26-04-17

de zonde van leegte

 


Zouden mijn vingers ooit ophouden.
Zoals ik met ademen.
Ik luister aandachtig naar het ritme.

Van hun verbeelding. En noteer als een klerk. Zelfs de pauze.

Elke letter bid ik vol tot een paternoster.
Een rozenkrans.
Van weifelende woorden, haperende zinnen.

Betekenis of niet. Als het ritueel maar blijft duren.

 

 




PS.
Omtrent liefde en dood.
Erwin Mortier schildert Jef en Eleonore.
Verf op papier. Hij morst met woorden.

Als ik hem lees dan zuigt hij mij naar een leeg blad.
Dan krijg ik schrijfdrift.
Een schamele poging om wat niets over niets te vegen.

Ach, troost ik me: er bestaan zwaardere zonden.

 

                                                       ***



Maar na een bladzijde of tweehonderd besef je dat het allemaal verloren moeite is: deze superbe kathedraal van taal is leeg, volledig en integraal leeg. Mortier heeft niets te vertellen, niets te melden. Godenslaap is een veelkleurige, wonderschone zeepbel van een roman. Het glanst, het vibreert en het zweeft als een mirakel in miniatuur – en tegelijk is het niet meer dan een vliesje rond een bel lucht. 

Mark Cloostermans

314560

09:03 Gepost in Dagboek | Tags: erwin mortier | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

24-01-17

een metier is meer dan pronte tietjes

 

"Dit is literatuur. Geen korte, modieuze zinnetjes die een gebrek aan metier moeten verbergen. Hierin zit alles."

Citaat: Ella Louise - Cfr. lager voor uittreksel.

 

Soms voel ik me in deze wereld
een mankelieke priester aan het altaar.

Alleen met zijn Heer. God al lang gestorven.
Zelfs verlaten door elke doordeweekse kwezel.


Zijn geprevel in Latijn,
nog enkel begrepen door het verleden.

Waarin zijn dode zielen verder leven.

Alleen... in de Taal die ik liefheb.
Zo voel ik me soms.
Gelukkig zijn er nog enkele Hogepriesters.
Zoals een Dewulf,
die zinnen schrijft. Die ik wil brevieren.

Métier. Met of zonder accent.
Wat een chic woord. Geurend naar jalousie de métier.

Terwijl het ook elitair proeft. Een heerlijke smaak trouwens.

Maar toch soms wat hautain gekruid.
Onze eminente Rector spreekt al vlug over keukenpoëzie.

Ik weet niet Ella Louise, of je dit zal lezen,

maar je woorden maakten mij wat triestig.
Het was of ik, met mijn gebrek aan métier,
niet het recht had om te schrijven. Zoveel leegte. Bij mekaar verzonnen.

Terwijl ik schrijf om te ademen.
Te leven.

Ik weet het: soms erger ik mensen door de ondraaglijke lichtheid van mijn bestaan.

 

 

PS.
Natuurlijk mag ik mij niet aangesproken voelen. IK ben immers geen schrijver.
Noch dichter. En toch... jawel, en toch... raakten mij die woorden.
Alsof ikzelf een schrijvertje was.

 

 ....

 

 Uit het dagboek van Ella Louise:

Het lijkt wel alsof ze wordt gedragen door onzichtbare vleugels. Er zijn drie gevleugelde figuren in de Oudheid: Hypnos, Eros en Thanatos. Wolf kon als een godin enkel met haar ogen dansen. Die waren meestal licht omfloerst, alsof ze net gehuild had en schuldig om genade smeekte. Vandaag droeg zij een hemmetje met het opschrift: for sale, dat haar buik en navel bloot liet. De blikken die zij trok lieten op ons een merkteken achter, ze wierpen als het ware het lot van de jaloezie, haar en onze liefde bezoedelend met jaloers gif. Wolf had een ander hemmetje met de voorspellende woorden: gravity wins. De tieten van wolfje die nu veertig was, staken nog pront naar voren. Het doet iets wanneer je vrouw door iedereen, meer nog door vrouwen dan mannen, met jaloerse ogen wordt opgevreten.

...

 http://ellalouise.skynetblogs.be/

...

