29-10-17

het kader

 

Afbeeldingsresultaat voor Sandor Marai kentering van een huwelijk

 

 

 

De kijker is de gevangene van het kader.

Hij is de cipier die je blik beknot.
De ruimte verkavelt.
En de tijd bevriest.

Je leest niet wat er staat. Er is meer dan je ziet.

 

 

foto van Dirk Vandeweghe.

 Foto - Brassaï - Couple d'amoureux dans un petit café parisien - 1932

 

 

 

 

 

28-10-17

la grande passion

  Afbeeldingsresultaat voor Sandor Marai kentering van een huwelijk

 

foto van Dirk Vandeweghe.

 Foto - Brassaï - Couple d'amoureux dans un petit café parisien - 1932

 

 

Passie.

De taal van 'het zinnelijke'.
Het spanningsveld tussen man en vrouw.
Dat ontstaat door een blik. Meervoud.

Waarin het woord zwijgt,
maar aantrekkingskracht de taal is.

Dit virtuoze zwijgen. Van verleiden.

Een ogenblik. En passant. De syllabe van een blik.
Terwijl je mekaar passeert. Sommigen spreken deze taal,
losjes en onbelemmerd.
Met hart en ziel.

Maar vooral met hun lichaam.

Lichaamstaal.
Het zinnelijk alphabet.

Van de bekoring.

 

 

 

PS.
In LGL zie je de pure verbale passie.
Voor mij is het daar echter meer hinkelen en stamelen

dan dansen.

 

https://www.youtube.com/watch?v=BrCBd9M01r8

 
 
www.youtube.com
Bernard Pivot nous présente "Au secours, les mots m'ont mangé" (Editions Alary), texte du spectacle qu'il joue au théâtre du Rond-Point.

 

 

Het parfum van Proust


Internet

 

 

25-10-10

 



Alleen woorden halen haar in.
Met de snelheid
van mijn verbeelding.

Zij geraakt niet los
uit haar achtergelaten geur.
Een traag verhaal

dat nog tussen de lakens ligt.

 

 

 

333990

 

27-10-17

De onverbiddelijke lezer

Afbeeldingsresultaat voor la liseuse

Canal Dandylan - "Si je devais choisir entre un livre et une liseuse, je préfère de beaucoup la liseuse..."

 

28-10-10

 

De onverbiddelijke lezer


Hij neemt je. Of laat je liggen.
Slaat je open.
Of klapt je dicht.

Hij is de wind die ongehinderd
door je weemoed ritselt.
Alsof hij over dode bladeren trapt.

En de dichter
ligt uitgeteld of uitgelezen
in zijn onverbiddelijke handen.

Weerloos. Alsof hij van papier was.

 

 

 

 

 

333907

 

26-10-17

En toen vertrok ze

 

 

 

21-01-10

 

En bij het bladeren tussen de jaren
vond ze nog een glimlach
op de vensterbank nabij de sanseveria's

toen ze door de vroege ruiten
hem, een jongen nog, zag kersen plukken
en ze als een rode ruiker

aan haar oren hing.

Zou de warmte
tussen de deuren nu nog dezelfde zijn
de geuren en het licht

of zit er in de kieren
een geheugen dat de scheuren
lijmt tot een nieuwe mozaïek

een trompe-l'oeil?
 

 

 

 

PS. Voor Marius & Chrisje die gisteren van hem wegging.

 

 

 

 

de dichter is een stuwadoor

Afbeeldingsresultaat voor wolken
Internet

 

 

Zou dat mijn definitie zijn: een stouwer of stuwadoor?

Iemand die een zin volstouwt. Deskundig of niet volpropt.
Met of zonder betekenis.
Het zou een dichter kunnen zijn.

Het wit als inpakmateriaal.
Licht en luchtig.
Om het breekbare te beschermen.

Tegen wat er (niet) staat. Of te opzichtig.

De schrijver staat of valt
met de lezer.
Zijn smaak en goesting.

Zijn liefde of aversie.
Voor het geschreven woord.
Dat hij koestert of verafschuwt.

Waarin hij graaft of dat hij toedekt.




PS.
Geef mij een woord en ik begin te spelen.
Nooit interesse gevoeld voor een Meccano.
Te technisch voor een onhandig jongetje.

Dat niet verder geraakte dan dromen. En naar de wolken kijken.
Niet verwonderlijk
dat het leven dan moeilijk wordt.

En de dagen ingewikkeld om ze in elkaar te knutselen.

 

 

 

 

25-10-17

Over het verkreukelde water

 

 

25-01-10


Over het verkreukelde water

 


De krant ligt in bed. En ik naast haar.
De letters vallen niet op de lakens.
Ze blijven bevroren op dat witte water.

Mijn ogen lijken bootjes van papier.
En ik een lichtmatroos van plezier.

 




De duif en de dichter



30-01-10

  

 

Pleidooi voor een ascetische laudatio.

Ik heb een grote doch stille bewondering voor duiven.
Ze zijn de meest kritische lezers die ik ken.
Zelfs op het gekroonde hoofd van Elsschot laten ze hun heldere visie achter.
Ik zag het met m'n eigen ogen op het Mechelseplein in A'.

Laten wij deze Columbidae als (verp)lichtend voorbeeld nemen  bij het schrijven van onze ingetoomde laudatio's.


Poëzie.
Laat dit duidelijk zijn: ik weet niet wat poëzie is.
Kan er derhalve geen definitie voor geven.
Gemakkelijkheidshalve zou ik willen vertrekken van een stelling uit het ongerijmde:
dat alles (behalve de tijdstabellen van de NMBS) valt onder de noemer 'Poëzie'.

Zelfs de gekende kinderversjes, zoals daar zijn:
Ik kan rijmen en dichten
zonder mijn gat op te lichten.


Indien u, beste lezer, niet akkoord kan gaan met deze hypothese dan zal het aan u zijn om de criteria, de ijkpunten en de dogma's neer te schrijven. Zodat niet ik, maar u zichzelf promoveert tot docent en recensent. En als autoriteit het kaf van het koren kan en mag scheiden.

