14-11-14

Vivre

 


Neen, hij lijkt niet op een oorlogsveteraan,
maar zijn boek won wel
de AKO-literatuurprijs.

Hertmans ziet er uit
zoals hij schrijft.
Erudiet en schoon.

Ik neem zijn boek
even in mijn handen.
Om de ochtend te openen.

Een prachtige lege kaart
valt er uit.
Ik lees de tekst.

Vivre chaque jour comme une fête!

 

 


PS.
Ik vermoed dat dit voor Hertmans
niet moelijk wordt vandaag. Misschien slaapt hij
nog wel in een prachtig hotel. Naast zijn Muze.

Elk feest verschilt. Voor ieder van ons.

Vivre c'est ma dernière volonté.

 

 

http://nieuwsuur.nl/onderwerp/721015-stefan-hertmans-wint...

 

 https://www.youtube.com/watch?v=Ih5i8lEpaH0&feature=r...

 

 

 226.211

11-12-13

De Waarheid niets dan de Waarheid

  

Het doet pijn, maar het moet. Ook een vriend,
ja uitgerekend een vriend moet je eerlijk durven te zeggen
wat je van zijn werk vindt, op gevaar af hem te verliezen. ...

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 266 - Leonard Nolens

...

De kreten van bewondering waren niet van de lucht,
maar zijn vriend Adolf monsterde het grote doek en zei zuinig:
Daar zou ik nu eens geen geduld voor hebben, zie, voor kopiëren.
Hij gaf een vette knipoog naar de dochter Maria Emelia,
en de vriendschap bekoelde.

Uit 'Oorlog en terpentijn' - pag. 303 - Stefan Hetmans

...

Er bestaan eerlijke mensen. En ook mensen
die de waarheid in pacht hebben.
Meer nog, in hun bezit.

De enige en eerlijke waarheid.

Ik ben altijd bang voor deze mensen.
Zij voelen zich 'God in het diepst van hun gedachten'.
Ik corrigeerde me, want schreef 'van hun verlangen'.

Deze unieke mensen doen me denken
aan de beelden die ik onlangs in Terzake zag.
Mannen met lange baarden en lange gewaden.

Een horde moedige kerels
die de Waarheid verdedigden. Tot ter dood.
Van het meisje dat op haar knieën in een kuil zat.

En gestenigd werd.

 

 

PS.
Gisteren nog op het nieuws gezien.
Op het Marktplein van de Wereld: You Tube,
roept een jonge Belg op tot oorlog tegen de democratie.
Hij wil (zijn) God als Rechter. In Belgistan.

Tja, ik vertrek al vast naar Isphaan.





19-11-13

De deserteur

 

 

Ik sleep mij door de oorlog
van Hertmans.
Ga deserteren. Een veertigtal pagina's overslaan.
Gewond door te veel onmenselijk leed.

Een mens herleid tot zinloos vlees.
Kanonnenvlees.
Ik verlang weer naar de terpentijn.
De geurige liefde van zijn grootvader.

Helaas, wordt het verhaal van dood nog elke dag
verder geschreven. Door ons 'kleine mensjes'.
Wij moorden elkaar uit.
Terwijl 'de gestelde lichamen' buiten schot blijven.

O, mijn God, en Gij ...

 

 

 

 


PS.
Ik word (te) somber van het boek.
Ik ploeg niet langer door de dodenakker.
Overbrug de modder en de IJzer tot aan het laatste deel.

Waar de kleinzoon terug het woord neemt.

 

 

186899

04-11-13

Zerken

 

 

Het arduin wordt weer eenzaam.
De chrysanten sterven verlaten.
De dode bewoners krijgen opnieuw hun schoonste graf.

Een herinnering.
Een gedachte lang.
Een huis van weemoed.

Aan tafel. Op vakantie. In de tuin.
Altijd komen ze onverwacht.
Eigenzinnig of zacht.

Zoals ze waren. Zerken. Zoals wij ze zagen.

