15-11-17

ik

Afbeeldingsresultaat voor leonard nolensInternet - Literatuurplein


      Unster

Bezat je nu maar een balans,
bij voorkeur zo'n fijne Romeinse,
om koudweg je ziel te gaan wegen van top
tot teen, totaal, je doden bijeen
in die op- en neergaande dans

van zo'n balans, de twistende sterfdag
van vader, en later, het doofstomme ziekbed
van moeder, de as van broer Paul
die je schoenen bestuift en de last
van je krimpende kennissenkring, de barst

in het hart van je vriendschap met Frans,
bezat je nu maar zo'n balans -
je blijft op je zestigste blind als de helder
ziende, voortdurend verspringende naald
van geen enkel, geen telbaar getal.

Leonard Nolens


Leonard Nolens,Balans, Querido, 56 p., 16,99 euro.

 De betekenis van 'ik' zeggen

Poëzie. Een nieuwe bundel van een van de belangrijkste Nederlandstalige dichters van deze tijd.
Leonard Nolens zet zijn zoektocht naar identiteit voort in Balans.
Paul Demets - Bron:   De Morgen - 15 november 2017

 

                                           °°°

 

IK

wie ken ik beter
dan de man die dit tikt
een vreemde
met woorden bekleed

in dit huis

waar hij over trappen reist
naar zijn verleden
dat niet wil terugkeren
naar waar het ontstond

hier zoekt hij

naar dichters
die zijn blinde onmacht beschreven
zijn toekomst verzekeren
in zinnen

die nog even uitrusten van zijn ondraaglijk lichte leven.

 

 

 

PS.
Altijd keer je weer.
Naar jezelf.
Alleen of met twee.

De ochtend wordt voor je wakker.
De avond gaat met je slapen.
Daartussenin
soms een mens. Een vrouw. Een geliefde.

Maar meestal
je eigen vreemde ik.
Die je nog elke dag tracht te vertalen.

 

 

335932

 

 

29-12-16

zoeken naar Nolens

 

 

Retie, vrijdag 2 november 1990

Omdat er schijnbaar nooit iets ophefmakends in je leven gebeurt
en je dagen bestaan uit dagdromen en herinneringen, grijpt ieder
vandaag terug naar de dagdromen en herinneringen van gisteren.
En hoe dichter het definitieve 'morgen' jou nadert, hoe meer je leven
de vormen zal hebben aangenomen van herinneringen aan herinneringen
en van dagdromen over dagdromen, en hoe dichter, dikker en ondoorzichtiger
de massa onbestaan zal zijn, die je scheidt van het enige
werkelijk  beslissende en ophefmakende feit van je bestaan: je geboorte.
En heel dat proces is dan wat dichters en filosofen durven te noemen:
de ver-wezen-lijking, de essentialisering!

Uit 'Dagboek van een dichter' - Leonard Nolens.

 

 

http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=troost

 
uvi.skynetblogs.be
Jongetje kijkt naar buiten. En naar binnen. Tussen gisteren en morgen.

 

 

Edegem, donderdag 23 maart 1989

Meer dan ooit zijn wij zoals de oude Grieken verslaafd
en verkocht aan de sfeer van het tussenmenselijke,
de intersubjectiviteit, en danken wij ons bestaan aan
onze door anderen en door de media opgemerkte aanwezigheid.
...
Niemand is nog in staat voldoende kracht te putten
uit zichzelf; iedereen moet het hebben van
de aandacht die de anderen, nu vandaag,
zo snel mogelijk, schenken aan zijn persoon en werk.
...
Voor de Helleen was er geen leven na dit leven.
Hij wilde vandaag geroemd worden.
Met dat roemen stond of viel zijn bestaan.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 325 - Leonard Nolens.

 

 

 

 

19-08-16

Het geheim van de schrijver

Consequent en koppig heeft Leonard Nolens
zijn hele oeuvre gewijd aan wat hij in zijn dagboek
De vrek van Missenburg
zijn ‘plaatseloosheid in deze samenleving verwerven’ noemt.

De dichter verzaakt aan maatschappelijke plichten,
gehoorzaamt alleen aan de wetten
van het woord en zoekt in zijn poëzie
naar manieren om zich te manifesteren als een ‘ik’.

Daarin schuilt zijn felbevochten vrijheid.
Waarom hij dat onverdroten blijft volhouden?

‘Omdat je, ondanks alles, in je nietigheid
geaccepteerd wilt worden,
je afzonderlijkheid wilt doorgeven,
je zinloosheid zin wilt geven
door een schok van herkenning te worden’,
schrijft hij in 1993 in het dagboek Blijvend vertrek.

Uit 'De Standaard der Letteren' - 3 oktober 2014 - Over zijn bundel 'Opzichtige stilte'.

  


Zie je aan de tekst
in welke kamer of plek
hij geschreven is.

Dat vroeg ik me zopas af
toen ik weer maar eens Toon Tellegen las.
Heden niet jarig.

Zijn werk is ogenschijnlijk kinderlijk,
maar zo diepzinnig.
En poëtisch.

De auteur is niet alleen schrijver
maar ook geneesheer.
Waar vindt hij de tijd?

Zou hij kinderen hebben.
En is hij dan een afwezige vader
die zich opsluit in een bunker.

En word ik daar dan gelukkig van.

 


PS.
Godfried Bomans mocht slechts uitzonderlijk
het bureau van zijn vader betreden. Enkel na beleefd aankloppen.
En gevraagd. Meestal was het voor een reprimande.

Toen waren vaders vreemde mannen in huis.
De autoritaire baas naast God. En gevreesd.


PS.
Het dagboek van een dichter is een "zwaar" boek.
Letterlijk en figuurlijk.
De kamer van Nolens lijkt mij een deprimerende cel.
Een monnik die de wereld buitensluit.

 

 

http://www.vpro.nl/boeken/speel.WO_VPRO_1938755.html

 
www.vpro.nl
DichterBij Leonard Nolens 11 september 2015 . Enkel werken is nog van belang voor Leonard Nolens. De dagen in zijn studio te Antwerpen zijn ...

 

 

 

 http://www.canvas.be/video/dimitri-van-zeebroeck/2015/leo...

 

 

 287351

29-06-16

Dichter bij jou

 

 12-06-10

Dagboek van een dichter


Soms ligt hij daar. Vergeten, verlaten.
Op de hoek van m'n tafel.
Als een pop door een meisje achtergelaten.
Erger nog, een dichter door een lezer.

Hij is stekeblind zonder m'n vingers.
Maar als ik hem dan open blader
dan hoor ik zelfs zijn adem.
En zijn stilte. Tussen het wit. Als hij twijfelt.

En geloof me: dichters twijfelen.
Meer dan dat ze schrijven.
 

 *** 

Ik heb zopas wat Europa gelezen.
Hoewel ik erin leef aan de rafelkant,
blijft het een vreemd continent voor mij.

Ik ben dan ook wereldvreemd.

