31-08-17

tot het eenvoudig wordt

 

 

Ik herhaal je

Ik herhaal je
zonder begin of einde
herhaal ik jouw lichaam
De dag kent een smalle schaduw
en de nacht gele kruisen
het landschap is onaanzienlijk
en het mensdom een rij kaarsen
terwijl ik jou herhaal
met mijn borsten
die de holtes van jouw handen imiteren.

Ingrid Jonker

 

 

            °°°

 

 

Ik verzamel je
als een haperende herhaling
tot je een meervoud wordt

van jezelf

zoals regendruppels
wolken worden
om naar zee te varen

zo tel ik je op

je haren en borsten
je blikken en blozen
je lippen en je woorden

en later laat ik alles weer los tot het eenvoudig wordt.




 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=GKe0EST5N24

 
 
www.youtube.com
Dutch Documentary about the South-African poet Ingrid Jonker.

 

 

328236

 

nuances

 

 

Het kabbelen van woorden. Bootjes van papier.
Die nu en dan
zich stoten. Aan een weerbarstige oever.

Oefeningen in weerspannigheid.

Tot ze doordrenkt
van hun nuances
zinken.

In hun onvoltooid ongelijk.

 

 

PS.
Houston we have a problem.
Ginder zinkt het land weg. Onder water. Huis en haven. Hebben en houwen.

Toen ik gisteren thuiskwam na een wandeling, had een fikse regenbui vele pagina's
uit de 'dikke Pfeijffer' doorweekt.

Ze lagen daar als gerimpelde mensen die urenlang in een warm bad hebben gelegen.
Ik heb ze vannacht onder een stapel boeken gelegd.
Om de kreukels weer glad te strijken.

Hoelang zal het duren vooraleer ginder de waterellende weer vergeten kan worden.

 

30-08-17

Wat als ik een hoed was...

De mens is een homo fabulans: we vertellen elkaar de hele dag verhalen. Zo scheppen we orde en schermen we de lelijke of onbevredigende kanten van ons bestaan af. Maar wat als je niet meer kán leven met het verhaal dat je telkens over jezelf en de wereld vertelde?
...
De Amerikaanse schrijfster Nicole Krauss (1974) buigt zich in haar nieuwe roman, Donker woud, uitgebreid over deze kwestie.
...
Gaandeweg blijkt waarom de mens blijft vasthouden aan narratieven die hem belemmeren. Zo schrijft Kraus: 'We zijn gehecht aan vorm en vrezen het vormeloze: ons wordt van vroegs af aan bijgebracht het vormeloze te vrezen.'
Maar het vormeloze omarmen biedt juist de oplossing voor de personages, waardoor Donker woud deels een pleidooi wordt voor vernietiging van het bekende, van het oude, van hetgeen je afremt. Om een nieuwe start te kunnen maken, moet je eerst leegte scheppen, schrijft Krauss, net zoals Adam een leegte in zichzelf moest creëren, door het weghalen van zijn rib, om plaats te maken voor Eva.
...
In Donker woud schrijft Krauss (daarover): 'De woorden die we uitwisselden brachten ons niet dichterbij, niet bij elkaar, maar ook niet bij enige vorm van begrip. De woorden die we wilden gebruiken mochten we niet gebruiken - verhinderd door de verstarring die voortkomt uit angst - en de woorden die we wel konden gebruiken waren voor mij irrelevant.'

Uit:  DICHTER bij Ellen    Ellen Deckwitz in De Morgen 30 augustus 2017

 

"Om een nieuwe start te kunnen maken, moet je eerst leegte scheppen, schrijft Krauss, net zoals Adam een leegte in zichzelf moest creëren, door het weghalen van zijn rib, om plaats te maken voor Eva."

                                                                         °°°

 

Eivol. Zit het Nieuws.
Met rampen en aanstaande catastrophes.
Ik verlang naar leegte.

En plaats voor Eva.

De draaglijke last van een lichtzinnig bestaan.
Waarin er enkel speelruimte is
voor de frivole wetenschap van een vrouw.

En haar langoureuze contouren.

Waarvan het geheel meer is
dan de opsomming
van haar zinnelijke delen.

O, God, neem al mijn zwevende ribben. En schep mij een nieuwe start.

 

 

 

PS.
Je moet hardvochtig en gewetenloos zijn.
Om nog naar 'het Nieuws' te kijken.
Voor of na het eten.

Het schaadt je gezondheid meer dan roken, vrees ik.
Je hersenen inhaleren meer miserie dan ze aankunnen.
Want naast het wereldleed is er nog je dagelijkse portie kommer en kwel.

Tenzij je zoals een 'opgefokte' dame naar Waregem Koerse gaat
om een pint te drinken en te gokken. En de gokmachine kreupel is
omwille van 'technische problemen'.

Tja, dan staat de wereld even stil.  Uit het nieuws gegrepen. Gisteren.

Opgelet beste bijziende lezer,
de dame waarvan sprake hierboven, was een andere freule dan die van hieronder.
En plus, je kan de foto gerust bekijken zonder je bril. Ook de details.




 Afbeeldingsresultaat voor waregem koerse 2017

 HLN.

HLN.be
Op Waregem Koerse wil iedereen de grootste (hoed) hebben.

 

 

 328127

29-08-17

Myoop

 

Wij zien precies datgene wat wij willen zien. Alleen worden we daarbij soms gehinderd
door onze waarnemingen. Het is een misverstand dat een messcherp oog ons beter zicht
verschaft op schoonheid. Geen enkele werkelijk bestaande schoonheid kan zich meten
met ons idee of concept ervan of met onze fantasie erover. De werkelijkheid wordt
maar al te vaak ontsierd door puistjes, wratten of vetkwabben.  Het zachte en subtiele filter van bijziendheid is een formidabel instrument om de werkelijkheid te retoucheren.

Uit: Brieven uit Genua - pag. 308 - 309 - Ilja Leonard Pfeijffer



http://www.tzum.info/wp-content/uploads/2016/03/brieven-uit-genua-ilja-leonard-pfeijffer-boek.jpg

 

                                        °°°


Zo zag ik haar nog nooit.
Door mijn bijziende blik.
Ziek als ik was door kalverliefde.

Radeloos verloren.

In staat van een ongeneeslijke genade.
En zij een gracieuze zonde.
Van begeerte.

Ik lag aan haar voeten. Op het strand.

Haar tenen ongenaakbaar dichtbij.
En mijn puberteit op haar laatste benen.
O, mijn God, was dit het beloofde land.

Ik wou dat ik een zandkorrel was.

Dat schreef ik 's avonds in mijn dagboek.
Of een trage druppel zweet dalend langs haar hals.
Dichterbij zag ik mij niet komen.

Want mijn bril was al aangedampt. Terwijl ik inktvlekken morste.



 

 

PS.
Al van mijn dertiende zag ik alles omfloerst. Door mijn bril en verbeelding.
Een gelukzalige mist over mijn leven. En problemen.
Dit krijg ik nooit meer terug.

Omwille van mijn jaren. En een cataractoperatie.

Ik zie nu mijn problemen groter. En dichterbij.
In elke hoek van de week.
Terwijl ze vroeger, mij minder scherp sneden.

Ik word weker met de dag.



28-08-17

Man met hoed

...

Waar een schrijfster constateert dat de mooiste mens zonder woorden is,
barst een bundel bijna uit zijn voegen aan dramatische lading.

‘De mooiste mens is de mens die niet nadenkt; die
zichzelf genoeg vertrouwt om geen woorden nodig te hebben’.

