26-04-16

Het leven dat ik droomde

  

Liefde didactisch

 

Zij spannen traag hun winterkleren voor de ramen
En sluiten elkaar en het straatlawaai in hun armen.

Zij gaan vanmiddag bloot een groot horloge binnen.
De wijzers zijn zijzelf. Zij maken plaats en tijd.

Een simpele duim op haar tepel verandert de wereld
Van deze volksbuurt in een kamer zonder pijn,

Een bed waaronder twee paar tranen samen slapen
Met afgelopen schoenen. Geluk heeft geen contour.

Langzaam vrijen is ook dat ronde kruispunt beneden.
Daar lopen mensen zoals wij van hen te dromen.

 

Leonard Nolens
uit: Manieren van leven
Amsterdam: Querido 2001 

 


Het is ochtend en ik zoek
mijn weg.
Buiten de aardse wereld.

Het hoofd van een dichter
lijkt mij een schuilplaats.
Wankel als geen ander.

Ik weet het. Gevoelig als een tepel.

Maar liever wonen
in zijn 'Manieren van Leven'
met 'Stukken van Mensen'

dan het nieuws. In de Gazet. Of op die wrede TV.

 

 


PS.
Het leven dat wij droomden - Maurice Roelants

PS.
Ik word wereldvreemd. Het universum verkleint tot een dorp zo groot
als mijn kindertijd.
Later als ik groot ben. Dat is gisteren.

Vandaag ben ik een oud jongetje.
Bang van morgen.
Ik verschuil mij tussen de tulpen en ranonkels.

Ik kruip dicht tegen een dichter aan.

 

278484

 

 

Op een ander Blog, schreef ik deze reactie:


Zou ik het durven?
Hier iets onder te schrijven. Als een onwetende.

Toen ik nog een korte broek droeg,
was de Mechelse Catechismus ons kompas
binnen het Rijke Roomsche Leven.

God wist Alles. Was Alles.

Nu ik een oud jongetje ben, denk ik al eens:
‘God is alles wat we niet weten’.

 

 

08-06-14

Ik wou dat ik nog één keer

 


Edegem, zaterdag 20 januari 1990
Welke voorstelling, welk beeld heb je van jezelf.
Meestal geen, je moet het dus dagelijks bijeenlezen en uitschrijven.
Het non-verbale bestaan is onvoorstelbaar. Zelfs het non-verbale
moet zijn expressie vinden; moet uit zijn woorden raken.
De woorden zijn er steeds. Woorden zijn er genoeg. Alles draait
om je beschikbaarheid. Misschien vindt je hele leven
in die beschikbaarheid zijn grondslag.

Je leest, je moet je hele leven blijven lezen omdat anderen
- je voorgangers, sommige tijdgenoten - je helpen
je vragen te formuleren. Dat is het enige antwoord
dat je lezend zoekt: hoe stel ik wèlke vragen?


Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 342 - Leonard Nolens.

 


Nog later ... aanvaarden, zonder vragen.

Deze zin schreef ik er in potlood bij.

Toen Nolens zijn woorden noteerde was hij maar 43.
Ik ben er nu 73. En weet dus dat 'aanvaarden'
het enige antwoord in wording is.

Geen ontsnappen aan.

Ondertussen scharrel ik als een kip
wat geluk samen. Onder welke vorm dan ook.
Momenten. Van mensen en dingen.

Nolens en Dewulf helpen mij ze te vinden.

 


PS.
Ondertussen ligt Jos G. te wachten op aarde.
De put van vergetelheid. En wat 'men' er allemaal wil instoppen.
Ik herinner hem als de man van 'Te bed of niet te bed'.

Hij schiep mijn zaterdag tot traag genot.
Van een stem en woorden.
En elk jaar net voor Pinksterdag: een liedje.

Jos, dankjewel. Voor al die momenten van geluk.


http://www.youtube.com/watch?gl=BE&v=TWs3wmYwxEA

 

 208686

 

10-02-14

Geen nieuws van het maandagse front

 


Antwerpen, zaterdag 30 september 1989


Na zoveel jaar de treurige vaststelling dat ik het contact
met de dingen heb gemist. Woorden, enkel de woorden vormen
mijn materie, mijn speelgoed. Ik ga ermee om als
een arm en ernstig weeskind dat de kostbaarheid
van zijn povere speeltjes beseft: ze moeten heel lang meegaan.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 329 - Leonard Nolens

 


Maandag.
De scheve toren van m'n afwas herinnert mij aan zondag.
Een gelukkige erfenis. Om zo straks mijn bestaan
te bevechten. Met het ambachtelijke doen.

Mijn handen verdringen het denken.
Verhinderen de treurnis van onzinnige gedachten.
Voor mij ligt de vrijheid:

die van de keuze. De stilte, de wandeling, de strijk.

Dit zijn westerse luxe ideetjes.
Deze dag en plek overladen mij
met de rust en veiligheid. Van een land.

