31-07-17

dichter bij

 Afbeeldingsresultaat voor campert

VPRO

          "Schrijven is leven. Als ik ermee ophoud, ben ik er niet meer."
           Remco Campert

 

 

Het is wachten. Op die eerste regel.
Wordt het de zee.
Het hoge gras of wind in de bomen.

Het kan.

Misschien teken ik een meeuw
in je ogen.
Op het blauw van de hemel.

Of schrijf ik een zwaan. Op de vijver.

Ik wacht. Op het leven.
De adem van de avond.
Die mijn woorden samen blaast.

Als waren het bladeren. Op een herfstige dag.

 

 

PS.
Ik kijk en luister naar Campert. Hij heeft amper adem.
Rook krinkelt als wierook rond z'n hoofd.
Wanneer wordt hij as. Zoals het zand op de achterbank.
Als je terugkomt van het strand.

Ook al zijn deze zinnen onzinnig.
Verzoeken ze mij te mogen blijven staan.
Anders, zeggen ze, hebben we nooit bestaan.

 

325219

 

20:59 Gepost in Dagboek | Tags: remco campert | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

30-07-17

klaproos

 

Robert Mapplethorpe in Rotterdam.©  rr

 

 

Het zou zonde zijn op een zondag
om woorden
onder dit beeld te schrijven...


 

 


PS.
De foto komt uit De Standaard.

Robert Mapplethorpe

Hij fotografeerde de perfectie van bloemen, maar vooral toch van het mannelijk naakt.
Omstandig overzicht in 200 foto’s.

Kunsthal, Rotterdam, tot 27/8.

 

 

29-07-17

Goed nieuws voor oudere vrouwen

O wat zie ik ze graag.

Nergens in zijn arrest zegt het Hof wat nu precies ‘oudere vrouwen’ zijn. Dat begrijp ik best. Leg het maar eens uit in een vonnis. Alsof ze veroordeeld zijn.

Terwijl ik ze dagelijks op vrije voeten tegenkom. Sommigen als een woestijn, anderen als een oase. De enen als een augurk, de anderen als een libel over hun stille water.

Ik leef ermee, ik kijk ernaar, ik praat ermee, ik begeer, ik negeer, ik herken, ik ontken. Ik vervloek ze en ik bewonder ze.

Maar wat zie ik ze graag.

Er slijt, er schuurt en vergaat van alles aan ze. Van de strakke dijen tot de slappe bovenarmen.

Zij leven tussen aanval, verdediging, winst en verlies.

Maar intussen kunnen ze opgloeien zoals ze nooit eerder hebben gesmeuld. In de sintels van de voorbije jaren. In de stille brand van hun trots.

Het zal niet heel lang meer duren of de jaren geven hen allengs op. Dat weten wij beiden.

Hoewel.

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 29 juli 2017

                                                               ...

 

Maar ondertussen zitten ze op een terrasje.
Kruisen de Grote Markt gevaarlijk
op hun al te hoge hakken.

Libellen die over het water wandelen.

Ze maken babyboomers wakker.
Aan de Baywatch van hun laatste oevers.
Nog éénmaal vurig verlangen.

Naar wat het leven hen ontzegde.

En kirren als gepensioneerde tortels.
Met acne op hun zinnen.
En reumatiek in hun avances.

O, God, laat mij nog even smeulen als een onkuise rakker.

 

PS.
Wat voorafging. Een Portugese vrouw in de vijftig laat een noodzakelijke operatie aan haar vagina uitvoeren. Dat gaat mis. Gevolg: alle lust verlaat de vrouw. Van amper 50. In de volte van haar bestaan.

Ze krijgt een financiële compensatie. Maar in beroep, door het falende ziekenhuis, wordt die teruggebracht. Argument van de rechtvaardige rechters (m/v): de vrouw had al twee kinderen en was al op middelbare leeftijd – waardoor seks dus ‘minder relevant en belangrijk’ was.
...
Seks is ook voor oudere vrouwen belangrijk, oordeelt Europees Mensenrechtenhof.’
Uit Si & la.

