12-04-15

In naam van de druivelaars

 


'Hij is de enige die mijn lichaam
tot bedaren kan brengen en hij is dood.
Rouw is verliefdheid zonder verlossing.
Ik ben panisch zonder hem.'

Op de achterflap van 'Logboek van een onbarmhartig jaar'
Connie Palmen.

 

Ik vroeg haar om het boek terug te brengen,
vooraleer ze naar het land van de azuurblauwe luchten vertrok.
Ik wil het dicht bij me hebben.

De kleur van de cover is mauve of purper.
Ik kan zo moeilijk onderscheid maken
tussen de twee.

Het boek gloeit in het zonlicht
en mijn handen.
Het wordt warm als weemoed.

Ik waaier door de bladen.
Hier en daar pluk ik enkele zinnen.
Een boeket van ontroering.

Het is een zachte zondagochtend.

 

PS.
Gisteren nog weende ze in mijn armen.
Zoveel angst om me te verliezen.
Zij is panisch zonder mij.


PS.
Voor mij op m'n bureautje
staat een potje vergeet-mij-nietjes.
Een bloeiend memootje van haar.

Driemaal een dimunitiefje, merk ik.
Het is ook allemaal erg frêle.

In de bloembak, één hoog onder mijn  bel-etage venster,
floreren druivelaars.
Ze horen daar vast niet te staan volgens de groene bijbel.

Maar zo geniet ik ervan. En zij kijken naar mij.
Namens haar.

 

12-06-13

Het eenzame geluk

 

 


Zondag 22 november 2009

Connie P. zit met verve en vuur te causeren over
'Het geluk van de eenzaamheid'.
Een pleidooi en essay over échte literatuur.

De titel blinkt als sneeuw in de zon.
Een contradictio in terminis. Maar hoelang
blijft hij liggen vooraleer hij wegsmelt tot een smurrie.

Enkele maanden later zal haar geliefde
haar de eenzaamheid cadeau doen.
Met medewerking van de dood.

Op 11 maart 2010 sterft Hans van Mierlo.
En er wacht Connie P. 'een onbarmhartig jaar'.
Ik vermoed dat zij erg eenzaam was,
maar er weinig geluk in heeft gevonden.

 

 

 

 

 

 

PS.
Velen durven er niet over praten.
Vermijden vraag en antwoord.
Alsof het een besmettelijke ziekte is. Angst om gemeden te worden.

Want in deze 'win-win-wereld'
koppel je je eigen succes vast aan dat van een ander.
Alle mogelijke drempels of slepende ballast laat je vallen.

Tot de dag komt dat zelfs 'Facebook' je alleen laat
en niet meer troost.

Naar aanleiding van dit gesprek tikte ik 'het moeilijke woord'
in de zoekfunctie op m'n Blog. Ik schrok.
Van de hoeveelheid eenzaamheid.

 

 

http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=eenzaamheid

 

 

 

 

07-04-13

A shadow on the wall


 


Hoe vaak heb ik op het punt gestaan de dagboeken
die ik in mijn jeugd schreef, te vernietigen?
'Wie dagboek zegt, zegt schaamte,' zei Louis Tas ooit tegen me.
Nu vraag ik me af wat hij daarmee bedoelde.
Houd je een dagboek bij uit schaamte of schaam je je voor de inhoud
van de dagboeken die je bijhield? Of schaam je je ervoor dat je
het schrijven nodig hebt om te kunnen leven?
Als ik Hans zie schrijven in zijn dagboek ben ik daardoor aangedaan
en tegelijkertijd voel ik me alleen. Ik ben aangedaan door
de eenzaamheid die hem omgeeft als hij voorovergebogen boven
zijn folioschrift de werkelijkheid probeert bij te benen.

Uit 'Logboek van een onbarmhartig jaar' - pag. 110 - Connie Palmen

...

Misschien is een dagboek wel de plek
waar je verlangen even thuiskomt.
Een nest waarin het één wordt met het
onbestemd gemis. Dat een mens zijn leven lang meesleurt.

Zou ik het een 'copulatie' mogen noemen?

Of is verlangen en gemis sowieso hetzelfde?
Een incestueuze tweeling. 
Voor mij niet. Het ene is de verte, het andere de leegte.
Hoop en wanhoop.

Verlangen is wat anders dan heimwee.
Gemis is geen derivaat van weemoed.
Ach, misschien bedriegen ze elkaar wel.