Welstellend en in vrede.

 

 

PS.
Geen honger en geen kou.
Geen vrees om te moeten vluchten.
Mijn frigo staat klaar met mijn dagelijks rantsoen.

Alleen de wonde van het denken, moet ik nog zalven.

PS.
Waarom lijkt mij de serie 'In Vlaamse Velden'
eerder tragi-komisch theater.
Waarom slaat de reeks 'Unsere Mütter, unsere Vätter'
mij meteen knock-out?

 

Voor wie het eerste deel gemist heeft. Aanklikken voor het verdwijnt.
Morgen deel II.

http://www.knack.be/acties/unsere-mutter-unsere-vater/game-iframe-104671.html

 Scroll tot onderaan.

 

 195515

 

30-01-14

Het proces van Nolens

 

 


Retie, vrijdag 2 november 1990

Omdat er schijnbaar nooit iets ophefmakends in je leven gebeurt
en je dagen bestaan uit dagdromen en herinneringen, grijpt ieder
vandaag terug naar de dagdromen en herinneringen van gisteren.
En hoe dichter het definitieve 'morgen' jou nadert, hoe meer je leven
de vormen zal hebben aangenomen van herinneringen aan herinneringen
en van dagdromen over dagdromen, en hoe dichter, dikker en ondoorzichtiger
de massa onbestaan zal zijn, die je scheidt van het enige
werkelijk  beslissende en ophefmakende feit van je bestaan: je geboorte.
En heel dat proces is dan wat dichters en filosofen durven te noemen:
de ver-wezen-lijking, de essentialisering!

Uit 'Dagboek van een dichter' - Leonard Nolens.

 

 

Mijn actief leven was een maat voor niets.
Als schooljongen had ik wat anders in mijn hoofd.
Geen geld of roem.
We waren immers nog niet besmet door de tijd. En de media.

Wij waren aangetast door idealen.
Priester of schrijver.
Dàt zou ik worden.

Tot in de Poësis bleef ik dromen.
Maar toen zag ik de meisjes
dichterbij komen. En God viel dus als eerste af.

Zaaien dat wel. Maar oogsten?

Dichter, dat zou ik worden.
Bij de meisjes.
En bij de woorden.

Het werd papier. Jawel. Jammer, maar helaas.

 

 


PS.
Om den brode werd ik een pennenlikker.
Stapeltje papier van links naar rechts.
Een zinloze bezigheid. Tussen competitieve geesten.

Lichamen gesteld op een carrière.
Gestelde lichamen.
Van de bureaucratie.

O, was ik maar een dorpspastoor geworden.
Met een bloeiende wijngaard. En een bloedmooie meid.
Aristocratische wijnen en een elite aan notabelen.

Aan tafel. En in bed. God in mijn gedachten.

 

 

 194424

 

22-01-14

Hulp, ik besta niet

 


Edegem, donderdag 23 maart 1989

Meer dan ooit zijn wij zoals de oude Grieken verslaafd
en verkocht aan de sfeer van het tussenmenselijke,
de intersubjectivieit, en danken wij ons bestaan aan
onze door anderen en door de media opgemerkte aanwezigheid.
...
Niemand is nog in staat voldoende kracht te putten
uit zichzelf; iedereen moet het hebben van
de aandacht die de anderen, nu vandaag,
zo snel mogelijk, schenken aan zijn persoon en werk.
...
Voor de Helleen was er geen leven na dit leven.
Hij wilde vandaag geroemd worden.
Met dat roemen stond of viel zijn bestaan.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 325 - Leonard Nolens.

 

 

Dierbare lezer-es,

Mijn leven ligt in uw handen. Uw ogen.
Uw woorden.
Bijna ben ik verdwenen. Nog even.

En dan voorgoed door de tijd
uit dit leven geschreven.
Een vergeten spatie. In het alphabet.

U, ik blijf beleefd, kan me een wijle redden.

 

 193666

 

 

17-12-13

Troost

 

Van de mensen rondom je mag je geen troost of verlossing
verwachten. Krijg je die toch, dan is dat meegenomen.
Het troostende of verlossende woord van een ander dan jijzelf
is pure luxe, is de droom van een realiteit waarop je nooit meer rekent,
maar die je ook niet verwerpt of wantrouwt wanneer ze zich aandient.

Laat ieder uur, laat je angst en liefde, je melancholie en fysieke pijn,
je euforie en inzicht, kortom, laat je hele leven opgaan
in de bereidheid het woord te ontvangen.
Laat jezelf opgaan in het op handen zijnde woord. Laat dat jouw religie zijn.

Uit 'Het dagboek van een dichter' - pag. 253 - Leonard Nolens


...


Het is erg dubbel, vrees ik.
Mijn buitensporige euforie en angst
kunnen niet zonder mekaar.

Omdat ik zo'n bang jongetje ben dat zich bewust is van de wisselvalligheid,
in het leven en iedere dag, geniet ik buitenmate
van elk moment. Elke doodgewone seconde.