...

het moeilijke aan ouder worden is niet
dat je steeds verdrietiger wordt
maar dat je steeds meer woorden krijgt
om je verdriet te kunnen beschrijven
en als je het kunt, moet je het doen
dat is waar
maar ik heb hier een fleecedekentje neergelegd
en ik leid je er hand in hand naartoe
en het is hier warm
en je bent hier veilig
oh

 

Uit: de eerste letter - Lieke Marsman

 

Recensie van Man met hoed - Lieke Marsman

Tragikomisch wildfilosoferen

Lieke Marsman
Man met hoed
Uitgever: Atlas Contact
2017
ISBN 9789025450892
€ 24,99
192 blz.

 

Meander

 

http://meandermagazine.net/wp/

 

                                                           °°°

 

 

Ben ik wel een man
zonder hoed
wanneer ik de stad opensla

als een ongelezen boek

lezen de terrasjesmensen
mij letterkundig correct
en ook wat er niet staat

als ik dichtgeslagen door de straten ga.




327955

 

26-08-17

een raadsel

 

"Een vrouw is raadselachtig. Het is een monument waar ik met bewondering omheen loop.
En waar ik niet bij kan komen."

 

Enkele minuten maar, na mijn letterkundige indigestie in vorig Blog,
kom ik plots Siebelink tegen.

Ik kijk en luister intens.

En ik word weemoedig. En bedroefd.
Terwijl het nog volop ochtend is.



La mélancolie, c'est le bonheur d'être triste.
Victor Hugo -  Les Travailleurs de la mer.

 

 

 

https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2189565-jan-siebelink-na...

 
nos.nl
Een van de succesvolste Nederlandse schrijvers Jan Siebelink, heeft een jaar van lichamelijke en mentale ziekte achter de rug.

 

duidelijk onduidelijk

 

 

 

duidelijk en toch onbegrijpelijk

 

 

‘Pruis kijkt in haar werk op veel manieren. Haar oog is scherp, haar hand streelt zacht.
Ze toont, zegt hoe het zit, maar legt niet uit. Iets kan duidelijk zijn en toch onbegrijpelijk blijven,
zegt iemand over poëzie in Zachte riten. Het geldt evengoed voor de boeken van Marja Pruis.’


De Standaard der Letteren - Vicky Vanhoutte
vrijdag 5 mei 2017

                                                                   ...

                             Iets kan duidelijk zijn en toch onbegrijpelijk blijven.

Zo lees ik poëzie het liefst.
Met ruimte voor de lezer.
Helder als ziek glas en met een hemel van verbeelding.

Er staat nooit wat er staat. Geschreven.

Zie de cover. Ruik eraan.
Geurt de jurk naar papier of is hij van linnen.
Zou het een baljurk zijn of een kunstwerk.

Ik kleed haar aan. Met een vrouw.

Een meisje nog. Van veertig.
Gehavend. En dikwijls onterecht ontkleed.
Zonder verlangen.

En dat is dodelijk. En niet onduidelijk.
Voor wie haar leest.
Met gemis.

En hunker. Naar de Zachte rituelen van een lichaam.

                        °°°

05-05-17

 

Zoek : onduidelijk

De lezer is de sterkste

 
Ik ben een slechte schrijver.
Maar dat wist je al.
Te snelle gedachten en vlugge stramme vingers
die alles klakkeloos overnemen.

Geen beitel, schaaf of polijsten.
Neen, de natte tekst ongedroogd op het net.
Onvoldragen vrucht.
Niet gerijpt, noch belegen.

Het is eerder een gulp (niet die van de rits)
dan een sijpelen.
Meer knetteren dan smeulen.
Maar zo ben ik.

Ook een hevig vat vol tegenstrijdigheden. Santé.

 

PS. Maar waarom die titel dan? De lezer mag het weten.

 

 24-12-09
                                                      °°°

Weekend en een pak (virtueel) papier te lezen.
Het lijkt me een lange gedekte tafel.
En ik weet niet wat kiezen.

Mijn goesting wordt gesmoord. Te veel en te duidelijk.

De koppen smaken naar niets.
De zuigkracht van banaliteit en leegte.
En die is er al overvloedig.

Mijn vingers worden moe. En m'n gedachten vallen toe.

 
PS.
Ik tik één trefwoord. In mijn Blog.

Zoek : onduidelijk

En ik word overspoeld.
Door mezelf. Ik moet me meer schrappen.


327766

 

25-08-17

voorlopig toch

 

Het was een voorlopig plan, dat zijn mijn plannen vaker. Ik zou hier maar voorlopig wonen. Een halfjaar, misschien een volledig, onderweg naar iets anders, in elk geval onderweg. ‘Voorlopig’ heb ik altijd een barmhartig woord gevonden. Laat zich behulpzaam oprekken, zo ver als je nodig hebt. Laat je toe je eraan vast te klampen, ook al weet het beter. Dat vind ik sympathiek.

Ik blijf hier dus nog een tijd voortdoen met voorlopig wonen. Onderweg ben ik gehecht geraakt aan mijn tussenstop aan het water. Met wonen aan water gebeurt dat nogal vanzelf. Opstaan en zien dat alles stroomt, dat stelt gerust. Bij beweging is het goed thuiskomen.

Bovendien is er het oeverbankje. Levensgrote verhalen zie ik er afspelen. De man met de blauwe sportschoenen die er oude waterhoentjes komt verzorgen, soms zit hij er al als ik opsta. Veel stiekeme bellers, rokers, ook drinkers. Maar bovenal en zo veel buitenechtelijke geliefden, de schichtige passie is niet mis te verstaan.

Vorig weekend een koppel in tranen dat een uur lang van elkaar niet kon weg stappen.
Je crois qu’ils sont en train de ne rien se promettre.’
Vanop mijn terras dacht ik er de beste zin van Brels Orly bij. Liefde hoeft geen beloftes.

Ik zag ze niet meer terug, ik denk dat het afscheid definitief was. Voorlopig toch.

Uit ' Voorlopig' - - De Standaard - 25 augustus 2017

                                                             

                                                             °°°

 

    Laat mij gewoon De Standaard bedanken.
Omdat deze Krant wil investeren in dit soort Schoonheid.
Een Antidotum voor het overige.

 

 

 

 

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=azLIDZoN3tI

 
 
www.youtube.com
A really sad and beautiful song by Belgian artist Jacques Brel. Enjoy your tears!

 

Et puis infiniment
Comme deux corps qui prient
Infiniment lentement ces deux corps
Se séparent et en se séparant
Ces deux corps se déchirent...

 

PS.
Zo lees ikzelf geregeld een Blog met als titel: Het leven als een voorlopige oplossing.

Vind ik een heerlijke kop.
Of het Weekblad van De Standaard van 7 januari 2017:

Handleiding voor een wisselvallig leven - geïnspireerd door Dirk De Wachter.

Grandioos nummer.

 

327723

24-08-17

de eerste zin


Ergens moet je beginnen. Het potlood op het papier durven zetten.
Desnoods zonder plan,
zonder gedachten.


Uit 'Een tuin in de winter' - pag. 9 - Anna Enquist - Herinneringen aan Gerrit Kouwenaar

                                                           °°°


De eerste zin van haar boek staat op pagina 9.

Elke ochtend volg ik het Enquist- plan.
Ik sla letters uit de toetsen en ik zie wel waar ik uitkom.

Ergens moet je beginnen.

En wachten. Op de woorden.
Sommige zijn weerloos, andere opdringerig.
Weer andere weerspannig.

Het is telkens anders.

En nooit weet je
waar ze jou naartoe brengen.
Het kan alle kanten uit.

Tot ze zwijgen. Met een punt.




 

PS.
'Hij was langs de onheilsplaats gekomen, het terrasje van een klein café. Daar had hij een lichaam zien liggen, opgerold in een oud tapijt, dicht tegen de muur geschoven. Hij was enorm geschrokken toen hij later besefte dat dat Herman was.’
pag.59


De vraag blijft zeuren in mijn hoofd.