Het nu dat droomt van later. Het overspel van de tijd.

 

 

PS.
Misschien zijn mijn hersenen wel de 'schuldigen'.
Onvoldaan en ontevreden.
Zij verleiden mijn verlangen. Naar 'inhoud en vorm'.

Gelukkig bestaan er boeken, radio, tv en computer.
Want in huis of op straat ontmoet ik ze niet.
De mensen die mij diep kunnen bevredigen met hun woorden.

Van schoonheid en troost. Beauty and consolation. A loving guardian.


http://www.youtube.com/watch?v=islwWH94X00


163.788

23-03-13

Mijn akte van bestaan

 

"Il n'y avait d'autre vie que les souvenirs.
Elle pensa soudain que la vie était uniquement ce qui était passé.
Rien n'existe hors de la mémoire." (1)

 

Ik ben diep in mijn bestaan gekropen.
Bij gebrek aan licht buiten.
En dan ga ik op zoek naar een oude bekende.

Meteen herken ik 'm.
Hij verandert niet. Ondanks de verdwenen jaren.
Een mistroostig jongetje.

De lente is onbarmhartig kil en donker.
Ik wacht op de paasbloemen.


...


Ik ben een erg modale man.
Althans gemeten
aan mijn ijkpunten.

Mijn leven ligt rimpelloos te wachten
als de vijver
tijdens een bladstille dag.

Connie rust op mijn schoot.
Onbarmhartig gekreukeld
tussen twee covers.

De wind is barmhartig.
Hij geurt. Naar april en de struik
van wie hij het parfum
door m'n tuintje draagt. Nu al eenëntwintig jaar.


"Il n'y avait d'autre vie que les souvenirs.
Elle pensa soudain que la vie était uniquement ce qui était passé.
Rien n'existe hors de la mémoire." (1)


Connie est une grande dame.
Zij troost mij in haar nietigheid. Sa tristesse.
Verdriet heeft geen status.

Al trachten sommigen ook aan emoties
sterren toe te kennen.
Tranen bij Hazes zijn al vlug plebejisch.
Die om Bach krijgen aristocratische allures.

Maar hier in dit huis
woont een doodgewoon jongetje.
Hij noteert ijverig zijn leven. Van elke dag.

Omdat hij anders niet zou bestaan. Later.

 

 

 

PS.1
Citaten uit 'La jolie Madame' - Andrzej Szczypiorski
genoteerd in
'Logboek van een onbarmhartig jaar' - Connie Palmen
pag. 105.

 24-04-12

 

130.628

 

03-12-12

Een reikhalzend gebrek

 


'Rouw bedient zich in het lichaam van dezelfde taal
als verliefdheid, er is geen onderscheid. De domme organen
verhalen van onrust en begeerte zonder weet te hebben
van het verschil tussen het verlangen naar een levende en naar een dode.
Hart, darmen, maag, huid ze heffen eensluidend een elegie van gemis aan.
Het is die mengeling van angst en verlangen, de nog onzekere staat
van de verliefde die voortdurend naar de andere toe wil om te weten
of ze nog leeft, die liefde, of ze niet op een onbewaakt ogenblik gestorven is,
zomaar verdwenen, dat kan.

Verliefden zijn doodsbang.
Vanaf het moment van de ontmoeting zijn de minnaars zichzelf niet langer genoeg,
ze weten zich geen raad met hun eigen lichaam, ze herkennen het niet als iets
van henzelf omdat het ziek van de liefde is, gemankeerd, veranderd
in een reikhalzend gebrek, in iets wat niet naar behoren werkt, als het zich
op een te grote afstand bevindt van dat andere lichaam.
De smachtende organen van de verliefde bedaren pas als hij de ander ziet, ruikt, aanraakt.

Hij is de enige die mijn lichaam tot bedaren kan brengen en hij is dood.
Rouw is verliefdheid zonder verlossing.'

Uit 'Logboek van een onbarmhartig jaar' - pag. 11 - Connie Palmen

...

 

Maandag. Een onbarmhartige dag.
Reeds tweemaal zeilde ik door haar logboek.
Een reis doorheen rouw, gemis en verlangen.

Connie is een biezondere dame.
Hoe ze al sprekend schrijft. Scripta.
Haar woorden vliegeren. Verba volant.

Maar wat een inhoud. Zomaar.
Zonder tempelslaap.
Goden voldragen voor papier.