Citaat uit een recensie van Mark Cloostermans

"Godenslaap is volgens de auteur het eerste deel van ‘een literaire, alternatieve geschiedenis van België’ (DSL 9/10/2008). Dat is een spectaculair ambitieus idee, maar aandelen in Mortiers onderneming durf ik vooralsnog niet te kopen. Je ziet de auteur zinnen monteren met de precisie van een horlogemaker. Je ziet hem de mijmeringen van Helena stofferen met poëtisch proza waar menig dichter stikjaloers op zal worden. Maar na een bladzijde of tweehonderd besef je dat het allemaal verloren moeite is:
deze superbe kathedraal van taal is leeg, volledig en integraal leeg. Mortier heeft niets te vertellen, niets te melden. Godenslaap is een veelkleurige, wonderschone zeepbel van een roman. Het glanst, het vibreert en het zweeft als een mirakel in miniatuur – en tegelijk is het niet meer dan een vliesje rond een bel lucht. "

En toch, ondanks Cloostermans:
2009 – AKO Literatuurprijs voor Godenslaap

 

PS.
Ik houd van zeepbellen. Van rode ballonnen. En sneeuwvlokken.
O, ook vlinders wil ik niet vergeten. In dit lichte lijstje van zwevende mirakels.

Bellen poëzie.

 

 

 

24-03-15

Scripta manent

 


Waarom zie ik haar met de lippen, de punt
van de tong de moeilijke hoeken

van woorden beproeven alsof ze
op een smalle richel staat met de rug

tegen de muur - waarom durft ze
niet naar beneden te kijken en zegt ze

dat daar iets duizelt?


Uit 'Gestameld liedboek' - pag 107 - Erwin Mortier
Een verhaal over zijn moeder met Alzheimer.

...

 

Nil ego contulerim iucundo sanus amico.
Zolang ik bij zinnen ben, zal ik niets vergelijken met een goede vriend.

Menander noemde oudtijds een gelukkig man degene die slechts
de schaduw van een vriend had ontmoet.

Uit 'Over vriendschap' - pag. 75 - Een kennismaking met Montaigne.

 

 


Mijn vingers stamelen en haperen.
Niet omdat ze oud zijn.
Maar omdat ze schrijven in een bedding van twijfel.

Altijd ligt de aarzeling op de loer.

Hoe komt het toch, vraag ik me af,
dat de filosoof spreekt over 'een goede vriend'?
Alsof er ook 'slechte vrienden' bestaan.

Zijn het dan wel vrienden?
Impliceert het woord vriend niet dat ze goed zijn?
Vol-ledig.

Zolang mijn gedachten het toelaten, zullen mijn vingers
over dit weerloze wit glijden. Met een trage haast
en het milde mededogen. Van virtueel papier. Die barmhartige metafoor.

Hoe kan mijn dag anders bestaan?

 

PS.
Natuurlijk, kan ik mijn dag nuttiger besteden.
Er ligt altijd wel wat stof op kasten en vloeren.
En hier en daar, ik ben er zeker van, resideert een spin vredig in haar web.

Terwijl mijn hulpeloze tuin op mij wacht om de winter op te kuisen.

En dat allemaal omdat ik mij liever verlies
in woorden. Mij nestel in het alphabet.
Om er even in te wonen. Te dromen.

 

 240.757

11:02 Gepost in Dagboek | Tags: erwin mortier | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

03-04-14

Bericht aan de lezer

 

Ik vraag het me wel eens af: 'het belang' en 'hoelang'.
 
Wanneer, dierbare lezer,
komt het moment, misschien is dat al (on)voltooid verleden tijd,
maar verzwijg je het,


dat ogenblik dat je mij ziet: naakt.
In de blootheid van mijn woorden.
Vorm. Niet meer dan ornament.

Een stukadoor van moulures. Schilder van trompe-l'oeuils.

En dat, als je peutert
aan mijn woorden, er niets vrijkomt. Er niets onder zit. Behalve leegte.
Het maakt me wel eens bedroefd. 
Te moeten zijn wie ik (niet) ben. En nog altijd moet worden.
 
Zal dàn, als die onzalige naaktheid helder wordt,
de bloesem voldoende zijn, ook als die niet bestoven werd?
 
 
Uvi
de stukadoor
 
 
 
 
 
PS.
Ik troost me met de goden.
 

 
 
PS.
Het Parool over 'De spiegelingen' van Mortier.
Achter het bij oppervlakkige beschouwing poëtische proza
gaat een schrikbarende leegte schuil.
Als de taal Mortier in de steek laat, blijft er weinig over.
Niets, eigenlijk, blijkt in deze teleurstellende roman.