'Waarom bleef Anna Enquist niet bij Herman dC tot een ambulance hem meenam?!
Was er dan iets anders zo belangrijk binnen de literatuur dat ze hem daarvoor alleen achterliet? Als een overreden loslopende hond.'

Terwijl zij toch een psychoanalytica is.
En bijgevolg de schaal van belangrijkheid moet kunnen aanvoelen.
Binnen de feiten en de context.

Hoe leg je dat nadien uit aan zijn geliefden. En aan jezelf?

Misschien ken ik alle feiten niet, maar kon ze bij het schrijven van deze paragraaf,
zich niet inbeelden
dat ze impliciet deze vraag opriep?


PS.
Mijn zinnen werden helemaal in de war gebracht
door mijn buurvrouw.
Zij genoot van haar schriel zingende schaar
die als een seriemoordenaar, de twijgen van haar haag onthoofdde.

Mijn schrijfdrift zakte als een deeg in de tocht, in mekaar.
Ontregeld door zoveel overlast. Voor mijn sensibele oren.
Mijn gedachten werden verscheurd. Misschien moest ik maar naar de stad vluchten.

Dat zijn de nadelen van ondoordacht en ongepland schrijven.
De gebeurtenissen dicteren de zinnen.

De avond consolideert ze.


 

in een oud tapijt

‘Ik was bij hem (Herman), hij had me geroepen toen hij achterbleef omdat hij het wandeltempo van de groep niet kon bijhouden. […] Gerrit was pas later op de fatale ochtend uit het hotel vertrokken en op weg gegaan naar het festival. Hij was langs de onheilsplaats gekomen, het terrasje van een klein café. Daar had hij een lichaam zien liggen, opgerold in een oud tapijt, dicht tegen de muur geschoven. Hij was enorm geschrokken toen hij later besefte dat dat Herman was.’

Uit 'Een tuin in de winter' - pag. 59 - Anna Enquist - Herinneringen aan Gerrit Kouwenaar


Een tuin in de winter

 

 

totaal witte kamer

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –

Gerrit Kouwenaar


                                                                  °°°

 

De avond zweeg hoorbaar. De bomen fezelden
voor het slapen gaan.
En ik miste een al te late merel.

Die uit de haag zou opvliegen.
Om in een gedicht te schetteren.
Maar wellicht had de dood hem de stilte in gejaagd.

Zodat de woorden zonder muziek achterbleven.


 

 

 

PS.
Ik schrok hevig. Herman de Coninck, mijn dode dichter aangetast in mijn herinnering.
Gestorven in de armen van Enquist.
En daarna opgerold in een tapijt. Een oud tapijt.

En helemaal alleen.

Zelfs een gewone dode gun je meer. Een laken.
Desnoods vluchtig van het bed getrokken.
Met nog warme kreukels van de nacht. En de geur van fado.

Hij die lenig in de liefde was. Nu stram en klaar voor het transport.


327569

23-08-17

credo

Het (meisje) is bang voor de mensen. Het hoort dat ze niet praten zoals ze zelf zou willen praten en ze vreest hun reactie als ze daarvan afwijkt. Met deze eenzaamheid van het verstand begint het te schrijven. Het primaire credo is daarom een negatief credo, een uiting van ongeloof in het eigen vermogen om sprekend tot de anderen te geraken. Als het niet een kind was dat haakte naar kennis, naar het blootleggen van de ziel, naar het delen van begrip en naar het gezelschap van anderen, zou het zwijgen en verhullen geen probleem zijn. Om zich heen ziet het hoe tallozen zich neerleggen bij hun onvermogen te spreken en toch talen zij niet naar mededeelzaamheid. Naar mate het ouder wordt beseft het dat dit zelfs de gemene deler is, dat de grootste groep mensen gevormd wordt door hen die nooit vertellen wat er in hen omgaat en wat ze om zich heen waarnemen. Het kind dat ooit schrijver zal worden, weigert zich aan te sluiten bij deze groep. Het zal een andere manier zoeken om te ontsnappen aan de gevangenschap van het ongezegde, ook al betekent dit dat het dan de groep de rug moet toekeren. Het is de paradox van de schrijver: uit een diep verlangen naar de mensen zal hij zich van de dagelijkse intensieve omgang met de gemeenschap moeten afkeren. Hij zal de eenzaamheid van de geest alleen kunnen opheffen door de fysieke eenzaamheid op te zoeken. Hij reikt naar de mensen door verre van ze te blijven.

Uit Credo - pag. 338 - 339
Het drama van de afhankelijkheid - Connie Palmen

 
Afbeeldingsresultaat voor connie palmen het drama van de afhankelijkheid

Het is nog erg vroeg, te vroeg wellicht om woorden als credo op papier te zetten.
Hoewel.
In de jaren vijftig van vorige eeuw, zaten wij reeds op onze knieën iets na zeven
in de ochtend, dat Credo te prevelen. In het Latijn.

Onze dag begon met God. En eindigde met Hem.
Daartussenin vooral God.
Tenzij wij even het geluk hadden te kunnen zondigen.
Dan pas bruiste het leven. Weg van de Almacht en de Waarheid.

Het was lang wachten. Om te leven. Toen kwamen de jaren zestig.
Zelfs Zijn Herders verlieten in grote getale de Stal.
De Exodus.
Paters en priesters gooiden hun kap over de haag.

En verdronken in de vrijheid. God stierf zachtjes in de vergetelheid.
De kerken werden koud en leeg.
Alleen wat oude mensen hielden het ritueel warm.
En toeristen kwamen even gapen naar de leegte.






PS.
Ondertussen werden voetballers en zangers onze afgoden.
De hemel ligt in Tomorrowland.
En you only live once. Yolo.

Facebook is de Bijbel. Tinder en Twitter, ons dagelijks gebed.
Soms krijg je nog wel eens heimwee. Naar het Credo.


327441


07:02 Gepost in Dagboek | Tags: connie palmen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

22-08-17

de plek

 

Afbeeldingsresultaat voor wanderlust canvas 

 

De plek van je ziel.
Misschien bestaat ze enkel
in je gemis en verlangen.

Voor mij ligt ze hier.

Ik zit er midden in.
Niet ginder of daar.
Noch achter de horizon.

Wat de reiziger ook moge beweren.

 

 

PS.
Beste reiziger (m/v),
misschien ligt de plek voor jou buiten het vertrouwde.
En kom je pas thuis in 'het vreemde'.

Vertrek dan.
Maar overtuig mij niet asjeblief.
En laat mij hier.

Waar ik de wolken naar Scandinavië volg.
Van korenbloemen en klaprozen hou.
En de rimpels over de vijver liefheb.

Le plat pays qui est le mien. En de weg naar Ispahaan.

 

 

Vergeet niet te kijken. En te luisteren.

 

https://www.canvas.be/wanderlust

 
www.canvas.be
Alicja Gescinska praat met tien persoonlijkheden die nadenken over thema's waarrond alle filosofische en religieuze tradities cirkelen.

 

de verwondering

 

 

 

Zacht is de avond. Dirk De Wachter bij kaarslicht.
En ik ben weer verwonderd.

Misschien ben ik wel een monnik. En is mijn klooster
de ontucht. De verboden liefde.
In mijn dagelijks bestaan.


Ikzelf heb je niets te vertellen.
Of aan te bieden.

Maar ik ben overmoedig en doe een suggestie.

Maak het even stil. In je kamer.
Of wacht tot de rust zich heeft neergezet.
Als een geduldige gastheer.

En kijk en luister dan naar 'de verdrietdokter'.
Misschien... heel misschien

ben je dan weer even verwonderd.



