13-08-17

het sprookje van mevrouw P.

 



Ik zag haar voor de eerste keer toen ik aan de witte rozen rook. Vlak voor haar deur.
Ze glimlachte.
Misschien zei ze nog wat, maar wat precies weet ik niet meer.

'Bent u professor, meneer?'.
Tja, dat waren haar eerste woorden, later, die ik mij herinner.
Zoals gewoonlijk ontpluimde ik hoffelijk mijn profiel.

Niet alles is wat het lijkt.

Maar de professor nodigde haar uit voor een koffietje.
En toen vertelde ze mij in Chileens Vlaams,
haar prachtig liefdesverhaal.

Dat ik nog altijd meedraag als een heerlijk souvenir.

Mevrouw P. leerde haar man kennen in Chili.
Haar moederland. Waar de jonge student stage liep.
Het werd liefde voor het leven.

Zij kwam mee naar het koele België, op voorwaarde
dat als zij niet kon wennen, ze dan opnieuw naar Chili zouden verhuizen.
De verliefde ging graag akkoord. Ze trouwden. Hij kreeg een mooie baan bij de bank.

En ze kochten een prachtig oud huis aan de overkant van het Begijnhof.

Na enkele jaren begon het heimwee te knagen.
Niet erg. Haar echtgenoot deed z'n opzeg bij de bank.
Ze verkochten het heerlijke huis en ze vertrokken. Naar Chili.

Maar niet voor lang.

Terug in Chili besefte ze pas écht hoe erg ze dat verre land
en de mensen daar miste.
En alsof het een sprookje was, trok het gezin met de eerste dochter terug naar L.

Dàt begrijp ik niet!, zeg ik haar.
Jij verlaat die warme zuiderlingen voor die koele Belgen.

O, neen, meneer, verbetert ze mij.
In Chili, ik ga wandelen met mijn kindje. Niemand zegt wat.
Hier, ik met mijn dochter in koets, iedereen komt kijken.
O, wat een mooi meisje.

Weer een algemeenheid ontkracht.
Voor iedereen is er een andere overkant.
Alles hangt ervan af waar je staat.

En weet je, dit verhaal is bijna ongeloofwaardig
en toch écht gebeurd.
Toen ze na enkele jaren terugkwamen van Chili, werd haar man opnieuw
plaatselijk directeur in dezelfde bank. Op dezelfde plek.

En, my God, hun huis stond opnieuw Te Koop!

Ik leerde via haar, ook haar minzaam man kennen.
Meneer D. met de chique naam.
Een schuchtere heer, die mij bekende jaloers te zijn op mijn vlotte sociale omgang.

Zo zie je maar.

 



PS.
Op 11 januari 2016 kwam er een einde aan dit prachtige sprookje.
Meneer D. stierf op straat. In onze stad.
Zijn urne staat nu bij haar op de schouw. Ze kon hem niet laten gaan, zei ze.

Op het doodsprentje, naast mij, lacht meneer D.  nog. Met zicht op de tuin.
De champagne bruist. De hesp ziet er smakelijk uit.
En de kleinzoon goddelijk in z'n driedelig pak.










 

 

 

Post een commentaar