16-06-17

aan vlijt ten onder

Er is een boek getiteld De wereld gaat aan vlijt ten onder van Max Dendermonde. Toen ik een jaar of achttien was, raadden vrienden mij aan dat boek te lezen. Het is er nooit van gekomen. Misschien kan jij het namens mij doen.
...
Je wil je hele leven schrijven, zeg je. Maar hoe wil je schrijven? Er zijn mensen die hun hele leven schrijven zonder ooit iets te publiceren. Wil je niet ook erkenning voor het schrijven? Is schrijven zelf genoeg? Ik denk van niet.
...
Luiheid kan opstand zijn en hautaine vrijheid, maar werk kan dat ook zijn. Niet mee doen lijkt aantrekkelijk, maar de daklozen doen ook niet mee. De kunstenaars die beweren niet mee te doen liegen vrijwel altijd. De erkenning die zij krijgen, bewijst dat zij meedoen. De opstand van de kunstenaar wordt gesmoord in complimenten. Hij vindt dat gesmoord worden in complimenten doorgaans aangenaam.

Stukje uit een brief van Arnon Grunberg aan de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck.
Uit De Standaard der Letteren - 16 juni 2017

...


Ik hoor het zachte gerinkel. En denk aan de vroegmis
van toen. Toen de ochtend nog heilig was.
En God aanbeden werd in volle vroegte.

Ik mocht dan misdienaar zijn. En de bel rinkelen.Geknield voor het altaar.

Maar neen, het is de buurvrouw
die haar witte tuintafel en stoelen opfrist.
Een ritueel om haar ongeluk weg te schrobben.

Denk ik. Want het meubilair wordt nooit gebruikt.

Het is, zoals zoveel, een vitrine. Waar anderen
mogen naar gapen.
En hoe het had kunnen zijn.

Als de werkelijkheid niet tegenspartelde. En vlijt geluk bracht.


 

PS.
In 1999 gaf schrijfster, filosofe en hoogleraar ­Patricia de Martelaere aan de VUB het college bij de start van het nieuwe academiejaar. Haar toespraak verscheen later in De Standaard onder de titel ‘Nietzsche en de eeuwige terugkeer van hetzelfde’, en werd ook opgenomen in haar essaybundel Besluiteloosheid . De lezing is vooral een pleidooi om het volledige leven te omarmen, ook als het niet altijd loopt zoals we zouden willen.

Eigenlijk, zegt De Martelaere, houden de meeste mensen niet echt van het leven maar alleen van de leuke momenten, wanneer het goed gaat, de zon schijnt, de liefde bloeit, het werk boeiend is en de bankrekening groeit. Maar hoe ga je om met de momenten wanneer het minder gaat, wanneer twijfel of zelfs wanhoop toeslaan en het leven geen walk in the park is?

Haar stuk eindigt met een aanvulling bij het beroemde adagium van de Latijnse dichter Horatius,
‘Carpe diem’. Dat maxime moet niet luiden: ‘Pluk de dag’, maar: ‘Pluk de dag, ook al is het een distel.’

Uit: "Pluk de distel - John Vervoort"
De Standaard der Letteren - 16 juni 2017


PS.
Ik weet niet of de wet vandaag nog bestaat. Maar toen ik nog kind was, was de distel verboden.
Als de Champetter er eentje op het veld van de boer vond, dan moest de Arm der Wet aan het werk
om die onvlijtige landbouwer een proces te maken. Voor de luie burger idem dito.
Van omarmen was er dus geen sprake. Is trouwens verre van aangenaam.

Liever een korenbloem of een klaproos.

Maar tja, filosofen en dichters hebben de luxe dat anders te zien.
Zelf lijd ik aan Besluiteloosheid.Hoe vlijtig zal ik aan deze dag beginnen?


Alleszins, zou ik liever gesmoord worden in de complimenten. Dan aan vlijt ten onder te gaan.



320569

 

02-06-16

Onsterfelijk ben je slechts even

 

 

Altijd is wel lang


'Een ander verhaal is dat Patricia altijd minnaars had.'

Uit 'Als je weg bent' - pag. 156 - Marja Pruis

18-02-13

...

http://uvi.skynetblogs.be/archive/2013/02/18/altijd-is-we...

 

Als ik dood ben, zei G., zal ik aan je denken.
Hoe denk je dat te doen? vroeg Clara. Er is geen geest
buiten de hersenen.