 PS.
Het was ochtend. En ze kwam binnen met een bouquet witte rozen.
Plus een croissant.
De dag was diep in haar gegrift. Een herinnering. Van pijn en geluk.

En ik haar falende held.

                                 °°°

 

De psychoanalyse zegt
'De waarheid is te wreed, daarom moeten we ze bedekken om het leefbaar te houden'.
...

Geen geluk, maar wel contentement?

"Absoluut. Dat is het omgekeerde van wat Houellebecq 'la jalousie, la peur et l'amertume' noemt.
Dat is de ziekte van de tijd.
Niet alleen de depressie, maar ook de verbitterdheid, de slechtgezindheid, de jaloezie.
Contentement, veel meer dan geluk.
Ik luister graag naar de levenswijsheid van oudere mensen
en voel me een beetje kregelig door jonge knapen die kakelend van alles verkondigen.
 
Dan denk ik: leef eerst eens wat.  ... ...

Wat dat betreft is het ook een heel persoonlijk boek.
Het gaat over mijn positie in de wereld en leeftijd is daarin belangrijk.
Mijn volgend boek zal hierop voortbouwen.  Ik heb alleen nog maar een werktitel:
'Laat ons alstublieft een klein beetje ongelukkig zijn'."

Uit een interview met Dirk De Wachter - Bron: cfr. link hierna.


http://www.leesmenu.be/interviews/item/337-het-doel-is-niet-om-gelukkig-te-zijn.html

 

 

 

https://www.npo.nl/de-verwondering/12-03-2017/KN_1688845

 
www.npo.nl
De Belgische psychiater en hoogleraar Dirk de Wachter pleit voor wat minder geluk: het leven is niet maakbaar en dat hoeft niet erg te zijn. Bij onze zuiderburen en ...

 

 

 327292

20-08-17

niets

 

Het schrijvertje zat aan de rand van het meer
en dacht: het is vandaag veel te mooi weer om te schrijven.
Hij knikte tevreden. Maar stilzitten kon hij niet.

Weet je wat, dacht hij, ik ga gewoon wat op het water krassen.
Hij stapte naar het water en kraste
van de ene kant van het meer naar de andere kant.
De zwaluw vloog hoog over hem heen en keek
verbaasd naar beneden.

 'Wat staat daar?' riep hij.
 'Niets!' riep het schrijvertje. 'Ik kras maar wat.'
 'O,' riep de zwaluw en vloog weer verder.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pag. 428 - Toon Tellegen

 

                                                    °°°

 

Niets dus.

 

 

 

 

 

 

08:29 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

19-08-17

vergeten te feesten

...

Sinds het terrorisme in Europa vaste voet aan de grond kreeg, horen we vaak dat we ons niet mogen laten intimideren. Dat we onze levensstijl verder moeten zetten. Dat we niet mogen vergeten te genieten. Het feest als reactie op de terreur. Ik ben het daar gedeeltelijk mee eens: onze vrijheid, onze rechtsstaat, de mensenrechten zijn onvervreemdbaar.

Wat ik dan weer wel vind: we mogen best wat dieper nadenken over de broosheid van een mensenleven. Niet iedereen keert terug van een wandeling op de Ramblas. Niets is vanzelfsprekend. We hebben ons eigen leven niet in handen. Op gelijk welk ogenblik kan het afgelopen zijn. De dood komt als een dief in de nacht. Er is geen rechtvaardigheid, er zijn geen quota. Niemand ontloopt zijn lot.

We kunnen feesten om dat te vergeten, en dat is ieders goed recht. Maar we kunnen ook af en toe dieper nadenken over de betekenis van ons leven, of over hoe we het zelf betekenis kunnen geven vooraleer we sterven, te vroeg of te laat. En altijd op tijd.

Uit 'Broze levens' - Rik Torfs in HLN - 19 augustus 2017

 

                                                                            °°°

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PS.
Ik had wat kunnen schrijven hierboven.
Over moeder die op deze dag stierf.
19 augustus 2015. Om halfacht in de ochtend.

Maar ik prefereer het wit. Als een ode voor haar.

Toen ik moeder op 5 juli 2015, vertelde over de teksten
tijdens de begrafenis van haar zus,
zei ze meteen: 'geen woord over mij!'.

Moeder had altijd in daden gesproken.

Amper een meisje van 13
en reeds voor een gezin van 6 mensen moeten zorgen.
Dan leer je wel vanzelf dat je het niet redt met woorden.
Feesten zat er niet in toen.

En de oorlog moest nog komen.

 

 327043

18-08-17

Beste Toon

Beste tor,

schreef hij. Hij kneep zijn ogen dicht en dacht na.
Plotseling hoorde hij lawaai. Hij keek op. Woorden drongen zijn kamer binnen. Ze kwamen door het raam, door de kieren in de muur en onder de deur door. Ze waren klein, droegen zwarte jassen en holden achter elkaar aan. ‘Met’ en ‘mij’ zag hij, en ‘gaat’ en ‘het’ en ‘goed’. Ze gingen aan de ene kant van de kamer staan.

Aan de andere kant van de kamer zag hij ‘ik’ en ‘ben’ en ‘heel’ en ‘somber’, die blijkbaar door een gat in het dak waren gekomen. Ze waren iets groter en droegen ook iets zwartere jassen.
De krekel kon zich niet verroeren. Voor hem lag de brief met

Beste tor.

De woorden stampten drie keer op de grond en stormden toen op elkaar af. Midden in de kamer grepen ze elkaar beet, sleurden elkaar naar de grond, trapten elkaar, krabden elkaar en probeerden elkaar te verscheuren.
Stof wervelde op en de krekel hoestte.
Pas na lange tijd ging het stof weer liggen en werd het stil.

...

De genezing van de krekel

...

De krekel bleef de hele middag op de grond liggen. Het sombere gevoel sprong in zijn hoofd heen en weer en sloeg op zijn slapen, uur na uur.
Aan het eind van de middag blies de wind een brief naar binnen.
Voor de neus van de krekel viel hij op de vloer.

Beste krekel,
Met mij gaat het ook goed.
De tor

Toen begon de krekel te huilen. Grote stromen tranen vloeiden langs zijn wangen en langs zijn vleugels en zijn voelsprieten en zijn voeten.
Zijn schouders schokten.
Het was de treurigste brief die hij ooit had gelezen.
(Hoofdstuk 8)


                                                               °°°

 

Beste Toon,


hoewel ik goed rond me heen kijk, zie ik geen woorden de kamer binnenstormen.
Ik vind dan ook niet meteen de juiste woorden om naar u te schrijven.
Dat is spijtig.

Want ik bewonder u heel erg. En ik zou u graag mijn beste woorden sturen.
Maar nu vind ik ze niet.

Misschien zijn ze wel met vakantie. Ondanks het feit dat ik ze keurig heb opgevoed.
En hen op de gevaren van het reizen wees.
Het kan ook dat ze ziek zijn. En bedlegerig. Of heimwee kregen. Naar het wit.
En zich daar verstoppen.

U zal begrijpen dat het moeilijk voor mij is om ze daar te vinden.

Vroeger kon ik op mijn pen sabbelen. Of aan mijn pijp lurken.
En dan kwamen ze al vlug te voorschijn.
Ik vermoed dat ze van de geur van Semois hielden.
Maar sinds december 1998 rook ik niet meer. En sedertdien gaat het niet meer zo goed
met mijn woorden.

Ik moet ze nu uit mijn toetsen vissen. En u weet ook wel dat dit niet zo makkelijk is.


Beste Toon,

ik weet heel erg weinig. En ben wat jaloers op de krekel en de mier.
En de olifant en de zwaan. En al die anderen.
Misschien wisten zij alles, wat ik totaal niet weet.