Zelf groeide ik op
binnen de bekrompen grenzen
en genen van een dorp.

Hoewel mijn vader uit de stad kwam.

Ach, grenzen. Bergen en rivieren
tekenden ze op een landkaart.
En oorlogen veranderden ze steevast.

In deze www echter worden ze verlegd met één druk op een knop.

 

PS.
Vermits ik niet om de wereld heen kan, kruipt hij in mijn hoofd.
En vingers. Nu en dan laat ik mij verleiden om buiten de oevers
van de gewonigheid van dit dagboek te treden.

Fout. Voor de Grote Problemen hebben we immers al twitteraars à la Torfs.

19-05-16

Toen later vroeger werd...

 

 

Retie, vrijdag 2 november 1990

Omdat er schijnbaar nooit iets ophefmakends in je leven gebeurt
en je dagen bestaan uit dagdromen en herinneringen, grijpt ieder
vandaag terug naar de dagdromen en herinneringen van gisteren.
En hoe dichter het definitieve 'morgen' jou nadert, hoe meer je leven
de vormen zal hebben aangenomen van herinneringen aan herinneringen
en van dagdromen over dagdromen, en hoe dichter, dikker en ondoorzichtiger
de massa onbestaan zal zijn, die je scheidt van het enige
werkelijk  beslissende en ophefmakende feit van je bestaan: je geboorte.
En heel dat proces is dan wat dichters en filosofen durven te noemen:
de ver-wezen-lijking, de essentialisering!

Uit 'Dagboek van een dichter' - Leonard Nolens.

 

 

 


Een rimpeling op het water.
Zelfs geen kei herlegd in een rivier.
Blank en onbestaande.

Zo was mijn leven.

Geen glamour of flikkerend neonlicht.
Al evenmin een bekroond gedicht.
Wat ochtendlicht, jawel.

Over uitgebloeide tulpen.

Een gerimpelde tabula rasa.
Waarin het leven schreef
wat ik niet wilde.

Zo werd mijn later
langzaam vroeger.
Toen ik nog jong was.

En wat wilde.

 

 

 


PS.
Ach, als het geschreven staat, leest het altijd wat tragischer
dan dat het was.
En misschien herkennen anderen ook wel de teneur.
Van hun gemis en verlangen.

Het leven zoals het is.

 

280280

 

08-05-16

Nolens volens

 

 

Zoek - Nolens

 

http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=Nolens

 

 


Je tikt zijn naam in.
Amper twee lettergrepen
lang.

En dan vloeit het wit over
zoals kokende melk.
Weerloos. En nutteloos.

Hoe kan ik dichterbij komen.
Bij wat mij nog rest
en ik altijd al had.

Ik schraap mezelf van een blad.

 

 

 


PS.
Mijn wereld verschrompelt.
Tot gerimpelde dichters.
Zij die leven. Op papier.

Dat veld van verlangen
en verleden.
Waarin het heden doorschijnt.

Als een Land van Belofte. Ondergesneeuwd door gemis.

 

279473

26-04-16

Het leven dat ik droomde

  

Liefde didactisch

 

Zij spannen traag hun winterkleren voor de ramen
En sluiten elkaar en het straatlawaai in hun armen.

Zij gaan vanmiddag bloot een groot horloge binnen.
De wijzers zijn zijzelf. Zij maken plaats en tijd.

Een simpele duim op haar tepel verandert de wereld
Van deze volksbuurt in een kamer zonder pijn,

Een bed waaronder twee paar tranen samen slapen
Met afgelopen schoenen. Geluk heeft geen contour.

Langzaam vrijen is ook dat ronde kruispunt beneden.
Daar lopen mensen zoals wij van hen te dromen.

 

Leonard Nolens
uit: Manieren van leven
Amsterdam: Querido 2001 

 


Het is ochtend en ik zoek
mijn weg.
Buiten de aardse wereld.

Het hoofd van een dichter
lijkt mij een schuilplaats.
Wankel als geen ander.

Ik weet het. Gevoelig als een tepel.

Maar liever wonen
in zijn 'Manieren van Leven'
met 'Stukken van Mensen'

dan het nieuws. In de Gazet. Of op die wrede TV.

 

 


PS.
Het leven dat wij droomden - Maurice Roelants

PS.
Ik word wereldvreemd. Het universum verkleint tot een dorp zo groot
als mijn kindertijd.
Later als ik groot ben. Dat is gisteren.

Vandaag ben ik een oud jongetje.
Bang van morgen.
Ik verschuil mij tussen de tulpen en ranonkels.

Ik kruip dicht tegen een dichter aan.

 

278484

 

 

Op een ander Blog, schreef ik deze reactie:


Zou ik het durven?
Hier iets onder te schrijven. Als een onwetende.

Toen ik nog een korte broek droeg,
was de Mechelse Catechismus ons kompas
binnen het Rijke Roomsche Leven.

God wist Alles. Was Alles.

Nu ik een oud jongetje ben, denk ik al eens:
‘God is alles wat we niet weten’.

 

 

21-03-16

Hommage

 

 

Het schrijven pakt mijn handen vast.

Ieder uur het kijkend wit en de horende leegte.
Ik voel wat mij is aangeleerd.

Ik schrijf en doe mijn vierentwintig uren met geduld.
Ik schrijf en verwar elke zin met de zin van het leven.

Ik schrijf om na mijn dood met je te blijven praten,
Om bij jou te blijven als ik weg moet gaan.

 

Leonard Nolens
uit: Hommage aan het woord (1981)
Opgenomen in ‘Laat alle deuren op een kier’
Em. Querido's Uitgeverij B.V., Amsterdam, 2004

 

 

 

De ochtend houdt nog niet
van praten.
Op papier.

Zwijgen is zijn habitat.

Het alphabet wiegend
in het wakker worden.
Nog wit. Van stilte.

En oeverloos gered. Van zinloos gezwam.

 


PS.
Neen, ik moet niet meer spreken
na mijn dood.
Bizar, die dode dichters. En hun dromen.

Alleen de lezer schrijft dan nog, wat uitgeleende woorden.

 

 

 

01-03-16

Zonder jou

 

Zonder mij

 

Wat kan ik voor je doen, ik heb alleen maar woorden.
Met die muziek heb ik ons huis gebouwd, mijn leven
Vernield om toe te zien of dood de moeite waard is,
Of ik daar weg mee kan zonder te moeten sterven.

Wat kan ik voor je doen, ik moet toch van je blijven.
Ik heb je toch op mij genomen zonder je te nemen,
Zonder me te geven want ik ben alleen maar jij.
Ik ben alleen maar jij geweest om niet te moeten zijn.

Ik ben alleen maar jij geworden om niet ik te zijn.
Dat is een laffe liefde, Zoet, vergeef het mij.
Wat kan ik voor je doen, ik ben alleen maar woorden,
Wou je worden, wou ons worden zonder mij.