325023

 

27-07-17

ergens woont een meisje, ze is hartstikke blij

 
Charlotte Mutsaers en Louis Gauthier. ©Keke Keukelaar

Poëzie op muziek

Vooruit, 'echt' zingen kun je het misschien niet noemen. Mutsaers' ervaring als zangeres is bescheiden. Toen ze op het Stedelijk Gymnasium in Utrecht zat, zong ze in het schoolkoor - klassieke muziek, Händel en Buxtehude. Maar wie denkt dat het slechts een voordracht is met muziek eronder, heeft het mis. Het zijn volwaardige composities, fris en vaak funky, waarin de muziek de tekst van commentaar voorziet. Als gastmuzikanten strikte Gauthier grote namen als sopraan Claron McFadden en jazzsaxofonist Benjamin Herman.

'Als ik een gedicht lees, hoor ik er bijna altijd een melodie bij', zegt Gauthier, die zelf basgitaar, gitaar en toetsen speelt. 'Ik heb Charlotte gevraagd om haar poëzie zo voor te dragen dat het past bij wat ik in mijn hoofd had. Daar heb ik lagen aan toegevoegd. Het hielp dat ze in een eigen ritme praat en dat haar teksten heel beeldend zijn. Haar gedichten hebben iets absurds, maar ook een haast kinderlijke positiviteit, die heel uitnodigend is om muziek bij te maken.'

Mutsaers, die in 2010 de P.C. Hooftprijs kreeg voor haar proza, laat vanuit Frankrijk weten 'hartstikke blij' te zijn met het resultaat. 'Van die voordrachten met een stemmig muziekje tussendoor, dat trekt me helemaal niet. Maar dit is wat. Het was leuk om te doen, en Louis is een buitengewoon aardig iemand.'

De presentatie van Rikkelrak, dat op vinyl en cd verschijnt, én haar nieuwe roman zal plaatsvinden op 11 november in de Rode Hoed in Amsterdam, op een door Das Mag georganiseerd Literaturfest dat geheel in het teken staat van Mutsaers.

Uit de Volkskrant

                                                                                 ***

 

Ooit was God overal.
Charlotte Mutsaers slechts in Oostende
en Amsterdam. Maar ook in Frankrijk.

Waar God (en alleman) woont. Na zijn pensioen.


Om drie onroerende goederen
te onderhouden, moet je al eens wat moderniseren.
Charlotte und Das Mag.

Obladi - Oblada.


 

 

 

 

PS.
Toen ik vanochtend Rikkelrak aanklikte op youtube,
spetterde, kletterde, tetterde de poëzie
in mijn gezicht, alsof het al Nieuwjaar was. Obladi oblada.

Gelukkig kwam ik daar een oude bekende tegen. Om mijn ochtend en oren te redden.
Giuseppe di Stefano met een meisje uit het Westen.

  https://www.youtube.com/results?search_query=Rikkelrak

 

https://www.youtube.com/watch?v=U-xfaWF4mwY

 
 
www.youtube.com
Giuseppe di Stefano sings "Ch`ella mi creda" from La Fanciulla del West by Giacomo Puccini (1858-1924) Orchestra del Teatro alla Scala, Milano Antonino Votto ...

 

 

 324841

 

26-07-17

Dichters zijn net mensen

Dichters zijn net mensen. Behalve door enkele intimi raken ze na hun dood snel vergeten. Ze leven nog voort in hun woorden, maar die worden steeds minder gelezen. Wie leest Vondel nog? Hij is een park geworden. Dichters rekken hun leven nog wat in bloemlezingen. Die worden voornamelijk gelezen door andere dichters. Zo zoekt soort soort en houdt het soort zichzelf in stand.

In 1976 overleed, 88 jaar oud, de dichter A. Roland Holst. Dichter en journalist Max Nord schreef destijds over hem in Het Parool: 'Hij was vóór alles dichter, volledig dichter, ook in het gesprek, ook in zijn aristocratische houding. Tot het laatste een ongetemde dichter, levend in, met en voor dat dichterschap.

'Zijn jeugd, zijn liefdes, zijn ouderdom heeft hij met ongebroken en niet te breken vitaliteit in dat dichterschap beleefd en bezongen.'

Bij Van Oorschot verscheen in 1976 Roland Holsts bundel Voorlopig. Hieruit het gedicht 'Aan het kozijn':

't Was nacht, hij lag te wachten op de dood.

De maan was onder, hij keek naar de sterren.

Hij lag aan het kozijn languit en bloot,

hij lag alleen, hij lag langzaam te sterven.

hij voelde zich bevrijd en niet meer oud.

Etcetera...

 

'Dichters zijn net mensen. Na hun dood raken ze snel vergeten.'
Remco Campert 8 april 2017 - Uit 'De Volkskrant'.