Maar
ik smeek en bid u dat te doen in een sober taalgebruik.
Verhef niet iedere 'dichter' tot een monument in de literatuurgeschiedenis vooraleer zijn oeuvre, de tijd en de kritiek van de duiven heeft doorstaan.

Dàn pas,
als u ouder bent dan de tijd en deskundiger dan een duif,
zal ik uw convictie en jurering als het laatste oordeel beschouwen. En aanvaarden.

Vooraleer het zover is
verzoek ik u met milde strengheid
elke aandrang tot een superlatieve laudatio te bedwingen of te temperen tot een bruisend compliment.

De banken hebben ons geld ontwaard, laten wij tenminste het woord niet devalueren.

                                                         ***


Het fragiele bestaan van een 'traan'.

Ik heb het moeilijk met de 'fijne luyden' die per se
ook de ontroering in kaart willen brengen.
En er impliciet een quotering en klassement voor aanleggen. De schismatieke schuifjes.

Zo worden tranen geplengd bij een levenslied à la Hazes,
ondergebracht bij het volkse vermaak en verdriet.
Gequoteerd als 'proletarisch' en dus zonder enige considerans voor een kunstzinnig bestaan.

De 'chique traan' daarentegen, die zichzelf respecteert, bedwingt zich.
En weerspiegelt de wiskundige adoratie in de aristocratische ooghoeken  van een pluchen dame,
bij de vertolking ener 'integrale' van de rekenkundige Bach.


Beste lezer,
als ik duidelijk ben, wat ik ten sterkste betwijfel,
dan zal u merken en notuleren dat ik 'lijd' onder
zowel de simplistische aanpak als de elitaire benadering van poëzie.

Ik word ontroerd door de natuur, de muziek en een vrouw,
het woord in een stem of een gedicht, ... maar ontroering, zeggen de poëtische profeten,
heeft niets met poëzie te maken.

Wil u dus noteren:
ik ben een volslagen incompetente leek, ben geen dichter, noch een zanger.
Ik heb u bijgevolg niets op te leggen of te verbieden.

Maar sta me toe u te smeken ...
omdat ik, simpele civiele beschermer, tot aan mijn laatste punt,
de onschuld van mijn geliefde 'de Taal' zal trachten te bewaren.

 

Pauvre Pierrot pour son amour Columbine

                    
                        °°°


Naar aanleiding van Gedichtendag 2010,  schreef Charles Ducal een essay:

'Alle poëzie dateert van vandaag'.
Ook al wordt u er niet vrolijk van, misschien toch maar lezen. Te koop voor 2,5 €.
 

 


Toelichting:
Op 'Verhalensite' worden jonge dichters geregeld geornamenteerd als Vondel of Gezelle.
Sta me toe m'n verdriet over deze baldadigheden, hic et nunc, te uiten.


PS.
Voor het overige
wil ik een toegeving en toevoeging doen wat betreft de tijdstabellen van de NMBS, wanneer de treinen rijden richting:
Blankenberge, Oostduinkerke, Scheldewindeke, Godsheide, Zottegem, Lichtervelde, en dies meer ...

 

 

333650

23-10-17

Aubade

foto van Laurent Œdipe.

Laurent Oedipe

 

 

 

 La dentellière

 

Niet
achteloos of argeloos
gleed het lint van mijn schouder

je blik
ontrafelde mijn verlangen
tot het epicentrum

voor jouw gemis

kom laten wij
elkaars
leegte vullen

met een perpetuum mobile.

 

 

 

 333436

18-10-17

Elle

 

 

Toeval brengt de mensen samen;
een goede reden haalt ze weer uiteen!

Uit: Flessenpost - Dimitri Verhulst

 

 

 

Elle


Eeuwen hield ik haar verborgen
in mijn hoofd, liet ik haar driemasters varen
als zeilende meeuwen

en legde ik mij neer breed
als een strand waarop zij kon ademen
en rusten van al dat gaan en komen

zij schreef haar naam
tussen mijn tenen
met aangespoeld gemis

en schreeuwde oorverdovend
opdat ik haar zou lezen
en wie ze was.

Voor we uit elkander dreven.

 

 

 

 

332933

17-10-17

Amen

Afbeeldingsresultaat voor kringelende rook

Radio 1





Wij vertellen elkaar verder aan de vogels

en zwijgen voorts geheel bevlogen.
Het is al moeilijk genoeg
dit zelf te geloven
dat jij en ik
elkaar hebben gevonden in dit ogenblik,
dat wij elkaars bestaan mogen bedenken
en dat dit ruim volstaat.
In deze afwezigheid zijn wij volmaakt.

Uit: Flessenpost
Stoppen met roken in 87 gedichten
Dimitri Verhulst

 

                                                      °°°

 

Onze huid is van papier,
jij ademt ginder
en ik hier.

Tussen de trage plooien
van de tijd
haasten wij ons naar mekaar.

Het is de stilte die ons draagt.
De verte
van ons zwijgen.

Verder dan dit alphabet kunnen wij niet verdwijnen.

 

 

 

PS.
Hoe een gedicht een plek wordt.
Een samenscholing van woorden.
En huis om in te wonen.



332797

16-10-17

woord en beeld

 

 

 The pillow door Berlinde de Bruyckere, 2010 - Weekblad De Standaard - 14 oktober 2017

 

                                               °°°

 

Mijn woorden worden traagzaam wakker. Ze zoeken beelden.
Om zich aan te kleden.
Ze gelijken op mensen.

Onzeker en angstig. Trefzeker voor anderen.

Verkleed met de huid van een mild masker.
Over straten en pleinen.
Een beeld dat zich creëert. In de verbeelding.

Van de andere. Die je soeverein schept tot wie je bent.