Ik denk terug aan mijn 'luistergesprek'
met twee 'achtergelaten geliefden'
op het kerkhof. Onlangs.

Hoe zij niet verder geraken
dan hun vroegere dagen.
Hun groot verdriet in kleine woorden.

Ook de dood woont in vele talen.
Maar altijd onbarmhartig.

 

 

 

PS.
Een dag als deze kweekt droefheid in mijn ledematen.
Gelukkig is er de techniek om te troosten.
Voor de zoveelste keer gekeken naar 'Benali boekt Palmen'.

http://benaliboekt.ntr.nl/2011/04/10/aflevering-1-benali-...

 

 

 

21-05-12

Zolang het nog kan

 



Verleden, heden, toekomst; de manier waarop ze zich
tot elkaar verhouden, hoe ze met elkaar verweven zijn,
bepaalt je gemoed. Je toekomst moet iets te raden overlaten,
je heden moet niet volledig bezet zijn door het verleden.

Marie kent haar nabije toekomst te goed.
Onherroepelijke kennis bezitten van je toekomst is
een element van rouw.   ...

Uit 'Logboek van een onbarmhartig jaar' - pag. 220
Connie Palmen

...

Als je 71 bent dan ploeter je meer door gisteren
dan door morgen.
Hun verhoudingen wijzigen voortdurend.
Morgen krimpt en gisteren slorpt het saldo op.

Wat het ene verliest, wint het andere.
Hoewel verlies in het verleden ligt
en je enige winst morgen is.

Nog elke dag moet ik vechten
voor vandaag.
De vrijheid om niet te 'moeten'.
Vechten tegen de gevangenis van het schuldgevoel.
Op vele vlakken.

Hoe diep was de kerker van de Kerk
dat ik me nu nog elke dag moet bevrijden.
Van het oorkussen des duivels.

Ik mag genieten. Ik blijf het herhalen.
Om mezelf te overtuigen.

Zolang het nog kan.

 

 


PS.
Bijna op het einde van een tweede lezing van het 'logboek'.
Ik hou van ploeteren in het hoofd van Connie.

 

 

 PS. En nu ga ik de patatten schillen. En dat ongeduldige stof dat klaagt ook weeral. Help.

 

 

 

132.563

11-05-12

Identiteit


 

Soms denk ik een woord,
maar schrijven mijn vingers
wat anders.

Zo wilde ik beginnen met de volgende zin.

In een koperen potje staan drie takjes.
Blauwe seringen. Ze geuren weldadig.
Ik kreeg ze dinsdag van haar.
Ze komen uit haar tuin.
En de struik groeide op in haar dorp.

Maar mijn vingers dachten blijkbaar
aan wat anders:
identiteit.

Ik kan vermoeden waarom.
Maandag had ik aan een 'personeelsdirecteur'
gezegd dat een pak mensen
hun identiteit ontlenen aan
het merk van hun auto, de oppervlakte van hun villa, een diploma of functie.

En als ze dan met pensioen gaan,
staan ze naakt op straat.
En ordonneert de vrouw in de keuken
de Ceo om de patatten te schillen.


Hij had gelachen.

'Jawel', antwoordde hij.
'ik schil de patatten al.'

'Aha', al stiekem aan het oefenen',
lachte ik.

'Neen, maar mijn vrouw houdt me wel
de werkelijkheid voor ogen', stelde hij.
'Als de mensen amicaal met je zijn,
dan zijn ze vriendelijk
tegen je functie, dat weet je toch.'


Hij wist het.


En zo kom ik terug bij het begin.
Gisteren het boek 'Blauwe nachten'
van Joan Didion gekocht.

Ik zit aan pagina 42.
En ik zit met een vraag:
'Verder lezen of niet'.

Tot nu toe een 'tegenvaller'.

Het lijkt mij eerder een optelsom
van publieke figuren met hun faits divers (Story),
een notariële akte van al hun villa's
en appartementen. Reizen en vakanties.

Ik had een boek verwacht
over verdriet. 
Om het verlies van een dochter.

Dit leed sleurt een identiteit mee.
En toen begreep ik plots mijn vingers.

 

 

 

 

131.889

06-05-12

Als het weer meeuwen sneeuwt


Je wordt nooit herinnerd zoals je jezelf herinnert.
Niet ten goede, en niet ten kwade.

Uit 'Logboek van een onbarmhartig jaar' - pag. 159
Connie Palmen

 

...

