15

Z-onder gewapend beton


Met de gewone groten voer ik de gebruikelijke gesprekken onder groten.
Dat kan ik goed. Losjes onze handen in de broekzakken of
zij haar handtas wat over haar baarmoeder.
Zo kom ik nog eens iets te weten over het groot-zijn.

Daarna fiets ik graag onder de wolken naar huis.
En glimlachen wij even naar elkaar. Soms word ik dan licht treurig.
Hoe is het zover kunnen komen? Wanneer verdwijnt gemiddeld de verwondering?
Of verstopt ze zich in sommigen gewoon spoorloos diep?
Soms zie ik nog een spoor van dat laatste. Na een glimlach of zo.

Ook de grote nog kleinen komen in soorten.
Enerzijds zijn er de dwazen, anderzijds de als-offers. Die hangen dan het kind uit.
Ik heb daar begrip voor. Omdat ik voor iedereen begrip heb.
 
Ook voor de volledig-volstrekt-helemaal-groten. Waar zelf geen dotje wolk meer binnenkomt.
Die lach ik dan wel uit. Maar ze hebben het uiteraard niet door.
Grijns maar eens tegen gewapend beton.

Uit 'Si & La' - Column Bernard Dewulf
De Standaard - 3 oktober 2015
 

 

Misschien was het wel
omdat ik slecht kon tellen.
En maar tien vingers had.

Ik geraakte nooit thuis
tussen de grote mensen.
Mijn letters waren ook van een ander niveau.

Zij spraken academisch
met kennis over de Waarheid.
Alsof ze van hen was.

En mijn alphabet haperde
gestaag aan de twijfel.
Boordevol bange getallen.

Maar in verwondering
was ik een krak.
Primus inter pares.

Het was alsof ik er niet
moeten voor studeren had.
Het leek wel aangeboren.

En of ze er zomaar gekomen was.

 


PS.
Wanneer ik als een landheer op m'n balkon
over mijn anarchistisch stadstuintje kijk,
word ik toch een beetje bezorgd over mijn beschaafde buren.

Hun hagen staan strak in het gelid. Onbewogen in de wind.
Gekortwiekt en geschoren. Overeenkomstig de tien geboden
van de Groene Bijbel.

Ondertussen geniet ik van mijn losbandige hagen.
Die lijken te vliegen.
Vrij als opstijgende zwanen.

Terwijl een blauwe vlinderstruik hen tracht te imiteren.


PS.
Ik wilde nog jaren naar de volgende verjaardag. Tot ik plotseling onder de grote groten was.
En gelukkig op een dag de verlossende regels van Hugo Claus las, voor zijn kind:
‘Later, mijn jongetje, word je een man.'

Uit 'Si & la'.

 

257037

 

05-09-15

Iets voor mannen

 


Ook hij moet in zijn gras van toen de schommel hebben zien vergaan.
De voetballen hebben zien verschieten. Het tokkende pingpongen nog hebben gehoord.
En jaar na jaar de zomers hebben zien verdwijnen.

Maar ik herinner me geen woord daarover.

Ook hij moet het geluid van voorbije feesten hebben horen naklinken.
De vrede van heldere winterdagen achter de ramen hebben teruggezien.
Opnieuw het joelend schuren van onze kleine slee hebben opgevangen.
De stilte van eerste poezenpoten in de sneeuw.

Dat zit allemaal in het gras.

En natuurlijk weet het gras dat zelf niet.
Het gras is stom en groeit maar. Zoals de dagen.
En soms, als ik weer eens zwijgzaam aan mijn afgereden pelouse zit,
vraag ik me af:

stel dat al ons gras, van toen tot nu, gewoon was blijven groeien, onmetelijk hoog,
en niets het al die jaren wekelijks had afgereden,
hoe heerlijk zouden wij niet wonen, diep onder in zijn schaduw?

Uit 'Gras' - Si & la - Bernard Dewulf 
De Standaard - 5 september 2015

 

Alleen het geluid van gras,
ken ik nog.
Als het zich luid en lawaaierig laat scheren.

Door een buur. Zelfs op zondag. De rustdag des Here.

Misschien is mijn leven wel fout gelopen,
omdat ik allergisch was.
Voor gras. En mijn ogen traanden.

Als ik het met de messen van het machien
nivelleerde. Tot aan de gewenste hoogte.
Van de buren. Te kort voor een schaduw.

Van herinneringen.

 

PS.
Toen ik vanochtend wakker werd en even de badkamer passeerde,
als een goede buur, besefte ik plots
dat ik nog alleen op de wereld was. Overgebleven.

Mijn volledig voorgeslacht. Verdwenen. Onder de slapende aarde.
Of brandend verast.
En ik zag jonge en oude mensen. En hoorde hun stemmen.

Toen las ik het gras van Dewulf.
En hoorde niets van wat hij zag.

 

 

254155

 

 

18-04-15

Wie zijn we virtueel of écht

 

En alleen daarom al moet ik glimlachen: wie dénkt mij eigenlijk?
Want hoe vaak denk ik niet: dat had ik nu echt niet gedacht van mij.
Terwijl ik het dus toch denk. En het dus ben.

