26-09-17

Hij kuste niemand.


Ik stond in de file op de Tervuursesteenweg. De deur van een rijhuis ging open. Terwijl een moeder een klein blond meisje op haar arm hield, nam een oudere, lichtjes verfomfaaide man afscheid. Hij kuste niemand. Hij stapte weg op het trottoir langs de grijze gevels. Het meisje, veilig bij haar moeder, wuifde hem na. Met de iets te wilde bewegingen van het kleine kind.

Een heel alledaagse scène. Toch greep ze mij diep aan. Misschien juist omdat ze zo terloops plaatsvond, en ik wellicht de enige mens ter wereld was die ze zag.

Het afscheid heeft iets heel bijzonders. Het is een voorafspiegeling van de dood, waarna niets meer komt, of iets geheel anders.

De deur ging zachtjes dicht, het meisje en haar moeder verdwenen in het huis. De man stapte verder over straat, waarbij niet duidelijk was of hij nog aan het meisje dacht, of aan haar moeder. Misschien was hij al verder. Wanneer iemand over straat loopt, weet je niet wat hij denkt. Rustige mensen hebben vaak kolkende gedachten.

Terwijl de file langzaam in beweging kwam en de auto's bumper aan bumper voortschreden als maakten zij een vredige avondwandeling, bleef ik aan het meisje denken en aan de dartele, onbezorgde wijze waarop ze afscheid nam.

Later wordt ze groter, moet ze naar school waar de liefde niet langer onvoorwaardelijk is. Vroeg of laat wil ze weg van haar moeder. Wat vandaag veiligheid heet, is morgen gebrek aan vrijheid. Hoe zal ze dan denken over de man die zopas haar huis verliet en nu geduldig wacht tot het verkeerslicht op groen springt? Blijft hij in haar leven? Hoelang?

Nog even duurt de schoonheid van haar prille kinderjaren. Een wereld zonder vijanden. Honden en katten die een naam dragen en het leven waarvan zij het centrum is herbergzaam maken. Dagen die eindeloos zijn en verdriet dat overgaat.

 Uit HLN - COLUMN | Tervuursesteenweg - RIK TORFS 26 september 2017

 

                                                                        °°°

 

Terwijl de Togati de stad folkloristisch kleurden,
wat archaïsch en carnavalesk,
reed de vroegere Rector Magnificus,
bumper aan bumper door de Tervuursesteenweg.

Diep in gedachten verzonken. Weg van de Ratio. En de Alma Mater.

Hij werd geroerd en ontroerd.
Door een alledaagse scène.
Het achteloze afscheid van een dochter. En haar vader.

Mooier inaugurale rede kon de kersverse Rector niet uitspreken.



 

 

PS.
Torfs, over wie veel kan gezegd en geschreven worden,
wordt hier de dichter van het kleine.
Dat hijzelf al vlug verafschuwt en kneuterig noemt.

Keukentafelpoëzie.

Wel, geef mij maar deze cordon bleu.
Zacht en teder als een zomeravond.
Die de dag toedekt met een briesje.

Nog even voor het slapen gaan.

 

 

Veto

330764

 

 

10:19 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

Post een commentaar