 

 

PS.
Het wordt weer zomer. En de dag zal zich genadig vullen.
Met voetstappen. Bomen en water.
Vallende bladeren en rimpelingen.

Ontbijt en brunch. Samen. Als de anderen ons genadig zijn.
O, ja en verse lakens.
Dat heerlijke hotelgevoel.

 

 332706

15-10-17

de grens van het verlangen

...
Ons ingeboren verlangen naar de ander kan leiden naar de hemel en naar de hel. Talloos zijn de levens, de huwelijken, zelfs de vriendschappen waarin het verlangen naar de ander ons vernietigt.

Maar de grondtoon in mijn verlangen naar de ander is toch de onkenbaarheid van de ander. Nooit zal ik de vriend, de vrouw, niet eens mijn bloedeigen kind werkelijk ‘kennen’, laat staan dat ik er ooit mee zal samenvallen.

Zoals gezegd, ik beleef dat als zowat het meest bestendige verlangen in de dagen. Het uit zich even geestelijk als lichamelijk. Elke omarming is in gedachten een vereniging, maar in de armen zelf een mooie, moedige of armoedige poging. Toch beschouw ik het niet als een tragische kwestie.

Het zou, alweer, geen leven zijn.

Meer zelfs, met de jaren heb ik er de genade en de schoonheid van ingezien. Heb ik allengs begrepen dat net daarin, in die eeuwige nadering, ons menselijkste onvermogen en onze uiterste samenkomst schuilen. Dat de ander een grens is waarlangs wij verlangen naar de overgang, die nooit zal plaatsvinden. Altijd, tussen alles en iedereen, gaapt een niemandsland.
...
Het lijkt me de even uitzichtloze als natuurlijke beweging die elk wezenlijk verlangen bezielt. Wij komen nooit verder dan onszelf, terwijl net wijzelf niets liever zouden willen. Niet omdat we dat per se zelf willen, maar omdat we gewild worden.

Na die vaststelling rijst de onontkoombare vraag: hoe wordt er naar mij verlangd? Anders gezegd, in welke mate ben ik zelf het voorwerp van al dat verlangen dat ik belijd jegens de ander? Hoe word ik als doel van andermans verlangen, begeerte of hoop beschouwd?

Het is geen onbelangrijke vraag. Ze kan genadeloos zijn.

Niet alleen is ze een romantische verzuchting naar de wederkerigheid van het verlangen. Dat is een bekend thema in de hoofse minne- en andere lyriek. Of in menige hedendaagse ballad.

Vooral keert ze de beweging om. Het verlangen dat als een boemerang terugkomt. Wie begeert, wil zelf ook begeerd worden – of niet? Wie zelf verlangt, zal het zich toch ooit weleens afvragen: hoe en hoezeer word ik zelf verlangd?
...
En al even natuurlijk, zo heb ik het met de jaren leren aanvaarden, word ik niet begeerd wanneer ik dat wel zou willen. Zowel uit de verte als van nabij.

Concreter: verlangen de borsten naar mijn handen zoals mijn handen naar hen? Of ben ik meer verlanger dan verlangde? Meer zender dan ontvanger? Meer begerend dan begeerd? Dat geschil is zo oud als de straat. Het is de weerloosheid die elk verlangen noodzakelijk in zich draagt.

Onvermijdelijk wordt de ene mens meer ‘aangeraakt door begeerte’ dan de andere, in de breedste zin van dat woord. En ikzelf adem nu eenmaal vooral aan de kant van de begeerders. Dat heeft voor- en nadelen.

Wie hoopt dat zijn verlangen als in een spiegel vanzelf teruggekaatst wordt, staat weleens voor een lege spiegel.
En daar ontstaat een nieuw verlangen, misschien wel het vreemdste van alle. Het kan even afgrondelijk als vluchtig zijn: het verlangen naar onszelf.

Uit het: Het wankele evenwicht van het verlangen - Essay van Bernard Dewulf
De Standaard - Het weekblad - 14 oktober 2017

                                                                   

                                                                     °°°


 

 Het verloren verlangen

Zal ik haar neerschrijven
als een dwarrelende vlok
of als een dartele gedachte

zal ik haar taille omcirkelen
met de accuratesse
van een landmeter
die zijn verlangen afstapt

of ben ik een biddende sperwer
boven het gemis
en de breedte van haar hunkering

terwijl ik me verlies in de vertwijfeling.

 

 

Lacan zegt over de mens en zijn verlangen:
"le désir de l'homme, c'est le désir de l'autre. "


Vrij vertaald:
"de mens verlangt verlangd te worden door de andere'.
Gehoord in 'Het voordeel van de twijfel'.

 

 

 

PS.
Moe word ik van dat verlangen. Wanneer stopt dat eindelijk eens.
Ik vrees enkel aan de rand van dat gat of
wanneer ik een stofje word dat nog even dwarrelt boven het gras.


In mijn dromen word ik (bijna) elke nacht geconfronteerd met mijn machteloosheid.
Mijn (bijna) voorbije leven. Had het enige zin?


332606

14-10-17

ne me quitte pas

 

 

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=0Q7w7gk1JhQ

 
 
www.youtube.com
:) Enjoy

 

als de avond valt,

geen schoner moed dan weemoed...

332572

11-10-17

mijn stad

 

 

De zintuigen van de dichter worden gescherpt door de nieuwe indrukken op de plaatsen waar ze komt. Maar ze houdt net zo van vertrouwde plekken en landschappen. Want ook die kunnen vragen oproepen en je alles opnieuw doen overdenken. Want, zoals ze schrijft in 'reis en bestemming':

'het is waar,
in andere steden doen wij meer moeite, kijken
naar peuken en stof op de weg'.

Van hee koos niet toevallig een motto van de bijzondere Oostenrijkse schrijver Robert Walser, voor wie het wandelen zo belangrijk was: 'Je hoeft niet veel bijzonders te zien. Je ziet al zo veel.'
Dat sluit ook aan bij de manier waarop ze schrijft. Alles in haar poëzie lijkt op het eerste gezicht vredig en vertrouwd. Het rustige ritme van haar gedichten, de herkenbare situaties en de heldere zegging dragen daartoe bij.