                                              ***

 


Er bestaan ook mensen die net geen dichter zijn.
Velen van hen raken vergeten
nog voor ze door de dood bezocht worden.

Geen ansichtkaart, geen tulpen op de keukentafel.

En koffie geurt zoals eenzaamheid kan ruiken.
Alleen gelaten. In de keuken.
Je merkt het aan hun kleren.

Als ze nog eens op straat durven te komen.

Je ziet het in hun ogen.
Hun handen zijn bang geworden.
En hun gedachten sjofel.

Ze wachten. Op wat nooit zal komen. Tenzij de dood die hen niet vergeet.



PS.
Somber? Neen. Ik laat me graag op gang brengen door een ander.
En Remco Campert voelt zich goed in zijn somberte.
Dat is genieten voor hem. En natuurlijk een spel waarvan hij vrolijk wordt.


324776

23-07-17

En niemand raakt je aan

 

 

En niemand raakt je aan.



En toen dacht ik: dit is de definitie.
Van eenzaamheid.
Geen hand of herinnering.

Huid zonder belang.
Bekleed met gemis.
En verlangen.

En niemand raakt ze aan.

Geen ogen
die je volgen naar de keuken.
Geen streling
door je haar.

Geen warme adem
over je schouder.
Geen traan
over je losgelaten.

Want niemand raakt je aan. Ook niet in Ispahan.

 

 

 

PS.
Op 27 november, 2016 11:20, schreef ik dit naar Marius.
Mijn dode dichter.
Vijf jaar al is hij heengegaan.

Hij de man die om zijn woorden geliefd werd.
Door een boeketje dames.
In hoeveel hoofden leeft er nog een geur van herinnering.

Nu en dan.

 ...

 

Ik mis je.
Is huid en herinnering.

Eenzaamheid die schuilt
in woorden.

Over tijd en afstand heen.
Voelbaar verlangen.

Tastbaar gemis.

 

 

Was het maar mogelijk om vakantie van jezelf te nemen

Met vakantie gaan betekent dat je voor een korte periode afstand doet van de dagelijkse beslommeringen, dacht Manuel Verdam. De bedoeling is dat je geheel bevrijd met nieuwe ogen naar de wereld kijkt en dat het liefst in een ander land. In een ander land is alles fris en onbekend. Tegen de tijd dat je je dat eigen hebt gemaakt is de vakantie voorbij. Je keert terug naar de verplichtingen in je eigen land.

Het vreemde is, dacht hij, dat de achter je liggende vakantie nu een droom lijkt, een luchtbel uiteengespat in het zwerk. En dat geldt waarschijnlijk voor alle dagen die achter mij liggen. Waarom zeg ik 'waarschijnlijk'? Omdat ik altijd aan alles twijfel. Twijfel is vruchtbaar. Oplossingen worden gevonden. Later blijken die maar tijdelijk te zijn, net als de vakantie.

Manuel herinnert zich vakantie, meestal in Frankrijk. Echt vakantie was het nooit, want je nam jezelf altijd mee. Was het maar mogelijk om vakantie van jezelf te nemen. Het verdriet over zaken die geen keer meer nemen, draag je met je mee. Maar ook momenten van geluk. Geluk is een woord waar moeilijk de vinger is op te leggen. Het ontwijkt die vinger, wil zichzelf bewaren. Geluk duurt een seconde lang, vervaagt dan, zoals alles in het leven.

Van Frankrijk herinnert hij zich de steden, maar vooral de rivieren, heuvels en dalen. De kleine marktjes waar hij voorwerpen kocht die nu bij hem thuis staan en hem terugbrengen in dat vakantieland. Hij ziet te veel, als hij aan Frankrijk denkt. Kon hij het maar terugbrengen tot één ding, bijvoorbeeld een paardenbloem waarvan hij de pluisjes naar de lucht blaast.

Je kunt ook niet met vakantie gaan. Manuel deed het. Hij werkte door tot hij ermee ophield. Hij hield ermee op omdat de anderen met wie hij samenwerkte wel met vakantie waren. Hij zat thuis en staarde voor zich uit. Hoe moest hij de dagen vullen? De dagen waren leeg, zonder verschiet. Hij kon net zo goed niet meer leven. Het leven, dacht hij, is vakantie van de dood.

 
Remco Campert
 
 
 
 
 
 
 
 

20-07-17

Bijna

 Bijna

Somberman heeft last van de warmte. Hij zweet als een os. Maar er zijn natuurlijk ergere dingen. Somberman zou Somberman niet zijn als hij daar niet naar op zoek zou gaan.

