17-03-18

schuchter een verlegen adjectief


© Bettmann Archive



Mijn lezing was net afgelopen, twee toekomstige leraressen bleven napraten. Door mijn linkerooghoek zag ik hoe een jongeman aarzelend naderde en op een veilige afstand geduldig zijn beurt afwachtte, wikkend en wegend hoe hij de vraag waarmee hij worstelde best zou formuleren. Daardoor voelde ik meteen sympathie voor hem.

Vandaag oogst wie assertief is, te pas en te onpas het woord opeist, overal lof. Hoe moedig. Zo jong nog en al zoveel lef. De durf om te spreken lijkt belangrijker dan wat iemand zegt. Pas op, ik heb niets tegen een zekere brutaliteit. En toch vind ik schuchterheid mooier. Lichte twijfel over het eigen kunnen.

"Is wat ik te vertellen heb wel de moeite waard?" Wie die vraag stelt, moet over zijn drempelvrees heen worden geholpen, dat spreekt vanzelf. Maar wie ze niet stelt, zou ze eigenlijk moeten stellen.

Schroom en verlegenheid zijn geen zwakheden. Zoals naast een onhandige, schuchtere liefdesverklaring een onstuimige omhelzing volkomen verbleekt. Verlegen mensen zijn meestal lief en slim.
...

Stukje Torfs uit HLN van vandaag.

                                                               °°°



Toen ik deze woorden las, zag ik mezelf staan op het podium van de Parochiezaal.
En ging op zoek in mijn dagboek.
En jawel. Ik vond mezelf terug. Onder het stof van de vergeten tijd.

...


Zoek : verlegen

De verlegen liefde

Lila en de oude Ames groeien naar elkaar toe, heel geleidelijk.
Hun liefde heeft een verlegen karakter. Ze zijn totaal verschillende wezens;
hij is een man van het woord, zij is intuïtief, heeft altijd geleefd als een dier en wantrouwt woorden.

‘‘Ik heb altijd vertrouwen gehad in woorden’, zegt Marilynne Robinson.
‘Ik kon al lezen voor mijn zesde, als kind zat ik voortdurend met mijn neus in de boeken. Personages als Doll en Lila heb ik moeten verzinnen. Ik heb wel veel gelezen over de grote depressie van de jaren 1930 in de Verenigde Staten, dat hielp.’

Eenzaamheid

Robinson schrijft enkel over eenzame personages.
‘Die interesseren me,’ vertelt ze, ‘omdat ze meer moeten nadenken dan anderen.
Ze kunnen niet terugvallen op gelijkgestemden, ze moeten alles zelf ontdekken en overdenken.
Ik geloof ook dat ze de wereld van een grotere afstand bekijken,
ze staan niet midden in het leven. Ik vind dat een boeiend perspectief om over te schrijven.’


Uit een 'Interview - Marilynne Robinson en het vertrouwen in woorden'
31 december 2015  | Kathy Mathys - De Standaard der Letteren

 

De ochtend blijft donker.
Ik puur het licht
dan maar uit het wit.
En de oppervlakte van woorden.

Hun liefde heeft een verlegen karakter.

Dàt staat er. Wonderbaarlijke combinatie.
Verlegen, zouden mijn kleinkinderen
nog de betekenis ervan kennen.
En het gevoel dat erin ondergedoken zit.

Ooit was ik een zwaar verlegen jongetje.

Waar ben ik het onderweg verloren.
Aan de oppervlakte ben ik een vlotte jongen.
De mensen kijken er niet meteen doorheen.
Ik kan ze bedriegen met mijn wervelende woordenschat.

Maar als ik even naar binnenglip. Dan zie ik het zitten. Met opgetrokken knieën.

 

PS.
Nu nog hoor ik mezelf voordragen in de Parochiezaal.
Na het eerste studiejaar. Met knikkende knieën.
"Men zegt dat ik verlegen ben."

En dan wapper ik met mijn rechterhand langs mijn rechteroor.
Alsof er een vlieg langs zoemt.
Beneden in de zaal duizelen de ouders van kleine jongens.


PS.
Ik herinner me ook Jozefien.
Ze was de vriendin van mijn oudste zus. Had zwarte vlechten.
En een brilletje. Waaronder ze licht loenste.

'Een lui oog', noemden de grote mensen dat.
Wat ik totaal niet begreep. Van Jozefien.
Ze was twee jaar ouder dan ik. En ze was me liever dan Onze Lieve Vrouw.

Voor wie ik elke avond op mijn knieën ging.
Voor het bed. En het gebed. Van drie Weesgegroetjes.
Hoe kon ik toen beseffen, dat een bed niet alleen maar om te slapen was.

Voor verlegen jongetjes met ongrijpbare dromen.

 

 266373

 

02-01-16          347354

 

Post een commentaar