Bron: De Morgen 11 oktober 2017 - Verrassingen in het vertrouwde
Alles is voortdurend in verandering. Miriam Van hee toont er zich gefascineerd door in haar nieuwe bundel als werden wij ergens ontboden. De dichter is 65 geworden, maar ze blijft zich verwonderen.

Paul Demets
 
 
                                                                   °°°
 
 

Zij wacht

op mij. Achter elke hoek en kant.
Ik ben haar genodigde.

Wij kennen elkaar reeds eeuwen.
Onze handel en wandel.

Ik stokstijf. Zij springlevend.

Ik bevolk haar banken.
Struin over haar pleinen.
Bewonder haar kerken.

Maar vooral haar gebenedijde benen.






 
 
PS.
Sommige dichters schrijven poëzie over de stad.
Voor mij is de stad poëzie.

Geen gedicht evenaart haar gevels.
Geen erudieter woorden dan haar eeuwigdurende muren.
Geen schoner enjambementen dan haar fietsende studenten.


332346



10-10-17

Elke dag een dag als een perzik.

 



Ik moest mijn dichtersvriend bekennen dat ik het meest was geraakt door de levenskunst van Jan Wolkers. Zijn vitaliteit. Nadat Jan als jongen van het geloof viel, geen heilsgedachte meer koesterde van de god zijns vaders en het uitzicht op het hiernamaals verloor, heeft hij elke dag op aarde op volle kracht geleefd.

Niet alles wat Wolkers heeft gedaan en gemaakt strekt tot aanbeveling. Laat staan dat ik het zou willen navolgen. Maar de gloedvolle intensiteit waarmee hij leefde, zijn opgewonden hartenklop die in alles doorklinkt, heeft van het schrijven van zijn biografie een fantastisch avontuur gemaakt.

Uit de stapel met Wolkers' dagboeken, die hier op mijn schrijftafel ligt, kies ik er blind één uit. 1970. Ik sla hem open in het midden. Donderdag 27 augustus. Zwierig handschrift.
'Om 1 uur even naar het IJsselmeer bij Muiden. Prachtig weer. Lichte mist en warme zon. De slootjes zijn knalgroen van het kroos. Rooie appeltjes drijven erin in de buurt van boerderijen. De boerenkool staat al ergens in een moestuintje dik en kroezig te velde. Als je de warme dijk beklimt en je komt er bovenop hoor je ineens het water klotsen en meteen de wind en de koelte.
Karina gaat in Chandler liggen lezen. Ze zegt, voorlezend: 'It was a peach of a day.'
Karina gaat even zwemmen, naakt, terwijl ik foto's neem. Mijn Missouritrui in de bomen.'


Ik vis een van die foto's uit het archief en kijk ernaar.

Elke dag een dag als een perzik.

...
Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor de Volkskrant houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.
Bron: Memoires van een biograaf - Onno Blom

                                                                  °°°

Waarom zou ik dit beeld aanvullen met woorden.
Ze zouden slechts hinderen. Overbodig zijn.
Je afleiden van de essentie.

De schoonheid van naakt. Van een ontklede vrouw.

Maar kan ik wel zuiver zien?
Ik ben misgroeid. Opgevoed met zondigheid. En bekoring.
De zonde van de vrouw. En de begeerte.

Terwijl zij goddelijk schoon is. Een hemel van verlangen en gemis.


 

 

hoe alles nog moest beginnen...

 

 

 

 

 

De foto staat op de cover van een boek.
Hoe moet ik dit meisje lezen?
Misschien haar gewoon onleesbaar laten.

Zijn wij mensen niet allemaal onleesbaar?

Hoe dikwijls lezen wij elkaar
zoals we geschreven staan.
In ons leven.

Schrijven we de andere niet naar ons beeld en gelijkenis?

 

 

 

PS.
Op straat wandelen ze voorbij. De naamlozen.
Ik lees ze als een kortverhaal.
Van begin tot einde, zolang de Grote Markt duurt.

Nooit komen ze nog terug. Tenzij nu en dan. Later.

Gekleed in oudere jaren.
Een andere snit.
Haren kwijt, rimpels rijker.

Steeds een ander. Zij schrijven mij naar de voltooid verleden tijd.

https://www.tzum.info/wp-content/uploads/2017/10/hoe-alles-moest-beginnen-thomas-verbogt.jpg

 

 

332221

 

06-10-17

de brief als uitzicht


Lieve Arnon,

Boventitels zijn te vergeven.

Afgezien van die genade, ben ik er wel van overtuigd dat een papier op podium de onmiddellijkheid van de tekst onmogelijk maakt. Aflezen is de herhaling van het schrijven, uitspreken de illusie van gebeurtenis.

Ik moet toegeven dat ik zelf minder perfectionistisch ben dan pakweg een jaar geleden. Misschien is dat perfectionisme in de eerste plaats de luxe ruimte over te hebben in het hoofd, om het vol van buiten geleerde tekst te stouwen. Het is ondertussen moeilijker om telkens de opslagruimte te vinden.
...

Of we na negen maanden schrijven dichterbij zijn gekomen of eerder op afstand?
Je vraag doet me denken aan de titel van een bundel van de Nederlandse dichteres Bernke Klein Zandvoort: Uitzicht is een afstand die zich omkeert. Dat vind ik zo’n beweeglijke zin. Zoiets geldt ook voor ons schrijven, denk ik: onze brieven zijn een afstand die zich omkeert.

Je hebt me het afgelopen jaar vaker discreet genoemd. Je voorliefde voor nieuwsgierigheid kennende, had ik telkens het gevoel je daarin een beetje teleur te stellen. Daarom verklaar ik onze volgende en laatste brief vogelvrij van discretie.