Hij herinnert zich een keer dat hij bijna verdronk in zee. Maar zo erg was het niet. 'Bijna' betekent dat hij niet verdronk en veilig op het strand aankwam. Dat had dus beter gekund.

Ook was hij een keer door niet uitkijken bij het oversteken van de straat bijna onder een auto gekomen. Maar bijna is niet half en een koe is geen kalf en hij leefde nog altijd.

Als hij er goed over nadacht, waren en veel bijna's in zijn leven. Bijna van de trap gevallen, bijna door een Roemeense zakkenroller beroofd.

Allemaal gemiste kansen.

Het maakt hem gelukkig ongelukkig.

 

07:53 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

19-07-17

Leer mij

 
 
 
Leer mij de zee zien
als ik luister naar het briesje
in de bomen
 
leer mij sterk te zijn
als ik de wereld lees
zodat ik hier weerloos kan achterblijven
 
leer mij reizen in de koelte van dit huis
als de ochtend
schaduw vangt uit het noorden
 
leer mij het zuiden te dromen
en als een zwaluw
over de hemel te schrijven
 
leer mij te verdwijnen. Om ooit terug te kunnen komen.
 
 
 
 
324112
 

18-07-17

Mijn schrijfpennen

 

 

Later was een ver land

 

Vakantie is voor mij een ontheemd woord.
Een vreemdeling.
Die ik ooit tegenkwam. Ergens.

Toen ik nog aan mijn pen likte.
En over mijn dag kraste.
Als een jongetje.

Knikkers in een gelapte broek.
En langzame weiden
als wiegende zeeën.

Die wij kenden
uit schoolboeken.
En tekenden.

Wolken en een zeilbootje
waarop wij lagen
te dromen. Van later.

Later was een ver land.

 

23-06-12

 

Mijn schrijfpennen

Omdat zij zich vreemd voelen
in kranten.
En op alle hoeken van de straten.

De stad die haar jeugd verloor.

Aan de verre vakantie.
Die jongeren verleidt.
Zoals vroeger de zonde. Ons.

Ginder wenkt het leven. En alles wat 'het hier' mist.

 

 

PS.
Mijn vingers zijn tijdelijk in schrijfverlof.
Ze haperen. Aan het wit.
En mijn schrale gedachten.

 

 

 

323999

16-07-17

Het burlen van de eenzaamheid

Het begint met eenzaamheid. Je moet veel alleen zijn. Als je door omstandigheden (werk, kinderen, gedwongen opname in een kliniek) niet alleen kunt zijn, zul je ’s nachts moeten schrijven, als iedereen slaapt, of ’s morgens heel vroeg, lang voordat iedereen wakker wordt.

Om een boek af te maken, ging ik naar Terschelling. Een eiland is een goede plaats voor zoiets. Je steekt een zee over, je bent onbereikbaar voor de tienduizend dingen.

Het huis steekt met zijn rug in een duin en kijkt uit over een kom met zeedennen, helmgras en abelen. Het is moeilijk om hier een ongelukkige schrijver te zijn. Mensen zie je niet maar hoor je wel. Vooral jongeren. Daar zijn er veel van op het eiland. Hun geslachtsklieren spelen op. Ze burlen.

Ik heb nog vier dagen voor de grote vakantie begint, vier dagen voor ik zes weken tot stilstand gedwongen ben omdat mijn dochters Vier-op-een-Rij willen spelen en opheldering eisen over waarom de aarde rond de zon draait en niet andersom.

Het boek is eigenlijk al klaar, maar om zeker te zijn van mijn zaak zet ik het manuscript naast me neer en typ het woord voor woord over, als een kopiist die stiekem verbeteringen aanbrengt. Eén voor één neem ik elk van de zeventigduizend woorden nog eenmaal onder de loep. Pas in het overschrijven doorgrond ik de intuïties en verborgen drijfveren van het verhaal, pas nu heeft het kans om van een middelmatige een goede roman te worden.

Ik ben ervan overtuigd dat iedere schrijver diep van binnen weet dat hij eigenlijk een slechte schrijver is. Een goede schrijver is alleen hij die onverbiddelijk is voor de slechte schrijver in zichzelf, en hem meedogenloos onderdrukt.