Je staat in mijn hersenen, zei G. Ze kunnen je decoderen,
ze zullen het zien.

Uit 'Het onverwachte antwoord' - pag. 49 - Patricia de Martelaere.

...

 
Het onverwachte antwoord.
Er fladdert een titel door mijn hoofd.
Zoals een trekvogel.

Nu en dan hoor ik hem.
Als een sjilpende zanger. Dan weer vliegt hij op.
Uit het nest van een woord.

Dan zie ik haar.
De filosofe.
Erudiet en mooi.

Nooit sterft zij.
In mijn gerimpelde gedachten.
Maar ooit stopt de eeuwigheid.

Want voor altijd wordt elke dag minder eeuwig.
In mijn krimpende tijd.
En nooit meer komt voortdurend dichterbij.

Onsterfelijk ben je slechts even.

 

 

 http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=onverwachte+antw...

 

 

281358

31-03-16

Daar waar jij niet bent

  


kijk, ik span de draden al
voor de herfst
nu het nog kan

en de lente me laat leven

langs de rand
van onze stappen
naar hier

waar ik thuisbleef

omdat de verte
nergens verder is
dan hier in mijn gemis.

 

 

 

PS.
Dan kijk ik naar Eva Gerlach.
Hoor de grootsheid van haar eenvoud.
En weemoed valt. Over mij.

Met 'een verlangen naar ontroostbaarheid'.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=uHpuWdsLO40

 

 

 

 275899

 

 

18-01-16

De wetten van de melancholie

 

 

De wetten van de melancholie.

De titel van een boek.
Zoals: Een verlangen naar ontroostbaarheid.
Ook dat gaat over melancholie.

Misschien is weemoed
er wel een milde vorm van.
Een soort gelukkig verdriet.

Weemoed is de schoonste moed.

De enige plek, waar ik moedig kan zijn.
En waar ik toch mag bang zijn.
Om te verliezen wat al weg is.

Weemoed brengt het verleden
naar het heden.
Maakt het 'Hic et nunc' draaglijker.

En het vroeger: schoner.
Dan het ooit geweest is.
Gelukkig, want hoe kom je vandaag door

zonder gisteren. Om van te houden.

 


PS.
Een liter tijd

Het is precies deze melancholie die tot in de vezels van deze roman te voelen is,
de melancholie die de leegte vult
tussen de kindertijd en de dood en die ons dus ons hele leven zal voeden.

Uit 'De Morgen' -  13 januari 2016


PS.
Vergeten. Nog elke dag moet ik het leren.
Om de week door te raken.
En niet overmand te worden door zorgen. En het inherente verdriet.

Dat van dichtbij en ver weg.
Dat van gisteren, vandaag en morgen.
De wetten van het leven.

 

 268297

23-10-14

Het onverwachte antwoord

 


Hoe ik wacht.
Niet op Godot. Of God.
Beide heren ken in niet.

Maar op het onverwachte.
Van een oogopslag.
Een vlinder op een vitrine.

Een uitzicht
op buiten. Een inzicht.
Naar binnen.

Hoe ik een nest
van woorden bouw.
Omdat een huismus niet anders kan.

Trekvogels rusten amper.
Zij schrijven in de lucht.
Zwaluwen zitten altijd klaar.

Om te vertrekken.

 

 

 

 

PS.
'Het onverwachte antwoord' van Patricia de Martelaere.
De titel alleen al laat mij houden van dit boek.
Onlangs nog zag ik haar minzame Prof op de bus.
Wat is hij oud geworden. Haar aimabele minnaar.

Hoewel ik haar maar één keer gezien heb in mijn leven,
vergeet ik haar niet: oktober 1994. Wellicht vandaag,
het was een zondag toen, twintig jaar geleden.

Ik wil niet getroost worden in dit gemis.
Maar wel koester ik 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'.
Zoals zij schreef.

Sommige mensen laten een levenslang verlangen na.
Een erfenis aan weemoed.

 

 223.638

 

11-10-14

Meer is er niet

 

De titel van een liedje
plakt aan m'n vingers.
M'n oren vluchten naar elders.

Een verlangen naar ontroostbaarheid.

Mijn ogen zijn zwervers.
Zoekers. Bezoekers.
Van woorden om te blijven.


'Het kunstwerk ademt in mijn bestaan. In mijn dagelijks bestaan.
Het is niets bijzonders en het is buitengewoon.
Ik kan ernaar zitten kijken als naar mijn kinderen of de berk in de tuin.'