Ik weet niet hoeveel van de miljoenen Facebookers en Twitteraars dat ook weleens denken.
In het panopticum van onze profielen. In het gifgas van ons getwitter.
In de neurose van onze leukende duimen.

Maar als ik ons bezig zie, moet ik dus steeds vaker glimlachen.
Want we brengen langzaam mijn oude, dwaze gedachte tot leven.
Nooit had ik gedacht dat we nog tijdens mijn leven wereldwijd
elkaar zo eenvoudig, zo zichtbaar en zo schaamteloos zouden laten zien hoe bodemloos,
bloot en verschrikkelijk menselijk we zijn.

Intussen zijn er tal van weldenkenden die de sociale media hebben uitgeroepen tot asociale media.
En al hebben ze gelijk, ze hebben het ook niet. Want zo zijn wij dus óók, als ‘sociale wezens’.
Zoals we nu zichtbaarder dan ooit bezig zijn.

Face it.
Als Facebook en Twitter ons één ding laten zien dan is het Ecce homo.
‘Zie de mens’.
Zo, in die woorden, stond de gegeselde Christus met doornenkroon en spotmantel voor het volk.
Klaar voor het kruis.

Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf - De Standaard - 18 april 2015.

 


 

 
Het is me een beetje onduidelijk.
Misschien word ik wel wat (te) oud
voor al dat 'getwitter' van kort gebekte vogels.

Wat mij, deze en voorgaande eeuw,
heeft getroffen is de 'gespletenheid' van de virtuele mens.
Voor en achter zijn scherm.

Voor de lichtbak: een terrorist. En op het terrasje: een lammetje.
Want wanneer je ze in de ogen kijkt
dan verdampen ze. Wordt hun pantser een aaibare vacht.

Ik heb er tegen gevochten. Deze gewelddadige ego's.
Op al die verdwenen sites, waar iedereen zich tot 'dichter' uitriep.
En op hun navel de vlag plantten als op een nieuw ontdekt imperium.

Onaantastbaar. Voor een scherm. In het duister.
Als waren ze verlichte despoten.
Maar verlegen pubers, geplet tussen echte mensen.

Tja, dàt heb ik nooit begrepen.
Op een terrasje of op de laptop, ben ik steeds dezelfde.
Mezelf.

 

 

PS.
Nog geregeld denk ik terug, vrolijk en verdrietig,
aan Dichttalent en  't Schrijvertje. Het zijn twee sites waar ik mijn virtueel leven begon.
Geen van beide bestaat nog.

Afgebroken tot de laatste 'dichter'. Door heren en dames
die het recht in eigen handen namen. Onbeschoft en meedogenloos.
Tot voor de reële rechtbank zelfs.

Er waren daar 'kenners' die niet alleen 'het gedicht' fileerden
maar vooral 'de mens'. Ik vergeet nooit de gevreesde man,
met de nick 'Bon Ami', die mij reduceerde tot 'snot en slijm'.

Volgens een dame die met hem al eens op een terras had gezeten,
was hij een aimabele man.
Dàt heb ik nooit aanvaard.

Ook op dat terras was hij 'een brutale en schaamteloze kerel'.
Hij had zich gewoon verkleed. Zich aangepast als een kameleon. Aan de werkelijkheid.
En zijn vocabularium beschermd tegen het daglicht. In de ogen van de andere.

Ik begrijp dus dat verbaal geweld niet op de Media.
En zal er nooit mee akkoord gaan.
Je bent en blijft een heer: voor en achter het scherm.

Tenzij je er geen bent, natuurlijk.

 

PS.
Natuurlijk, ben ik dader en slachtoffer.
Ik heb het niet meteen over het WAT maar het HOE.

De etiquette en de courtoisie van het woord.
De brutale onbeschoftheid van het gescheld
of het galante alphabetisch savoir vivre. Savoir écrire.

 

 243043

 

06-04-15

Dat kan niet blijven duren


En nu er weer, zoals wel dagelijks, deprimerende cijfers
zijn verschenen.
350 miljoen mensen op deze planeet zijn volgens de
Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) depressief.
De eerste doodsoorzaak bij onze plaatselijke tieners is zelfdoding.
Nooit zijn er zoveel lokale leerkrachten thuisgebleven wegens burnout.
En wereldwijd is depression de tweede doodsoorzaak.

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
Het Weekblad van De Standaard - 5 april 2015

 

 

Gelukkig zijn.
Zangers hebben er een patent op.
Als het komt of gaat.

De vreugde of het treuren.

En niemand
die het onberoerd laat.
Dat 'kruidje-roer-me-niet'.

Je wijst ernaar en het verdwijnt.

Je zoekt het in haar ogen.
Maar voor je 't weet
worden ze regenbogen.

Want geluk. Dat kan niet blijven duren.

 

 

 

PS.
Ik zoek het aan de afwas. In een liedje.
Ik zou liegen als ik de waarheid sprak.
Zo dadelijk trek ik naar m'n zolder.
Misschien wacht het me wel op de strijkplank.

Of hier naast mij en deze toetsen.
In 'Verzamel de liefde' van Bart Moeyaert.