Maar als de paniek toeslaat dan bezwijk ik onder
het ogenblik. Ballast die zich fysiek vertaalt in mijn maag.
Zeurende zorgelijke angst. Die bijt in mijn kinderlijk geluk.

En op hetzelfde moment weet ik
dat een banale oorzaak mij al uit mijn evenwicht brengt.
Zoals de vochtige vlek op de kamer van de meisjes.

Aangezwengeld door het besef dat ik een knoeier ben
met twee linkerhanden.
En dan schaam ik me.

Voor het échte leed van mensen op deze wereld.
Op de vlucht. Voor oorlog of zichzelf. Voor de dood.
Het eeuwigdurende gemis van een geliefde. Of een kind.

Hoe leert een oude man leven met alledaagse angsten?

 



PS.
En dàt zou ik natuurlijk al lang moeten weten.
En een ervaren expert zijn.
Maar neen, elke keer opnieuw moet ik er door...

De tijd is mijn gezel.

PS.
Gisteren meer dan een uur geknoeid in de dakgoot
met vloeibare roofing om gaten te dichten.
Mijn handen vol. Maar de materie rolt zich op tot een weerbarstig bolletje.
Onwillig om uit te voeren wat er van hem verwacht wordt. De reden van z'n bestaan.

PS.
Ik denk ook aan de jarenlange paniek en angst van Brusselmans.
Terwijl hij dat zo manhaftig kon verbergen in zijn publiek leven.

Ik ken ondertussen wel de tactiek om m'n angst te tacklen.
Niet denken, maar doen: makkelijke klusjes.
Afwas, kuisen, strijken, boodschappen ...

Want de Benedictijnen krijgen me niet rustig.


http://www.youtube.com/watch?v=_MbDqc3x97k

 

 

 In de stand van dit getal zitten het geboortejaar van vader en mezelf merk ik.  Bizar toeval.

190141

11-12-13

De Waarheid niets dan de Waarheid

  

Het doet pijn, maar het moet. Ook een vriend,
ja uitgerekend een vriend moet je eerlijk durven te zeggen
wat je van zijn werk vindt, op gevaar af hem te verliezen. ...

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 266 - Leonard Nolens

...

De kreten van bewondering waren niet van de lucht,
maar zijn vriend Adolf monsterde het grote doek en zei zuinig:
Daar zou ik nu eens geen geduld voor hebben, zie, voor kopiëren.
Hij gaf een vette knipoog naar de dochter Maria Emelia,
en de vriendschap bekoelde.

Uit 'Oorlog en terpentijn' - pag. 303 - Stefan Hetmans

...

Er bestaan eerlijke mensen. En ook mensen
die de waarheid in pacht hebben.
Meer nog, in hun bezit.

De enige en eerlijke waarheid.

Ik ben altijd bang voor deze mensen.
Zij voelen zich 'God in het diepst van hun gedachten'.
Ik corrigeerde me, want schreef 'van hun verlangen'.

Deze unieke mensen doen me denken
aan de beelden die ik onlangs in Terzake zag.
Mannen met lange baarden en lange gewaden.

Een horde moedige kerels
die de Waarheid verdedigden. Tot ter dood.
Van het meisje dat op haar knieën in een kuil zat.

En gestenigd werd.

 

 

PS.
Gisteren nog op het nieuws gezien.
Op het Marktplein van de Wereld: You Tube,
roept een jonge Belg op tot oorlog tegen de democratie.
Hij wil (zijn) God als Rechter. In Belgistan.

Tja, ik vertrek al vast naar Isphaan.





17-06-13

Son miroir individuel

 


Ik schrijf omdat ik geen verstand bezit
en mij een intelligentie moet kneden, aanmeten, aanmatigen.
Uit zelfbevestiging. Uit een permanente frustratie tegenover
de overdonderende kennis en eruditie van anderen.

Uit 'Dagboek van een dichter' pag.157 - Leonard Nolens

...

 

Héhé, denk ik dan. Wat een heldere spiegel is die Nolens.
Zie me daar nu staan.
In mijn blootje. En elke pukkel uitvergroot.

Maar meteen dampt die reflectie weer aan.
Want hoe durf ik me spiegelen aan Nolens.
Goed, laat het dan een spiegeltje zijn.

Zo'n beschouwend diminutiefje dat (in mijn tijd) de dames
altijd bij zich hadden. In hun 'sjacoche'.
Om hun rouge te fatsoeneren.

Wat konden ze dat frivool.
Hun lippen tuiten en verschuiven.
Zodat ze ongerept weer gezien konden worden.

Met dat vleugje verleidelijke onschuld.

 

 

 

 


PS.
Cfr. het citaat van Rémy de Gourmont, boven links.
Onder mijn foto.


 

171.222

13-05-13

Polaris

 

 

 

Tussen zijn hersenen
van papier, zit er een treinbiljet.
Te reizen. Naar Oostende.