Ik hoop dat het goed met hen gaat. Dat de olifant niet meer in de boom klautert
en het nijlpaard dansles gaat volgen.
Zelf ben ik daar te oud voor.

En hoop van u hetzelfde.

een lome vis uit een ongeschreven verhaal

 

 

326976

11:15 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

17-08-17

jongens van dertien

De ochtenden worden kouder in augustus. Vijf bussen staan zij aan zij op een onherbergzaam groot parkeerterrein nabij een supermarkt. Klaar om naar een taalkamp in Engeland te vertrekken.

Jongens, meisjes, ouders lopen af en aan, koffers en schoudertassen torsend, zoekend naar de juiste bus. Meisjes giechelen anders dan anders. Jongens doen alsof ze hier wel vaker komen of bekijken een bericht terwijl ze nonchalant hun koffer naar de bagageruimte slepen.

Plots staat daar die ene jongen van dertien met betraande ogen tussen zijn nerveuze vader en zijn bezorgde moeder. Zijn oudere broer zit na een vluchtig afscheid op de bus. Met de scène daarbuiten heeft hij niets te maken.

De jongen wil, kan gewoon niet instappen. Hij legt een arm om de schouder van zijn schijnbaar onbewogen vader, diens toestemming afsmekend om thuis te mogen blijven. Er is veel beweging rond de bussen. Je kunt besluiten om niet te kijken. Maar dat lukt niemand.

Een hartverscheurend tafereel. Jongens van dertien zien er niet aantrekkelijk uit. Ze zouden al verder moeten zijn, vinden ze zelf, maar het kind in hen is niet dood. Verdriet hoeft niet om grote dingen te gaan. Een veertiendaagse reis naar Engeland kan onoverkomelijk zijn.

"Morgen zal je spijt hebben dat je niet meeging", probeert een begeleidster nog. Vergeefs. De vader schuift de koffer zachtjes weg. De bus vertrekt, voor altijd, definitief als de dood. Straks zit de jongen in de auto naar huis. Daar wilde hij zo graag naartoe. Onderweg zwijgt iedereen. Dat dure taalkamp, zucht zijn vader woordeloos. Hij had gehoopt dat zijn zoon dapperder zou zijn.

Daar zit je dan als jongen van dertien. Je hebt het niet gedurfd. Je hebt je tranen getoond aan meisjes die in de bus stilletjes zaten te gniffelen, dat weet je zeker. En thuis zal het anders zijn dan een paar uur geleden, ook al zit je alleen op je kamer met de knuffels uit je kindertijd.

Er gebeuren in de wereld vreselijke dingen. Maar er is ook stil verdriet.

Uit HLN van vandaag - Rik Torfs

                                                         °°°

 

Hun lichaam is reeds groter dan hun vader.
Van binnen blijven ze bedrieglijk klein.
Het afweersysteem nog niet op scherp gesteld.

Kwetsbaar. Soms een open wonde.

Gekneld tussen Sinterklaas
en hun eerste lief.
Die ze beiden nog moeten verliezen.

Om te weten. Wat het is groot te zijn. Later.


PS.
Torfs schreef me terug naar mijn korte broek.
Toen verdriet nog anders was dan nu.
Geen Facebook om mee te kijken. Geen taalkamp.
Maar wel een Klein Seminarie. Waar je voor maanden opgesloten werd.

Nooit een traan gelaten. Grote jongens wenen niet.
Tenzij van binnen.


326855

08:26 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook

16-08-17

Alsof er niets is gebeurd

 

 

DIE STIEKEME BLIK

Eens per week maak ik een tocht
naar het leven dat ik eerder heb geleid,

naar het vlekkerige schilderij
vol mist, tuinen en loofbomen,

naar grijze en baksteenrode blokken
met het keukenraam boven de garagepoort,
de lavendeltuin naast de nieuwe auto,

naar het ei van waaruit ik

sidderend ontstond,
om me heen keek,
op weg ging,

het ei van waaruit alles ooit begon.

Onze wereld is zo klein
dat ze bijna in een hand past.

Eens per week maak ik een tocht
naar een leven dat ik vroeger heb geleid.

Onze wereld is zo klein.

Tussen de takken, achter glas,
kijk ik naar wat geschilderd staat daarbinnen.

 

 Lies Van Gasse in  Meandermagazine

 

                                                          °°°

 

Meermaals per dag maak ik een tocht
naar het leven dat ik eerder heb geleid.

Het achtervolgt me.
Een stalker tot in mijn dromen. Nachtmerries rijp voor de slacht.

Maar in de ochtend
wacht de trap. Naar beneden.  Het zalige zeker.

De trage tuin.
En wat er allemaal uit verdween.

De vijver.
De lelies. En het verleden.

En ik weet.
Het is goed afscheid te nemen.

Nog voor de laatste keer.




 

Zonder naam of titel

 

Eén van mijn favoriete columns zijn de doodsberichten.
Ik zal niet de enige zijn op mijn leeftijd.
Het wordt tellen.

Hoelang nog of hoeveel tijd krediet heb ik al gehad?

Ook de titulatuur spreekt mij aan.
De dode wordt behangen met zijn decorum.
Een laatste apotheose. Na zijn osteoporose.

En toen zag ik Zuster Fernande staan.
Zij had zelfs haar eigen naam verloren.


                    °°°

 

De omweg Een dagelijkse tip voor een plek die op reis een ommetje waard is

Zo ruikt de zomer

Chemin montant dans les hautes herbes, Parijs

Natuurlijk kun je gaan luieren in de Jardin du Luxembourg. Of in de Jardin des Plantes. De Jardin d’Acclimatation is ook een aanrader en voor mijn part wandelt u door het Bois de Boulogne of langs de wijngaarden van de Montmartre. Vooral daar. U kunt eigenlijk een week doorbrengen in Parijs omgeven door groen.

Maar mijn favoriet blijft een ommetje langs het hellende wegje in het hoge gras.

Ik zou graag zeggen dat ik niet in Parijs kom zonder er even langs te gaan in het Musée d’Orsay – maar liegen mag niet en zeker niet in de krant. Laten we het erop houden dat ik er altijd naartoe wil. Het is ook zo mooi. En niet eens zo groot: 74 bij 60 centimeter. Dat maakt het hellende wegje zelfs een beetje vervelend. De kans dat we in alle rust van de wandeling kunnen genieten, is klein.

Dat beroemde wegje is eigenlijk nauwelijks meer dan enkele bleke streepjes. Het hoge gras waaiert in alle tinten wit, geel en groen met contrasterende rode kleurvlekken van klaprozen en donkerblauwe schaduwen. Het is geen netjes aangelegde tuin waar wordt gewandeld, het is de levende natuur. En even natuurlijk wandelt het kind wat vooraan, terwijl achteraan – ver achterop – twee volwassenen door hun gebabbel geen tempo maken.

Centraal schrijdt – ze probeert het zo gedistingeerd mogelijk te doen met haar rode parasol – een dame. Ik denk dat ze het te warm vindt om te gaan wandelen, en dat het hoge gras haar de kriebels bezorgt, maar ze doet het met de glimlach, omdat haar kind het fijn vindt. (Als u uw neus tegen het doek duwt, ziet u haar glimlach. Dat is dan meteen ook het laatste wat u ziet voordat de suppoosten u laten oppakken.)