Discretie en voyeurisme sluiten elkaar niet uit. De beste voyeurs lijken me juist erg discreet, laten misschien net een elleboog achter in het blikveld van de bekekene, om zo de illusie van het betrapt worden spannend te houden, wetende dat ze zich nooit echt zullen laten betrappen. Het is niet zo dat ik nooit iets over mezelf vertel, of benoem – vaak genoeg heb ik hier een elleboog ontbloot. Eerder ben ik nog niet helemaal zeker of een goed verhaal altijd een goede werkelijkheid nodig heeft.
...

Charlotte

Bron:  De Standaard der Letteren - vrijdag 6 oktober 2017

                                                         °°°

Op vrijdag is mijn schrijfhonger altijd groter.
Dat komt omdat ik
op donderdag naar 'La Grande Librairie' kijk.

Een heilig ritueel.


Nergens, in geen enkel ander land,
-ik ben geen reiziger-
ontmoet ik zoveel liefde.

Voor de Taal. Het Woord. Met hoofdletter.

Ik hang aan hun lippen.
Zoals lippenstift kleeft aan een glas.
Geen enkele syllabe laat ik ongehoord ontsnappen.

Ook al versta ik vele woorden niet.

En dàt is mijn literair verdriet.
Hoe ik bliksemsnel hun frases aan mekaar moet knutselen.
Met de gaten die ze achterlieten.

Ik red me wel. Desnoods verdrink ik in hun zinnen.


 

 

 

PS.
Iedere voyageur is een voyeur.
Schrijven is kijken.
Eerst zien en dan het papier.

Opdat ik het niet zou vergeten, schrijf ik dit neer:
Gisterenavond hing ze voor het raam te staren. Een volle maan.
Ze begluurde mij. Ik deed alsof ik het niet merkte.

La Callas stond naast mij. Samen met Puccini
deden wij de afwas.
Het was de mooiste plek op aarde.

Met uitzicht op la Luna.


 

https://www.youtube.com/watch?v=UgaN3vIqJUY&index=9&a...

 
www.youtube.com
TOO MANY STUPID COMMENTS = SORRY, NO MORE COMMENTS Maria Callas Giacomo Puccini- La Boheme "Si, mi chiamano Mimì"

 

331771

 

 

05-10-17

in de naam

Je lijkt me iemand die heel veel voelt.
"Daarom teken ik. Al tekenend krijg ik vat op de werkelijkheid. Als ik lang geen potlood of penseel heb vastgehad, word ik onrustig. Ik vraag me vaak af hoe mensen dat doen: een stolp over hun emoties plaatsen en olifantenhuid kweken. Ik ben er nog altijd niet in geslaagd. (lacht)

"Noem mij naïef of onbezonnen, maar ik kan mijn emoties totaal niet doseren. Wat ik voel, komt vrij hard binnen en moet er meestal meteen weer uit. Het helpt dat ik een vrij evenwichtig leven leid. Ik heb al 22 jaar dezelfde vriend, die gelukkig even passioneel is als ik. Wij konden elkaar geen twee uur missen of we begonnen al liefdesbrieven te schrijven. Ik heb veel geluk gehad dat ik zo snel de juiste ben tegengekomen, anders was ik mezelf waarschijnlijk onderweg verloren.

"Het is eigenlijk simpel: ik ben erg positief ingesteld, maar als ik triest ben, huíl ik. En dan bedoel ik niet zacht een traan wegpinken, nee, echt snikken en stikken. Ik heb er geen controle over. Niet dat ik zo dramatisch ben, hoor. Eerder gevoelsmatig; ik kan niet doen alsof."
...
"Ik omschrijf mijn eigen werk het liefst als suggestief: weinig lijnen, maar wel krachtige. Kleine verwijzingen roepen vaak meer op dan het hele verhaal. Dat heb ik van mijn vader. Ik herinner me nog dat hij zei dat je in plaats van de vrouw beter haar lippenstift beschrijft die op het glas achterblijft wanneer ze weg is.

Bron: De Morgen - De naam van de vader

Bijna twintig jaar nadat Herman de Coninck stierf in Lissabon, is Laura (38) nog altijd het 'miniatuurmensje' uit de gedichten van haar vader. Hij dichtte wat hij niet kon uitspreken, zij tekent het. "Af en toe moet ik weer even met hem praten."
Jana Antonissen

04-10-17

verzameling zinnen


Alles - droom en realiteit, verleden en heden - zit vol leven en licht bij Verbogt.
Juist dan komt de dood harder aan. Zo beschrijft Licia op een gegeven moment het overlijden van haar vader:

'[...] de glans in zijn ogen vervaagde. Ik moest aan inkt denken die als je aan het schrijven bent heel even glanst en daarna droog wordt, je ziet het bijna niet gebeuren.'

Bron: Het Parool -  Bijna tastbaar leven op papier - Arie Storm


Wordt vervolgd.

09:44 Gepost in zinnen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

altijd een beetje verloren - lost in translation

...

Taal is geen precisie-instrument waarmee mensen als evenzovele ingenieurs tot op de millimeter nauwkeurig opereren. Ze bestaat eerder uit strandvondsten waarmee we - om met de antropoloog Claude Lévi-Strauss te spreken - ons al knutselend door het leven slaan. Het woordenboek probeert de anarchie daarvan zo goed mogelijk te beteugelen, maar heel goed lukt dat niet. Vandaar die eindeloze reeksen betekenissen bij één en hetzelfde woord, en de noodzaak om iedere zoveel jaar een nieuwe editie uit te brengen. Taal verandert en verslijt razendsnel onder het gebruik.

Je zou ook kunnen zeggen: taal is écht. Ze is niet een ideëel soort netwerk dat over de werkelijkheid heen gespannen staat. Woorden zijn dingen, net zoals voorwerpen dat zijn. Ze lijken een soort gedachten-inhoud te bezitten en over zichzelf heen te wijzen naar iets anders, maar hoe en waarnaar ze verwijzen en wat die inhoud precies is: wanneer we dát onder woorden proberen te brengen, staan we al snel met de mond vol tanden. Wat we zeggen blijkt altijd meer of zelfs iets heel anders te betekenen dan we denken.