Mark Cloostermans over Godenslaap.
Maar na een bladzijde of tweehonderd besef je dat het allemaal verloren moeite is:
deze superbe kathedraal van taal is leeg, volledig en integraal leeg.
Mortier heeft niets te vertellen, niets te melden.
Godenslaap is een veelkleurige, wonderschone zeepbel van een roman.
Het glanst, het vibreert en het zweeft als een mirakel in miniatuur –
en tegelijk is het niet meer dan een vliesje rond een bel lucht.
 
 
PS.
Er valt moeilijk te ontsnappen aan de verleiding om "De spiegelingen' naast 'Godenslaap' te plaatsen. Maar vallen ze wel met elkaar te vergelijken ? Ze bespelen min of meer hetzelfde thema, dat is waar. Wereldoorlog I.  Het interbellum. Maar daar houdt het op. '
Godenslaap' is barok. Of beter, een opera van Wagner althans in zijn beste uitvoering. De klanken waarmee ik, toen ik klein was, iedere zondagmorgen gewekt werd.
'De spiegelingen' daarentegen is rijke kamermuziek, een uitgesponnen verinnerlijkt hemels strijkkwartet van Schubert. Ingetogen en intens.
Guy Verhofstadt
 

 

 

200888

 

 

23-03-14

De chirurg en de schilder

 

 
Afgelopen vrijdag heb ik de kamer opgeruimd waarin ik
al jaren werk. Het was vreselijk en hilarisch. Ik vergeleek
de jongen van toen met de man van nu. Ik vergeleek de omstandigheden
van toen met wat de tijd daarvan heeft gemaakt.
Was dit overgebleven van alles? Liet mijn leven
zich samenvatten in een paar armzalige alinea's?
 
Uit 'De laatste tafel' - pag. 28 - Wim Kayzer
 
 
Individueel gejammer konden ze begrijpen, maar niet dit
collectieve gehuil. Ze liepen naar het raam, of het de maan was.
Of was er onweer op komst, ging de lucht zwanger van laffe damp?
 
Maar het was niet de maan of het weer, het was onze ritus van pijn:
één lichaam dat de windsels van taal van zich afwierp en, gevolgd door
een ander, en nog een, en nog een, terugkeerde naar de staat
van de dingen voor er woorden waren.
 
Uit 'De spiegelingen' - pag. 28 - Erwin Mortier
 
 
 
 

Zal ik ze dan maar door elkaar lezen.
Als twee tegengewichten.
Het hoofd en het hart. Lichaam en ziel.

Kayzer en Mortier.

Hun namen lijken wel twee oorlogshelden
uit WO I.
De eerste een scherpschutter. Raak en ongenadig.
De tweede een schilder. Van wat er overblijft.
 
Hoe komt het toch,
dat het papier bij Kayzer verkilt.
Tot de ratio.
En bij Mortier kleurt als een klaproos.
Het rood van emotie.

Misschien ligt het wel aan 'de bijvoeglijke naamwoorden'.
 
De denker snijdt ze weg, als schadelijke ornamenten.
Voor zijn vivisectie van gedachten.
De schilder verft zijn gevoelens. Zelfs zijn werkwoorden
bloesemen.
 
Tenminste dat voel ik zo aan. Ik ben dan ook maar een kleine denker.
 
 
 

PS.
Natuurlijk, moet je meer lezen dan enkele armzalige alinea's om de geur van verf te ruiken in de taal van Mortier.
En meer dan enkele zinnen zullen je overtuigen van de ongenadige chirurg die Kayzer is. Hoe hij zijn gedachten pelt. Als een peulvrucht. Of liever de vliezen afschraapt van embryonale gedachten.
 
 
 
 199522
 
 
 


 

23-04-13

Een dak van woorden

 

 

avondlandschap

te lang heb ik me wijsgemaakt
dat ik een dichter was
een zanger van het hoge woord
een onvermoeibare letterzetter
in het avondlandschap
dat zich langzaam oplost
in enkelvoudig blauw
nu lig ik als een kleine kikker
in wankel evenwicht
te rillen
in een plasje jazz
en geef de dingen
geen andere namen meer


Adriaan De Roover

 

 ...

  

Gisteren sloeg ik zacht
de laatste pagina van 'Godenslaap' dicht.

De kikkers kwaken
voor het eerst ...
op het terras is het eindelijk lente.

Nu de zwaluwen nog.
Mortier is een schilder.

Nooit eerder schreef ik wat op de achterflap van een boek. Gisteren dus voor het eerst.