Renoir schilderde zijn Chemin montant dans les hautes herbes toen hij veelvuldig optrok met Claude Monet. U hoeft geen kenner te zijn om dat te zien. Zeker als u er Monets Coquelicots(Klaprozen) naast legt. Ook hier wandelt een vrouw met een kind op de voorgrond door een veld. Ook hier houden twee figuren zich op een afstand in de achtergrond en ook hier is de dame niet buitengekomen zonder parasol. Klaprozen alom. Zeer aardig natuurlijk, en het schilderij hangt dan ook terecht aan de muur van het Musée d’Orsay. Maar het is geen Renoir. Het zindert niet zoals diens chemin.

In Essoyes ligt naar verluidt het echte wegje waar Renoir dit heeft geschilderd. Essoyes is een plaatsje op de grens in de Champagne waar de Ource kronkelt en waar de toeristische dienst er alles aan doet om de beroemdste inwoner – de schilder zelve – te eren. Dat het op de lijst staat van de beroemde Franse ‘Villes et Villages Fleuris’ is een vanzelfsprekendheid. Ik ben er nooit geweest. (Als u er komt, mag u een kaartje sturen.)

Ik weet het. Een mens hoort op te groeien, ook in esthetiek. Als je zestien bent, mag je van de bloemetjes van het impressionisme houden maar als je opgroeit behoor je de wrangere -ismen te omarmen. Kunst moet niet mooi zijn, kunst moet wringen – dat soort gedachten.

Het zal allemaal wel waar zijn maar een warme, warme zomerdag in het veld – daar kan niets tegen op. En langs de chemin montant dans les hautes herbes ruik en voel je de zomer.

En dan is er nog iets. De titel van het doek. Die zegt wat je ziet. Meer nog: spreek hem hardop uit en je hoort het ritme van de wiegende korenbloem.

Uit: De Standaard - 16 augustus 2017 - Dank u, Standaard!

 

326775

 

15-08-17

als je nog niet weg bent

 

Wat wij weten is niet wat wij verlangen;
daarom willen we enerzijds getroost worden voor wat we weten,
maar kunnen we ons anderzijds niet écht laten troosten.
Iedere troost is een leugen. ...

In fictie wordt de strijd geleverd tegen die ontgoocheling,
en telkens de nederlaag geleden. De wetenschap zoekt in kunst
niet de waarheid, maar troost, in de vorm van een kortstondige illusie.
...
Aan het slot van dit essay, ..., citeert ze Nietzsche:
'de waarheid is de leugen zonder dewelke  een bepaald soort dier
niet kan leven. ...
De dingen zijn niet wat ze zijn, en zelfs wijzelf hebben geen eigen identiteit.
Hoe zou wat dan ook door wie dan ook met zekerheid kunnen worden gekend?'


Uit 'Als je weg bent' - pag. 134 - Marja Pruis

 

 

Aristoteles kan het niet oplossen.
Voor mij.
Nietzsche al evenmin.

Ik schuif de deuren op het terras
wagenwijd open. Het vertrek wenkt.
Maar dit huis laat me niet gaan.

Ginder in de stad
vind je wat toeristen,
in de leegte van de straten.

Fluistert het in mijn lui oor.
Niet meer dan dat.
En een bank met wat passanten.


In mijn tuin
leeft een blauwe vlinderstruik.
Zo groot als een oude droom.

De wind koestert de bomen.
Een allenige merel schiet schetterend
uit de ongehaaste hagen.


Ik kan hier niet weg.


                                  °°°



'U spreekt over waarheid als iets heiligs, alsof u het ene geloof
door het andere wilt vervangen. Sta me toe dat ik advocaat van de duivel
speel. Ik wil u vragen: waarom zo'n hartstocht, waarom zo'n eerbied voor de waarheid?'
...
'Het is niet de waarheid die heilig is, maar het zoeken naar iemands eigen waarheid!
Kan er iets heiliger bestaan dan zelfonderzoek?'

Uit 'Nietzsches tranen' - pag. 77 - Irvin D. Yalom

                                  ...

'Hoeveel leven heb ik gemist, vroeg hij zich af,
gewoon door niet te kijken? Of door te kijken maar niet te zien?
Gisteren had hij in zijn eentje een wandeling over het eiland Murano gemaakt en
na een uur had hij nog niets gezien, niets opgemerkt.
Er waren geen beelden van zijn retina naar zijn cortex overgebracht.'

Uit 'Nietzsches tranen' - pag. 8 - Irvin D. Yalom

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=jSQqbJPoSbw&index=4&a...

 
www.youtube.com
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Zaide, Act 1 : Zaide' aria "Ruhe Sanft, Mein Holdes Leben" Lucia Popp, soprano

326732

 

14-08-17

me and my girl

 

 

 

dancing the night away

 

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=Mc6XUus5IC4

 
 
www.youtube.com

 

herhaling

 

'Die Sprache ist das Haus des Menschen,' zegt Heidegger.
'In dieser Behausung wohnt er.'
Maar luidt mijn vraag in Klém:
'Is zijn taalhuis een droompaleis of een nachtasiel?'

Uit 'De woede van de wind' - pag.43 - Hellema

 

                                                      °°°

 

Maandag. En de zon schijnt.
Woorden in dagbladen.

Ik schrap ze. Uit mijn dag.
En herhaal mezelf.

Tot in den treure.

 

 

 

http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=de+wind+komt+uit...

 
uvi.skynetblogs.be
Jongetje kijkt naar buiten. En naar binnen. Tussen gisteren en morgen.

 

 

13-08-17

het sprookje van mevrouw P.

 



Ik zag haar voor de eerste keer toen ik aan de witte rozen rook. Vlak voor haar deur.
Ze glimlachte.
Misschien zei ze nog wat, maar wat precies weet ik niet meer.

'Bent u professor, meneer?'.
Tja, dat waren haar eerste woorden, later, die ik mij herinner.
Zoals gewoonlijk ontpluimde ik hoffelijk mijn profiel.

Niet alles is wat het lijkt.

Maar de professor nodigde haar uit voor een koffietje.
En toen vertelde ze mij in Chileens Vlaams,
haar prachtig liefdesverhaal.

Dat ik nog altijd meedraag als een heerlijk souvenir.

Mevrouw P. leerde haar man kennen in Chili.
Haar moederland. Waar de jonge student stage liep.
Het werd liefde voor het leven.

Zij kwam mee naar het koele België, op voorwaarde
dat als zij niet kon wennen, ze dan opnieuw naar Chili zouden verhuizen.
De verliefde ging graag akkoord. Ze trouwden. Hij kreeg een mooie baan bij de bank.

En ze kochten een prachtig oud huis aan de overkant van het Begijnhof.

Na enkele jaren begon het heimwee te knagen.
Niet erg. Haar echtgenoot deed z'n opzeg bij de bank.
Ze verkochten het heerlijke huis en ze vertrokken. Naar Chili.

Maar niet voor lang.

Terug in Chili besefte ze pas écht hoe erg ze dat verre land
en de mensen daar miste.
En alsof het een sprookje was, trok het gezin met de eerste dochter terug naar L.

Dàt begrijp ik niet!, zeg ik haar.
Jij verlaat die warme zuiderlingen voor die koele Belgen.

O, neen, meneer, verbetert ze mij.
In Chili, ik ga wandelen met mijn kindje. Niemand zegt wat.
Hier, ik met mijn dochter in koets, iedereen komt kijken.
O, wat een mooi meisje.

Weer een algemeenheid ontkracht.
Voor iedereen is er een andere overkant.
Alles hangt ervan af waar je staat.

En weet je, dit verhaal is bijna ongeloofwaardig
en toch écht gebeurd.
Toen ze na enkele jaren terugkwamen van Chili, werd haar man opnieuw
plaatselijk directeur in dezelfde bank. Op dezelfde plek.

En, my God, hun huis stond opnieuw Te Koop!

Ik leerde via haar, ook haar minzaam man kennen.
Meneer D. met de chique naam.
Een schuchtere heer, die mij bekende jaloers te zijn op mijn vlotte sociale omgang.