De mens is een taal-wezen, zo heeft de twintigste-eeuwse filosofie ontdekt. Wat hij is, is hij dankzij de woorden die hij bezigt, de zinnen waarmee hij de wereld ordent en de namen waarmee hij wordt genoemd. Maar veel houvast biedt dat niet. Onder zijn handen glibberen de woorden alle kanten op; in zijn mond blijken ze steeds weer te ontsnappen aan wat hij eigenlijk zeggen wil.

In de taal ploeteren we rond zoals in de wereld zelf. In beide heerst dezelfde ongewisheid, waarin we ons altijd een beetje verloren weten.
...
Uit: Letterlijk betekent zelden letterlijk -  Ger Groot

 

 Zonder begin

Ik ben niet meer dan een illusie. Besta niet.
Tenzij in uw hoofd.
Hier is het zoals elders. Un plat pays.

De herhaling van het ik. Nooit het meervoud.
Wij. Hoelang nog betreden wij de paden
van de taal. De virtuele verlatenheid.

Het verlangen. En het gemis met de wortel uitgerukt.

 

 

PS.
Zoals een schilder zet ik wat teksten aan. Onafgewerkt verdwijnen ze.
Doeken onder het stof. Woorden onder vergetelheid.
En dan komt er zo'n ochtend. Je slentert wat rond.

In je ontwerpen. Je kan alleen de titels lezen.
'altijd een beetje verloren'
Dat staat er. Altijd is lang en dikwijls.

Maar je slaat de titel open. Want je bent nieuwsgierig.
En je leest:
'Wat we zeggen blijkt altijd meer of zelfs iets heel anders te betekenen dan we denken.'

Tja, lees maar er staat niet wat er staat.

 

Ik lees wat ik schreef. Als een vreemdeling in een stad.
Geraak de weg kwijt.
Woorden veranderen met de tijd.

Soms krijgen ze een betekenis voor iets wat nog moest komen.


331562

 

03-10-17

spijtige illusie

Afbeeldingsresultaat
Michel Onfray -Franse filosoof -  Mediamass

 

 

Vijftien jaar is hij nu al dood.
Mijn apotheker.

Zopas sprak ik met zijn nog immer durende weduwe.

Ze schrok dat ik nog wist
hoelang exact dat geleden was.
Dat was niet zo moeilijk, vertelde ik haar.

Mijn tante overleed op 2-2-2002.
Zo'n datum kies je om te trouwen.
Of te sterven. Rouwen.

Toen ik daarna voor de eerste keer terug in de apotheek kwam,
lag er een doodsprentje. Op de toonbank.
Van de man. Met wie ik uren filosofeerde.

We hielden een beetje van mekaar.

 

 

 

PS.
Er waren nog mensen die haar aanspraken over haar man, zei ze.
Maar ze verdwijnen. Zachtjesaan.
Geen medicijn opgewassen tegen de dood.

'Spijtig, zei ze, 'dat hij niet wist dat ze hem zo apprecieerden.
Hij was ervan overtuigd dat 'hij het niet goed deed. En leed eronder.'
Dààr schrok ik van.

'Hoe kan dat nu?, vroeg ik haar, 'een apotheker. En in die jaren.'


PS.
Spijtige (des)illusie. Voor deze man.

O, ik denk nog vaak aan hem terug. Ik kan niet anders.
In La Grande Librairie passeert Michel Onfray meermaals de revue.
Hij gelijkt sprekend op mijn destijdse apotheker.



herfst en nu en dan een vraag

Maakt u nog wel wandelingen door de stad?
"De rondjes zijn klein geworden, moet ik zeggen. We gaan geregeld naar het Stedelijk, hier om de hoek, om even iets te eten.
Heeft dat invloed op uw werk?
"Hoe bedoel je?"
Dat u nu minder buiten komt en minder inspiratie kunt opdoen?
"Daarvoor heb ik in mijn leven al genoeg rondgelopen. Mijn herinneringen zijn mijn goudmijn. Ik kan me vanuit mijn luie stoel bijvoorbeeld zo verplaatsen naar Frankrijk, waar we 35 jaar een huis hebben gehad.

Het is niet nodig grote afstanden af te leggen om ergens door geraakt te worden. Op elke hoek van de straat gebeurt wel iets. Of zelfs op elke stoeptegel."

"Wat me wel opvalt: een mens past zich altijd aan. Ik heb tegen deze periode, de ouderdom, behoorlijk opgezien. Nu het zover is, valt het me mee. Er zijn gebreken, maar die hinderen me niet in die mate dat ik niet meer kan genieten."

Uit : Het Parool - interview Remco Campert - Ronald Ockhuysen

                                                                   °°°

 

De zon zich zien losrukken uit de horizon. Dat is een luxe.
De herfst is mij welgezind. Maakt van mij een welstellende burger.
Er zijn mensen die de kans niet krijgen.

Omdat ze naar het werk moeten. Of naar school.
Omdat ze in te smalle straten wonen.
Of gewoon omdat ze het niet zien. Door zorgen of gewoonte.

Of gebrek aan talent. Ik heb veel geluk gehad.

Nog elke dag besef ik dat. In de badkamer.
Op de trappen. In de leefkamer.
Zeker in de keuken. Waar de koffie in mijn kopje druppelt. Ambachtelijk.

Misschien is de 'de tijd' waarin ik mocht leven,
nog het grootste geschenk voor mij geweest.

In de jaren vijftig opgegroeid. Ondergedompeld in een elitaire opvoeding.

En later in de jaren zestig, een werkplaats voor 'onhandigen',  als ik.

Hoofdarbeider.
Deze titel heb ik menig keer
moeten invullen op een ernstig formulier. Een hele eer toen.