Vier dagen zonder gebeurtenissen, of het moet het winterkoninkje zijn dat op een avond met een doffe klap tegen het raam vliegt. Het siddert op de tegels, ik pak het op en houd het in de kom van mijn hand. Het sidderen stopt, de kraaloogjes gaan dicht. Niet doodgaan, zeg ik, niet doodgaan, en dat kleine leven in de kom van mijn hand lijkt plotseling, in een aanval van magisch denken, samen te hangen met het welslagen van de roman die nu op een haar na klaar is… 

En ik blaas warme adem op het vogeltje, dat na een tijdje zijn ogen opent alsof het alleen maar even sliep en dan wegvliegt, zodat het nu vast goed komt allemaal, en ik de zee weer kan oversteken met een nieuw boek in mijn tas.

Stukje uit AD - Tommy Wieringa

 

Het begint met de ochtend.
Ik ben alleen.
Met
het dagelijkse ritueel: koffie en speculoos.


Ondertussen sijpelt samen met de koffie

het nieuws binnen.
De radio verbreekt de stilte. Even.


Dan wachten de woorden.

Zij op mij.

Ik op hen.
Zonder verba en scripta kan ik niet.

Zonder ben ik doof en blind.

Tast ik in het duister van de dag.
Zinnen zijn zuurstof.
Voor gedachten en vingers.

Ze burlen.


 

PS.
Sedert enkele weken heb ik een proefabonnement op HLN.(1 Euro).
Ik heb moeite om de naam van de krant voluit te tikken.
Gans mijn leven al heb ik een lichte aversie voor deze gazet.
Die ik nooit als een (volwaardig) dagblad gezien heb.

Maar, toegegeven, digitaal is het een interessante formule.
Ik kan nu in 6 (!) kranten mijn topics lezen.
Literatuur. Poëzie. Torfs. Etcetera.
Je moet schipperen in het leven.


323822

 

15-07-17

eenzaam geboren

 

Onvervreemdbaar

 

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.

Zij waren het van kind af aan.

Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan;
de enigen die ons nooit verstoten.

Ida Gerhardt

Uit "verzamelde gedichten" -  Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1980

 

 

 

Lezen. Jawel, zo is het allemaal begonnen.
Maar driftiger nog
werd het verlangen om te schrijven.

Misschien wilde ik wel worden wie zij waren.

Vissers van lezers.
Een beetje God.
Ik had nog roeping ook. And Jesus was a sailor.

En schrijvers kunnen over het witte water wandelen.

 

PS.
Old Shatterhand en Winnetou waren, voor zover ik me herinner, mijn eerste helden.
Alle moderne prullaria moesten nog uitgevonden worden, behalve het boek.
En de Vlaamsche Filmkes. Zij waren 'het internet' voor de saaie zondag.

Meisjes bestonden nog niet. Het waren buitenaardse wezens.
Pas toen ik baard kreeg in de keel, besefte ik, hoezeer ik mij vergist had.
Maar ze bleven onaantastbaar. En verboden.

Ze kwamen niet dichter bij, helaas, dan in zondige begeerte.
And you want to travel with her...
For she touched your mind with her perfect body...

 

 323725

 

14-07-17

une effaceuse

Ik schrijf je vanuit Ledbury, in de Midlands in Engeland. Het dorp is klein en tien dagen lang bezet door het poëziefestival waar ik enkele dagen te gast ben. Ik heb al mooie gesprekken gevoerd en jaloersmakende versregels gehoord, maar een dag heeft hier iets moedeloos voor mij.

Misschien omdat ik vier lezingen per dag bijwoon – ik zou ondertussen beter moeten weten. Misschien omdat ik tussendoor steeds dezelfde, de enige straat op en neer ga. Misschien zijn het de Engelse dametjes die de hele dag sandwiches voor me staan te smeren. Alles is hier zo huiselijk en vals vertrouwd dat ik geconfronteerd word met het verlangen om thuis te zijn.
...
Ik moet denken aan een anekdote over een lichtzedige Franse danseres die in het begin van de twintigste eeuw in een revue bij Montmartre stikte in de taart waar ze uit zou springen.

‘Comme un papillon de feu
sur la cache-sexe de l’effeuilleuse morte
étouffée dans sa pièce montée’,
schrijft de Franse dichter Yekta over haar. Meer vind ik van haar ironische dood niet terug.

Het Franse woord voor stripteasedanseres vind ik overigens bijzonder mooi: effeuilleuse. Alsof ze zichzelf uitpakt, blad voor blad. Cache-sexe is dan weer ongelukkiger, in de meeste gevallen bedekt een string maar weinig, nauwelijks een geslacht.