Bernard Dewulf - Toewijdingen


Ik hoorde hem enkele maanden geleden
het woord uitspreken: Toewijding.
Het meervoud lijkt mij een overdrijving.

Bijna een ontwijding.

 


PS.
Ik dank mijn toegewijde vingers. Voor hun verhaal.
Ze volgen mijn handel en wandel.
In de stad. Als ik slaap. Waar ik ook ga.

Ze lijken op een secretarisvogel.
Een beetje scheef. En oud.
Maar hun pennen schrijven mij nog altijd levend.

Wie zou ik zijn zonder hun toegewijd bestaan.

 

http://www.janswerts.be/eenverlangen.html

 

http://www.janswerts.be/meer.html

 

 222411

 

05-06-13

Brevier

  


Wat PdM is voor m'n emotie,
zijn Nolens en Pessoa voor m'n ratio.
Ziel en lichaam.

Nolens grillig en wispelturig,
maar uit hersenen gesneden.
Ik laaf me aan zijn IQ.

Terwijl ik PdM
in de armen van m'n EQ
zou willen nemen.

Zalig de schrijvers
want zij zullen de hemel binnengaan.
Van hun lezers.

 

 

 

 

 

 

 


PS.
Lezen is gelijk aan twee: bidden en lezen.
En zelfs nog meer. Want in m'n hoofd hoor ik:
'korenaren lezen'. En dat gebeurde (vt) zonder alphabet.

Tenzij dat van zoekende handen.
Tijdens en na de oorlog was dit een godsgeschenk.
Achter boer en paard mogen lopen en oprapen wat 'de heer' liet liggen.

Ik zie de stoppels nog op de baard van de akkers.
Toen al leerde ik brevieren. Bidden.
Met aandacht en zorg. Voor de lectuur van het veld.

 

 

169.810

04-06-13

De erudiete kiekendief

 

 


En dan zou ik boos
naar de minzame en beschroomde professor
willen stappen en schreeuwen:

Besef jij wel man, dat jij van haar
het schoonste standbeeld van de wereld hebt gekregen?!
En dat je het zelfs hebt willen vernietigen nog voor het er stond.

Lafaard, zou ik roepen,
tegen de schuchtere heer, je hebt haar opgepeuzeld
als een ordinaire kiekendief. En haar gebeente achter gelaten.

En alsof dàt nog niet genoeg was
heb je haar ondergescheten als de duiven
Elsschot nabij het Elzenhof in A'.

Jij, rancuneuze minnaar, jij hebt haar vergeten.
O, niet in je oud eminent lijf, emeritus,
maar in de geschiedenis van de literatuur.

Terwijl je maar al te best wist dat ze daarin
wilde begraven worden.
En niet in een godvergeten tombe in Vlaams-Brabant.

O, wat zou ik hem nu willen verwensen. En vervloeken.
Schijnheiligaard, die ik ben.
Want in de Delhaize zal ik hem weer hoffelijk groeten.

En gecharmeerd zijn door zijn schroomvolle glimlach.

 

 


PS.
Ik lees opgewonden verder, zoals je kan vaststellen.

 

 

 

Le futur simple

 


To be in love is to have a future tense.

George Steiner

 

 

Ieder passage die ik uit het boek citeer
is een flauw afgietsel van het geheel.
De zon die je met een gele vlek
op papier tracht vast te leggen, blijft een vlek.

Maar weet dat Patricia, Picasso is.
Die met een gele vlek de zon op het doek legt.
Heviger dan het origineel.
Ik ben verblind. Als zij me schildert.

 


Jij bent weer zo iemand, iemand die het liefst van al
zou willen verleid worden. Niets hoeven te doen, geen enkel risico
hoeven te lopen. En het allerliefste zou je willen:
verleid te worden, en dan nee te zeggen, zodat je alles
zou kunnen hebben, in je verbeelding,
zonder in werkelijkheid iets op het spel te moeten zetten.

Uit 'Het onverwachte antwoord' - pag. 161 - Patricia de Martelaere.

 


Mijn buurman, de schrijver, wordt geminnestreeld door zijn geliefde.
Dinsdag is hun dag van de liefde.
Le désir. L'amour. Le rendez-vous.
Op het balkon, in de zon, kirren ze als een koppel duiven.

Zo dadelijk zullen ze naar binnen gaan.
Weg van de ogen. Eén etage hoger.
Op het strand van hun verlangen. Zullen ze golven.

