25-11-14

De kleine profeet

 

Eerst stalen ze
ons voorzichtige woord 'vriend'.
En ze maakten er een getal van.

Nu vallen ze
'de verwondering' aan.
Het staat veel te naakt in de krant.

En waarmee beginnen ze morgen?

De tederheid?
De schroom van tasten.
De aaibaarheid zonder 'ai'.

Sommige woorden
moeten beschermd worden.
Niet door ze in een schrijn te plaatsen.

Om te aanbidden.

Neen, maar men mag ze
ook niet verkwanselen.
Als koopwaar.

Een uurtje knuffelen.
Voor 60 Dollar.
Het staat in de krant. Van vandaag.

Sjonge, wat had ik rijk kunnen worden.

 

 

 

PS.
Met lede ogen zie ik de verloedering oprukken.
Op sommige woorden moet men zuinig zijn.
Vriend durf ik amper op mijn lippen leggen.

Mijn troetelwoord 'verwondering'
sleur ik al mee uit mijn kindertijd. Als een versleten beer.
En nu staat het geregeld in de krant met kapitale hoofdletters.

En binnenkort bedoelen ze er 'verbazing mee of verbijstering'.
Hun kille overtreffende trappen.
Nuttig om te verhandelen. Op de beurs. Voor makelaars in 'affectie'.

Misschien wordt ooit nog 'Kleine dagen' van Dewulf
de Bijbel voor de fiscalisten van 'het kleine geluk'.
De spitstechnologie voor armzalige rijken.

Ach, de parvenus ze doen maar. Verwondering laat zich niet vangen.

 

 

 227.574

 

 

 

27-01-14

In naam van de tulpen

 

Ik schrijf alles wat ik niet schrijf.
De zin kwam niet-schrijvend in mij op.
Even was ik er blij mee. Domper op de feestvreugde
is altijd weer: wat betekent het?

Dat alles iets moet betekenen. Hoe raken we daarvanaf.

Uit 'Kleine dagen' - pag. 58 - Bernard Dewulf.

 

De tulpen kijken me bezorgd aan. 
Misschien lijden ze aan hetzelfde als hun baasje.
Gebrek aan licht. En de leegte.

Te weinig water in hun vaas.
Te weinig zin in mijn hoofd.

Ik verlies het plezier.
Aan mijn vingers.
Zij die ooit schreven zoals de wind in de hagen.

De struiken, de bomen, het gras,
de kieren en de spleten.
Het spel met de tuindeur. Lente en herfst.

Mijn vrolijke jaren.

 

 

 

PS.
In maart zal ik mijn afgod zien. In zijn levend lijf.
Naakt als een mens op aarde.
Ik ben er bang voor.

Dat ik ook hem zal verliezen.
Dat hij nooit meer zal zijn.
Wie hij was. In mijn gesloten ogen.

PS. De teleurgang van de Blogs. Ik treur er wat om.

 

 

 194.O74

 

07-08-13

De wanhoop van een kleine rector

 


De taal van zijn rechterwenkbrauw
verraadt hem. Zij spant zich op
als een romaanse boog.
Om de professor op te tillen.

Tot een grootte die hij corporeel mist.
Misschien ligt daar wel de oorsprong
van zijn grootse gedachten.
Zijn bescheiden gestalte.

"Huis-, tuin- en keukenscènes, lichte kost in de poëzie",
is niet besteed aan de professor. "Er zijn te veel Vlaamse dichters
van het zogenaamde 'kleine geluk' dat op zo'n kneuterige manier
wordt beschreven dat je er wanhopig van wordt."

Ach, misschien stamt zijn smaak
wel af uit zijn gruwel voor het koken.
Eet die man? Of savoureert hij enkel spijzen.
Kent hij de hartstocht van lust en liefde?

De professor doet me denken
aan een buitenaards wezen.
Een soortement ET.
Zijn schoonheid niet te na gesproken.

Is deze heer getrouwd? En heeft hij kinderen?
Promoveerde hij reeds tot opa?
Dit soort banaliteiten van een homo sapiens
is uit zijn dagelijks bestaan gefilterd.

Enkel het residu van zijn hersenen, het derivaat
van zijn gedachten halen de pers.
Een mens gereduceerd tot zijn illustere grijze massa.

Pars pro toto.

 

 

 

 

 

 

 


PS.
Vergeet niet: ik bewonder de professor.
Maar ik hoef niet akkoord te gaan met elke opinie ontsproten aan zijn welgevoeglijk brein.

PS.
De heer professor zat in zijn zomerhuis bij Klara.
En zoals steeds weet de eminente spreker zodanig mystieke mist te spui(t)en
dat niemand nog weet waarop te reageren.
Hij kantelt elke vraag en antwoord. Vragen lijken wel antwoorden.
En antwoorden muteren in vragen.
Zodat een journalist blijft zitten met z'n dogmatische twijfel.

PS.
Maar dat enkel 'de grote gevoelens' recht hebben op een poëtische vormgeving
is mijn inziens a bridge too far. Een lapidair statement.
De inhoud ligt immers eeuwig onveranderlijk vast.
Tussen alpha en omega, Eros en Thanatos.

Het is de vorm die bepaalt of 'iets' Kunst wordt of kunst.
Antiek, hedendaags of avant-gardistisch.
Tussen het kader op een canvas. Tussen twee covers op papier.

De lectuur van een oorlog tussen man en vrouw
kan epischer zijn dan het epos van een veldslag.
Ik denk aan Igmar Bergman. Scènes uit een huwelijk en andere vijandelijkheden.