Ik ben dus ànders.
Anders dan ik ben.
In mijn sporadisch voortbestaan.

Misschien ooit in het hoofd
van een klasgenoot. Of van een oude vrouw.
Nog een jonge man.

Telkens anders.

Zij leven met een andere man.
Dan ik.
Maar zelfs ikzelf, twijfel.
Aan deze schrijvende ochtendmens.

Ik leg mij gelaten neer.
In haar herinnering.
Als de perenboomdreef weer zal bloeien.
Wanneer het weer meeuwen sneeuwt over de Molenbeek.

Zonder mij.

 

 

 

131.577

24-04-12

Mijn akte van bestaan

 


Ik ben een erg modale man.
Althans gemeten
aan mijn ijkpunten.

Mijn leven ligt rimpelloos te wachten
als de vijver
tijdens een bladstille dag.

Connie rust op mijn schoot.
Onbarmhartig gekreukeld
tussen twee covers.

De wind is barmhartig.
Hij geurt. Naar april en de struik
van wie hij het parfum
door m'n tuintje draagt. Nu al eenëntwintig jaar.


"Il n'y avait d'autre vie que les souvenirs.
Elle pensa soudain que la vie était uniquement ce qui était passé.
Rien n'existe hors de la mémoire." (1)


Connie est une grande dame.
Zij troost mij in haar nietigheid. Sa tristesse.
Verdriet heeft geen status.

Al trachten sommigen ook aan emoties
sterren toe te kennen.
Tranen bij Hazes zijn al vlug plebejisch.
Die om Bach krijgen aristocratische allures.

Maar hier in dit huis
woont een doodgewoon jongetje.
Hij noteert ijverig zijn leven. Van elke dag.

Omdat hij anders niet zou bestaan. Later.

 

 

 

PS.1
Citaten uit 'La jolie Madame' - Andrzej Szczypiorski
genoteerd in
'Logboek van een onbarmhartig jaar' - Connie Palmen
pag. 105.

 

 

130.628

11-04-12

Logboek van de angst

 

 

Woorden van Hans van Mierlo.

'Ik ben bang dat ik alles wat ik ooit heb gewild, zich in mijn hoofd heeft afgespeeld, en dat ik het in mijn leven heb nagelaten', zegt hij.  'Wat ik wilde was te groot, te absoluut, te hoog gereikt voor mij.'
 
Pag. 60 - Logboek van een onbarmhartig jaar - Connie Palmen


En dan zie ik voor mijn ogen
een breedgeschouderde atleet.
Een aristocraat. En intellectueel.

Die een bang jongetje was. Angst voor het leven.

Terwijl er zoveel succes en roem
over hem hangt.
Wierook krinkelt rond zijn naam.

En toch.

Waarom zou ik dan
een 'onbestaande man'
niet dezelfde angst mogen hebben.

Of zou dàt al getuigen van arrogantie.

 

 

 

129.677

09-04-12

De barmhartige fraudeur

 

Ik begin langzamerhand meer van dit schrijven te genieten, het bezorgt me op z'n minst de herinnering aan een ooit gekend geluk. Vooralsnog  martelen de dagen me met hun gestage , onomkeerbare duur, met hun voortschrijdende minuten en uren, met hun tirannieke chronologie, maar ik heb het log in handen. De frauduleuze tijdsduur van de literatuur is van mij. Ik begin weer iets te willen. Ik wil de macht van het bedrog terug.

Uit 'Logboek van een onbarmhartig jaar' - pag. 88
Connie Palmen

 


Sommigen schrijven met beelden
hun leven op. Ook zij frauderen.
Zij schrijven geluk op gisteren.
Tegen het verdriet van later.

Soms lachen ze. Cheese.
Hun blote tanden als het hagelwitte bewijs.
Kijk, ik ben gelukkig.

De kracht van het bedrog. De tedere leugen.
Want alleen losers zijn ongelukkig.
De winnaars hebben implantaten.

Daar waar de tijd ongenadig is.

 

 

 

 

129.442

07-04-12

Addendum

 

 

Ik moet het stukje Proust aanvullen.
Want het is onduidelijk.
Misschien denk je wel dat ik verlang
naar een andere status.

Neen, het heeft niets
met 'hebben' te maken. Maar alles met 'zijn'.
Avoir et être.