 

Leonard Nolens
Uit Liefdesverklaringen, Gedichten
Amsterdam, Querido 1991

Leestafel heeft toestemming van Leonard Nolens 
om zijn gedichten
op de Leestafelsite te plaatsen

 

 

Ook handen vergeten,
het gemis, het verlangen
en hoe het was

de honger van haar huid
bij het prevelen van de avond
en het bidden van de vingers

rond de grenzen
van aanraakbaarheid
het tasten aan de randen

en het zingen van de zinnen
zoals schaduw zich onder zon vlijt
en sneeuw naar aarde reikt

alsof de hemel onbereikbaar was.

 

 

 

PS.
Hij was een hipster. Dat zag je. En hij geloofde rotsvast in de maakbaarheid van de mens.
Twijfelde merkbaar aan 'het brein van Dick Swaab'.
Zijn overtuiging én ervaring was dat 'nurture' (de wil) het haalde op 'nature'.

Hij was de helft van een tweeling. Vanuit een arbeidersnest had hij het
tot marketing manager gebracht in een KMO.
Reed met een Audi A6. Zijn baas wilde dat zo.

Zijn tweelingbroer was totaal anders dan hij.
Agressief. En gesloten.
Werkte met z'n handen. Aan een draaibank.

De jonge kerel was erg spraakzaam. Dat had hij van z'n vader.
Aha, zei ik, en jij gelooft niet in de genen.
Hij glimlachte.

Zijn rijkdom was niet zijn Audi, maar wel z'n twee dochters:
Fien en Janne. Prachtige blondjes.
Fien had donkere ogen en kon al lezen en schrijven.
Janne met de grijze kijkers leerde nog voor kleuter.

Ik vroeg of hij gelukkig was met z'n vriendin-partner.
We gaan scheiden, vertelde hij. Zij weten het nog niet.
Waarom toch?! Ze had een jaar geleden een misstap begaan.
Kan je haar niet vergeven? Niet nu ze het weer gedaan heeft.

Mijn hart kromp. Onder mijn verleden. En heden.

 

Voor de ene
ben je: een aperitief
of het tussendoortje.

Voor de andere:
alles.
Van alpha tot omega.

Het is de liefde die we niet begrijpen.

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=x5k9ZdhCHUA

 
 
www.youtube.com
Tekst : Hugo Claus Muziek : Georges Delerue Arrangement : Bert Paige Alleen de instrumentale versie wordt gebruikt in de film.

08-02-16

En of het zo door kan gaan

 

 
Als ik schrijf, kom ik thuis.
Leonard Nolens.

De dichter stapt onder een paraplu
door de regen. Door de dreef.
De camera schrijft poëzie.

Wandelt als een poedel met hem mee.

De beelden worden geschreven.
Sonnetten
lekken uit het alphabet. Van de verbeelding.

De dichter is een gedicht.

 


PS.
Alles is al gezegd. Maar alles wat al gezegd is,
zeg ik op mijn manier.
De dagelijkse afzondering. Het is geen tucht waaraan je je onderwerpt.
Het is verlangen.

Leonard Nolens.

http://www.canvas.be/video/dimitri-van-zeebroeck/2015/leonard-nolens#.Vfp5yrbbTBc.facebook

 


PS.
Uit 10.243 inzendingen werd vanavond in de Stadsschouwburg Amsterdam
het gedicht ‘En of het zo door kan gaan’ van de twintigjarige Else Kemps uit Malden
bekroond met de hoofdprijs van € 10.000.

 

En of het zo door kan gaan

Het verschil tussen wachten en verwachten leerde je
van een kat die twee keer van huis liep en maar één keer terugkwam.

Je denkt aan de zuurstoffles die je opa kunstmatig in coma hield.
Of het zo door kon gaan, vroeg je tante steeds, en op Google Maps

heeft zijn fiets nog drie jaar voor de deur gestaan. Daarna was er
S, de man die zei niet verder te willen en daarom al die tijd gebleven is.

’s Nachts vertel je hem over de keer dat iemand je uitschold
voor ‘hoer’ omdat je stilstond op een zebrapad. Alles wat hij zegt

is dat ‘lopen’ in het Russisch twee werkwoordsvormen heeft,
afhankelijk van of men een bestemming heeft of niet.

 

Uit het juryrapport:

'Dit gedicht kenmerkt zich door een efficiënte compositie in woord en beeld,
bijzondere humor en het talent om iets groots op laconieke toon aan de orde te stellen.
De beelden zijn terloops geformuleerd, waardoor het gedicht bijna even grijpbaar als ongrijpbaar is.
De prijsuitreiking van de Turing Gedichtenwedstrijd in de Stadsschouwburg Amsterdam
vormt de afsluiting van de Poëzieweek 2016.' 


PS.
Dure woorden. Per letter.
Parlando trop parlando.
Ik heb het moeilijk met dit soort hedendaagse poëzie.
 
Ben dan ook veel te oud ... voor dit terloopse talent.

 

 

06-01-16

Zo moe als kleine mensen

 

 


Te veel woorden van verwarring
vandaag
ze ontsporen in mekaar

voor ik de nacht inga
van de stilte
wil ik naar Nolens

luisteren

 

 

PS.
In mijn dagboek wil ik enkel schrijven
over de kleine filosofie van kleine mensen
in hun kleine dagen.

Mijn leven dat achteloos voorbijgaat.

Vandaag heb ik me laten meeslepen.
Via FB.
In de wereld van de grote mensen.

En het kwaad.


Ik was nochtans goed aan de dag
begonnen.
Tussen de lakens en de literatuur.

La grande bellezza.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=kTe55kBUGTk

 
 
www.youtube.com
Enkel werken is nog van belang voor Leonard Nolens. De dagen in zijn studio te Antwerpen zijn eender. DichterBij is een serie over eigentijdse Vlaamse en Nederlandse ...

 

 

 

 

21-12-15

Every moment of light and dark is a miracle

 9

Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen.
Wij tatoeëren de varkens van China,
Beplakken plafonds met de pantsers van kevers,
Wij maken machines die stront produceren
En proppen een pot vol met schelpen van mossels,

Klaar. Het is kunst want wij noemen het kunst.

Wij aanbidden de pisbak Duchamp, de verroeste
Spijkers met koppen van Uecker, de dolksteek
Fontana, wij gaan op de knieën voor schoonheid
Van afval. Afvalligen zijn we. Van wie dan?
Geen kwast observeert ons verleden frontaal.

 

Uit "Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen" - pagina 45

Leonard Nolens

 

 


Ooit toen de Kodak nog geen fotoapparaat was
en dus ook geen lichtdrukmaal op papier legde,
was de schilder een fotograaf.

Van grafoo, het Griekse werkwoord schrijven.

Hij (vooral een hij) was de conservator
van tijd. Mens en landschap.
Een schrijver. Met licht en donker. Clair-obscur.

Hij had de immense taak om de werkelijkheid
op doek te bevriezen.
Ongevoelig voor verandering, onvergankelijk
en klaar voor de eeuwigheid.

