03-09-17

de wachter

 © Luc Daelemans

Luc Daelemans

 

Wachten

Een van de meest herkenbare verschijningen van verveling én verlangen is het wachten. Op de bus die maar niet komt, een afspraak die maar niet opdaagt of desnoods de prins op het witte paard.
In dat wachten komen verlangen en verveling samen. We verlangen dat de bus snel komt, maar we hebben het niet in de hand. En drentelen, draaien of staan maar wat rond. Of zoals filosoof Coen Simon het verwoordt: de wachtende is “evenveel slaaf als vrij van de tijd”.
Wachten is in die zin een van de meest dubbelzinnige verlangens die we zowat dagelijks ervaren.
Een andere, mij dierbare filosoof, Cornelis Verhoeven, maakt een mooi, veelbetekenend onderscheid tussen ‘wachtenden’ en ‘wachters’. Hun verlangens verschillen wezenlijk van elkaar.
De wachtenden, op de bus bijvoorbeeld, “menen te weten waarop zij wachten”. De wachters daarentegen “weten niet waarop zij wachten of: in werkelijkheid wachten zij alleen maar op het onverwachte dat zich op elk moment kan voordoen”.
Het ultieme wachten zou dan het wachten in een bushokje kunnen zijn zonder te wachten op de bus. Maar op het onverwachte.
En ten slotte toch maar de laatste bus nemen. Naar het volgende hokje. En daar weer wachten. Enzovoort.

Bernard Dewulf - MO Mondiaal nieuws - 1 september 2017

 Tussen schaarste en overvloed: wachten schept tijd

                                               °°°

 

 

In verwachting zit veel wachten.
Maar de duur is gekend. Er kan dus afgeteld worden.
Het wachten wordt meetbaar. En dus beter beheersbaar.

Pas door gemis en verlangen, wordt wachten ongeduldig.
Ook door de aard van 'de verwachting'.
Eerst Sinter Klaas, dan het eerste lief.

Maar zit je in een wachtkamer bij de tandarts, dan krijgt wachten
een andere geur en geluid.
Zoals bij een hongerige maag aan tafel. Thuis of in een restaurant.

Er zijn mensen die een gans leven wachten.
Zij vergeten het NU.
Leven voor morgen. Vandaag is een samengesteld gisteren.

Verveling is voor mij van een andere orde.
Er zitten mensen thuis die zich vervelen.
Er liggen mensen op het strand die zich vervelen.

Ze wachten op niets, doden de tijd met van alles...

 

 

PS.
In de stad lopen mensen langs diagonalen van straten.
Pleintjes als punten. Vluchtheuvels. Om te ademen.
Een parkje. Wat stedelijke verademing. Tussen stenen en beton.

Ik ken haar. Ze is mijn lastig lief.
Kerken op hoge hakken. Torens.
Ze lonken naar de hemel.

Soms schreeuwt ze. Dan weent ze.
Vitrines als schitterende ogen.
Ze lokt me. Verkoopt zich. Als een oude tippelaarster.

De naden van haar kousen scheef. Gehaakt.
Haar mascara traant.
Mijn lieve stad treurt. Over haar groots verleden.

328513

 

Post een commentaar