Mijn geheime duivinne stuurt mij sms-jes.
Ze ruiken naar de zee.

 

 

 169.684

03-06-13

Een Luikse metafoor

 

 

 

Denk jij, vraagt hij, dat een taal over zichzelf kan gaan?
Hij heeft er een hele middag voor uitgetrokken, speciaal voor deze kwestie.
Linguïsten houden er congressen over, filosofen en logici zitten er mee verveeld:
het probleem van de zelfreferentie. De kwestie is: kan een taal ooit
over iets anders gaan dan over zichzelf? Kan God naar zichzelf verwijzen? Kan ik dat?

Uit 'Het onverwachte antwoord' - pag. 150 - Patricia de Martelaere

...

Ik bijt in de zee.
Die zoete metafoor.
Een warme Luikse wafel
en een lief op het strand.

Dat is de zee. Ik luister naar haar taal.

Zij golft over mijn land.
Queen for tonight.
Ik ben een kikker die kust
en prins wordt.

De deinende kust. Die eeuwig rusteloze.

Een kind, een puber,
een man.
En een meisje dat vrouw wordt.
Wie niet weg is, is gezien.

En blijft een muurbloempje.

Om de zee te troosten.
Die troosteloos wordt
van al dat sleffende volk.
En die bakken gebruinde lijven.

De beklemming van dijken. Haar getroubleerd zicht.

 

 

 

 

 


PS.
Ooit was de zee ver weg. En bijna van niemand.
Vakantie. Het was nieuws in een dorp.

Ik herlees PdM al minstens voor de tweede keer.
Las eerder Didion, Barnes, Mortier, Verhulst (tegenvaller)
en de laatste Dewulf.

Ik kies voor haar. Mijn dode filosofe.
Hoop nog lang te leven. Elke zin van haar mag me vergezellen.
Er hoeft geen antwoord te komen.

 

 

http://www.youtube.com/watch?v=T_PJKGEDRBQ

 

 

 

 

05-03-13

Le soupir d'une veuve

 


Als ik dood ben,zei G., zal ik aan je denken.
Hoe denk je dat te doen? vroeg Clara. Er is geen geest
buiten de hersenen.

Je staat in mijn hersenen, zei G. Ze kunnen je decoderen,
ze zullen het zien.

Uit 'Het onverwachte antwoord' - pag. 49 - Patricia de Martelaere.

...

Ik decodeer haar in de straten van m'n stad.
Hoe wij op een arduinen bank zaten,
onder de gewelven van een bib. En scholen
voor de regen en de mensen.

Alles was nieuw. Ook de pleinen.
En hoe wij keken. Naar mekaar.
Of naar het leven. Wij hielden mekaar vast.
Maar dan zonder handen.

Zovele eerste keren. Toen ik gevlucht was.
Ondergedoken op een studio. Drie solitaire maanden.
En zij mijn lenige liefde werd. Op een zachte zomeravond.
Met witte rozen. Et le soupir érotique d'une veuve Clicquot.

En dat wij toen niet konden vermoeden hoelang weduwen blijven zuchten.

 

 

 

 

 


PS.
Dertien jaar al: een voortvluchtige liefde.
De gevangene van het verlangen. De asceet in het gemis.
Maar altijd wachtend ... als een vuurtoren.

Prozaïsche voetnota.
Ondertussen werd de 'veuve' vervangen door een 'cava'.
Zes keer plezier voor eenzelfde investering.

Opnieuw begonnen aan zowel 'Als je weg bent' als 'Het onverwachte antwoord'.

 


160.270

21-02-13

De onvoltooide tijd


 


Hou zou ik me noemen binnen de ruimte van het alphabet? Een literaire spurter?
Want impulsief. En kort van adem. Daarom ook mijn bruuske vormgeving. Meer woorden dan zinnen. Gekapt stro, zullen sommigen dat noemen. Anderen breng ik dan weer in verwarring.
Ze menen strofen te lezen van een gedicht. Ik heb het altijd anders gezien. Voel me te min voor de titulatuur van dichter.

'Bent u ook dichter?', vroeg me ooit een dame. Ook, was het belangrijkste woord in deze vraagstelling. Het maakte immers duidelijk wie zij was.
Neen, uit respect voor de taal, tracht ik ieder woord in z'n waarde te laten.
'Dichter' op internet, is zoals 'vriend' op Facebook. Gespeend van z'n betekenis. Ontwaard. Ontaard. De devaluatie van het alphabet.