Morgen is het Parijs-Roubaix.
Wellicht zal ik kijken
en hopen dat Tom wint.
Ik weet dat ik dan zal ontroerd zijn. En slikken.

Maar toch, en toch...
zijn het de spieren van mijn hersenen
die ik liever meer ontwikkeld had gezien.

Eruditie. En literatuur.

Dit kwam bij me op toen ik weer las in
'Logboek van een onbarmhartig jaar'.
Een middel om m'n eigen verdriet te minimaliseren. En dan kom ik weer onder de indruk van la Palmen.

Maar toch troost zij me.
Met de schoonheid
van het intellect en het geschreven woord.

 

 

 

20-12-11

Een rebellie tegen het vergeten

 


Schrijven is een gevecht met het vergeten.
Een strijd die je altijd verliest.
Want er staat nooit wat er staat.
Nooit is wat was.

"Lire c'est écrire."
De lezer is je vijand. Hij vermoordt de schrijver.
"La naissance du lecteur doit se payer de la mort de l’auteur." Roland Barthes.

En toch.
Toch schrijft de schrijver.
Om niet te vergeten.
'Een rebellie' noemt Connie Palmen dit.

Wat anders verdwijnt in de vergeetput,
staat dan geschreven zwart op wit.
Maar toch weer anders.
Niet vergeten, maar wel veranderd.

De tijd laat zich niet vertalen.

 

 

 

 


http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/programmas/Reyers%2Blaat/2.19119/2.19120/1.1180446

 

118.576

23-11-11

Zijn machtige geslacht

 


Hoe een boek, in de media, verschrompelt
tot drie woorden die er niet (meer) staan:
"zijn machtige geslacht".

En dan denk ik niet aan het geslacht Bjorndall uit 'En eeuwig zingen de bossen'. Maar wel aan Connie en 'de jonge heer' van haar overleden man. Zijn imposante fallus werd in het logboek vervangen door zijn handen. Op aanraden van 'vrienden', vertelde Connie. Ze had zijn apparaat dus maar geschrapt.

Je zou geen betere publiciteit kunnen bedenken.
Iets wat er niet meer staat als 'postume promostunt'. Ach, hoe zielig van de kritikasters. Maar misschien had Connie Palmen het beter nooit opgeschreven. Zelfcensuur.

Ik herinner me nog vers mijn verbazing toen ik 'het' haar hoorde voorlezen in 'Benali boekt Palmen'.    Ik blijf blijkbaar ondanks mijn wufte jaren een preuts en stiekem jongetje. Maar 'het' zal Connie geen windeieren leggen. Dat onbarmhartig jaar.
Kan en mag zo'n 'intiem kapitaal' als haar rouw wel gedeeld worden, vroegen recensenten zich af. Is het geen exploitatie? En levert dat geen 'woekerrente' op.

Connie vond dat het delen van verdriet, het tezelfdertijd verkleinen is. En dat zij alleen gaf om haar intelligente recensenten: de lezers.
Misschien was de schrijfster hier toch iets te barmhartig, vrees ik.

 

 

 

 

http://www.omroepwnl.nl/video/detail/Eva-Jinek-op-Zondag_...

115.669

19-11-11

Misschien is het wel onrechtvaardig

 

 

Er zit veel genade in mijn genen, vermoed ik.
Voelbare zaligheid. En dat zonder een heilig leven.
De ochtend wordt wakker als een mirakel.
Het wonder van elke dag.

Mijn kleine prins ligt diep onder het deken.
Opa zit al aan de koffie en de speculoos.
Zijn ochtendlijke verslaving. Het is amper zeven.

Onderweg naar het voetbalveld zoemt de diesel tevreden.
Grijze penseelstreken schuifelen over een lichtroze hemel.
'Of hij de poezen zal missen?' 'Ja', knikt hij.

Deze morgen komt een dame de twee poezen halen.
Ze breken de flat af. Trekken kasten en frigo open.
Terwijl dochter in de les of op het werk zit.
's Nachts lopen ze over haar heen.

Zij slaapt in de living. De katten overal.
En o, toeval, de dame die haar komt bevrijden
van de katten, herkent haar meteen.
Afrika. Ze kwam ooit bij haar langs.

De zon ligt als een poes
op mijn schoot te spinnen.
In mijn minuscule veranda zomert het.

Ik lig behaaglijk in mijn zetel.
Connie Palmen met haar verdriet
in mijn handen.

Het leven is barmhartig. Hoelang nog.