De tijd stopt
in november. 2010. Ik herinner mij
het ontbijt. En de markt voor het hotel.

Ondergesneeuwd.

Wij zijn schuldige kinderen
achter het raam van gestolen momenten.
En de zee die zwijgt.

Maar nooit vergeet.
Hoe wij langs haar golvend lint
naar de horizon verlangden.

Meeuwen van herinnering.

 

 

 

 

 

 

PS.
Elk treinbiljet, iedere rekening,
is de Proust van mijn verleden. Bewaard tussen de pagina's.
Van een dagboek. De dikke buik van dichters.

 

 

167.310

 

30-04-13

Ma petite histoire

 

Je hebt de mens van de feiten en daden,
van de historische kennis,
je hebt de encyclopedische, de gedocumenteerde mens verwaarloosd.
Je ging (en gaat) te zeer op in jezelf, dat wil zeggen
in het formuleren van een fundamentele leegte,
in het componeren vanuit een in woorden bestaand niets.
Terwijl de meeste mensen verzakelijken naarmate ze ouder worden,
hun leven vullen met concrete, meetbare inhouden,
heb jij je meer en meer overgegeven aan het vlechten van woorden,
het spinnen van dagdromen, het weven van hersenschimmen.


Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 196 - Leonard Nolens

...

Mijn veldslagen vocht ik uit
in een huis. Ik was geen overwinnaar.
Ook de andere was een slachtoffer.

Geslacht door een verloren liefde.

Mijn encyclopedische kennis
was de resultante van het sop aan de afwas, het kruiperige stof
op het meubilair, lakens en andere dagelijkse besognes.

Maar ik ben vooral stevig gedocumenteerd in kinderleed.

Zoals vorige zondag.
Toen hopeloos verdriet uit haar gitzwarte ogen parelde.
Uitgesloten door woorden. Want kinderen zijn wreed.

'Jij komt uit de Congo en uit het oerwoud!'
was de aanklacht.
Maar die waarheid was totaal fout.

Hoe kon ik deze historische en geografisch onjuiste kennis,
dit onmeetbaar lijden
verzakelijken tot herstelbaar vertrouwen in vriendschap.

Opa werd woest. Ontembaar wild.
En, o wonder, dat kalmeerde haar. En zij vertrok.
Gesterkt en gewapend met al mijn machteloze dreigementen.

Wat later kwam ze terug met een glimlach.
Verdrinkend in onmetelijke vriendschap.
Inclusief haar kroezelhaar, haar volle lippen en

een zwarte schaduw over haar blanke huid.

 

 

PS.
Ach, ik laat de geschiedenis graag over aan
Hannibal, Caesar, Napoleon en andere oorlogshelden.
Waarom cirkelt er nog steeds in mijn oud hoofd: 'De slag bij Zama - 202 - a.c.' ?

Vult deze zeurende kennis mijn fundamentele leegte op?
Mijn weemoed?

 

165.848

22-04-13

De gast

Edegem, donderdag 10 maart 1983

Het verlangen naar het feest wordt nooit bevredigd:
moment suprême van menselijke uitgelatenheid, van dionysische
uitzinnigheid, van magistraal georkestreerd exces - zo wordt het opgezet.
...
Slechts één ding ontbreekt, altijd: de gedroomde gast. ...
ik ben een en al oor en zeg niet wat ik denk of voel,
want de mens die ik verwacht bestaat niet.

Met dat onbestaan zal ik wel nooit genoegen kunnen nemen.
Die gedroomde gast moet ik nog worden. Ikzelf.
Vraag me niet wie hij zal zijn. Ook ik wil immers verrast worden
door zijn verschijning.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 179 - 180 - Leonard Nolens.

...

Mijn huis is een trouwe vriend. Die geduldig op me wacht.
Als ik even weg ben. Op zoek naar de gast.
Ik word al lang niet meer verrast. Door mezelf.

Het tuindeurtje piept als het me ziet.
De trappen kraken van plezier.
En de leefkamer legt haar muren om me heen.

Het schilderij herschikt haar palet als een oude minnares
voor een jeugdige geliefde. Hoe dikwijls trok ik me terug
in de keuken voor het schoonste perspectief. Van haar.

O, mijn god, en de tafel met haar lange benen. En schrijvers.
De luchter, een vlinder verward in z'n eigen kleuren.
En de bevallige lampen die ik koester als ware het mijn beminden.

En al deze dagelijkse weelde moet ik delen. Met mezelf.
Gastheer en gast.

 

 

PS.
Ik word heen en weer geschud. Als hoge kruinen door de wind.
Mijn herinneringen aan de vrienden. Enkele.
Toen vriendschap nog uitzonderlijk en gelimiteerd was.
Geen groot getal, maar een warm gevoel.

Tastbaar dichtbij. De verte van het verlangen is nooit afgestorven.

