16-08-17

Zonder naam of titel

 

Eén van mijn favoriete columns zijn de doodsberichten.
Ik zal niet de enige zijn op mijn leeftijd.
Het wordt tellen.

Hoelang nog of hoeveel tijd krediet heb ik al gehad?

Ook de titulatuur spreekt mij aan.
De dode wordt behangen met zijn decorum.
Een laatste apotheose. Na zijn osteoporose.

En toen zag ik Zuster Fernande staan.
Zij had zelfs haar eigen naam verloren.


                    °°°

 

De omweg Een dagelijkse tip voor een plek die op reis een ommetje waard is

Zo ruikt de zomer

Chemin montant dans les hautes herbes, Parijs

Natuurlijk kun je gaan luieren in de Jardin du Luxembourg. Of in de Jardin des Plantes. De Jardin d’Acclimatation is ook een aanrader en voor mijn part wandelt u door het Bois de Boulogne of langs de wijngaarden van de Montmartre. Vooral daar. U kunt eigenlijk een week doorbrengen in Parijs omgeven door groen.

Maar mijn favoriet blijft een ommetje langs het hellende wegje in het hoge gras.

Ik zou graag zeggen dat ik niet in Parijs kom zonder er even langs te gaan in het Musée d’Orsay – maar liegen mag niet en zeker niet in de krant. Laten we het erop houden dat ik er altijd naartoe wil. Het is ook zo mooi. En niet eens zo groot: 74 bij 60 centimeter. Dat maakt het hellende wegje zelfs een beetje vervelend. De kans dat we in alle rust van de wandeling kunnen genieten, is klein.

Dat beroemde wegje is eigenlijk nauwelijks meer dan enkele bleke streepjes. Het hoge gras waaiert in alle tinten wit, geel en groen met contrasterende rode kleurvlekken van klaprozen en donkerblauwe schaduwen. Het is geen netjes aangelegde tuin waar wordt gewandeld, het is de levende natuur. En even natuurlijk wandelt het kind wat vooraan, terwijl achteraan – ver achterop – twee volwassenen door hun gebabbel geen tempo maken.

Centraal schrijdt – ze probeert het zo gedistingeerd mogelijk te doen met haar rode parasol – een dame. Ik denk dat ze het te warm vindt om te gaan wandelen, en dat het hoge gras haar de kriebels bezorgt, maar ze doet het met de glimlach, omdat haar kind het fijn vindt. (Als u uw neus tegen het doek duwt, ziet u haar glimlach. Dat is dan meteen ook het laatste wat u ziet voordat de suppoosten u laten oppakken.)

Renoir schilderde zijn Chemin montant dans les hautes herbes toen hij veelvuldig optrok met Claude Monet. U hoeft geen kenner te zijn om dat te zien. Zeker als u er Monets Coquelicots(Klaprozen) naast legt. Ook hier wandelt een vrouw met een kind op de voorgrond door een veld. Ook hier houden twee figuren zich op een afstand in de achtergrond en ook hier is de dame niet buitengekomen zonder parasol. Klaprozen alom. Zeer aardig natuurlijk, en het schilderij hangt dan ook terecht aan de muur van het Musée d’Orsay. Maar het is geen Renoir. Het zindert niet zoals diens chemin.

In Essoyes ligt naar verluidt het echte wegje waar Renoir dit heeft geschilderd. Essoyes is een plaatsje op de grens in de Champagne waar de Ource kronkelt en waar de toeristische dienst er alles aan doet om de beroemdste inwoner – de schilder zelve – te eren. Dat het op de lijst staat van de beroemde Franse ‘Villes et Villages Fleuris’ is een vanzelfsprekendheid. Ik ben er nooit geweest. (Als u er komt, mag u een kaartje sturen.)

Ik weet het. Een mens hoort op te groeien, ook in esthetiek. Als je zestien bent, mag je van de bloemetjes van het impressionisme houden maar als je opgroeit behoor je de wrangere -ismen te omarmen. Kunst moet niet mooi zijn, kunst moet wringen – dat soort gedachten.

Het zal allemaal wel waar zijn maar een warme, warme zomerdag in het veld – daar kan niets tegen op. En langs de chemin montant dans les hautes herbes ruik en voel je de zomer.

En dan is er nog iets. De titel van het doek. Die zegt wat je ziet. Meer nog: spreek hem hardop uit en je hoort het ritme van de wiegende korenbloem.

Uit: De Standaard - 16 augustus 2017 - Dank u, Standaard!

 

326775

 

Post een commentaar