Maar toen werd de fotograaf geboren.

En stierf de schilder
een stille tijdelijke dood.
Hij moest zichzelf opnieuw uitvinden.

Door een verrijzenis.

De schilder kon slechts in leven blijven
als hij de werkelijkheid manipuleerde.
Van zijn impressie een expressie maakte.

A brave new world.

 

En zo kijk ik naar een schilderij.
Met het oog en het woord
van een analfabeet.

Hij die de taal van verf niet spreekt of leest.

Soms zie ik een explosie,
een vuurwerk van blauw,
een regen van vegen.

Ik ruik de geur van overweldiging.
De implosie van ontroering
die explodeert op het doek.

De apotheose van bevroren beweging,
vegen van verstilling.
Ik zink weg in een mijmering
van kleuren en verbeelding...

en laat het kader los.

 

 

PS.
Ik kan er geen wetmatigheid in h'erkennen.
Wanneer word ik overrompeld. Geraakt en gewond.
Wanneer bevangen door verdriet of vreugde.

Sommige woorden ver-wekken zelfs al een lichte tegenkanting.
Zoals de term: installatie.
Alsof de Kunst geïnstalleerd wordt.

Ik ben nog een ouderwetse amateur die
adoratie of afgrijzen,
alleszins 'emotie' wil zien en horen.

Een zee van gevoelens. Een strand van ontroering.

 

PS.
In een etalage, in mijn stad, zie ik een zeefdruk liggen.
Met een heerlijke tekst.
Het beeld in zwart wit tekent een fotograaf met een groot statief.

Every moment of light and dark is a miracle.


PS.
Er zijn schilders die de zon in een gele vlek veranderen.
Ik verander een gele vlek in de zon.
Picasso.

 

 

 265196

 

20-12-15

Een stokoud kind

 

4

Zeg aan de mensen, zeg aan familie
En vrienden dat ik niet deug voor familie
En vrienden. Vertel een dood paar dat mij maakte
Dat ik ondankbaar bleef, ondenkbaar
Onecht, onherkenbaar op elke verjaardag.

Een kind is stokoud. Ik besta al zo lang.


Uit 'Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen' - pagina 40 - Leonard Nolens

 

 

ik zie de vensters
nog slapen
nacht als een gordijn
over hun ontwaken

maar de hemel
kleedt zich reeds aan
met het roze van rozen
en het grijs van winterdagen

mijn vingers bewaken
de woorden
die de barst in mijn hoofd
nog niet durft uit te laten

later worden ze groot.

 

 

Forget your perfect offering
There is a crack in everything
That's how the light gets in.

"Anthem" - Leonard Cohen


PS.
TZUM
Nieuws | 14 Sep 2015 door Rieuwert Krol | Geen reacties
Vandaag is bekendgemaakt dat de vijfjaarlijkse prijs voor poëzie
van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde is toegekend aan Leonard Nolens.
Nolens krijgt de prijs voor Zeg aan de kinderen dat we niet deugen (2011, Querido).


De jury:
In diverse gedichten is het “ik” een dominante.
En toch kun je niet zeggen dat Nolens geprangd zit in een korset van narcisme.
Hij versplintert voortdurend in tegenhangers.
Er ontstaan hiaten, er ontbreken scharnierpunten in de relaties met anderen. (…)
Nadat hij de lezer in de bundel Bres een “collectief wij” heeft opgedrongen,
durft hij het ook aan om in een paar sterke cycli van de bekroonde dichtbundel
het “ik” even te negeren.

Hij doet het schaamteloos, nukkig, verbluffend.
Hij hanteert een kordate taal, hij stapelt de imperatieven op,
laat zijn lyriek drijven op talrijke herhalingen.
Dat is de stijl waarin hij zingt. Zijn zangerigheid is uniek:
zijn stem verheffend laat hij sintels gloeien op de punt van zijn tong.

 

 

PS.
Zelfs een Nolens komt op het stort
van de onachtzaamheid.
In een tweedehandsboekhandel lag hij verweesd
en ver onder zijn prijs.
Ongelezen. Nog wit en onaangeraakt, zonder beduimelde bladen.

Ik bracht hem voorzichtig naar hier.
Ontdaan van onvoorzichtige handen.
Nu ligt hij hier nukkig te wezen.
Als een wees. Zonder lezers.

Tenzij nu en dan: een kalende man. Een stokoud kind.

 

 

 

http://www.tzum.info/2015/09/nieuws-vijfjaarlijkse-prijs-...

 
www.tzum.info
Vandaag is bekendgemaakt dat de vijfjaarlijkse prijs voor poëzie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde is toegekend aan Leonard Nolens.

 

 

 

 

 

265083

 

15-12-15

Van de schoonheid en de troost

 
 Huiselijke Aubade

 Nog
 En nog
 En nog
 Ben jij mijn liefste.
 Dag en nacht en dag
 Ben jij mijn liefste
 Tot vervelens toe.

 Ik hoor je slapen, ik hoor
 In de ochtend je slaap
 Zijn ogen opendoen.
 Licht loopt op kousenvoeten
 Door de kamer, gaat
 De trap af, dekt
 De tafel met trage ovalen.

 Gerinkel en koffie beklimmen
 Het trapgat en roepen.
 Ik slaap nog wat na
 In je afdruk, zink weg
 In je diepdruk, verdwijn
 In die vormvaste leegte.
 Ik slaap op de wijze van jou.

 En het zingt in mijn slaap
 En je zingt het mij na, ja
 Nog en nog en nog
 Ben jij mijn liefste
 Tot vervelens toe.
 En dag en nacht en dag
 Ben jij mijn liefste.
 

 Leonard Nolens

 

 

Neen, ik kan deze dag niet beleven
zonder een snipper schoonheid.
Een vleugje vreugde.

Hoe anders overleven wij
de leegte.
En dat gemis en verlangen

naar zin. En de troost ervan.

  

 

PS.
Zelden lees je zo'n lichte Nolens.
In zijn 'dagboek van een dichter'
kruip je door de krochten in zijn donker hoofd.

Hier waait er amoureuze lente doorheen zijn woorden.

 

PS.
Laat mij Toon maar herhalen.
Tot in den treure toe.
Telkens is het een vonk van ontroering.

                        ***

 

Mijn vader rookt een pijp. Maar hij rookt alleen
voor het mooie, niet voor het lekkere.
(Zo kan je ook pudding alleen voor het mooie eten.)

Hij blaast rookwolken uit die op bomen lijken,
en soms op een kasteel. Dan vertelt hij
wie er in dat kasteel woont, wie daar gevangen
gehouden wordt. Iemand die jammert en
handen wringt en holle ogen heeft.

Hij blaast een ridder van rook uit zijn mond,
die over een slotbrug gaat en aan de poort
van het kasteel klopt.

Uit 'Mijn vader' - pagina 22 - Toon Tellegen

 

 264613

 

27-10-15

Het gehijg van een oude schaduwdanser

 

In kamers zal een man bewegen
als een schaduwdanser, als een maan.

