07-11-17

Hoe gaat het met de liefde?

oscar van den boogaard

Hoe gaat het met de liefde?

De vraag die ik het liefst stel is hoe het met de liefde is. Ik deed dat als kind al. Daarom zat ik in de pauzes vaak in de lerarenkamer. Want kinderen praten niet over de liefde. Meestal spraken de leraren over mislukkingen in de liefde. Hoe kan de liefde mislukken als het zo iets moois is, vroeg ik me af.

In zuidelijke landen kun je aan iedereen vragen hoe het met de liefde is. Je krijgt een eerlijk antwoord. In Brazilië kun je zelfs aan de taxichauffeur vragen hoe het met de ziel is, of met het hart. Ook dan krijg je een geïnspireerd antwoord. Maar bij ons willen de mensen de liefde voor zichzelf houden. Alsof liefde iets heel exclusiefs is en helemaal niet van iedereen. Over een ziel en een hart doen ze lacherig.

Gisteren liep ze voorbij mijn terras. Mooi en excentriek als altijd. Ik vroeg haar hoe het ging met de liefde en ze zei: ik word nog steeds graag gezien.

Ik herinner me haar huwelijksfeest met de man van wie ze inmiddels gescheiden is. Op mijn vraag wat ze in hem liefhad, had ze me toen geantwoord: hij ziet me zo graag.

Ik vroeg me af: zie je hém graag? Aan die vraag kwam ze niet eens toe. Ze is als een glanzende sculptuur van Jeff Koons. Ze spiegelt de verlangens van anderen maar van ­binnen is ze koud en leeg.

Toen haar man na vijf jaar huwelijk een vriendin bleek te hebben, concludeerde ze dat hij haar niet graag meer zag en toen heeft ze de scheiding aangevraagd. Aan de vraag of ze hem lief had, is ze nooit toegekomen.

Zij zag hem als een slechte investering, eigenlijk was hij een gebruiksvoorwerp voor haar. Hij moest haar lief­hebben. Toen de batterij op was heeft ze hem weggegooid.

Terwijl ze zich door mij liet bewonderen (daar ben ik goed in) stelde ze mij geen vragen. Dat is typisch aan wie zij is. Ze wil bekeken worden. Haar leven is een catwalk. Ze probeert te be­koren. Ze vertelt haar verhalen. Ze heeft geen interesse in ­anderen. Hoe zou ze ooit tot liefhebben in staat zijn?

Er kwam een oude studievriend voorbij mijn tafeltje. Hij had net met veel bravoure zijn Porsche voor het terras ge­parkeerd. Ik vroeg: hoe is het met de liefde? Hij zei: ze eten uit mijn hand. Hij bedoelt de wijven. Zijn methode: macht en rijkdom verzamelen.

Hij ziet alle vrouwen als één vrouw. Ze wordt nooit een dag ouder. De laatste tijd wordt ze zelfs jonger. Het liefst zou hij ze één naam geven. Zo hoeft hij nooit van iemand afscheid te nemen. Het is misschien een cliché maar het is wel hoe hij in wezen is. Ook hij stelde mij geen vragen. Hij heeft geen interesse in anderen. Hij is het centrum van de kosmos. Hoe zou hij ooit tot liefhebben in staat kunnen zijn?

Wat toen gebeurde was bijna te voorspellen. Hij gaf mijn vriendin die nog steeds voor mijn tafeltje stond aandacht (hij wierp haar een geile blik toe) en zij begon te tintelen. Je weet al hoe het verhaal verder gaat. Zodra ze elkaar geven wat ze nodig hebben, zijn de twee narcisten verliefd.

Het is als twee exhibitionisten tegenover elkaar in de trein. De een doet zijn jas open en laat zich bewonderen, maar dan doet de ander zijn jas open en laat zich bewonderen. Ze zijn geen van beiden in de ander geïnteresseerd, maar ze krijgen allebei wat ze nodig hebben. Als de trein aankomt, doen ze hun jas dicht en is het gedaan.

De meeste mensen stellen zichzelf de vraag hoe ze erin ­zullen slagen bemind te worden, in plaats van hoe ze het ­vermogen tot liefhebben kunnen verwerven.

Ik weet niet precies wat liefde is, maar wat ik wel weet, is dat het geen kwestie van nemen is. Het is daarom dat je in staat bent lief te hebben. Het is er altijd omdat je aandacht kunt geven, verwondering kunt voelen, het mooie in de ander kunt zien. En een liefdesrelatie? Het is een werkplaats, hard werken. Het is een atelier, pure creatie. Liefde is een kunst waarin je je kunt bekwamen.

Oscar van den Boogaard is schrijver. Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.

 Beste lezer,
 
ik steel dit stukje integraal van De Standaard.
Voor jou.

Terzelfdertijd beschouw ik het als reclame voor de krant.
En de schrijver.


Misschien abonneert er zich wel iemand.
Of koopt een aangeraakte amateur een boek van Oscar.

Mijn diefstal is dus puur altruïstisch.

Voor iedereen en alleman.
Behalve voor mij.
Ik las immers de column al.

Dank u, Oscar van den Boogaard, voor dit stukje confronterende Schoonheid.
 
 
 
 

Post een commentaar