 165.190

 

04-12-12

In de grote leegte van een kleine god

 

'Misschien, later, als ik dit allemaal herlees, zal ik schrikken
van de smalte, van de smalle marge waarin zich mijn leven
heeft afgespeeld. Maar nu ben ik tot niet meer in staat
dan elke dag opnieuw mezelf te definiëren in vacuo.
In horrore vacui.'

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 124 - Leonard Nolens

.. 

 

Mijn klein bestaan. Amper groter
dan mijn navel.
Met een perimeter van verlangen.
En de leegte van gemis.

Dikwijls is zij
het uurwerk van mijn dag.
Zij tikt mijn tijd
weg. Vult en ledigt.

Mijn souvereine staat.
Waar ik god ben
in het diepst van mijn gedachten.

Maar zij de scepter zwaait.

 

 

 

PS.
Nolens denkt aan een ander soort leegte. De existentiële.
Ik kies 'haar' als metafoor. Het zinnebeeld.
Het zingende beeld. Binnen het alledaagse.

Buiten haar en in mezelf, krimpt en breidt de leegte uit.
Al naargelang de vragen.
Of ze van dagelijkse aard zijn. Of van het leven.

 


http://nl.wikipedia.org/wiki/Horror_vacui


150.105

02-12-12

Zwart is altijd schoon.

 

 


'Mijn ideale lezer is iemand die door mijn boeken
zijn eigen innerlijke tegenspraken, zijn duizelingwekkende
contradicties onder ogen ziet en langzaam leert
daardoor niet te worden afgeschrikt.'

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 113 - Leonard Nolens

...

En dan schrik ik
van mezelf. Mijn naakte werkelijkheid.
Als de taal m'n leven ontbloot.

Tot op het on-fatsoen-lijke woord.
Schaamteloze zinnen
die mij binnendringen.

Maar ik schrijf
wie ik ben. Ik ben
wat ik schrijf.

Daar valt niet aan te ontkomen.

 

 

 


PS.
In juli 2009 schrapte ik mijn volledig Blog.
Ik sneed meer dan twee jaar uit mijn virtueel leven.
Ontdekt door een buur.

Maar ik herbegon.
Het sneeuwt. Enkele trage vlokken trachten de wereld te verbeteren.
Ik schrapte een 'dag'boek. En zorgde voor wat wit. Op haar leven.

Wit is altijd schoon. Hoewel wij van zwart houden.

 

149.812

01-12-12

De rode metafoor

 

'En het is de leegte waarbinnen je uit pure noodzaak,
uit levensnoodzaak, naar dit dagboek terugkeert om
de innerlijke dialoog gaande te houden en je niet te verliezen.
Dat kan geen bellettrie meer zijn. Het is je pen gebruiken
als een thermometer, gedompeld in de leegte van het blad en jezelf,
om te controleren of daar nog warmte is, leven, praat, hoop,
denken, verzet tegen de puberale landerigheid, de volwassen melancholie.'

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 116 - dinsdag 23 juni 1981
Leonard Nolens

...

Leegte

Er zijn vele soorten.
Die van gemis.
En die van verlangen.

Die van het hoofd.
Die van de ziel.
Die van het lichaam.

Meer dan een week
zonder huid van een geliefde.
De tastbare aanwezigheid.

Het wit valt als zand
door je woorden. Tussen m'n handen.
Haar voelbare afwezigheid.

Allons voir si la rose ...
Er bloeit een nieuwe roos in het potje op de vensterbank.
Zij gaf het mij cadeau. De rode metafoor.

Et si tu n'existais pas ...

 


 

 

 

149.684

30-11-12

Het alternatief

 


'Zo houdt een mens zich bezig die de taal en zijn woorden
voor werkelijkheid neemt en de waarheid omtrent de wereld
en zichzelf uitsluitend meent te kunnen vinden en vormen in taal.
Want geef mij een alternatief om te overleven en ik stop hiermee, onmiddellijk.
Ik heb alleen maar van de dagelijkse nood - mijn eenzaamheid,
mijn maatschappelijke onbruikbaarheid - een deugd gemaakt.'

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 108 - Leonard Nolens

...


Dit schrijft Nolens op 10 maart 1981.
Op zondag 20 mei 2007, schrijft hij zijn laatste dagboek.
Ik vermoed zonder alternatief.
Maar nog steeds alive and kicking. Op pagina 1.056.

Ik wil me niet op dezelfde hoogte plaatsen
als Nolens, maar ik vrees
dat mijn maatschappelijke onbruikbaarheid
de zijne probleemloos overtreft.

Menigmaal denk ik terug, ik droom er zelfs van,
aan mijn 'bureaucratisch tijdperk'.
Ach, wat waren wij anders dan
'papieren tijgers'.

Grommend met een vals gebit.

 

 


PS.
Zal ik mezelf maar een laurierkrans opzetten.
Van 'loser'. Met graagte.
Als ik zoals gisteren CEO's van hun top zie tuimelen.
Ach, voor mij lagen ze al langer in de goot. Weliswaar een rijkelijk gevulde.