Oud gehijg zal stijgen uit het gras.
Een aanwezige zal het maaien als een held.

Zij zal dolen in de schemering,
zoals men terugdenkt aan dingen.

Uit 'Oude dingen' - pag. 46 - Blauwziek - Bernard Dewulf

...

De schildpad begon te wandelen. In de verte zag hij een boterbloem
die hij nog voor de avond wilde bereiken.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 388 - Toon Tellegen

 

 


Toon lees ik het liefst
in mijn bergère.
Naast het venster. In volle ochtendlicht.

Je kan er zelfs bij liggen.
Vederlichte lectuur. Sprookjes.
Met een doordachte bedding.

Het lijkt kinderlijk, maar is bedoeld voor kleine grote mensen.

Nolens daarentegen,
leg ik op een houten tafel.
Wat somber in de schaduw.

Ik moet er rechtop voor zitten.
Een beetje statig.
Met een frons in mijn wenkbrauwen.

Van de diepe ernst. En het nadenken.

Dewulf heeft werkelijk souplesse.
Je kan zomaar zijn Blauwzieke badkamer in.
Al wandel je door je living.

En 'Si & la' leest als een krant
in een zetel
of aan tafel. Het blijft Dewulf.

In alle staten van genade.

 


PS.
Vandaag nog, mis ik zijn column in De Morgen.
Die hem in 2009 (mijn annus horribilis) feestelijk bedankte voor bewezen diensten.
Zomaar aan de deur gezet.

Geert Buelens

Over De Morgen kunnen we kort zijn: wat zich daar voltrekt is niet minder dan een zuivering. Ik ben graag bereid om te geloven dat er een economische noodzaak zat achter de laatst doorgevoerde ontslaggolf. Maar vooralsnog kwam de hoofdredactie niet met andere 'objectieve criteria' om de defenestratie van de intussen genoegzaam bekende prominente medewerkers te verdedigen dan dat ze 'niet meer in de toekomst van de gazet passen'.

 

 

Uit Recto-Verso -

 

De tijd dekt alles toe. Zoals liedjes verdriet.

Gelukkig werden z'n columns gebundeld in Loerhoek en Kleine dagen.
Filosofie over en voor kleine mensen
aan de keukentafel.

 

259716 

14-09-15

Dichter bij Nolens

 


Als wij, de grote mensen, moe zijn


 Van het praten met elkaar,
 Als wij moe zijn van het slapen
 Met elkaar, het wandelen
 En handeldrijven met elkaar,
 Het tafelen en oorlog voeren

Met elkaar, als wij zo moe zijn
Van elkaar, van het elkaren ...

...


Dan tel ik soms tot één
en denk
dit is genoeg

de stilte
en het licht
de woorden die nu zwijgen

het raam
dat naar buiten staart
en ziet

dat er niets bestaat.


In deze kamer
sterft de tijd
aan nodeloze haast

de krant
verliest zijn vluchtelingen
uit het oog

en ik metsel
troost
omheen mijn onvoltooid verlangen

geen gemis is groot genoeg om mij te vangen.

 

PS.
De Vlaamse dichter Leonard Nolens is de laureaat van
de Vijfjaarlijkse Prijs voor Poëzie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Nolens wordt bekroond voor zijn bundel "Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen" uit 2011.

Bron: de redactie.

 

https://www.youtube.com/watch?v=kTe55kBUGTk&list=PLZw...

 

 

 

 

03-10-14

De onzichtbare stilte

 

Consequent en koppig heeft Leonard Nolens
zijn hele oeuvre gewijd aan wat hij in zijn dagboek
De vrek van Missenburg
zijn ‘plaatseloosheid in deze samenleving verwerven’ noemt.

De dichter verzaakt aan maatschappelijke plichten,
gehoorzaamt alleen aan de wetten
van het woord en zoekt in zijn poëzie
naar manieren om zich te manifesteren als een ‘ik’.

Daarin schuilt zijn felbevochten vrijheid.
Waarom hij dat onverdroten blijft volhouden?

‘Omdat je, ondanks alles, in je nietigheid
geaccepteerd wilt worden,
je afzonderlijkheid wilt doorgeven,
je zinloosheid zin wilt geven
door een schok van herkenning te worden’,
schrijft hij in 1993 in het dagboek Blijvend vertrek.

Uit 'De Standaard der Letteren' - 3 oktober 2014 - Over zijn bundel 'Opzichtige stilte'.

 


Als ik dan zelf
mezelf niet meer kan leegknijpen
als een tube blauwe verf
op het palet

geen vegen meer uitstrijk
over het lege doek

laat mij dan een suppoost
zijn, a loving guardian,
de bewaker van schoonheid

die ik herken in mezelf.

 

 

 

PS.
Ik moet durven wachten. Maar ook veranderen.
Opnieuw ambachtelijk wroeten in het papieren alphabet.

De digitale krant hield mij weg
van de tastbare woorden.

De dichters en schrijvers verloren
hun plek op tafel. En de koestering van mijn vingers.

 

 221.612

23-09-14

Dagboeknotities in poëzie

 


Nolens is mettertijd beschouwender en verhalender gaan schrijven.
Dat merken we ook in deze bundel.
Hij durft, meer dan in zijn poëzie van de jaren tachtig en negentig,
concrete woorden te gebruiken en naar herkenbare situaties te verwijzen.
Er is geleidelijk aan een grotere openheid in zin werk ontstaan.
Een soort dagboeknotities in poëzie, misschien,
zoals dat ook Joseph Brodsky voor ogen stond.
Intrigerend in deze bundel is dan weer
de wisselwerking tussen een meer verhalende toon en de verdichting:
waar Nolens in de eerste afdeling in breed uitwaaierende, klankrijke zinnen
zijn opname beschrijft, herneemt hij dit en varieert hierop
in compactere gedichten in de tweede afdeling: kwatrijnen met eindrijm.


Leonard Nolens’ poëzie wordt beheerst door een sterk bewustzijn van het feit
dat de taal tussen het ik en de werkelijkheid staat.
De taal kan niet helen, maar wel de wonde tonen.
Ik ben onder de indruk van de schroomvolle en tegelijk grote durf
waarmee de dichter dit in deze bundel doet.

Paul Demets  Cobra

 

Ik word er vrolijk
en terzelfdertijd bedroefd van.
Hoe stellingen in elkaar stuiken
als de tijd lang genoeg wacht.

De ruïnes die erudiete heren
achterlaten.
Zichzelf. En hun versleten woorden.
Telkens aangepast. Aan het gesmak van de dag.

Zalig de schrijvers die niet omkijken.
De oren dicht. De ogen gesloten.
Ogenschijnlijk: doofstom en blind.

Maar die in zichzelf geloven.
Terwijl zij vliegen. Boven de ornithologen.
Die jaloers zijn op hun vlucht.

Dichters bidden boven hun woorden.
Zoals een torenvalk over z'n prooi.