Ik lees maar wat:


Dag

Wil je dit nog voor me doen,
voor je weggaat en de straat vergeet:
zweren dat toen je bij mij was
alleen om bestwil heb gelogen
en het verdriet dat ik heb helpen
drogen zo echt was als dat wat wij
hebben gedeeld,
...

Pag. 40.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=FN0oSwFwZlg&list=RDYG...

 

 241.931

 

07-03-15

Etcetera


En ik bleef maar knikken toen ik verder las.

Topgenetici zijn formeel. ‘Wij zijn níét ons DNA’, herhalen ze uitentreuren.
En ‘genetica,’ herhalen ze uitentreuren, ‘is geen exacte wetenschap’.
Wij zijn kortom geen erwten.

Iedereen die ooit even afstand heeft gehouden van zijn na- of voorgeslacht,
wist dat al. Maar volksgeloof is net zo hardnekkig als vooruitgangs- en godsgeloof.
Terwijl het dus, hoe ingewikkeld ook, eenvoudig is.
Wij zijn onze genen, maar vooral diegenen.
Diegenen die wij tegenkomen. En datgene wat we meemaken.
En ook diegenen die we niet tegenkomen en wat we niet meemaken.

Wij zijn diegenen die zich over ons ontfermen, die ons laten stikken,
die ons een levensles meegeven, die ons hebben gedragen,
die ons dagelijks omgeven met hun stem, geur en gebaren,
die ons op een dag een boek in handen stoppen,
die ons onze eerste zoen ontlokken, die ons hart breken.
Die ons op onze plaats zetten.
Die ons op het juiste moment hebben omsloten en op
het verkeerde hebben verstoten.

Enzovoort.

Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf - De Standaard - 7 maart 2015

 

 

 

Geachte heer, geachte mevrouw De Standaard,

meer dan eens kopieer ik een stukje uit uw krant
zonder dat vooraf te vragen of copyright te betalen.

Ik hoop dat jullie het niet zien als diefstal. Of een onbetaalde lening.
Zelf beschouw ik het als verdoken reclame voor u,
een gratis productplacement op m'n Blog.

U hoeft er mij helemaal niet voor te honoreren. Laat ons besluiten
dat het een letterkundige symbiose is, voor u en mij.

Mogen we nog lang gelezen worden.

Uw dienstwillige copiist.

 

 

239.120

 

19-12-14

De aarzeling van lippen

 


Maar dan kan ineens op een late zomeravond of aan het slot van een heldere winterdag,
net voor de schemering, wanneer de tijd zelf even tot inkeer lijkt te komen,
een wonderlijk avondlicht schijnen op de gevels.

En over de plotseling stillende tuinen, en in onze donkerende straten,
en langs de thuiskerende voorbijgangers, en over onze stomme verkavelingen,
en langs onze sluitende winkels, en over de stilaan weer etende gezinnen.
Enzovoort.

En dan ja, in die dagelijkse aarzeling tussen dag en avond,
als de wereld nog even opgloeit voor ze zich weer omkeert,
kijkend naar dat genadig licht, dringt het weleens tot me door:
verzoenlijker dan nu zullen de dagen nooit worden.

Verzoening is een paar minuten schitterend, dodelijk avondlicht.


Uit De Standaard - "Si & la" van morgen, dat Liliane mij vandaag al toestuurt.

 


Er bestaan van die woorden
die tuiten
als ik ze uitspreek.

Des perles de pluie.

Zoenen, denk ik.
En mijn lippen buigen zich voorover,
stulpen uit tot een zachte z.

En sluipen naar je mond.

Zoemende zomers
die op je lippen
landen. Als vlinders.

Op een bloem. In mijn wachtende tuin.

 

Là je me cacherai
A te regarder
Danser et sourire
Et à t'écouter
Chanter et puis rire.

Brel.

 

 
PS.
Kan het toeval zijn dat zoen zich verstopt in verzoening.
Dat niet alleen verraad, denk aan Judas,
maar ook weerzien en Wiedergutmachung met een kus verzegeld wordt.

Een zoenoffer.
Nog zo'n intrigerend begrip.
Maar daarbij denk ik: neen, zoenen mag nooit een offer worden.
Van opoffering.

Dan heeft zoen geen enkele zin. Integendeel dan wordt een:
contradictio in terminis. Misschien zelfs het begin van het einde.

 

 

 

29-11-14

Busje komt zo

 


Ik pak het tijdschrift. Alleen in wachtkamers lees ik tijdschriften.
Anders heb ik er geen tijd voor. Blakend als ik ben,
lees ik bijgevolg twee tijdschriften per jaar:
één in de herfst en één in de lentemoeheid.

Het huidige herfstblad gaat, toevallig, over mijn libido
en de oerknal. Er is geen verband, maar ik lees het graag.
Terwijl ik doodga. Al moet dat laatste straks blijken.
Bij de dokter.

Mijn libido kan doorgaan tot ik 75 ben.
Ik kijk op naar het wat vormeloze gezelschap in de wachtkamer.
Ik wil naar huis. Met het goede nieuws.
Van de oerknal is er slecht nieuws. Nog altijd niemand
heeft hem gehoord. Terwijl hij toch veel lawaai heeft gemaakt.
Meer dan mijn libido.


Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf - De Standaard - 29 november 2014

 

 


Ik ben er 73. Mijn libido
heeft nog twee jaar te gaan.
En dan is het lawaai gedaan.

Zij kwam van Libanon.
En, zoals je weet, kwamen de Wijzen uit het Oosten.
Wij stonden samen aan de bushalte.

Te wachten.
-Niet op mijn libido, voor alle duidelijkheid.-
Ze vroeg van waar ik was.

Ach, ik kom uit een klein Kempisch dorpje
maar woon reeds van vorige eeuw in deze stad.
Ik ben stokoud, lach ik naar haar.

Zij is oosters en jong. En wijs, hoop ik.

'Meneer', hapert ze verlegen,
in mijn moedertaal.
Ze is al drie jaar in het vrije westen.

'Meneer, misschien is u oud
in jaren. Maar u bent jong
in uw hoofd en hart.'

Tja, zoveel wijsheid was ik bij de Vlaamse meisjes nog niet tegengekomen.

 

 


PS.
Het was al duister, dat geef ik toe. En ik had me al vergist.
'Anna?', had ik haar aangesproken. 'Neen', knikte ze
met haar zwarte ogen. En golvend haar.

Ik sprak haar even over Anna, een Boliviaanse, getrouwd met een Belg,
twee kindjes en een schoonmoeder. Maar vooral met veel heimwee, in den Delhaize.
Toen ze mij vertelde over haar grootmoeder die in januari gestorven was.
En die ze meer miste dan haar man.

Het meisje uit Beiroet, begon mij zacht en traagzaam te strelen over mijn rechterarm.
Alsof er nooit een bus zou langskomen. Het donker werd warm. Als een engel op Kerstnacht.
Ik weet niet meer of ook ik haar arm even voor de mijne nam.

Maar hoopte innig dat het 'busje niet op tijd kwam'.
Helaas.

 

 

228228

 

22-11-14

De vertalers van huid en haar

 

 

Dagelijks raak ik waanzinnig veel aan,
van deurklinken tot de muis, en toch denk ik na sommige dagen:
wie of wat heb ik vandaag écht aangeraakt? En omgekeerd.

Dat valt dan wel eens tegen.

Onder mensen is het vaak een evenwichtsoefening.
Men kan ook te veel willen strelen.
En er zijn aanrakers en nietaanrakers.
Sommigen houden hun armen liever thuis,
anderen slaan ze moeiteloos om elk lichaam.

Maar wat wil dat zeggen?

Het meeste herinner ik me de paar omhelzingen
van moeizame armen. Of een uitschieter nu en dan van de eigen arm.
Die dan, alsof hij plots loshangt van de aangeboren schroom
en voor ik het goed en wel weet, al een schouder heeft geklopt.
Dan weet ik het weer: hoe vaak ik niet heb aangeraakt,
terwijl de vingers afzagen van verlangen.


Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf
De Standaard - 22 november 2014

 


Ze spreken. Als woorden zwijgen.
Ze sluiten. Zich af. Of omringen.
De trouwe ringen van armen.

Ze schuifelen.

Over blote of bedekte huid.
Traagzame wandelaars.
Over velden van verlangen. Of gemis.

Hoeders van sprakeloze mensen.

Soms als vrolijke kinderen.
Hinkelend over wachtende jassen.
Puberaal beschroomd nog.

In hun tasten. Naar tederheid.

Of elegante ridders.
Beschermheren van juffers.
Op wankele hakken.

Pronkeringe jonkers.

Maar meestal troosters.
Minnaars van de tastbaarheid.
Voor vreemdelingen.

Van verdriet. Of achtergelaten ruggen.

 

 

PS.
En jawel, er zijn vele soorten.
Handen.
Zovele soorten als het gemis talrijk is.

Het heftige. Of het beschroomde.
Het onzichtbare. Of het opzichtige.
Het levende. Of het gedode.

 

PS.
Ik besef best hoeveel onrecht ik hen aandoe.
Door dit onvolmaakt beschrijf.
Het is niet meer dan een zucht. Een spatie.

Ach, zij schrijven zelf wel hun verhaal in je herinneringen.
Laat dit een lichte geur zijn.
Een Madeleintje. Voor de smaak. Van de tastbaarheid.

 

 https://www.youtube.com/watch?v=b4JtvXTze14

 

 

 227172

 

15-11-14

De stervende bruid

 

Ik nam plaats in de tuin.
Behalve de duizend naalden gingen nu ook nog de
154.000 bezoekers van de beurs
als marcherende soldaten door het hoofd.
 
Maar als een verlossend bericht uit de hemel
ging toen door de onverstoorbare populier een bries.
Ik hoorde hem ritselen en ik kon hem wel omhelzen,
maar hoe omhelst men een bries?

Ik zag hem prevelen in het lover
en opnieuw moest ik denken aan een oud Chinees gezegde.
‘Waar een bries praat, spreekt de herinnering.’

Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf
De Standaard - 15 november 2014

 


Als een oude bruid
maakt ze zich klaar
voor haar laatste feest.

Ik hoop voor haar
dat het dan heftig waait
en ze haar rokken de hemel injaagt.

Nog één keer
overspelig met de wind
zich bevrijdt

van haar bange takken.
En weet
dat ze straks weer

als een jonge maagd
zich tooit
met brekende botten

en het voorjaar versiert
dronken als een
verliefde vrouw.

Nu nog even sterven. Denkt zij.

 

 

PS.
Mijn meester schildert de stilte. Met een voorzichtige bries.
Woorden zijn de verf van zijn ogen.
Het canvas is een 'ogenblik'.

Het stille wit spreekt.

Telkens opnieuw z'n eerste woorden.
Hier in mijn tuin draagt de haag
het verlangen van een oude maagd.

Als een herinnering.


 

 

 226399

 

 

31-10-14

Un jour tu verras

 

En terwijl daarna de overledene als moeder, vrouw
en oma zingend en sprekend werd herdacht, begon
ik aan haar te denken.

Al snel steeg de geur van wafels op, haar wonderlijke
glimlach verscheen, haar eindeloze tafels voor iedereen,
de brede armen voor alleman, haar priemende,
grinnikende blik bij ons kwaad. En hoe moeiteloos dat ging.

Alles speelde zich gewoon af in ons dagelijks licht.
Niet in een eeuwige lamp of in een onmetelijk donker trof ik haar aan.
Maar gewoon in het daglicht van het geheugen.
En toen zat ik daar. Een weke heiden op een harde kerkstoel.

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf - De Standaard - 31 oktober 2014

 

 

Later als ik oud en wijs ben.
En de chrysanten weer bloeien.
Op weg naar het Hiernamaals.

Hoe moet ik toch wijs worden? Hier en nu.
En een beetje heilig. Om zalig te sterven.
Maar vooral te leven. Ondertussen. 
 
Ooit kende ik de weg naar God
als mijn broekszak.
Want Hij was overal.
 
Ook tussen m'n knikkers.
En wat er zoal in de buurt kwam.
Old Shatterhand. Ik zeg maar wat.
 
Hij riep mij. Om zieltjes te vissen. Hoewel
ik maar één 'katvis' gevangen had.
In mijn ganse kortebroekentijd. Per ongeluk dan nog.
 
Maar in die dagen al,
stond de vrouw tussen Hem en mij.
Zij was toen nog rein en onbereikbaar.
 
Later veranderde dat.
In al haar hoedanigheden.
En de mijne.
 
Zopas las ik de geur van wafels.
In "Si & la" van mijn kleine god.
En de weemoed krinkelde boven dit blad.
 
Doe je ogen dicht en ruik.
Misschien zie jij wel chrysanten in volle bloei.
Daar houden de doden zo van.
 
Zoals je morgen kan zien. Tussen hemel en aarde.
 
 

PS.
Ach, niet alleen Proust zet mij terug in een korte broek.
Ook Dewulf is een Professor Barabas met z'n teletijd-machine.
Zijn alphabet geurt naar wafels. En mistige novemberdagen.

Toen Halloween nog niet geboren was.
Maar de Vespers een eeuwigheid duurden. Van verveling.
Op harde kerkstoelen en schuifelende kinderbroeken.

Oude mannen leven puur op een shot vroeger. En weemoed. Week als een deeg.

 

 

http://www.youtube.com/watch?v=6VkRQOxdfFs

 

 

224499 

 

09-08-14

Schoonheid

 

Hoe ouder ik raak, hoe meer conflicten ik meemaak,
hoe tijdelijker mijn tijd wordt, hoe brandender de haarden worden,
hoe hopelozer de tegenstellingen,
hoe uitzichtlozer de verzoeningen, hoe verlorener de zaken,
hoe vaker ik denk:
we zouden nu alle Tel Avivs, van Moskou over Tripoli tot Washington,
moeten beschieten met schoonheid.

Ik bedoel geen strooibrieven, pamfletten of slogans.
De eerste de beste wind neemt die zó mee.
Ik bedoel ook geen standpunten, geschilpunten of geloofspunten.
Ik bedoel gewoon schoonheid.

Eenvoudigweg schoonheid.


Uit "Si & la" - Bernard Dewulf  - De Standaard - 9 augustus 2014

 


Ik geloof hem niet.

Schoonheid redt de wereld niet.
Integendeel ze nestelt zich zelfs
in de hoofden en huizen van beulen.

Ze zit er mee aan tafel.
Een pakje onder de kerstboom.
Weihnachten. Gott mit uns.

En 'de schoonheid' zelf.
Wie is ze?
Panamarenko of Borremans.

Hoet of Fabre.
Een getatoëerd varken.
Of 'De Nachtwacht'.

Sotheby's of het S.M.A.K.

 


PS.
Ook schoonheid is de weg kwijt.
Vrees ik.
Haar ziel en lichaam.

En iedereen kneedt ze
naar eigen godsvrucht en vermogen.
Verlangen en gemis.

Wolken die door een gedicht drijven.
Een wei onder een luifel
van verdriet. En weemoed.