Zopas de twijgen van de acacia geknipt. Tot een droeve pagekop. Doet me denken aan een zieke dame met sluier op haar hoofd. De tristesse van een boom. En ik ben de schuldige snoeier. Onder druk van mijn groen geweten. En de buren. Ordnung muss sein.
Mijn uithuizige buurman kwam even praten. J. is niet van het type 'goed weer en alles ok'? Neen, je kan meteen naar de essentie. Het leven, de filosofie en Patricia de Martelaere. Hij kreeg er nog les van. En één stap verder, met verdoken woorden: zijn geheim leven.

Hij wringt zich nu al jaren in bochten  van ontwijking en ontduiking. De maskerade van een minnaar.  En het komen en gaan van zijn Italiaanse vrouw. En dezelfde aansluitende bewegingen van z'n minnares (meervoud, vroeger toch). Ik haalde m'n beste codetaal boven om hem diets te maken dat ik iedereen respecteer. In doen en laten. Ook een buur.

Tenslotte ben ik Goddevader' niet. En al evenmin een pannellid van de Rechtvaardige Rechters. Hij begreep me. Ontcijferde mij moeiteloos. Zonder 'de waarheid' te ontbloten.
Maar hij dekte zich grammaticaal meteen in. Hij verbeterde de tegenwoordige tijd 'is' tot de verleden tijd 'was'. Geweest, sprak hij niet uit. Onvoltooid blijft dus nog open.

Tja, van een man met zoveel diploma's mag je dat verwachten.

 

 

 158999

20-02-13

De weten-schapper

 

Wat wij weten is niet wat wij verlangen;
daarom willen we enerzijds getroost worden voor wat we weten,
maar kunnen we ons anderzijds niet écht laten troosten.
Iedere troost is een leugen. ...

In fictie wordt de strijd geleverd tegen die ontgoocheling,
en telkens de nederlaag geleden. De wetenschap zoekt in kunst
niet de waarheid, maar troost, in de vorm van een kortstondige illusie.
...
Aan het slot van dit essay, ..., citeert ze Nietzsche:
'de waarheid is de leugen zonder dewelke  een bepaald soort dier
niet kan leven. ...
De dingen zijn niet wat ze zijn, en zelfs wijzelf hebben geen eigen identiteit.
Hoe zou wat dan ook door wie dan ook met zekerheid kunnen worden gekend?'


Uit 'Als je weg bent' - pag. 134 - Marja Pruis

...


Ik weet amper wie ik ben, hoe zou ik een ander kennen?
Je ziet het omhulsel. Maar is dàt de mens?
Zijn het de gedachten, de woorden of de daden,
die hem of haar maken tot wie hij, zij is?

En is die vaststelling dan onveranderlijk?
Of fluctuerend
in functie van tijd, plaats en ruimte?

Ik kan slechts de symptomen waarnemen.
Op een Blog niet meer dan de woorden.
What you see is what you get.

Maar ik twijfel. Misschien lees ik wel wat er niet staat.

 

 



Juist in het gewone leven zijn mensen geneigd hun emoties te ontvluchten
of te verdringen, en zich koste wat kost te beheersen. Als we ons volledig
zouden identificeren met wat ons overkomt, zoals we dat kunnen met
romanpersonages, dan zouden we dat nooit te boven komen.

Uit 'Als je weg bent' - pag. 146 - Marja Pruis

 

 

 

18-02-13

Altijd is wel lang


'Een ander verhaal is dat Patricia altijd minnaars had.'

Uit 'Als je weg bent' - pag. 156 - Marja Pruis

...


Tienduizend. Vrouwen. In z'n bed.
Het moet zowat
'de ontdekking van de wereld' geweest zijn.
Voor Mulisch. Al die prooien in zijn trofeeënkast.

Ik zou jaloers zijn.
Maar dit adembenemend getal
is te omvangrijk.
Voor dit onbeholpen rekenkundig jongetje.

Ondeelbaar groot.
Voor mijn dagelijks denkvermogen.
Of een negenproef.
Tussen de lakens.

Ik die nog niet eens geraakte tot aan
alle vingers van m'n ene hand.

 

 

PS.
Dit ene zinnetje. Het brengt mijn oude hoofd op hol.
Altijd is wel lang. En misschien ook veel.
Ik wil me niet braver voordoen dan ik ben. Mijn onkuise verboden
kriebelen als ik zo'n ter-loopse opmerking lees.