 

 

PS.
Het is nooit anders geweest.
Wat gisteren goed was, is vandaag beschimmeld.
Eén ding leert het mij: doe wel en zie niet om.

PS.
Over de nieuwe bundel van Nolens: 'Opzichtige stilte'.

 PS.
Laat mij stellen dat mijn post scriptum
niet meteen de recensie van Demets viseert.
Maar eerder vele andere, waarin de schrijver
weg gemept wordt als een lastige vlieg.

Anderzijds is het toch zo
dat een schrijver blijkbaar verandert
doorheen de tijd,
was hij toen beter of slechter dan nu?

Of gewoon anders?

 

 220.410

 

08-06-14

Ik wou dat ik nog één keer

 


Edegem, zaterdag 20 januari 1990
Welke voorstelling, welk beeld heb je van jezelf.
Meestal geen, je moet het dus dagelijks bijeenlezen en uitschrijven.
Het non-verbale bestaan is onvoorstelbaar. Zelfs het non-verbale
moet zijn expressie vinden; moet uit zijn woorden raken.
De woorden zijn er steeds. Woorden zijn er genoeg. Alles draait
om je beschikbaarheid. Misschien vindt je hele leven
in die beschikbaarheid zijn grondslag.

Je leest, je moet je hele leven blijven lezen omdat anderen
- je voorgangers, sommige tijdgenoten - je helpen
je vragen te formuleren. Dat is het enige antwoord
dat je lezend zoekt: hoe stel ik wèlke vragen?


Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 342 - Leonard Nolens.

 


Nog later ... aanvaarden, zonder vragen.

Deze zin schreef ik er in potlood bij.

Toen Nolens zijn woorden noteerde was hij maar 43.
Ik ben er nu 73. En weet dus dat 'aanvaarden'
het enige antwoord in wording is.

Geen ontsnappen aan.

Ondertussen scharrel ik als een kip
wat geluk samen. Onder welke vorm dan ook.
Momenten. Van mensen en dingen.

Nolens en Dewulf helpen mij ze te vinden.

 


PS.
Ondertussen ligt Jos G. te wachten op aarde.
De put van vergetelheid. En wat 'men' er allemaal wil instoppen.
Ik herinner hem als de man van 'Te bed of niet te bed'.

Hij schiep mijn zaterdag tot traag genot.
Van een stem en woorden.
En elk jaar net voor Pinksterdag: een liedje.

Jos, dankjewel. Voor al die momenten van geluk.


http://www.youtube.com/watch?gl=BE&v=TWs3wmYwxEA

 

 208686

 

10-02-14

Geen nieuws van het maandagse front

 


Antwerpen, zaterdag 30 september 1989


Na zoveel jaar de treurige vaststelling dat ik het contact
met de dingen heb gemist. Woorden, enkel de woorden vormen
mijn materie, mijn speelgoed. Ik ga ermee om als
een arm en ernstig weeskind dat de kostbaarheid
van zijn povere speeltjes beseft: ze moeten heel lang meegaan.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 329 - Leonard Nolens

 


Maandag.
De scheve toren van m'n afwas herinnert mij aan zondag.
Een gelukkige erfenis. Om zo straks mijn bestaan
te bevechten. Met het ambachtelijke doen.

Mijn handen verdringen het denken.
Verhinderen de treurnis van onzinnige gedachten.
Voor mij ligt de vrijheid:

die van de keuze. De stilte, de wandeling, de strijk.

Dit zijn westerse luxe ideetjes.
Deze dag en plek overladen mij
met de rust en veiligheid. Van een land.

Welstellend en in vrede.

 

 

PS.
Geen honger en geen kou.
Geen vrees om te moeten vluchten.
Mijn frigo staat klaar met mijn dagelijks rantsoen.

Alleen de wonde van het denken, moet ik nog zalven.

PS.
Waarom lijkt mij de serie 'In Vlaamse Velden'
eerder tragi-komisch theater.
Waarom slaat de reeks 'Unsere Mütter, unsere Vätter'
mij meteen knock-out?

 

Voor wie het eerste deel gemist heeft. Aanklikken voor het verdwijnt.
Morgen deel II.

http://www.knack.be/acties/unsere-mutter-unsere-vater/game-iframe-104671.html

 Scroll tot onderaan.

 

 195515

 

30-01-14

Het proces van Nolens

 

 


Retie, vrijdag 2 november 1990

Omdat er schijnbaar nooit iets ophefmakends in je leven gebeurt
en je dagen bestaan uit dagdromen en herinneringen, grijpt ieder
vandaag terug naar de dagdromen en herinneringen van gisteren.
En hoe dichter het definitieve 'morgen' jou nadert, hoe meer je leven
de vormen zal hebben aangenomen van herinneringen aan herinneringen
en van dagdromen over dagdromen, en hoe dichter, dikker en ondoorzichtiger
de massa onbestaan zal zijn, die je scheidt van het enige
werkelijk  beslissende en ophefmakende feit van je bestaan: je geboorte.
En heel dat proces is dan wat dichters en filosofen durven te noemen:
de ver-wezen-lijking, de essentialisering!

Uit 'Dagboek van een dichter' - Leonard Nolens.

 

 

Mijn actief leven was een maat voor niets.
Als schooljongen had ik wat anders in mijn hoofd.
Geen geld of roem.
We waren immers nog niet besmet door de tijd. En de media.

Wij waren aangetast door idealen.
Priester of schrijver.
Dàt zou ik worden.

Tot in de Poësis bleef ik dromen.
Maar toen zag ik de meisjes
dichterbij komen. En God viel dus als eerste af.

Zaaien dat wel. Maar oogsten?

Dichter, dat zou ik worden.
Bij de meisjes.
En bij de woorden.

Het werd papier. Jawel. Jammer, maar helaas.

 

 


PS.
Om den brode werd ik een pennenlikker.
Stapeltje papier van links naar rechts.
Een zinloze bezigheid. Tussen competitieve geesten.

Lichamen gesteld op een carrière.
Gestelde lichamen.
Van de bureaucratie.

O, was ik maar een dorpspastoor geworden.
Met een bloeiende wijngaard. En een bloedmooie meid.
Aristocratische wijnen en een elite aan notabelen.

Aan tafel. En in bed. God in mijn gedachten.

 

 

 194424

 

22-01-14

Hulp, ik besta niet

 


Edegem, donderdag 23 maart 1989

Meer dan ooit zijn wij zoals de oude Grieken verslaafd
en verkocht aan de sfeer van het tussenmenselijke,
de intersubjectivieit, en danken wij ons bestaan aan
onze door anderen en door de media opgemerkte aanwezigheid.
...
Niemand is nog in staat voldoende kracht te putten
uit zichzelf; iedereen moet het hebben van
de aandacht die de anderen, nu vandaag,
zo snel mogelijk, schenken aan zijn persoon en werk.
...
Voor de Helleen was er geen leven na dit leven.
Hij wilde vandaag geroemd worden.
Met dat roemen stond of viel zijn bestaan.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 325 - Leonard Nolens.