 

 

 

 


PS.
Hertmans schreef een mooie zerk.
Niet elke afgestorvene heeft een schrijver.

Ach, ik hoop wel dat iedere dode een geliefde heeft.

 

PS. ik ben niet echt weg ...

http://www.youtube.com/watch?v=Ylm1IqWO7fo

 

 

 

185.385
 

01-11-13

Voor de levenden

 

 

 


Het is een uitgelezen dag
voor dit boek.
Ook de bladwijzer is in de juiste stemming:
"Vivre chaque jour comme une fête".

Voor de doden komt het advies te laat.
Laat het arduin en de chrysanten
een teken en een troost wezen.

Voor de levenden.

Misschien zelfs een vermanende vinger.
Hoeveel bloemen schonk je mij tijdens m'n leven?
En hoeveel tijd van jezelf?

Laat ons onze gedachten mobiliseren.
Met goede voornemens.
Je hoeft niet te wachten tot het nieuwe jaar.

Leve de levenden.

 

 

 

 

 


PS.
Ik laat de doden rusten.
In hun urne of graf.
Nu en dan leven ze nog in mijn hoofd.

Maar ik geef voorrang aan de levenden.
Nu het nog kan. En ze tijd hebben voor bloemen.
En aandacht.

Het pannenkoekenbeslag is al klaar.
Vijf kinderen zullen straks aanschuiven aan tafel.
Het altaar van de levenden.

PS.
Ik lees enkele bladzijden en jawel,
de weemoed vult me.
Wat een schoon boek Hertmans.

 

 185.195

 

20-10-13

Zo ver en toch dichtbij

 

Ik geraak nooit rond. Met deze plek.
De bladeren veranderen in herfst.
En duizende verkleuren zonder dat ik ze stuk voor stuk bewonderd heb.

En hoevele heb ik niet zien vallen.
Aarzelend voor de dood.
En hun treurende takken.

Hoevele keren zong jij voor mij?
In de bomen. Door de kieren. Op het dak.
En ik die je vergat.

En met wat anders bezig was.

En nu ween ik van weemoed
om de trage letters in een boek.
Dat mij bezoekt.

Roerloos verdwalen ze hier.
Mijn geschreven vrienden.
En vind ik ze. Nu en dan.

Als ze me nodig hebben.

 

 

 

PS. Hertmans breekt mijn weemoed op. Ik word weer twaalf. Lees een Vlaams Filmke bij veva Fabriek. Tussen het lawaai van de grote mensen. Ik ween. Alleen op de wereld. In een verhaal.

 

 

 

 

12-10-13

Trek eerst je zondagse kleren aan

 

 

... het tikt de moeilijke ochtenden weg wanneer zijn moeder op een brief wacht en de stap van de postbode niet vertraagt voor hun deur. Wanneer dat wel het geval is, springt ze op, graait de brief van de vloer en gaat in de duistere voorkamer, met een enkel olielampje brandend, alleen zitten lezen terwijl de kinderen naar school vertrekken. Haar hart bonst in haar keel. Een streng losgekomen haren valt voor haar gezicht; ze leest de onhandige hanenpoten van haar man:

Ik heb een langen avond voor den boeg, en ben hier gansch alleen.
Ik heb veel werk met het zoeken naar mijn woorden, vergeeft het mij.
Ik schrijf mijn brief aan u eerst in potlood, en schrijf hem dan over,
den tweede keer vind ik betere wendigen om u te zeggen
hoe dat het hier met mij gesteld is. Ik maak mij dan eerst helemaal proper
en kleed mij aan, alsof ik op voornaam bezoek moet, en ik trek dat schoon vest
aan dat ge voor mij hebt genaaid. Ik zit hier niet ver van de kapel
die ik moet schilderen. Als het slecht weeder is ga ik daar een Paternoster
bidden voor U. Elken avond om halftien ga ik te bedde en ik peins aan U.
...

Uit ' Oolog en terpentijn' - pag.93 - Stefan Hertmans

 

 


Met diepe verwondering en intense dankbaarheid
heb ik zopas een omeletje gebakken en verorberd.
Traagzaam en bedachtzaam.
Zoals het hoort bij een heilig moment in je leven.