 

149.564

05-06-12

Het bewijs



En toch ben ik graag alleen met mezelf en word ik niet graag altijd afgeleid van de vraag wie ik ben en wat ik met mijn leven aan moet vangen. Misschien ben ik graag alleen omdat ik mij schaam voor de dodelijke ernst waarmee ik alles en iedereen bekijk, de mensen hebben dat niet graag want de meeste mensen leven om te vergeten dat ze leven en ze hebben gelijk.
Maar gelijk hebben interesseert mij niet. Gelijk hebben is verstand hebben, gezond verstand, en dan doet ge wat iedereen voor ons heeft gedaan en dan leef ik liever niet. Ik wil nog altijd iets speciaals doen, wat nog niemand heeft gedaan, en bewijzen dat het nodig is dat ik er was.

Antwerpen, zaterdag 14 februari 1981

Uit 'Het dagboek van een dichter' - pag. 83
Leonard Nolens

 


Het is ochtend en ik sabbel wat op Nolens.
De dichter heeft tijd nodig. Om te verteren.
Taai denkwerk. Gymastiek voor de grijze massa.

Futuristisch en profetisch.

Het zijn woorden van een 34-jarige.
Eénendertig jaar geleden gedacht en geschreven.
En nog dagvers.

Wat zou Nolens op zijn 65 denken over deze paragrafe?

 

 

 

133.548

02-04-12

Wie schrijft



Misschien zit jij wel met dezelfde vraag.
'Waarom
schrijf ik dit hier toch allemaal neer?'

O, ik kan mezelf bedriegen.

Maar dàt wil ik juist niet.
Soms
meen ik het antwoord gevonden te hebben.

Als er iemand
een commentaar schrijft
onder zo'n 'oud' stukje.

En zo van mij een lezer maakt.

Dan wordt alles nieuw.
En kan ik beter lezen
wat er staat. Of niet.

En dan, meen ik het te weten.
Vermoeden.
Want ook dan leest de twijfel mee.

Misschien weet Nolens 'het' wel.

 

 

 

Wie schrijft, gelooft. Het kind in hem is nog niet dood.
Wie schrijft, gelooft in wat hij morgen zal maken en zijn.
Hij gelooft in het nog niet bestaande.
Hij gelooft in het onbestaande.

Uit 'Dagboek van een dichter' - Pag. 51 - Leonard Nolens

 

 

29-03-12

Prima verba

 


De ochtend spint
als een poes.
In de zon.

Trage vingers
denken
aan woorden.

Ze plonzen
in het kinderbadje.
Van mijn gedachten.

Nolens kijkt toe.

 

...


Ik weet stilaan wat geluk betekent:
een duidelijk beeld bezitten van jezelf,
van wat je bent voor jezelf en voor de anderen,
en met dat beeld vrede nemen ...


Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 50 - Leonard Nolens


 

27-03-12

Nolens volens



Het is nog duister. Maar toch durf ik
de somberheid aan.
Want ik weet dat straks, als ik terugkom,
het licht lui over de tafel ligt.

Vandaag kan ik Nolens verdragen.
In de lichtheid van mijn bestaan.

Deze dichter heeft overdadig daglicht nodig.
Of je zakt weg
in het drijfzand van z'n tobberige gedachten.

De ganse winter liet ik hem onaangeroerd
nadenken, tussen de covers.
Het gele leeslint lag bladstil te treuren.
Een vlag halfstok.

Ik begin opnieuw aan de pelgrimage.
Via de Camino naar Nolens.
De Finisterre van 'Dagboek van een dichter'.

1.056 pagina's ver.

 

 

 

 

PS.
Het is kwart na zeven. Zo dadelijk
de kinderen naar school brengen. Dan de Delhaize binnen.
In de late namiddag de kinderen ophalen.
En koken.
Met een interval, verteer ik Nolens beter.


 

10-01-12

Vriend voor altijd



Ik leg Nolens, de dikke dichter,
altijd op de eekhoorn van Toon,
die misschien alles al wist.

Nolens is mijn depositoboek.

Hij ligt met zijn zware gedachten
op de linnen cover van de mier, enz.
om druk uit te oefenen.

Op het licht.

Onder de kaft ligt een plat bosje
'vergeet-mij-nietjes'
die ik van 'haar' kreeg.

Wanneer, weet ik niet meer.
Kwamen ze uit de Alpen of haar tuin?
Ik ben het vergeten.

Mijn kleindochter wil iedere keer
gaan kijken naar dat bewaarde blauw.
En ik probeer dit telkens te verhinderen.

Want op pagina één,
staan erg gevaarlijke woorden:
'Voor mijn beste vriend, voor altijd.'

Leg dat eens uit aan een meisje van negen.