 

 

115.193

15-11-11

Sluimertijd

 

 

Ik betrap mij op een vergetelheid.
In het literaire ritueel.
De bladeren laten wapperen
en de geur opsnuiven. Van het verse boek.

Te gehaast. Ontroerd ook door de foto.
Op de omslag. Een beeld
zoals ik een portret graag zie.
Van de werkwoorden: zien en houden van.

Geen technische proeve. Of een visueel getuigschrift.
Voor later. Neen, de onverwachte aanraking
van een ogenblik. De tijd die voortaan verder sluimert.
Sluitertijd. Sluimertijd.

Zo gehaast ben ik, dat de straten zelf
mijn voeten veilig naar huis brengen.
Een lezende wandelaar. Een wandelende lezer.
Nooit eerder gedaan.

En dan beginnen mijn vingers
te lezen. Te kneden.
De desem van een liefde. Van verdriet.
Het vermoeide verlangen. Het ontroostbaar gemis.

Een klaaglied over haar verloren helft.
Of is het eerder de hagiografie van een verliefdheid.

...

 

 

 

PS.
Ondertussen las ik al een eerste kritische recensie. En niet van de minste: Elsbeth Etty.
Maar Connie Palmen slaat meteen haar 'literaire parasieten' ongenadig neer. Alsof ze naar een bromvlieg mept. Het blijft een harde en onbarmhartige tante.

Voor de geïnteresseerden:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Elsbeth_Etty

http://www.tzum.info/2011/11/nieuws-connie-palmen-haalt-uit-naar-critici/

 

 

114.475

13-11-11

De dood is soms gehaast



Wachten op een trein, duurt lang.
Behalve als je afscheid neemt
van een prille liefde.
De tijd en het leven in de war.

Er bestaat nog perrongeluk.
Samen vertrekken.
Naar een andere stad.
Treinen is dan meer dan reizen.

Het ver-dwalen door straten.
En door elkaar. Het besnuffelen
van dromen. Als jonge hondjes.
Alles is nieuw. En zonder einde.

Onlangs hoorde ik een sterke zin.
Ga even zitten.
Want het wordt schrikken.

'Als de tong een stukje vlees wordt,
dan is de liefde over.'

Connie Palmen heeft geluk gehad.
Het lichaam van Hans
is nooit een homp vlees geworden.
Een vlezige aanwezigheid. In bed.
Die snurkt en in de weg ligt.

Zij verloor de minnaar die haar man was.
Nog onaangetast door tijd.
Nog niet verscheurd door sleur.
Maar voor altijd een lege plek.

De bezetter van haar genadeloos gemis.
De bezitter van haar onvoltooid verlangen.
De man die onveranderlijk een geliefde blijft.

De dood verzegelt soms de toekomst.
Als een ongelezen afscheidsbrief.
Barmhartig voor elke herinnering.

Alsof de tijd bang is voor de teleurgang.

 

 

 

PS.
Lees dit dagboek als een ode.
Voor de gelukzaligen. Soms zie ik ze haperen
aan elkaar. De trage koppels die de jaren in mekaar
vervlochten. Straten van achteloos geluk.

 

114.173

12-11-11

Logboek van een lichtmatroos

 


Als een kei over glad water.
Zo keilt de kraai een kastanje
over het asfalt.
Hij beoogt een kwetsuur.

Want daar ligt de kwetsbaarheid.
De plek voor het infuus van de pijn.
In mijn handen wiegt Connie Palmen.
Ik wandel door haar verdriet.

En peil haar leegte.
Die ze heeft uitgekleed
in haar nieuwste werk.
Een logboek. Zinnen.

Rafelingen in haar gemis.
Een skelet van herinneringen.
Zoals de takken die hoog
over mij hangen in de kastanjedreef.

Ik passeer de plek
waar ik 'haar' ooit een vluchtige zoen gaf.
De eerste. Onbeholpen verkleed
als een beleefdheidsformule.

Een formeel 'merci'. Op beide wangen.
Maar diep in mezelf stormde
het testosteron. Aangekleed als een minnezanger.
Die hoofs het hof maakt. Lacherig en langoureus.

En zij loopt langs mij. Een gewillige freule.
Zou later blijken.
Al elf jaar is zij ondertussen mijn geheim kompaan.
Kompas.

Dikwijls verloor ik het noorden.

 

 connie palmen,logboek van een onbarmhartig jaar,hans van mierlo