PS.
De professor heeft alle recht om zijn privé af te schermen.
Ik vraag me wel af hoe hij dat kan.
We weten meer van de koningen en presidenten van deze wereld
dan van de kerkjurist. Het blijft bizar.


http://apps.vrt.be/radioplayer/player.html?channel=31&ondemand=31_KL130806LZOM.xml

 

 

 

 176.245

 


 

15-11-12

Van de dwaas voor wie het nooit later werd

 

Soms zeg ik 'later' en dan zit ik bejaard in de coulissen
te kijken naar haar theater. Even vaak loopt zij groot en glimlachend,
een mevrouw op lange benen, door een straat in mijn hiernamaals.
Een dwaas in mij wuift dan onzichtbaar naar haar.

Waar het op neerkomt: hoe vreemd het is dat wij elkaar nooit
volledig zullen zien. Zeg ik 'later', dan weten zij niet waarover ik het heb.
Wij delen een heden, zoals New-York en Brussel:
in andere tijdzones, maar in dezelfde tijd.

Uit 'Kleine dagen' - pag. 186 - Bernard Dewulf

...

Mijn vingers en mijn ogen,
ik mag m'n oren niet vergeten.
Mijn handen evenmin. Ook m'n voeten niet.

Ik heb ze nodig.
Voor m'n geluk.
Wat dàt ook moge wezen.

Want ik weet het niet. Ik ben een agnost.
Niet alleen voor God,
maar ook tussen de mensen.

Zij is niet
wie ik zie en hoor.
Er ligt een grens
tussen het zichtbare en onzichtbare.

Terra incognita.
Tussen gemis en verlangen.

Ik kan niet schrijven zoals jij leest.
Want er staat steeds wat anders
dan wat er staat.

Hetzelfde alphabet, maar een ander verhaal.

Hoe vind ik mezelf?
Terug.
Hoe verlies ik me niet?

Het is nu al lang 'later'.
En nog altijd wuift er een dwaas in mij.

 

 

 

PS.
Dewulf schrijft over zijn dochter.
Maar beschrijven deze woorden ook niet 'iemand' anders.
Zij die ondergedoken leven in je herinnering.

Misschien ben ik wel een soort souvenir in jouw verhaal.
Maar met een andere naam, andere handen om je vast te houden en los te laten.
...

PS.
Wat dit dagboek ook moge wezen. Of hij wordt gelezen...
Ik heb het alleszins nodig voor mezelf. Ik schrijf naar mij.
En lees wat ik te zeggen heb. Mijn ontroering, verdriet, gemis en verlangen...

Niemand begrijpt de schrijver beter dan de lezer.

 

148.168

06-08-12

Kleine dagen

 

 

Natuurlijk is er iets mis met mij.
Nooit 'later' geworden.
En dan blijf je dat jongetje.

Dat zich onwennig voelt
tussen de grote mensen.
Verloren te midden van hun vaste dromen.

De villa en het zwembad.
De auto en zijn merk.
Het buitenverblijf in hun rijke woorden.

En dan het rinkelen van ijs en coupes
in hun zomertuin. De baisses en hun hausses.
De taal van het kapitaal.

En ik een 'passer domesticus'.
Een heel gewone, maar met een sjieke naam.

 

 

http://www.youtube.com/watch?v=V5xS2hfh_NI

 

 

 

139.267

06-05-11

Geloof me

 



Ik ben de zeventig net voorbij.
En weet al iets van het leven.
Luister even naar dit liedje.

Als je hierin het geluk niet vindt
dan vind je het nooit.
En nergens.

Geloof me.

 

 

Dankje CC.
You made my day.

 

http://www.youtube.com/watch?v=V5xS2hfh_NI

 

Je sais. Ook dat is geluk: 'Le jour ou quelqu'un vous aime, il fait très beau' (ou met ')

 

 http://www.youtube.com/watch?v=nJVb6DbfZlI

 

 

11-04-11

Het gebed van een lezer

 



Ook als Dewulf proza schrijft
dan nog staat er een gedicht.
Vele schrijvers trachten poëzie te plegen,
doch hun pogingen stranden in proza.

Dewulf weet te wachten.
Tien jaar als het moet.
Om te rijpen. Het geduld van tijd.
In verzen gegoten.

Mijn kleine god opent de ochtend als een tulp.

 

 

 

86.388

 

11-05-10

De schepper van 'kleine dingen'

 


God zij geprezen. Mijn kleine god
won de 'Libris'prijs.

Jarenlang word ik wakker met hem.
Zonder dat we enige intieme relatie hebben.
Het overspel is éénrichtingsverkeer.
Van mijn kant. Ik beken.

Zijn blauw las ik grijs.
Ziek word ik van hem. Zelfs in de badkamer.
Als een egel in de vroegte
tast ik zijn stekels af.

Ik loer achter elke hoek.
Of ik hem zie. Misschien wel achter een aquarel.
Naderingen. Verder kom ik niet.
En zo wil ik hem bewaren.

Diep leeft hij in zijn en mijn 'Kleine dagen'.
Dààr is de hemel op aarde.

 

 

 

PS.
Waarde lezers, wil u deze tekst begrijpen, helaas,
dàn moet u het oeuvre van Bernard Dewulf kénnen.
Ik verontschuldig me voor dit wild en onduidelijk enthousiasme.

Maar de schrijver die door 'De Morgen' op straat werd gezet
won de 'Libris-prijs'. Lees vandaag elders maar de laudatio's.

Ik lees hemzelf wel elke ochtend. Hij ligt te wachten op mijn tafel. Tot ik wakker word.