 


 

28-12-11

Logboek van een onbarmhartige zolder

 

 

En plots realiseer ik me
dat er heel wat dood op tafel ligt.
De laatste dagen of weken
bij elkaar gesprokkeld.

Schaduwkind van P.F. Thomése.
Taal zonder mij - Kristien Hemmerechts.
Logboek van een onbarmhartig jaar - Palmen.

Ik ben vergeten
waarom ze hier voor mij
opnieuw liggen te sterven.
Er was een reden
waarom ik ze gaan zoeken ben.

Zopas weer doorheen mijn levende
schrijvers gelezen.
Nolens en zijn dagboek.

'Geopend op 29/12/09'
heb ik in potlood geschreven.
Op de eerste bladzijde.

Het was een slechte dag voor zo'n boek.
Ik was doodmoe en woonde
op mijn zolder.
Vier dagen vroeger op kerstdag om 14 u
had ik mijn dochter mogen ophalen uit de kliniek.

Na drie weken angst. En totale machteloosheid.
Thuis met de drie kindjes.
Daar met de dochter.

En dàn ben ik alleen. Op mijn zolder.
Dicht bij de bomen en de wolken.
Dicht bij die sombere dichter.

Nolens.

 

 

 

 

PS. Dochter woonde met haar kindjes meer dan een jaar bij mij. Op kerstdag 2009 mag ik hen naar haar mama brengen. Voor een week. Rust.

119.433

10-10-11

Terug naar mijn gelapte broek

 

Het is stil in huis.
Zo zonder Nolens.
Niet dat hij een luidruchtig mens is
als hij hier op tafel ligt.

Maar ik hoor hem niet.

Ik hoor te veel mezelf.
En de angst van dat kleine jongetje.
Eind jaren veertig, begin vijftig.
Mijn vingers lazen toen boeken uit de crisistijd.

En de oorlog. Uit vaders bibliotheek.

Allemaal Hollandse jongetjes.
Met werkeloze vaders.
En honger. En gelapte broeken.
Maar dat was gewoon toen.

Er was zo weinig onderscheid.

Tussen de kinderen in de klas.
En op straat.
Slechts de directeuren van de fabriek
en de 'meesters' in het dorp

waren anders. En de pastoor ook.

 

 

110.067

07-10-11

De gekabbelde leugen

 

 

Antwerpen, zaterdag 29 december 1979
Ik moet nog wennen aan dit boek. Alle leven is een vlucht
voor het witte blad en de letter, wil zichzelf genoeg zijn, weigert
zich te geven aan de vertekende spiegels en loze echo's
van het woord ...

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 8
Leonard Nolens.


Ik zal moeten wennen aan een ochtend
zonder Nolens.
Maar hij is nog niet vertrokken.

Is mijn geschrijf op dit virtuele papier
geen vlucht voor het échte leven?
Of, troost ik me, eerder het notuleren ervan.
Een leugen zo groot en oud als een herinnering.

Zoals een foto de gevangene is
van het  derde oog.
De werkelijkheid gebeeldhouwd
door de fotograaf.

Cheese. Een tedere leugen.
Het gekarteld bewijs.
Kijk, ik ben gelukkig.

Terwijl de melk sepia gekabbeld is.

 

 

109.712

06-10-11

De geur van Proust

 


Ik heb Nolens reisvaardig gemaakt.
Hem uitgekleed. Voor het zuiden.
Bevrijd van mijn bezwarende ballast.
Reçuutjes van herinneringen.

De smaak van Proust tussen een dagboek.

Een 'kabeljauwhaasje' in Oostende.
Een 'tongrolletje' in Blankenberge.
Een 'stoverij' in Antwerpen.
Een 'vol-au-vent' in Brugge.

Telkens maal twee.

De rekeningen zijn verbleekt.
Mijn herinneringen ook. Temps perdu.
Zij is nog altijd levendig.
Tastbaar aanwezig. Parfois femme nue.

Straks nog enkel in mijn hoofd.
Zij en Nolens. In het zuiden.
Mijn vingers in het noorden.

Met Proust.

 

 

109.543

05-10-11

1056

 


Nolens is op. En leeg.
Mijn vingers verloren.
Duizendzesenvijftig keren lang
lag hij in mijn handen.

Dikwijls stomdronken bezopen.
Maar ook dàn,
bleef hij meesterlijk. Een dichter
die een dagboek schrijft.

Hoe moet de ochtend
nu aan de dag beginnen?
Zonder zijn lijvig lichaam.
Zonder zijn gedachten in mijn hoofd.

Hij mag nu op vakantie. La France profonde.
Met haar. En tussen haar handen.
Ik blijf hier tussen Tellegen en Dewulf.

Zonder haar. En zonder Nolens.

 

 

 

"Men schrijft altijd voor een afwezige. Men schrijft afwezigheid. Men schrijft de afwezige die men gaandeweg wordt...."