Natuurlijk, dierbare lezer, kan jij mijn woorden
en die uit het boek niet begrijpen. Ik besef dat.
Omdat jij, wellicht, niet dezelfde grammatica en spelling
hebt geleerd als ik.

Hoevele keren zat ik aan tafel naast een jongen
die in de vroege ochtend van een eitje aan het smullen was.
Een groter kwelling nog was de geur van gebakken spek.
Die als een trage processie langs onze neuzen trok.

O, ik mag niet klagen, nu en dan, zeurde moeder nog langer
waarschijnlijk, en werkte vader nog later om voor dit jongetje
zo'n delicatesse te kunnen betalen. En steevast, stond er
op de lange tafel een hoge kop, als teken dat ik melk kreeg.

Waarvoor betaald was. Een gedistingeerde luxe.
Brieven die je schreef mochten niet dichtgelikt worden.
De brieven die toekwamen waren al opengesneden.

Neen, in dit SKYPE-tijdperk klinken deze woorden
wellicht middeleeuws. En lijkt mijn alphabet eerder
op spijkerschrift dan op sms-taal.

Dichter bij de vergeten tijd dan bij de beeldtaal.

 

 

 

 

PS.
Met diepe ontroering las ik de brief van de man die tegen zijn wil
door de Eerwaarde Paters naar Engeland gestuurd werd.
Maar hij had geen keuze.

God was zijn opdrachtgever. En geld had hij nodig om met zijn gezin te overleven.
En de Paters beheerden beide.

 

PS. Wil u noteren, beste lezer, dat ik een douche nam vooraleer deze woorden te schrijven.

PS. Ik besef dat ik vanochtend tegen 'de gulzigheid' zondigde. Ik dronk, vergeef mij Heer, ook nog een hoge  kop chocolademelk. Ik zie het vagevuur al branden.

 

 

 

 183.354

 

 

03-10-13

Tessituur

 

 

Mijn grootvader houdt ondanks de warmte en het strand
zijn zwarte borsalino op zijn bijna kale hoofd,
hij heeft zijn smetteloze witte overhemd aan en draagt
zoals altijd zijn zwarte strik, die groot is, groter dan strikken
normaal gesproken zijn, en die bovendien
twee afhangende stroken heeft, zodat het er van een afstand uitziet
alsof hij rond zijn nek het silhouet heeft geknoopt
van een zwarte engel die zijn vleugels spreidt.


Uit 'Oorlog en Terpentijn' - pag. 11 - Stefan Hertmans

...

Alsof ik op zijn ziel kras,
zo scrupuleus zacht onderstreep ik
het voor mij onbekende woord 'tessituur'.

Alleen mijn blauw potlood met het afgesleten gommetje
mag dit tussenwit aanraken. Amper.
Om het te koesteren.

Ik krijg zin om mijn vlinderdasje aan te doen.
Aandoenlijk hoe de oude man zelfs op het strand
van Oostende trouw blijft aan zichzelf. Zijn zelfbeeld.

Zwart. Hoed. Strik.

Ik heb mezelf verraden.
Hoor ik me denken.
Verlaten. Had ik geschreven.

Bang voor de verwijtende en ook spottende ogen.
Van voorbijgangers. Zelfs luide pubers
die uitgerafelde cowboy-broeken dragen als haute couture.

Maar vooral bang van een vals beeld.
Dat die onbeschroomde blikken
op mij kunnen kleven. 

En wat ik niet ben.
Een aristocratische nobele rijkaard.
In zijn uniform van gesteld lichaam.

Maar ook dat de perceptie misdadige intenties
zou triggeren. Een weerloze oude man als makkelijke prooi
zien. Het is niet denkbeeldig in een stad.

Morgen lees ik het boek
aan mijn eiken tafeltje.
In gilet. Met vlinderdas.

Dat beloof ik me.

 

 

 182.212