 

 


Ik zei tegen mijn vader dat ik de woorden niet begreep, maar hij zei:
als je later Arabisch gaat leren zul je het begrijpen,
maar je moet Al-Fatiha dan vaak genoeg herhalen,
nog veel vaker dan nu, zodat je het weer niet begrijpt,
want dan pas komen de heilige woorden los van wat je denkt
en gaan ze zweven, als een dak boven je hoofd,
en als je het goed doet, als je alles goed genoeg niet begrijpt,
dan kijkt tussen het dak van de woorden en het dak van je hoofd
de hele wereld je in de ogen ...

Godenslaap - laatste pagina - 406 (niet genummerd) - Erwin Mortier.

 

 

PS.
Jongens leggen bommen. Verlaten hun familie. Ten oorlog.
Dat allemaal voor een 'god'. Wanneer worden ze wakker.

Ik verschuil mij onder een dak van woorden.

 

 

165.300

 

10-04-13

Pleinvrees van een dagboekschrijver


 


Ik word amechtig van zijn woorden.
Boordevol en voluptueus.
Geen toefje lucht. Tussen de metaforen.

Ik krijg het benauwd.
Alsof ik Brouwers hoor praten, zo
lees ik Mortier. Adembenemend.

Ik word duizelig voor zijn schilderij.
Het canvas versmacht me.
De beelden benevelen mijn ogen.

De schrijver versmoort genadeloos mijn asem.

 

 

 

 

PS.
Ik lees Mortier met kleine happen. Onvoorstelbaar hoe die man
een palet op het wit legt. Erudiet en esthetisch.

Hij zuigt het alphabet uit mijn vingers. Ik voel me weerloos en machteloos.
Hoe durf ik nog het wit te benaderen.

PS.
Als je Brouwers al hebt horen praten, dan weet je wat ik bedoel.
Ik ben zelf astmatisch en moet dagelijks puffen.
Als ik naar hem luister, zelfs op de radio, geraak ik mijn adem kwijt.

Bij Mortier heb ik een soortgelijk gevoel. Maar dan in mijn hoofd.
Mijn povere hersenen geraken achterop. Ademloos.

PS.
Ik besef dat Mortier ook een pak tegenstanders heeft.
Die zijn geschriften te barok en bombast vinden. Overladen.
Onlangs nog toastte hij met Connie Palmen op 'de verdelging van al onze vijanden'.
Ironisch of sarcastisch?

http://boeken.vpro.nl/televisie/op-het-nachtkastje/2013/erwin-mortier.html

 


164.034

24-03-13

god onder het stof

 


Boeken zouden op straathoeken moeten samentroepen
als verwilderde honden. Ze zouden op stapels in de portieken
van winkels moeten slapen onder een dekbed van karton,
bedelaars zonder veel hoop op een aalmoes.
Ze zouden op banken in parken moeten verregenen,
of rondslingeren op de vloer van de tram, om wie ze oppakt
te vervoeren of te vervelen, onverschillig te laten of dusdanig te irriteren
dat men er een antwoord op wil schrijven, dat dan even naamloos
door de wereld waait. Ergens zal dat boek een orde verstoren,
een onrust dempen, een blijdschap bevriezen, de toekomst herdenken
of het verleden voorspellen, onverantwoord, hoogstens aangekondigd
door het geruis van de vellen - de enige engelen waarin ik min of meer geloof.

Uit 'Godenslaap' - pag. 19 - Erwin Mortier

 

...

Ik heb Mortier uit de kille veranda gehaald.
Naar de warme leefkamer.
Zes op een stapeltje. In feite vijf keer Mortier.
Want 'Mijn tweede huid' heb ik in paperback en ingebonden.

Ik verdraag het niet, mijn verwaarlozing van deze
godenschrijver. Hoe kon ik, genadeloze lezer, hem zo laten wegkwijnen.
Het werk van god onder het stof, het bijtende zomerlicht
en vochtige winterkaken.

Geluk is een schrijver in zijn handen nemen.

 

PS. Zie je nu. Dit soort zinnen vraagt zoveel concentratie dat je moet lezen met een interval. Van bezinning. En bezinking.

 

PS.
Vanochtend weer naar 'het geluk van Klara' geluisterd.
Met een heerlijke gast: Professor Balu. Die man zet werkelijk alles op z'n kop.

http://radio.klara.be/radio/10_datheetdangelukkigzijn.php?cat_actief=163&rubriek_id=329

 

 

Van de schoonheid en de troost


 


Godenslaap is geen homeopatische literatuur.
Geen aangelengde letteren. Neen, het is onversneden poëzie.
Geconcentreerde bellettrie.