De vleselijke driften galoppeerden levenslang door mijn verbeelding.
Altijd stiekem jaloers. Altijd een verdoken bewondering.
Maar nog meer nieuwsgierigheid.

Hoe zou dat zijn? Welk gevoel zou je hebben? Zou je het beu worden?
Zou je hen vergeten? Ook als je ze noteert. In een een beduimeld carnetje.
Ik heb het gevoel dat zij, 'de actieve minnaars', leefden.
Terwijl ik er stond op te kijken. Op dat lillende leven.

Wat zou er overblijven van de jacht als je grijs geworden bent? En passief.
Zou je dan die vergeelde activa consolideren? En nagenieten. Stiekem.
Of zou je nog eens een poging doen in het bejaardenhuis om een verpleegster
in haar billen te knijpen. Als ze voorbij vlindert...

O, wie kan mij ontnuchteren met de saaie werkelijkheid? Ondertussen troost ik mij wel met de gedachte: 'Niet de kwantiteit, maar de kwaliteit telt'.

 

 

Als je weg bent... dan beginnen de vogels weer aan een nest


'Maar wat het precies was dat haar dreef
om de openbaarheid te zoeken met haar grief?
Uitgerekend zij, die nog niet in een interview
wilde prijsgeven dat ze een hond had, die iedere aandacht
voor haar persoon ervoer als een ongewenste intimiteit,
die bij voorkeur uit beeld bleef?

In 'LS', het openingsessay in Een verlangen naar ontroostbaarheid,
schrijft ze over het verlangen naar erkenning,
hoe groot dat kan zijn. Dat je liever nog voor gek staat
dan dat je ongemerkt zou verkommeren.

Uit 'Als je weg bent' - pag. 150 - Marja Pruis

...


Wekelijks stonden we op zaterdag samen
aan te schuiven. Voor het beleg. Hij leek mij eerder timide
en stak zich liever weg achter de rug van wachtende klanten.

Ik wist toen nog niet
dat hij, 'de professor', de minnaar
was (geweest) van PdM.

Zij die zich wegstak achter een pilaar, in 1990,
bij de tv-uitzending n.a.v. de AKO-literatuurprijs.
En verbood haar te filmen.

Ook zij leek de aangeklede schuchterheid.

Tot ze in 2007, plots en onverwacht,
de vuile was buiten hing.
In Knack. Ik kon mijn ogen niet geloven.

Uitgerekend zij.

 

 

 

PS.
De laatste keer dat ik met 'de professor' sprak was in de Delhaize.
Hij had al acht kleinkinderen, vertelde hij trots.
En hij mag fier zijn op zijn kinderen. Twee dochters als docenten aan de unief.
Wat zijn zoon doet weet ik niet. Ik 'ken' de man maar als winkelende klant.

Het worden weer moeilijke weken voor 'de emeritus'.
Uitgekleed tot in zijn menselijke gebreken. Ik vind het triest.
Is het omdat ik zelf een oude minnaar ben, omwille van de literatuur
of uit mededogen voor de beschroomde man?

Of voel ik me gekwetst in mijn bewondering voor twee personen
die ik toch licht adoreerde?
Weer moet ik vaststellen dat er geen verschil is tussen de elite
en de gewone man. Tenzij dit.
Dat er wellicht meer hypocrisie is 'dans le beau monde'. Ook al is die academisch.

PS.
O ja, waar het in feite overgaat.
De professor was haar 'vergeten' op te nemen in de literatuurgeschiedenis.
En zij zon op 'wraak' voor een afgesprongen affaire. Jaren vroeger.

 

 http://www.knack.be/nieuws/boeken/recensies-volwassenen/n...

 

 158666

 158.635

13-02-13

De schrijfster en de archeologe


 


1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God,
en het Woord was God.
2 Dit was in den beginne bij God.

Uit het Evangelie volgens Johannes.
...

Hij was 'god in het diepst van zijn gedachten'.
En toen kwam het woord.
En hij werd Schrijver.


Een biografie is m.i. de Bijbel.
Het nagelaten leven en werk van een schrijver. Het dictaat.
Daarom ook kijk ik zo graag naar documentaires.

Ik wil de biotoop van de kunstenaar kennen.
Het landschap van zijn ziel. Ruiken en betasten.
De hemel boven zijn gedachten. En de aarde errond al evenzeer.

Eén van de heerlijkste biografieën die ik ooit las,
was 'Anna'. Annejet van der Zijl graaft diep.
In het graf van Annie M.G. Schmidt.

M.i. zoals het betaamt.
Er is niets onbetamelijk aan het blootleggen
van een schrijfster.

Als het gebeurt door een literaire archeologe.
Als het niets te maken heeft met de roddels van de boekskes.
Als het alles te maken heeft met het leven.

En dus met de schrijver. En het oeuvre.

 

 

 


PS.
Als Marja Pruis de biografie van PdM wil schrijven, botst ze op een spontane omerta.
Bekenden en familie behouden het stilzwijgen.
Uit respect vertrekt ze dan maar vanuit het oeuvre.

Het gekwetter der Letteren. Wèl het gezang, maar niet de vogel.
Een ornitholoog zou er niet gelukkig mee zijn.
Ik ben blij als ik hier de koolmeesjes, het roodborstje,... kan bespieden in mijn stadstuin.

Maar niet de filosofe en schrijfster dus. Spijtig. Toch.

 

 

http://boek.veterpro.net/rec/dm05/bb_lu202.htm

http://www.annejetvanderzijl.com/biografie/

 

 

 

158.258

 

 

12-02-13

Als je weg bent

 


Het was alsof ik een ongeoorloofde daad stelde.
En misschien is dat wel zo.
Ik liet het boek openwaaieren voor mijn geoefend orgaan.
En inhaleerde diep. Nog voor ik het boek had betaald.

Ik wist het meteen: dit was van een goed jaar.

Onderweg kon ik me niet bedwingen.
Las de eerste zin. De eerste alinea.
En jawel, ik zou me mateloos verliezen.
Verdrinken in haar.

Met een verlangen naar een ontroostbaarheid.

Toen ik thuiskwam, was de biografe op de radio.
En ze vouwde haar open.
Als een verlegen vlinder. Uit haar cocon.
Maar toch liet ze haar gesluierd.

Misschien is ze daarom nog altijd een mysterie.
Een vrouw.

 

 

 

http://internetradio.vrt.be/radiospeler/v2_prod/wmp.html?qsbrand=11&qsODfile=/files/redactie/herbeluister/11_11joos.xml


 

Het interview begint pas het laatste kwartier. Schuif door.

'Als je weg bent, zal ik ingetogen leven.' - Yasunari  Kawabata - Sneeuwland

En nu is ze terug. En leeft ze ingetogen. Op papier. Tussen mijn handen.

 

158185

08-02-13

Het onverwachte verlangen

 


'Hoeveel leven heb ik gemist, vroeg hij zich af,
gewoon door niet te kijken? Of door te kijken maar niet te zien?
Gisteren had hij in zijn eentje
een wandeling over het eiland Murano gemaakt en
na een uur had hij nog niets gezien, niets opgemerkt.
Er waren geen beelden van zijn retina naar zijn cortex overgebracht.'

Uit 'Nietzsches tranen' - pag. 8 - Irvin D. Yalom

...

'Ik zie de vraag in je ogen',
zei de man achter de balie met twinkelende ogen.
'Stel ze maar meteen.'

Of ze 'Als je weg bent' van Marja Pruis
al in de winkel hadden. Helaas.
Dat wordt wachten. Tot toekomende week.

Ik werd er een beetje ongelukkig van.
Maar daar moeten we naar streven, volgens
Dirk De Wachter, psychiater.

Dit was echter een extra portie.
Want ik had het hele huis al afgezocht naar
'Het onverwachte antwoord' van Patricia De Martelaere.
Tevergeefs. En dus teleurgesteld.

Ik had niet meteen 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'
hoewel dat een heerlijk boek is van haar.
En met een frêle signatuur in blauwe inkt van  de schrijfster - filosofe.

Nu had ik gehoopt aan haar biografie te beginnen.
Maar ik kwam thuis met 'Nietzsches tranen'.
Mijn boeken van vandaag lijken mij niet meteen gelukkig.

Wat zou de psychiater daar over denken?

 

 

 

PS.
Ik zag PdM voor het eerst in oktober 1994. Zj maakte meteen
een diepe indruk op mij.
Ben benieuwd naar haar bewogen leven. Hoe Marja Pruis dit notuleert.

PS. Ik las NT enkele jaren terug. En vond het geweldig. Nu gekocht voor 7,5 €.

 http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=patricia