04-08-17

Aarzeling

                      Afbeeldingsresultaat voor duinen en zee zwart wit
Archief Jimfoto - Skynet.be


                      Nee

Soms was er een aarzeling. Een kleuter op het strand

die met zijn emmertje uit wassen ging. Ik zei ik ben

niet vies maar toch bedankt. En hij: natuurlijk ben je

vies geworden, overal ligt zand. Ik werd lamlendig

wakker. Op al mijn wegen nooit één teken maar

in dromen worden ze bij menigtes gegeven.

Ooit nam ik niets in acht, ik volgde de bekoring en

zij heeft mij niet meer thuisgebracht. Er is in heel

de wereld nergens vrede, geen vader die mij terug

verwacht, er is in heel de wereld nergens vrede.

Er was in mij iets opgestaan dat niemand wist te

temmen, het joeg me op, beloofde me een weelderig

bestaan. Begeerte, zei mijn vader, is de wortel van het

kwaad. Ik leerde dat het waar was maar ik leerde het

te laat, de uitgestrekte leegte vrat me op en heeft me

uitgebraakt. Er is in heel de wereld nergens vrede,

geen vreugde die niet tegenstaat, er is in heel de wereld

nergens vrede. Dit is mijn overtuiging en ik zoek haar

tot op heden in een emmer aan een kleuterhand. Hij

nadert en ik zeg tot in den treuren nee bedankt.

Mieke van Zonneveld

 

Uit De Standaard der Letteren - 4 augustus 2017

                                             °°°

 

Meer dan soms is er een aarzeling,
twijfel van de tijd.
De jongen slaapt nog

als un petit prince.

Met grote handen van begeerte
en zeeën van verlangen.
Golven gemis waarop bootjes stranden

vol van heimwee naar toen, toen hij nog niet wist.





PS.
Soms is weinig. Voor iemand die aarzelt
als een ambachtsman.
In de tijd die hij schaaft en slijpt.

Tot een meubelstuk. Waarin vroeger geurt
naar jonge bomen.
De heide en het maanlicht.

En woorden die nog durfden dromen.

 

325592

Post een commentaar