In een tijd van apartheid. Witte boorden of vuile handen.

...

Elke mens blijft een raadsel. Jij en ik.
Misschien weet je het zelf nog niet.
Of is het voor je makkelijker
om het in de bolster te laten.

Hoewel de tijd rijp is.

Elke dag vallen de kastanjes uit de bomen.
Ze spatten uit hun stekelige  bescherming. Zomaar op de grond.

Ik bedoel, mag ik mijn raadsel zo vertalen:
waarom heeft iemand mij nodig?

Lees de vraag zoals ze daar staat,...

Ergens in de andere,
groot, middelmatig of minuscuul is er een
'leegte een soort tekort',
waarin ik of jij past...


In het hoofd van deze oude man, woont er zo'n vraag.
Ze heeft niets tekort.
Ik kan er gerust mee leven.

Met mezelf heb ik het moeilijker, nu en dan.

Maar het gaat wel...
Aanvaarding. Juist. Dàt is de methode.
Il est très simple ...


Mooie dinsdag nog, lezer'es.

 

 

PS.
Ergens is er een leegte, een tekort waarin ik pas.
Als dat niet meer zo is, dan ben je omgeven
door de leegte van eenzaamheid.

Niemand die je nog ziet. Achter het venster. In de straat. Op de bank.

Geen vraag meer waard.
De passanten zijn ikken.  Opgesloten in hun bubbel. Hun stekelige bolster.
Met een bordje op hun voorhoofd. 'Mijn gedachten niet storen'.

Zoals vroeger in het stadspark. 'Verboden het gras te betreden'.




331460

02-10-17

een eenzaam gedicht

 

Daar loopt ze

en ze wordt

door niemand

gefotografeerd.

 

Dit is een gedicht van K. Schippers uit de bundel Bij Loosdrecht, een keuze uit de gedichten. Waarom wordt ze door niemand gefotografeerd? Omdat ze eenzaam is of omdat ze door niemand wordt gezien? Ze is niet eenzaam, ze heeft vier kinderen en een man die hard werkt om genoeg geld te verdienen. Ze wordt opgeslokt om deze idylle in stand te houden. Als ze alleen buiten loopt, blijft er niets van haar over. Niemand ziet haar, ook de fotograaf die alles ziet, ziet haar niet. Je weet het nooit met gedichten.

Uit: Eenzaam -A. L. Snijders schrijft ons elke week een (*) Zeer Kort Verhaal
De Standaard - Weekblad - zaterdag 30 september 2017
                                                     °°°


Idylle

Jij kijkt me aan
ik ben een flaneur
een straatbeeld

je leest me

er staat niet wat er staat
ik ben niet
die je ziet

maar slechts een voorstelling van je verbeelding.

 



PS.
Tientallen keren werd ik gefotografeerd.
Gevraagd of ongevraagd.
Een straatbeeld. Een wandelend curiosum.

Herleid tot wat pixels. Gestolen en bevroren.
Een man met een hoed.
Winter en zomer.

Voor sommigen een steen des aanstoots.
Een stoorzender.
Representant van iets wat ze verfoeien.

Voor anderen een stukje stad.
Folklore.
O, daar is ie weer.

 

http://uvi.skynetblogs.be/zelfportret/

 

331363

 

01-10-17

enkel voor gevorderden...

 

Voor hen die langer lezen en schrijven dan een tweet.

Voor hen die nog gegrepen worden door schoonheid.

Die tijd willen investeren in ontroering.

Leben? oder Theater?

Het leven van een meisje dat stierf.




http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/146024/Leven_O...

 
www.uitzendinggemist.net
Uitzending gemist van Leven of Theater? op Nederland 2. Bekijk deze uitzending van "Leven of Theater?" dan nogmaals op Uitzendinggemist.net

Dillemans en de geur van terpentijn...

...

Precies die schilderkundige bedrevenheid mist Dillemans bij veel van zijn collega's. 'Een dictatoriaal regime van wansmaak', noemt hij de hedendaagse kunstwereld. 'Een sekte waarin het idee primeert op het metier en waarin goed kunnen lobbyen belangrijker is dan goed kunnen schilderen.' Dat hij zichzelf met zulke uitspraken vrijwillig isoleert, deert hem niet. "Ik lijd geen seconde onder dat isolement. En ik voel mij ook niet eenzaam: ik word omringd door de oude meesters. Hun werk is voor mij veel eigentijdser dan het werk van kunstenaars die met fallussen smijten in de hoop om erbij te horen."

"Sinds de jaren 60 gaat het barslecht met de kunst. Of toch met de kunst die in the picture staat. Alle aandacht gaat naar de blaaskaken, de marketeers. Van Andy Warhol tot Jeff Koons: de totale willekeur regeert. Het zal niet lang meer duren voor iemand het in zijn hoofd haalt om bij wijze van performance het werk van Veronese (Italiaanse schilder uit de 16de eeuw, red.) te bekladden.