Een vlinderstruik. Een lege plek.
Een bedje jonge sla.
Ach, veel meer heb ik niet nodig.

Maar de wereld?

 

 

214988

 

 

215000

Een stuk van mijn leven.

12-07-14

Lire c'est écrire

Dit is de eerste zin van dit stukje.
Het is nu 08.25 uur. Bij de laatste zin zal het
donkeren. Dan zal ik weer een dag gesakkerd,
gesukkeld en veel geschrapt hebben.

Daarna zal ik wakker schieten van verkeerde
woorden en foute beelden. Zo gaat het wekelijks.
Terwijl u misschien denkt, wat is dat makkelijk geschreven.

Eigenlijk kan ik niet schrijven. Alleen schrappen.
Hopelijk kan ik wel een beetje schrijven. Het zou
triestig zijn na veertig jaar oefenen.
Maar één alinea lezen van de meesters en ik weet het wel weer:
dat is mij niet gegeven.
Vind ik dat erg? Het is verschrikkelijk
...

Maar nu het stilaan schemert, nu ik dus nooit zal
klinken als Messi en dribbelen als Mozart,
zelfs geen koolmees zal kunnen vereeuwigen
en mag oefenen tot in de eeuwigheid op een houterige tango,
nu ik dat allemaal al lang weet, nu kan ik deze laatste zin rustig,
in een zekere vrede, laten vallen.
Ik heb toch maar weer een dag geoefend.

Uit 'Si & la' van Bernard Dewulf in het 'Weekblad' DS - 12 juli 2014

...

Het gekibbel en gedribbel
is verdwenen. Uit het huis gesluisd.
Mijn nageslacht leeft weer
onder het beheer van hun moeder.

Niets beweegt in deze kamer
tenzij de ochtend en de weekendkrant.

 

PS.
Dewulf geraakt niet tot aan de grote meesters, klaagt hij.
Ik wou dat ik kon schrijven wat hij schrapt.

Alleen met het huis rond mij.
In de volheid van de leegte.
Dan pas lukt het mij een woord te vinden.

En dan begint opnieuw het geleuter
van m'n papieren geweten.
Zou je dit niet beter schrappen, man.
Je leurt met een leugen.

Je t'embrasse.

 

Ecrire est un acte d'amour. S'il ne l'est pas, il n'est qu'écriture.
Jean Cocteau 

La littérature se souvient de ce que nous avons oublié: écrire c'est lire en soi.
L'écriture ranime le souvenir, on peut écrire comme l'on exhume un cadavre.
Tout écrivain est un «ghostbuster»: un chasseur de fantômes.
Un roman français (2009)
Citation de Frédéric Beigbeder

 

212244

 

14-06-14

De proclamatie

 

Nooit gaat het over.
Nog altijd is er ergens iemand die ondervraagt,
beslist en vonnist. Soms pers ik nog maar het
ochtendsap of zet ik haar eerste koffie en denk ik al:
doe ik het wel goed?

Daarna trimt men de baard en kijkt men elkaar in de ogen:
welke onderscheiding moeten we vandaag weer halen?
Waarna men manhaftig naar de werkkamer trekt,
aan deze zinnen voor de krant begint en zich afvraagt:
welke standaard zal ik vandaag weer eens halen?

Nooit gaat het over.
Voer ik soms het eenvoudigste gesprek, op straat,
dan spreekt gelijk iemand in het hoofd zich uit over mijn prietpraat.
Streel ik als de eindtoets van mijn handen haar cum laude billen,
dan volstaat haar stille voldoening niet. Ik wil dat ze gilt.

Voed ik al jaren dag na dag het kroost op,
dan vergezellen mij dagelijks zeven betere vaders.
Kijk ik gewoon naar de tuin, liefst urenlang,
dan vraag ik me weleens af of hij niet denkt dat ik nog beter had kunnen kijken.

Niet dat ik altijd buis. Zo erg is het niet.

Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf - Het Weekblad van De Standaard -
zaterdag 14 juni 2014

 


De Proclamatie.
Zou dit geleerde woord nog bestaan?
En leeft er nog een sterveling op aarde die het verstaat?

Het woord werd vrolijk of angstig,
tegen het einde van de maand juni. En van het schooljaar.
Ik voel nog de haastige handen van de surveillant.

Die ons voortijdig in rijen de uitslag verklapte.
De optelsom van al de geslaagde punten.
Die ons leven zou bepalen. Wikken en wegen.

Onze vakantie. Van zalig niets doen.
Of blokken voor een herexamen.
Met of zonder kaarsjes om te slagen.

O, dat ongeduldig geschuifel van lange rijen.
Voor we het podium op mochten.
Of moesten. Al naargelang de plaats.

Die we toegewezen kregen.
Op weg naar het theater.
Waar God de Baas van het Seminarie zat.

De buiginkjes en de boeken die we kregen. Of niet.
En de primus: een 'open doekje'. Voor het applaus.
Of zoals ik, meermaals een 'doekje voor het bloeden'.

Ergens in de rij. En van generlei belang. Voor de goden van het weten.