Zo zie je maar.

 



PS.
Op 11 januari 2016 kwam er een einde aan dit prachtige sprookje.
Meneer D. stierf op straat. In onze stad.
Zijn urne staat nu bij haar op de schouw. Ze kon hem niet laten gaan, zei ze.

Op het doodsprentje, naast mij, lacht meneer D.  nog. Met zicht op de tuin.
De champagne bruist. De hesp ziet er smakelijk uit.
En de kleinzoon goddelijk in z'n driedelig pak.










 

 

 

de meerwaardezoeker

 

Zopas kwam ik terug van de lokale markt. Ik hoorde nog net Pat Donnez op Klara
spotten met de 'meerwaardezoeker-toerist'.
Die in de authentieke Auvergne graag een praatje slaat met de 'local'.
Die er niet meer is. Gestorven of vertrokken.

De streek is nu bevolkt met rijke Amerikanen, Hollanders of elitaire Vlamingen.

Toeristen zijn moedige mensen. Ik vraag me af
hoelang ze het nog volhouden.
In grote steden, zoals Venetië, Amsterdam of Barcelona
zijn ze niet meer welkom.

De locals bekijken hen als een plaag.
Lawaaierige en wildplassende parasieten.
Arrogant en onverdraagzaam.
Enkel geduld omdat ze Euro's achterlaten. De economie, weet je wel.

Tja, we zijn wat fout opgevoed, vrees ik,
door de brochures. Onze gedachten en verlangens worden in hiërogliefen gegoten.
Onze ogen geblinddoekt door etiketten.
Maar we zijn op vakantie dus zien we alles ànders.

De Japanners begapen mijn stad en stadhuis
alsof ze 'a brave new world' ontdekken. Selfie. Selfie.
Terwijl de inheemse bevolking niet eens haar begijnhof bezoekt.
Wat nochtans 'werelderfgoed is'.

Ach, je kent dat wel. Het gras (en de mens) aan de overkant is altijd groener.


http://www.hln.be/hln/nl/1901/reisnieuws/article/detail/3...

 
www.hln.be
Het protest in Spaanse steden tegen de overlast door toeristen wordt steeds grimmiger. In Barcelona werd ..., lees meer op Kanaal Reizen

 326522

 

12-08-17

te

Uiteindelijk verlaat ik de kamer. Ik heb genoeg gezien.

Ik heb gezien dat zowat alles er nog is behalve zij. Terwijl zij nu het enige is wat er te zien was.

En daar, zo besef ik ten slotte, begint de herinnering: waar de kamer, het licht, de muren, de domweg lopende uren en de achteloos opgehangen kleren overblijven. Als stille getuigen.

Zolang aanwezigheid vanzelf spreekt, kan ze zelfs afwezig zijn. ‘O ze is in haar kamer’, denkt men dan niet eens. Maar omgekeerd kan afwezigheid verschrikkelijk aanwezig zijn.

En dan wordt een dagelijkse kamer een wachtkamer.


Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 12 augustus 2017


                                                               °°°

 

Mijn dagelijkse leven.
Is het meer geweest dan een wachtkamer?
Van gisteren naar morgen. Van hier naar ginder.

Ik, een 'Van Nu en Strakser'.

Te bang voor wat mogelijk is.
Te lui of te laf.
Te klein of te traag.

Misschien waren er wel te veel "te's" in mijn leven.

Te mooi om waar te zijn.
Te dik of te dun.
Nu is het te laat. Er rest mij nog één te.

In tevreden.


 

 

 

PS.
Uiteindelijk verlaat ik de kamer. Ik heb genoeg gezien. - Bernard Dewulf -
Nog elke dag heb ik haar niet genoeg gezien. Ik kan haar niet verlaten.

PS.
Van Nu en Straks.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Van_Nu_en_Straks

326424

11-08-17

zonde van de zonde

 

Iedereen doet het


Ik teken mezelf meedogenloos.
In mijn hoofd. Nog steeds.
Een sluimerende Calvinist in een afvallige katholiek.
De zonde als gids door het leven.

Geplaagd door een onwrikbaar geweten
dat geen erosie ondergaat.
Het moet dus anders aangepakt worden.
In slaap gewiegd. Met harde valuta.

De criteria van deze tijd.
Onverschilligheid op een bedje van nuances.
Twijfel in de armen van de relativiteit.
Gewenning als groeipool.

Ik. Hier en nu.

 
28-06-10

                                     °°°

 

de zonde van leegte

 


Zouden mijn vingers ooit ophouden.
Zoals ik met ademen.
Ik luister aandachtig naar het ritme.

Van hun verbeelding. En noteer als een klerk. Zelfs de pauze.

Elke letter bid ik vol tot een paternoster.
Een rozenkrans.
Van weifelende woorden, haperende zinnen.

Betekenis of niet. Als het ritueel maar blijft duren.

 

 




PS.
Omtrent liefde en dood.
Erwin Mortier schildert Jef en Eleonore.
Verf op papier. Hij morst met woorden.

Als ik hem lees dan zuigt hij mij naar een leeg blad.
Dan krijg ik schrijfdrift.
Een schamele poging om wat niets over niets te vegen.

Ach, troost ik me: er bestaan zwaardere zonden.

 

                                                       ***



Maar na een bladzijde of tweehonderd besef je dat het allemaal verloren moeite is: deze superbe kathedraal van taal is leeg, volledig en integraal leeg. Mortier heeft niets te vertellen, niets te melden. Godenslaap is een veelkleurige, wonderschone zeepbel van een roman. Het glanst, het vibreert en het zweeft als een mirakel in miniatuur – en tegelijk is het niet meer dan een vliesje rond een bel lucht. 

Mark Cloostermans

314560

 

26-04-17
                                                                         °°°

Ik tikte het woord "zonde" in de zoekfunctie van dit Blog. En ik werd overspoeld.
Door pagina's verderf. Zonder Pasen, biecht of vergiffenis in zicht.
Vroeger trok ik naar de biechtstoel. Waar de bemiddelaar van God, je zonden waste.
Witter dan wit.

Nu sleur je ze mee. Van de ochtend naar de avond.
Van hot naar her.
Zoals een zware Brabander door de slijkerige sporen van de veldwegel schommelt.
Volgeladen.

En niemand die ze nog wil wassen.
326306

09-08-17

et Dieu créa la femme

 

Niemand is gemaakt voor iemand. Soms
raken wij verstrikt in het lamento van een tegenziel.

En is niet, zei je, elk moment bereid
tot de fabels van het vel, het sprookje van de oneindigheid?

Uit 'Blauwziek' - pag. 24 - Dido's klacht - Bernard Dewulf

 

 

Geen groter Kunstenaar dan God.
Hij die aan Eva het leven gaf.
En zo de Schoonheid schiep. Lust & liefde.

Binnen de contouren van een lichaam.


Geen beeld zo fragiel
als een dame die zich voorbereidt.
Haar been langoureus lang bekleedt.

Met verlangen.

Opdat later een galante heer
haar zou ontrafelen.
Tot aan haar gemis.

En zij hem daar zou ontvangen.

 

 

PS.
Laat dit een Ode zijn aan God.
En alle Schepselen.
Verzameld in een vrouw.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=m3NZambG7aM

 
 
www.youtube.com
Vide Cor Meum è una canzone composta da Patrick Cassidy basato sulla Vita Nuova di Dante Alighieri, in particolare sul sonetto A ciascun'alma Presa, nel capitolo 3 ...

 

08-08-17

23 op 23

 
23 op 23 cm


Zo groot kan de omvang zijn
van onvolmaaktheid.
Zo klein kan schoonheid zich verbergen.