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 1053 - Leonard Nolens

 

 

109.399

 

02-10-11

De kwetsbare overmoed van een viooltje

 


Zoals bij de mensen
zijn er ook marginale viooltjes.
Ze breken uit de bak van hun bestaan.

Naast mijn deur
staat er een gemeenschap in volle bloei.
Bij de buurvrouw. Enkele zijn ontsnapt.

Hebben zich voortgeplant
tussen de voegen voor m'n garagepoort.
Ze hebben het lot getart. En verloren.

Ik heb er eentje opgeraapt.
Als een musje uit het nest gevallen. In de palmen
van m'n hand naar boven gedragen.

Nu ligt het al dagen blauw in een wit kopje.
Dicht bij mij. En Nolens.
Dagboek van een viooltje.

 

 

 

 


PS.
Ik woon in een bel-etage. Dus op de eerste verdieping.

30-09-11

Er hangt een gedicht in de bomen

 


"Geluk kent geen details. Tenminste, er is geluk
dat het niet hebben moet van kleine dingen.
Groot geluk dat niet te delen valt, misschien zelfs niet
met elkaar, maar zeker niet met anderen,
tenzij in de gedaanteverwisseling van het gedroomde gedicht
dat meer dan ooit heel ver is. Of? "

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 1032.
Leonard Nolens.


Een open boek. En geschilderd ochtendlicht.
Vlekken schaduw. Onder het gebladerte.
Van een boom. Waarin een ekster schettert.

Dauw over gras. De zon op de tast.
Puccini onder de douche.
Boter op een boterham.

De geur van godendrank. Gefilterd in een kopje.
Het zichtbare krinkelen van warmte.
In de koelte. Een vroege merel.

En een late avond.
Vingers die tikken. Zonder regen
op de ruiten. Voeten die stappen.

En zovele ongehoorde en ongeziene,
belangrijke nutteloze dingen.
Tussen gedachte en gedicht.

Ongeschreven.

 

 

109.107

24-09-11

Een ochtend uit mijn middeleeuwen

 



Dit goddelijk geluk
van een stille ochtend. Voor de ophaalbrug
van de dag. De zorgen
nog even op afstand houden.

De tijd barricaderen.

Het stijgend licht
dat het duister wegzuigt.
Uit mijn gedachten.
Een liposuctie van de angst.

Nolens aan mijn lippen zetten.

En zijn heerlijk gezeur
voor mijn gesloten deur.
Zijn dagboek en de dichter
als een schildknaap aan mijn zij.

Mijn droefgeestige vazal.

 

 

 

108.199

17-09-11

Tussen leeslint en dagen

 


Nolens vermagert. Zienderogen.
Zieltogend onder mijn trage vingers.
Hij kantelt op tafel. Maakt slagzij.

Hij wankelt.

Hoeveel bladerende dagen
nog, bewaart hij het gewicht.
Van zijn zinnen.

Onder mijn wegende ogen.

Ik aarzel. Haper.
Hap naar zijn gebladerte.
Zijn gevallen gedachten.

Onder de boom. Die hij is.

 

 


Als rare,soms vleugellamme, soms ook voor elkaar
onzichtbare vogels wonen zij in de boom van hun lange,
gezamenlijke verleden: een dicht bebladerde kruin
van feiten en dromen ...

Uit 'Dagboek van een dichter' - Pag. 988
Leonard Nolens

 

Ik voel me nu al verlaten op pagina 1056.

 

107.209

 

 

18-08-11

De eeuwigheid van virtualiteit

 

"Ik kan niet naar buiten, ik kan niet naar binnen. Waar ben ik? In de verlamming. O hoe haat ik dit geschrijf dat niet het echte schrijven is, maar schaamteloos en plaatsvervangend gebabbel in de marge. Waarom ga ik hiermee voort? Om de illusie te bewaren van het maken. En dat is trouwens wat de meesten doen: ze schrijven niet, maar kletsen om het maken heen. De meesten: ik. Mijn enige troost: dat ik voorlopig de enige ben die dit kan lezen; dat dit gestamel straks in de prullenmand verdwijnt."

Dagboek van een dichter - Pag. 904
Leonard Nolens

...

Jongetje kijkt naar buiten. En naar binnen.
Zoals je kan merken (boven links) is dat mijn 'Leitmotiv'.
En wat ziet dat jongetje? Niets.

Niets dat de moeite waard is
om over te schrijven. En dat dan te bewaren.
Op papier. Gelukkig bestaat er het virtuele wit.

Nolens, Brouwers, ze willen enkel op papier schrijven.
In de ziel kerven van zichzelf en dat lege blad. Literair masochisme. Om het daarna in de prullenmand te kunnen gooien. Wat een zelfbedrog. Terwijl het zelfs gedrukt en verkocht wordt.

Dit jongetje schrijft over de leegte.
Van zichzelf. Van de anderen.
Het niets. Waarvan hij hoopt iets over te houden.

Nadien. Voor de eeuwige virtualiteit.

 

 

 

102.962