 

 

Dierbare lezer-es,

Mijn leven ligt in uw handen. Uw ogen.
Uw woorden.
Bijna ben ik verdwenen. Nog even.

En dan voorgoed door de tijd
uit dit leven geschreven.
Een vergeten spatie. In het alphabet.

U, ik blijf beleefd, kan me een wijle redden.

 

 193666

 

 

17-12-13

Troost

 

Van de mensen rondom je mag je geen troost of verlossing
verwachten. Krijg je die toch, dan is dat meegenomen.
Het troostende of verlossende woord van een ander dan jijzelf
is pure luxe, is de droom van een realiteit waarop je nooit meer rekent,
maar die je ook niet verwerpt of wantrouwt wanneer ze zich aandient.

Laat ieder uur, laat je angst en liefde, je melancholie en fysieke pijn,
je euforie en inzicht, kortom, laat je hele leven opgaan
in de bereidheid het woord te ontvangen.
Laat jezelf opgaan in het op handen zijnde woord. Laat dat jouw religie zijn.

Uit 'Het dagboek van een dichter' - pag. 253 - Leonard Nolens


...


Het is erg dubbel, vrees ik.
Mijn buitensporige euforie en angst
kunnen niet zonder mekaar.

Omdat ik zo'n bang jongetje ben dat zich bewust is van de wisselvalligheid,
in het leven en iedere dag, geniet ik buitenmate
van elk moment. Elke doodgewone seconde.

Maar als de paniek toeslaat dan bezwijk ik onder
het ogenblik. Ballast die zich fysiek vertaalt in mijn maag.
Zeurende zorgelijke angst. Die bijt in mijn kinderlijk geluk.

En op hetzelfde moment weet ik
dat een banale oorzaak mij al uit mijn evenwicht brengt.
Zoals de vochtige vlek op de kamer van de meisjes.

Aangezwengeld door het besef dat ik een knoeier ben
met twee linkerhanden.
En dan schaam ik me.

Voor het échte leed van mensen op deze wereld.
Op de vlucht. Voor oorlog of zichzelf. Voor de dood.
Het eeuwigdurende gemis van een geliefde. Of een kind.

Hoe leert een oude man leven met alledaagse angsten?

 



PS.
En dàt zou ik natuurlijk al lang moeten weten.
En een ervaren expert zijn.
Maar neen, elke keer opnieuw moet ik er door...

De tijd is mijn gezel.

PS.
Gisteren meer dan een uur geknoeid in de dakgoot
met vloeibare roofing om gaten te dichten.
Mijn handen vol. Maar de materie rolt zich op tot een weerbarstig bolletje.
Onwillig om uit te voeren wat er van hem verwacht wordt. De reden van z'n bestaan.

PS.
Ik denk ook aan de jarenlange paniek en angst van Brusselmans.
Terwijl hij dat zo manhaftig kon verbergen in zijn publiek leven.

Ik ken ondertussen wel de tactiek om m'n angst te tacklen.
Niet denken, maar doen: makkelijke klusjes.
Afwas, kuisen, strijken, boodschappen ...

Want de Benedictijnen krijgen me niet rustig.


http://www.youtube.com/watch?v=_MbDqc3x97k

 

 

 In de stand van dit getal zitten het geboortejaar van vader en mezelf merk ik.  Bizar toeval.

190141

11-12-13

De Waarheid niets dan de Waarheid

  

Het doet pijn, maar het moet. Ook een vriend,
ja uitgerekend een vriend moet je eerlijk durven te zeggen
wat je van zijn werk vindt, op gevaar af hem te verliezen. ...

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 266 - Leonard Nolens

...

De kreten van bewondering waren niet van de lucht,
maar zijn vriend Adolf monsterde het grote doek en zei zuinig:
Daar zou ik nu eens geen geduld voor hebben, zie, voor kopiëren.
Hij gaf een vette knipoog naar de dochter Maria Emelia,
en de vriendschap bekoelde.

Uit 'Oorlog en terpentijn' - pag. 303 - Stefan Hetmans

...

Er bestaan eerlijke mensen. En ook mensen
die de waarheid in pacht hebben.
Meer nog, in hun bezit.

De enige en eerlijke waarheid.

Ik ben altijd bang voor deze mensen.
Zij voelen zich 'God in het diepst van hun gedachten'.
Ik corrigeerde me, want schreef 'van hun verlangen'.

Deze unieke mensen doen me denken
aan de beelden die ik onlangs in Terzake zag.
Mannen met lange baarden en lange gewaden.

Een horde moedige kerels
die de Waarheid verdedigden. Tot ter dood.
Van het meisje dat op haar knieën in een kuil zat.

En gestenigd werd.

 

 

PS.
Gisteren nog op het nieuws gezien.
Op het Marktplein van de Wereld: You Tube,
roept een jonge Belg op tot oorlog tegen de democratie.
Hij wil (zijn) God als Rechter. In Belgistan.

Tja, ik vertrek al vast naar Isphaan.





17-06-13

Son miroir individuel

 


Ik schrijf omdat ik geen verstand bezit
en mij een intelligentie moet kneden, aanmeten, aanmatigen.
Uit zelfbevestiging. Uit een permanente frustratie tegenover
de overdonderende kennis en eruditie van anderen.

Uit 'Dagboek van een dichter' pag.157 - Leonard Nolens

...

 

Héhé, denk ik dan. Wat een heldere spiegel is die Nolens.
Zie me daar nu staan.
In mijn blootje. En elke pukkel uitvergroot.

Maar meteen dampt die reflectie weer aan.
Want hoe durf ik me spiegelen aan Nolens.
Goed, laat het dan een spiegeltje zijn.

Zo'n beschouwend diminutiefje dat (in mijn tijd) de dames
altijd bij zich hadden. In hun 'sjacoche'.
Om hun rouge te fatsoeneren.

Wat konden ze dat frivool.
Hun lippen tuiten en verschuiven.
Zodat ze ongerept weer gezien konden worden.

Met dat vleugje verleidelijke onschuld.

 

 

 

 


PS.
Cfr. het citaat van Rémy de Gourmont, boven links.
Onder mijn foto.


 

171.222

05-06-13

Brevier

  


Wat PdM is voor m'n emotie,
zijn Nolens en Pessoa voor m'n ratio.
Ziel en lichaam.

Nolens grillig en wispelturig,
maar uit hersenen gesneden.
Ik laaf me aan zijn IQ.

Terwijl ik PdM
in de armen van m'n EQ
zou willen nemen.

Zalig de schrijvers
want zij zullen de hemel binnengaan.
Van hun lezers.

 

 

 

 

 

 

 


PS.
Lezen is gelijk aan twee: bidden en lezen.
En zelfs nog meer. Want in m'n hoofd hoor ik:
'korenaren lezen'. En dat gebeurde (vt) zonder alphabet.