"Salvador Dalí heeft in een tv-programma ooit Piet Mondriaan op zijn plaats gezet. Hij stond naast een werk van Mondriaan en zei: 'Dames en heren, hier ziet u Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan'. Hij wachtte even en voegde er sarcastisch aan toe: 'Piet. Pjet. Njet'." (lacht)
U zei ooit: 'Wat iedereen kan, is voor mij geen kunst.' Als een kritiek op het werk van heel wat hedendaagse kunstenaars. Maar het idee achter Smoking Machine bedenken (de door Kristoffer Myskja bedachte machine die op eigen kracht sigaretten paft, rook uitblaast en as verwijdert), kan ook niet iedereen. En dus is het ...
"Ik moet je onderbreken, Stef. Het idee achter Smoking Machine bedenken, kan wél iedereen. Dat ís helemaal geen inventief idee. Maar nu dwing je mij om iets te zeggen over het werk van een kolderkunstenaar. En daar heb ik geen zin in. Voor je het weet, beland ik na dit interview in een zinloos debat dat mij alleen maar van mijn werk afleidt."
Het gaat mij niet om Myskja, maar om de rekbaarheid van het begrip kunst. Ik heb zowel bewondering voor Smoking Machine als voor uw ...
"Bewondering? Voor de wetenschappers die Smoking Machine gemaakt hebben, bedoel je dan toch? Want die machine heeft niks met kunst te maken. Het is een wetenschappelijke prestatie. En dan nog. Ik heb meer bewondering voor de wetenschappers die de Kanaaltunnel gebouwd hebben dan voor degenen die Smoking Machine in elkaar geknutseld hebben. Als we dan toch over wetenschap gaan praten, laten we het dan over de Kanaaltunnel hebben. "
Het is voor u ondenkbaar dat ik zowel van Sam Dillemans als van Kristoffer Myskja hou?
"Laat ik het zo zeggen: het lijkt mij moeilijk om én van het fietswiel van Duchamp te houden én van Las meninas van Velázquez. Als je dat kunt, heb je in mijn ogen een behoorlijk verwrongen kijk op kunst. Of wil je krampachtig bewijzen dat je ruimdenkend bent. Dat je het begrijpt. Maar er valt helemaal niks te begrijpen. Het werk van Duchamp is de totale leegte. Zelfs zijn kuisvrouw wilde zijn fietswiel weggooien.

"Ik hoop dat ik je ideeën over kunst wat kan bijstellen, Stef. Want je bent misleid. Zullen we samen eens een experiment doen? We spreken hier morgen opnieuw af. We nodigen een paar tv-zenders uit, eten allebei vijftig horloges op, wachten tot ze er langs onze sluitspieren weer uitkomen, boetseren er een beeldhouwwerkje mee en noemen het vervolgens feces art. Wedden dat we luid applaus zullen krijgen? In de hedendaagse kunst is de psychiatrie nooit veraf."
...
Uit een interview in De Morgen. Stef Selfslagh - 30 september 2017 -

In de luwte van zijn atelier werkt Sam Dillemans (52) momenteel aan een compleet nieuw hoofdstuk in zijn oeuvre. Omdat je kunstenaars moet bezoeken wanneer ze nog naar terpentijn ruiken: een gesprek. Over technisch meesterschap en chronische ontevredenheid.

   °°°



Zelfportret

Ik geraak blind van het licht
dat uit de grond kruipt.
Mijn letters worden gevlekt.

God schildert een ochtend.

Ik moet mijn ogen sluiten
voor zoveel schoonheid.
Dat beweeglijk palet.

Van deze archaïsche Kunstenaar.

Die halsstarrig blijft volhouden
aan de wetten van de verf.
Het gevecht tussen ruimte en canvas.

Het levende Kader. En de souplesse van zijn penseel.


                                            ...


PS.
"Je kunt kunstenaars gaan interviewen wanneer hun harde labeur erop zit. Wanneer ze de verf van hun vingers hebben geschrobd, hun nieuwe werken aan witgekalkte galeriemuren hebben gehangen en het vernissage-applaus in ontvangst hebben genomen. Of je kunt ze gaan interviewen wanneer ze hun dagen nog slijten in zelfgekozen eenzaamheid. Wanneer hun zoektocht naar nieuwe vormen nog volop aan de gang is, het witte doek hen soms nog onbegrijpend aanstaart en de ­genialiteit van het verleden tijdelijk van geen tel meer is."
...

U noemt uw tienerjaren rebelse jaren. Waartegen moest er in uw allesbehalve ­verknechtende omgeving dan gerebelleerd ­worden?
“Tegen de kunstscholen, tiens. Ik had verwacht dat ik er een gedegen technische opleiding zou krijgen. Maar dat was helemaal niet het geval. Er werd zelfs meewarig over Rembrandt gesproken. Daar moest je bij mij niet mee afkomen.

“Het probleem was dat ik op artistiek gebied een heel andere richting uit wilde dan mijn docenten. Ik spiegelde mij aan de oude meesters en wou me bekwamen in mijn ambacht. Maar mijn leraren hadden het over ‘culturele ontvoogding’ en noemden ook ‘happenings’ kunstwerken.

“Ik voelde mij op de kunstschool een dinosauraus in een kwekerij vol debiele kikkers. Een beetje zoals ik mij vandaag voel in de hedendaagse kunstwereld. Maar daar hebben we het al over gehad.” (lacht)
Stef Selfslagh
...

PS.
De jaren zestig verdroegen geen autoriteit. Pedagogen braken ze af. Zelfs de pedagogische tik werd strafbaar.
In de Kunsten werd de Kunstenaar God. Met eigen geboden. En Schepping.
Een Keizer zonder Kleren. Geprezen en gelauwerd door eigentijdse Pausen. Ex cathedra. En onfeilbaar.


PS.
Het is nog niet veranderd. Voorbije week sprak ik met een student uit het 'Kunstonderwijs'.
Hij had met enkele jongeren een tentoonstelling in een 'pop up winkel', weet je wel.
De werken ademden stiekem figuratief.

Tegen de wind in. Zijn docenten waren nog altijd tegen figuratief, vertelde hij me.
Volgende generatie werkt dus weer figuratief, denk ik.
Ze contesteren hun leermeesters. En zo was het steeds doorheen de geschiedenis.

De mens die dacht god te worden.

PS.
Ik spreek de taal van verf niet. Met figuratief bedoel ik eerder:
"de waanzin van het detail". -Naam documentaire-
Figuratief is niet synoniem voor Kunst.
Iedere kunstenaar zet de werkelijkheid naar zijn hand.
Maar met respect voor het meesterschap.

https://www.youtube.com/watch?v=hCeMgtoRago

 
 
www.youtube.com
Sam Dillemans - The Madness in the Detail Awarded biography of Sam Dillemans, a famous Belgian painter living in Antwerp.



331229


08:38 Gepost in Dagboek | Tags: sam dillemans | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook