17-11-14

Meisjes van weleer


'Als puber kwam ik tot de ontdekking dat ik maar
een willekeurige verschijning ben waar iedereen
in gedachten mee kan doen wat hij wil.
Dat vond en ik vind ik een onprettige gedachte.
Ik kon dus maar beter onvindbaar of niet reconstrueerbaar zijn.’

‘Al schrijvend lukt dat natuurlijk niet helemaal.
Schrijven heeft iets oprechts en intiems
– het is altijd in je eigen duister ronddwalen –
maar tegelijk is het banaal en openbaar.
Dat dubbele gevoel had ik ook toen ik als jongen
op mijn kamer plaatjes draaide  en hartstochtelijk droomde
van de wereld waar ik zo bang voor was.

Aan de ene kant lag ik passief op mijn bed
te roken en te luisteren, aan de andere kant
had ik fantasieën over het grote leven en onbekende oorden.
Ik trok me terug, maar popelde van verlangen
om de wereld te veroveren.’


P.F. Thomése
Standaard der Letteren - vrijdag 14 november 2014

 

 

 

Ik tekende hen op de wolken
en in de rimpelingen
van het water

ze lagen in het gras
laat nog op de avond
als ik al in het bed alleen de lakens had

en zij nog naar de sterren
keken en de laatavond jongens
die hen plukten

als verrukkelijke rozen
rood nog van de ochtend
die hen had bewaard voor later

en voor mij de doornen van hun dromen liet.

 

 

 


PS.
O, wat benijd ik Hugo Camps met een weldadige afgunst.
Hoe hij door een bordeeldame ontmaagd werd.
Bijna uit mededogen. En hij pas zeventien.

Hoe hij een heer blijft van stand.
Ook al zet hij zich oeverloos open. En bevlekt bloot.
Voor de argusogen. Van zuinige zedenprekers.

Mijnheer Camps. Chapeau.

PS.
Deze ochtend samen met Hugo de afwas gedaan.
Touché. Zondag op maandag.
Ooit roerde hij in de soep voor Brigitte Bardot.

Je kon het aan hem niet horen.

 

 

 

 http://www.radio1.be/programmas/touc/hugo-camps

 

 226656

 

28-12-11

Logboek van een onbarmhartige zolder

 

 

En plots realiseer ik me
dat er heel wat dood op tafel ligt.
De laatste dagen of weken
bij elkaar gesprokkeld.

Schaduwkind van P.F. Thomése.
Taal zonder mij - Kristien Hemmerechts.
Logboek van een onbarmhartig jaar - Palmen.

Ik ben vergeten
waarom ze hier voor mij
opnieuw liggen te sterven.
Er was een reden
waarom ik ze gaan zoeken ben.

Zopas weer doorheen mijn levende
schrijvers gelezen.
Nolens en zijn dagboek.

'Geopend op 29/12/09'
heb ik in potlood geschreven.
Op de eerste bladzijde.

Het was een slechte dag voor zo'n boek.
Ik was doodmoe en woonde
op mijn zolder.
Vier dagen vroeger op kerstdag om 14 u
had ik mijn dochter mogen ophalen uit de kliniek.

Na drie weken angst. En totale machteloosheid.
Thuis met de drie kindjes.
Daar met de dochter.

En dàn ben ik alleen. Op mijn zolder.
Dicht bij de bomen en de wolken.
Dicht bij die sombere dichter.

Nolens.

 

 

 

 

PS. Dochter woonde met haar kindjes meer dan een jaar bij mij. Op kerstdag 2009 mag ik hen naar haar mama brengen. Voor een week. Rust.

119.433