Tenzij dat van zoekende handen.
Tijdens en na de oorlog was dit een godsgeschenk.
Achter boer en paard mogen lopen en oprapen wat 'de heer' liet liggen.

Ik zie de stoppels nog op de baard van de akkers.
Toen al leerde ik brevieren. Bidden.
Met aandacht en zorg. Voor de lectuur van het veld.

 

 

169.810

30-04-13

Ma petite histoire

 

Je hebt de mens van de feiten en daden,
van de historische kennis,
je hebt de encyclopedische, de gedocumenteerde mens verwaarloosd.
Je ging (en gaat) te zeer op in jezelf, dat wil zeggen
in het formuleren van een fundamentele leegte,
in het componeren vanuit een in woorden bestaand niets.
Terwijl de meeste mensen verzakelijken naarmate ze ouder worden,
hun leven vullen met concrete, meetbare inhouden,
heb jij je meer en meer overgegeven aan het vlechten van woorden,
het spinnen van dagdromen, het weven van hersenschimmen.


Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 196 - Leonard Nolens

...

Mijn veldslagen vocht ik uit
in een huis. Ik was geen overwinnaar.
Ook de andere was een slachtoffer.

Geslacht door een verloren liefde.

Mijn encyclopedische kennis
was de resultante van het sop aan de afwas, het kruiperige stof
op het meubilair, lakens en andere dagelijkse besognes.

Maar ik ben vooral stevig gedocumenteerd in kinderleed.

Zoals vorige zondag.
Toen hopeloos verdriet uit haar gitzwarte ogen parelde.
Uitgesloten door woorden. Want kinderen zijn wreed.

'Jij komt uit de Congo en uit het oerwoud!'
was de aanklacht.
Maar die waarheid was totaal fout.

Hoe kon ik deze historische en geografisch onjuiste kennis,
dit onmeetbaar lijden
verzakelijken tot herstelbaar vertrouwen in vriendschap.

Opa werd woest. Ontembaar wild.
En, o wonder, dat kalmeerde haar. En zij vertrok.
Gesterkt en gewapend met al mijn machteloze dreigementen.

Wat later kwam ze terug met een glimlach.
Verdrinkend in onmetelijke vriendschap.
Inclusief haar kroezelhaar, haar volle lippen en

een zwarte schaduw over haar blanke huid.

 

 

PS.
Ach, ik laat de geschiedenis graag over aan
Hannibal, Caesar, Napoleon en andere oorlogshelden.
Waarom cirkelt er nog steeds in mijn oud hoofd: 'De slag bij Zama - 202 - a.c.' ?

Vult deze zeurende kennis mijn fundamentele leegte op?
Mijn weemoed?

 

165.848

22-04-13

De gast

Edegem, donderdag 10 maart 1983

Het verlangen naar het feest wordt nooit bevredigd:
moment suprême van menselijke uitgelatenheid, van dionysische
uitzinnigheid, van magistraal georkestreerd exces - zo wordt het opgezet.
...
Slechts één ding ontbreekt, altijd: de gedroomde gast. ...
ik ben een en al oor en zeg niet wat ik denk of voel,
want de mens die ik verwacht bestaat niet.

Met dat onbestaan zal ik wel nooit genoegen kunnen nemen.
Die gedroomde gast moet ik nog worden. Ikzelf.
Vraag me niet wie hij zal zijn. Ook ik wil immers verrast worden
door zijn verschijning.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 179 - 180 - Leonard Nolens.

...

Mijn huis is een trouwe vriend. Die geduldig op me wacht.
Als ik even weg ben. Op zoek naar de gast.
Ik word al lang niet meer verrast. Door mezelf.

Het tuindeurtje piept als het me ziet.
De trappen kraken van plezier.
En de leefkamer legt haar muren om me heen.

Het schilderij herschikt haar palet als een oude minnares
voor een jeugdige geliefde. Hoe dikwijls trok ik me terug
in de keuken voor het schoonste perspectief. Van haar.

O, mijn god, en de tafel met haar lange benen. En schrijvers.
De luchter, een vlinder verward in z'n eigen kleuren.
En de bevallige lampen die ik koester als ware het mijn beminden.

En al deze dagelijkse weelde moet ik delen. Met mezelf.
Gastheer en gast.

 

 

PS.
Ik word heen en weer geschud. Als hoge kruinen door de wind.
Mijn herinneringen aan de vrienden. Enkele.
Toen vriendschap nog uitzonderlijk en gelimiteerd was.
Geen groot getal, maar een warm gevoel.

Tastbaar dichtbij. De verte van het verlangen is nooit afgestorven.

 165.190

 

04-12-12

In de grote leegte van een kleine god

 

'Misschien, later, als ik dit allemaal herlees, zal ik schrikken
van de smalte, van de smalle marge waarin zich mijn leven
heeft afgespeeld. Maar nu ben ik tot niet meer in staat
dan elke dag opnieuw mezelf te definiëren in vacuo.
In horrore vacui.'

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 124 - Leonard Nolens

.. 

 

Mijn klein bestaan. Amper groter
dan mijn navel.
Met een perimeter van verlangen.
En de leegte van gemis.

Dikwijls is zij
het uurwerk van mijn dag.
Zij tikt mijn tijd
weg. Vult en ledigt.

Mijn souvereine staat.
Waar ik god ben
in het diepst van mijn gedachten.

Maar zij de scepter zwaait.

 

 

 

PS.
Nolens denkt aan een ander soort leegte. De existentiële.
Ik kies 'haar' als metafoor. Het zinnebeeld.
Het zingende beeld. Binnen het alledaagse.

Buiten haar en in mezelf, krimpt en breidt de leegte uit.
Al naargelang de vragen.
Of ze van dagelijkse aard zijn. Of van het leven.

 


http://nl.wikipedia.org/wiki/Horror_vacui


150.105

02-12-12

Zwart is altijd schoon.

 

 


'Mijn ideale lezer is iemand die door mijn boeken
zijn eigen innerlijke tegenspraken, zijn duizelingwekkende
contradicties onder ogen ziet en langzaam leert
daardoor niet te worden afgeschrikt.'

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 113 - Leonard Nolens

...

En dan schrik ik
van mezelf. Mijn naakte werkelijkheid.
Als de taal m'n leven ontbloot.

Tot op het on-fatsoen-lijke woord.
Schaamteloze zinnen
die mij binnendringen.

Maar ik schrijf
wie ik ben. Ik ben
wat ik schrijf.

Daar valt niet aan te ontkomen.

 

 

 


PS.
In juli 2009 schrapte ik mijn volledig Blog.
Ik sneed meer dan twee jaar uit mijn virtueel leven.
Ontdekt door een buur.

Maar ik herbegon.
Het sneeuwt. Enkele trage vlokken trachten de wereld te verbeteren.
Ik schrapte een 'dag'boek. En zorgde voor wat wit. Op haar leven.

Wit is altijd schoon. Hoewel wij van zwart houden.

 

149.812