Binnen het kader. Van liefhebbende verf.

Ik heb het vanochtend opgehangen. Plechtig en voorzichtig.
Een schilderijtje van modale omvang.
En van bescheiden afkomst.

Verwaarloosd en achtergelaten, als een vakantiehond aan een berk.
Ik vond het tussen een pak kaders. In het "Spit".
Een deskundige zou het zelfs geen blik waardig gunnen.

Maar mij bekoorde het meteen. Het was liefde tussen ons beiden.
Un coup de foudre.
En een bereikbaar schilderijtje.

Voor 80 cent.
Inclusief een bruin kader. Met gouden biesje langs het doek.
Een mens heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn.

Tenzij verwondering en verbeelding.

 

 

PS.
De lucht kleurt bleu de Provence.
Het koren is overrijp. Maar wacht geduldig.
Op de boer.

De velden zijn symmetrisch gescheiden.
De weg is breed vooraan. Hij is nog jong.
De toekomst eindigt boven. In een uitdovende stip. De dood is bijna zichtbaar.

Hemel en aarde zijn verbonden.
Door het groen.
Van struiken en kruinen.

Enkel de toeschouwer kan stuntelig muteren naar magistraal.
Hij ziet alles.
Zeker wat ontbreekt.

Hij vult het barmhartig aan.

 

PS.
Toen ik zondagochtend terugkwam van de markt, bleef ik op de brug kijken naar de Molenbeek.
Ze was gezwollen, als een zwangere vrouw.
Meanderde vrolijk, kabbelde en murmelde.

Eindelijk terug wie ze was en wilde zijn, een stromende beek.

De kunstenaar mag dan wel een god in het diepst van zijn gedachten zijn,
hij is slechts een povere imitator, een kopieerder en plagieerder.
De natuur zou hem bescheiden moeten maken.

Enerzijds, anderzijds.

325965 

05-08-17

pleidooi voor enige gêne

Toch dit. We krijgen talloze tips over hoe we vandaag moeten leven. Zelfbewust. Duurzaam. Gezond en bekommerd om het klimaat. Welke tien films we niet mogen missen, welke toprestaurants - honger of niet - we absoluut moeten bezoeken. Seksisten dienen we te misprijzen, zelfbeschikking is ons hoogste goed. Daarbij lijkt het alsof het leven eindeloos is, de wereld voor ons werd geschapen en het er enkel op aankomt zo prettig mogelijk door ons bestaan te flaneren. Yolo, you only live once. We moeten ervan genieten. Moeten. Genieten.

Niet iedereen kan dat. Sommige mensen zijn oud en ziek en arm. Of gewoon onaantrekkelijk. Moeilijke karakters. Gierigaards en onverschilligen. Er zijn ook aarzelende mensen met een somber zelfbeeld. Diep vanbinnen weet iedereen die niet aan zelfbedrog doet dat hij of zij eigenlijk minder geweldig is dan vandaag wel zou moeten. Het ophouden van schijn speelt in vele levens een belangrijke rol. Mensen zouden een moord begaan om een goede reputatie te behouden. Niet wie we zijn, maar wat anderen van ons vinden komt dan op de eerste plaats. We weten dat het zo is, maar zouden nog liever doodgaan dan het te bekennen. Op die manier vervreemden we van onszelf.

De drie dode Bruggelingen ken ik niet. Elkaar kenden ze evenmin. Wie waren ze? Hoe kwam het dat niemand, geen hond, hen miste? Ieder van hen had op een gegeven moment een laatste gesprek met een ander mens. Misschien was het vluchtig, enige belangstelling veinzend, in Amerikaanse stijl: "How are you today?" Een schijnbare vraag waarop een eerlijk antwoord enkel voor gêne zorgt.

Wat ik tevergeefs zoek in de gepolijste wereld van vandaag, is belangstelling voor onaantrekkelijke mensen die bitter, eenzaam of lelijk zijn. Die als kind wervelende dromen hadden, maar nu gehavend en met onverzorgd gebit ontgoocheld verder leven, tegelijk te moe om hun verdriet in cynisme om te zetten.
...
Rik Torfs - Citaat uit: Onaantrekkelijke mensen -  HLN van vandaag

 

Met enige gêne moet ik het bekennen.
Ik ben niet geschikt voor cultuur.
Er moet ooit wat misgelopen zijn met mij.

Toen ik lang geleden geconcipieerd werd.

Een fabrieksfout. Van het ene wat veel, misschien,
van het andere, wat weinig, wellicht.
Maar mijn potentieel aan cultuur: zero, zero, zero...

Zoiets als Contador. In de Ronde van Frankrijk.

Zovele jaren na datum lijd ik nog altijd
aan dat mislukt concept.
Geen druppel cultuur in mijn bloed. Geen kruimel begeestering in mijn hersenen.

Ooit zal ik eenzaam sterven. Zonder. Dat weet ik nu al.



 

 

PS.
Gisteren naar de Tempel van de Cultuur geweest. Museum M. BarAmuze.
De performance van een Dichter en een Zanger. La Muse s'amuse.
Mijn oren kreunden onder de decibels. Ik onder de woorden.

Geen schoner stem dan die van Papier.

O, mijn God, wat zat ik te hunkeren onder deze kwelling.
Naar het einde. De stilte en de rust.
De leegte van het woord.


In de hoek van de hoge museale Bar schilderde de zon op het venster.

Wolken en schaduw aan de hemel.
Het Rumoer overstemde de Troost.


Voorwaar, voorwaar, ik was daar wellicht de enige Barbaar tussen de Happy Few.
En niemand die vroeg: "How are you today?"
Gelukkig maar.



325656

 

08:27 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook

04-08-17

Aarzeling

                      Afbeeldingsresultaat voor duinen en zee zwart wit
Archief Jimfoto - Skynet.be


                      Nee

Soms was er een aarzeling. Een kleuter op het strand

die met zijn emmertje uit wassen ging. Ik zei ik ben

niet vies maar toch bedankt. En hij: natuurlijk ben je

vies geworden, overal ligt zand. Ik werd lamlendig

wakker. Op al mijn wegen nooit één teken maar

in dromen worden ze bij menigtes gegeven.

Ooit nam ik niets in acht, ik volgde de bekoring en

zij heeft mij niet meer thuisgebracht. Er is in heel

de wereld nergens vrede, geen vader die mij terug

verwacht, er is in heel de wereld nergens vrede.

Er was in mij iets opgestaan dat niemand wist te

temmen, het joeg me op, beloofde me een weelderig

bestaan. Begeerte, zei mijn vader, is de wortel van het

kwaad. Ik leerde dat het waar was maar ik leerde het

te laat, de uitgestrekte leegte vrat me op en heeft me

uitgebraakt. Er is in heel de wereld nergens vrede,

geen vreugde die niet tegenstaat, er is in heel de wereld

nergens vrede. Dit is mijn overtuiging en ik zoek haar

tot op heden in een emmer aan een kleuterhand. Hij

nadert en ik zeg tot in den treuren nee bedankt.

Mieke van Zonneveld

 

Uit De Standaard der Letteren - 4 augustus 2017

                                             °°°

 

Meer dan soms is er een aarzeling,
twijfel van de tijd.
De jongen slaapt nog

als un petit prince.

Met grote handen van begeerte
en zeeën van verlangen.
Golven gemis waarop bootjes stranden

vol van heimwee naar toen, toen hij nog niet wist.





PS.
Soms is weinig. Voor iemand die aarzelt
als een ambachtsman.
In de tijd die hij schaaft en slijpt.

Tot een meubelstuk. Waarin vroeger geurt
naar jonge bomen.
De heide en het maanlicht.

En woorden die nog durfden dromen.

 

325592