 


PS.
Het zijn beelden die ik nooit vergeet.
416 jongens die in de grote refter stonden te wachten.
In het halfduister. Van jong naar oud.

Van 'la préparatoire' tot aan 'de retorica'.
In volgorde van vreugde naar verdriet.
En de prijsboeken die van een stapel verminderden tot niets.

O, was er toen nog tijd en aandacht. Voor ons verdict. Van hemel of vagevuur.

 

 209.483

 

05-04-14

Het hiernamaals van een boom

 


Er is een nieuwe tuintafel. Ze is schitterend.
Alleen bomen evenaren tafels in eenvoud en schittering.
Tafels zijn dan ook van bomen gemaakt.
Wie eraan plaatsneemt, schuift aan in het hiernamaals van een monument.
Het is goed dat in gedachten te houden wanneer men aan tafel gaat.

Ik ga graag aan tafel. Dan kom ik tot rust.
Na de boom en de tafel komt inzake eenvoud: de stoel.
Ook een echte stoel is van een boom gemaakt.
Zitten wij op zo’n stoel aan een tafel,
dan tafelen wij dus in een boom. Ik vind dat mooi.

In zo’n boom hebben dan weer vogels,
bladeren en de wind gewoond.
Het is goed dat in gedachten te houden
wanneer men aan tafel gaat.
Tafels hebben een geheugen.

 

Uit 'Si & la' Bernard Dewulf - Weekblad - De Standaard - 5 april 2014

 


Dewulf is een tuinfilosoof. Zoiets als een zondagsschilder.
Hij is ook een tovenaar.
Wat klein is, maakt hij groot. Een goddelijke goochelaar.

Ik ken geen schrijver
die mij zo weet te ontroeren.
Een parcours van kleine dagen. Voor kleine mensen.

Nobelprijs-schrijvers kiezen voor de belangrijkheid
van grote gevoelens en gedachten.
Gevaarlijk. Je kunt er zo makkelijk van af vallen.

Dewulf schrijft licht wat zwaar is.

 

 

 

 

2012O1

 

29-03-14

De tijden die nooit hebben bestaan

 


Van de dingen die verdwenen, is niet één gebleven.

Misschien begrijpt geen hond die zin, maar ik begrijp hem,
het is de omschrijving van de meest merkwaardige nostalgie,
naar de tijden die voor altijd verloren zijn, de tijden
waaraan zelfs de herinnering niet is blijven kleven,
de tijden die godweet nooit hebben bestaan terwijl
we toch naar ze blijven verlangen.


Uit 'De laatste tafel' - pag. 96 - Wim Kayzer

 

Op mijn schouder ligt de zon. Een warme vrouw.
Ze zoent mijn vroegte.
Bij het ontwaken van m'n boeken.

Van de dingen die verdwenen, is niet één gebleven.

Dit soort zinnen is poëzie
met een onmetelijke diepte.

Van de dingen die verdwenen,
heeft er misschien niet één bestaan.
Ik parafraseer.

Rek het verlangen nog even verder uit.

Zou weemoed iets anders zijn
dan gerimpeld gemis. Un désir indéfini.
Un désir infini. Naar een tijd die wij droomden.

Waarin verlangen nooit volwassen werd.

 


PS.

Wellicht zijn 'De tijden die nooit hebben bestaan' wel de mooiste.

PS.
Een boek is nooit lawaaierig. Het is geduldig.
Het wacht. Op tafels. En planken.
Het bewaart ook.

Een conservator. Van gemis en verlangen.
Naar een 'gazelle' als Obahama.

...

Uit "Si & la":


Obama in Waregem:
een gazelle verdwaald in Vlaamse velden.
...
Nog altijd, al die jaren als aandachtige burger, zit ik te wachten op de reiger of de gazelle.
Van Tindemans toen tot Peeters nu: op Martens, Schiltz en Geysels na
heeft nooit één leider in dit gewest machtig tot mij gesproken.
Niet zoals Willy Brandt, Jimmy Carter, François Mitterrand of Obama.  Laat staan zoals Ghandi of King.
Nooit heeft hier in de politiek een reiger gevlogen, een gazelle gelopen.
Nooit heeft een leider van mijn streken mij kunnen verleiden met spanwijdte, sierlijkheid,
welbespraaktheid, universaliteit. Met adem, bandbreedte, grootte, omtrek, uitgebreidheid, volume, maat, uitgestrektheid.
Kortom, met stijl. Vleugelslag, panache, bravoure, zwier. Bevlogenheid.

Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf
Weekblad van De Standaard - 29 maart 2014

 

 2003O3

 

01-03-14

Als was ik haar geliefde


Cornelis Verhoeven: ‘Vragen moeten voorbijgaan als een kinderziekte’.
Anders gezegd: vragen zijn maar mazelen.
Verwondering duurt de tijd van de fopspeen.

Ik weet nog precies waarom ik die zin heb overgeschreven.
Omdat ik er niet goed mee kon leven:
hoe te velen onder ons, wij tijdgenoten, allengs
ons geloof verloren in verwondering.

Hoe wij ons nestelden in de broedplaats van stelligheden.
Hoe onze blik verdofte toen we in onze bedrijfswagens stapten.
En omdat ik hoopte dat we koppig wilden blijven
kijken en luisteren, desnoods naar het domme
groeien van het gras.

Ik heb iets te veel van onze blikken zien doven.
Alsof ze verslagen hun handen in hun broekzakken staken.
Alsof ze ze voorgoed afveegden aan hun schort. En
des te meer ben ik gaan hechten aan mijn Postit,
aan de kinderziekte waaraan ik nu weer lijd.

...

‘Zou het kunnen dat wij eerst van niets weten, dan
een tijdlang vragen waarom, daarna jaren denken het
te weten, vervolgens weer in het duister tasten en ten
slotte een eeuwigheid vragen waarom?’

Bernard Dewulf - Si & la - Het Weekblad van De Standaard


Vierentwintig jaar delen wij nu al lief en leed.
Dit huis en ik.
Wij leerden elkaar toevallig kennen
aan de boorden van de Molenbeek. Een lege plek.

'Het' bestond toen nog niet. Ik al tweemaal vierentwintig.
Wij verschillen dus heel wat. Ook in jaren.
En toch hoop ik dat de liefde wederkerig is.

Er zat een blauwe reiger aan de oever.
En ik dacht meteen: 'hier wil ik wonen'.
Nochtans de blauwe pruimenbomen
stonden met hun voeten diep in het water.

Het toeval hielp ons. Twee koningskinderen.
Onderweg naar mekaar. Twee jaar later waren we samen.
En nog elke ochtend gelukkig. Ik toch.

En ook de avond.

 

 

 

PS.
Deze ochtend nog keek ik vertederd door dit zwijgende huis.
Nog iedere dag vraag ik me af: waarom het mij koos.
Deze ruimte waar ik drentel alsof ik nog een heel leven heb te gaan.

Deze verblijfplaats, mijn nest, dat als ik het verlaat
bij de tuindeur al mis.
En blij ben in de stad, als ik al terug mag.

En dat altijd wacht op mij. Als was ik haar geliefde.

 

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland

 

Dat zei ze mij. Die lege plek onder de pruimelaars.

 

 

 

197444

 

18-01-14

Misschien ben ik wel een ijsbeer


... als ik van iets ongelukkig word,
is het van de eindeloze toevloed aan onderzoeken naar
mijn geluk. Ik kan al lang niet meer volgen en als ik ze
allemaal zou moeten lezen en nog geloven ook,
ik ging tot mijn eind op Spitsbergen ijsberen kijken.
Die zijn pas gelukkig op drijfijs.
...

Geluk is een truc geworden. Een goochelnummer. Een verkoopstruc.
Waar ik in geloof: af en toe komt het zogenoemde
geluk voorbij, zoals de flosj vroeger op de kermismolen.
Als een toeval, een inval, een meeval. Iets dat de tijd ontvalt.
Zo, geloof ik, kan geluk net zo goed een loodgrijze
Vlaamse hemel zijn als een rood jeansstreepje
als een dreinend kind.
Wie denkt dat het iets bijzonders is, dwaalt.
Het geluk is zelf ook een dwaling. En wie het tegenkomt,
is een ijsbeer op drijfijs.


Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf - Weekblad - De Standaard - 18 januari 2014

 

Geluk is een woord zoals vriend.
Ooit zeldzaam. En dus kostbaar.
Een woord dat je niet uitsprak, maar beleefde.

Als ik nu de heer Bormans bij Reyers Laat
zie (en hoor) spreken over 'hét geluk',
dan denk ik aan 'den voyageur' die in mijn kindertijd
het dorp afschuimde om een Balex-stofzuiger te verkopen.

Wat kan iemand zo bezielen, vraag ik me af,
om over gans de wereld, als een missionaris,
de mensen te bekeren tot het geluk.

Ik vrees dat ik het antwoord ken. En u ook.

 

 

 


PS.
Ik ben bang van getallen. Dat weet u ondertussen.
Des te meer hou ik van woorden.
O, wat zou ik ze willen beschermen. En zelfs bewaren in een kluis.
Tegen diefstal.

Door sjamfoeters die alles willen verkwanselen.
Tot reclame. Of gemeengoed.
Die woorden devalueren. Tot een getal. Of een product.
Helaas, ook woorden overleven niet. Zonder lippen.

Om ze te proeven. Te kussen.

 

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programma...

 

 

 193293

25-02-12

Si & la en do re mi fa


 

Hoe hij mij telkens inspireert.
Het licht de living binnenlaat.
Als een uitgelaten hondje.
Het kwispelt nog speels. Het lijkt wel lente.

Hoe ik hem dan van het internet pluk.
En "Si & la". In de ochtend.
Hem als koffie leeg slurp.
Een langzaam alfabet.

Hoe ik hem knuffel als een kameraad.
Onaantastbaar. Veilig opgeborgen.
Onder mijn toetsenbord
zit hij altijd klaar.

Als een hondje aan de deur.
Maar hij is de baas.


 

PS. Dankuwel Bernard Dewulf voor al die mooie en ontroerende leesmomenten in mijn leven.

124.511