Ik kan slechts enkele zinnen lezen.
Hooguit wat paragrafen.
De schoonheid sijpelt uit elke frase.

Verleden tijd onder guirlandes van licht.
Tegenlicht. Zwart op wit geborduurd.
Geklost kantwerk uit 'Bruges la morte'.

En de schrijver een koetsier
langsheen de kantelen van het alphabet.

 

 


PS.
Dit wordt zuigen en sabbelen.
Savoureren. De haute cuisine van literatuur.
Kaviaar eet je ook niet met de pollepel.

PS.
Melk de dag, is een hertaling van de Fé.
Carpe diem. En velen vertalen dat als: pluk de dag.
Maar deze vertaling is veel te flets. Te kort.
Ploeps en daar is je dag reeds voorbij.

Maar een dag melken, sjonge, dat begrijpen enkel die mensen
die al eens in een uier geknepen hebben.
Zo moet je Mortier lezen. Knijpen en uitwringen.

Niet 'het wat', maar 'het hoe'.
Het pakje en de verpakking. Met een strikje.


 

162499

 

22-03-13

Op het nachtkastje en ernaast

 

 

IK HEB ALTIJD GEHUIVERD voor de daad van het beginnen.
Voor het eerste woord, de eerste aanraking. De onrust
wanneer zich de eerste zin moet vormen, en na de eerste
de tweede. De onrust, en de opwinding, alsof je de wade
wegtrekt waaronder een lichaam rust: slapend, of dood.
Er is ook het verlangen, of de wensdroom, de pen om te
smeden tot een ploegschaar en een pas beschreven vel
weer blank te ploegen, dwars op de regels, voor na voor.
Dan zou ik terugblikken op een spierwitte akker, op de
restanten die het ploegijzer naar boven heeft gewoeld:
doorroeste emmers, stukken prikkeldraad, botsplinters,
bedspijlen, een blindganger, een trouwring.


Uit 'Godenslaap' -  pag. 7 - Erwin Mortier

...

Ik wacht alweer. Op de daad van het beginnen.
Binnen enkele minuten zal zij een smsje sturen.
De voorbode van een mooie dag. Voor ons twee.
Of de aftocht van de hoop. Alleen op de wereld.

Toen ik Mortier de eerste alinea hoorde voorlezen,
op het nachtkastje, luisterde ik sprakeloos. Ademloos.
Hij las de woorden zoals hij ze neergeschreven had.
Dat denk ik toch. Traagzaam als een witte lijkwagen.
Hij is van nature traag. En spreekt lijzig.

Enkele jaren geleden sprak ik met hem. We stonden langs
de afgebladderde muren van de middeleeuwen.
Hij liet zich mijn herkenning, van de schrijver, welgevallen.
Alsof hij zich opwarmde aan de zon. Zijn zon.
Mortier is een scherpschutter.

Uit zijn alphabet ploffen splinterbommen.

 

 

 

 


PS.
Op het nachtkastje is een tv-programma dat momenteel  in NL loopt n.a.v. de boekenweek. Ik ben gisteren meteen naar de boekhandel gerend. 'Bookrun'. (Geen Bankrun. Vooralsnog.)

Voilà. We kunnen beginnen aan het koketteren en coquerellen.
De telefoon geeft groen licht.

Mijn tijd gaat nu in. Eerst naar de Delhaize.

 

162.255

 

11-11-09

Tersluiks

 


Ook woorden worden oud.
En begraven onder het verleden.
Tot ze voltooid verleden tijd zijn.

Hoelang is het geleden dat u dit woord hoorde?
Of zelf gebruikte?
Het heeft zijn tijd gehad.

Zoals oude mensen die met niemand
nog hun herinneringen kunnen delen.
Erover spreken, jawel. Als er iemand wil luisteren.

Maar dat is niet hetzelfde als delen.
Delen dat doe je van eenzelfde stuk.
Van hetzelfde leven. Dezelfde tijd.

'Tersluiks' heb ik het hier toch maar even heimelijk binnengesmokkeld. Het zou een woord van Mortier kunnen zijn
die gisteren de AKO literatuurprijs won. Met 'Godenslaap'.

Een god in het diepst van zijn verlangen. Proficiat Erwin.