Ik glimlach naar mijn zoekmachine die me, terwijl ik deze vertalingen nakijk, waarschuwt dat mijn ‘zoekopdracht naar ongeschikte uitdrukkingen kan leiden’.

Heb jij wel eens een effeuilleuse bekeken? Ik één keer. Het was mechanischer dan ik het me had voorgesteld en met slagroom.

Liefs,

Charlotte
Stukje uit een brief van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck aan Arnon Grunberg 
Uit De Standaard der Letteren - 11 juli 2017

 

Hoe ze mij weggomt
uit de dagen
en mij vult met haar

tot er geen gemis meer over is

maar enkel verlangen overschiet
zoals een wit leeg blad
waarop geen plaats meer is

voor woorden.

 

PS.
Kan je mooier liefhebben en sterven dan in de Franse taal?
Ik kan verdrinken en stikken in de wellust van haar woorden.
Maar ook in haar overvloed aan betekenissen.


Neem nu: étouffant.

étouffant (bijv.naamw.) drukkend (bijv.naamw.) ; broeierig (bijv.naamw.) ; smal (bijv.naamw.) ; smalletjes (bijv.naamw.) ; muf (bijv.naamw.) ; bedompt (bijv.naamw.) ; benauwd (bijv.naamw.) ; nauw (bijv.naamw.) ; zwoel (bijv.naamw.)
étouffant benauwd ; zwoel



Tja, wat wil ze nu eigenlijk zeggen?
Daar sta je dan met je dictionnaire onder de Eiffeltoren.
En geen effeuilleuse in de buurt om je te helpen. En het woord uit te kleden.

 ...

 Effaceur, euse, adj.Qui efface. La main effaceuse du temps (Péladan, Vice supr.,1884, p. 188).Emploi subst. Personne qui efface. Un effaceur, une effaceuse. [efasœ:ʀ]. Pour [ε] ouvert à l'initiale, cf. effacer. 1reattest. xives. [ms.] qui les péchés ies effaicer e (Canticum Mariae, 18 ds Psautier d'Oxford, éd. F. Michel, p. 360); du rad. de effacer, suff. -eur2*. Fréq. abs. littér. : 1.


EFFEUILLEUR, EUSE, subst.
AGRIC. et VITIC., au masc. ou au fém. [En parlant de pers.] Celui ou celle qui effeuille (v. effeuiller) les plantes (arbres ou vigne). Les effeuilleuses, trimballées en jeep grise jusque dans les vignes (J. Fonjallaz, Le Chemin des vignes,Lutry, 1973, p. 92).

Au fém. seulement. Appareil mécanique servant à effeuiller les épis de maïs ou les tiges de houblon (d'apr. Boullanger, Malt., brass., 1934, p. 341). Effeuilleuses de maïs. Les effeuilleuses peuvent traiter de 2 000 à 8 000 épis de maïs à l'heure (Ballu, Mach. agric.,1933, p. 503).
Rem. Des dict. (Rob. Suppl. 1970, Dupré 1972, Lar. Lang. fr.) attestent l'emploi fam. du fém. effeuilleuse. Femme qui pratique le strip-tease. Synon. strip-teaseuse.
Prononc. et Orth. : [efœjœ:ʀ], fém. [-ø:z]. Pour [ε] ouvert, à l'initiale, cf. effeuiller. Étymol. et Hist. 1. Subst. masc. fin xives. effueilleur (Gloss. lat.-fr., B.N. 1. 13032, éd. M. Roques, lexiques, II, 154, 4493); 2. subst. fém. a) 1870 agric. « ouvrière qui effeuille les arbres » (Lar. 19e); b) 1933 (Ballu, supra); c) ca 1950 « strip-teaseuse » (d'apr. Rob. Suppl.). Dér. du rad. de effeuiller*; suff. -eur2*.

 323615

13-07-17

de geur van een herinnering

 



Alsof ze room is.
Boterzacht.

Met een melkwitte huid.

En ik ruik haar tastbaar.

De zon lonkt
naar haar hoge hakken.
Onder een frivool rokje.

En ik zie de hemel.


 

PS.
Kloppen.Een werkwoord fladdert m'n hoofd binnen.
Een libelle op het alphabet.
En kijk ik zie een zijdezachte vrouw.

Zomaar uit mijn woorden vallen.

dichter bij een nocturne

 

Nocturne

Naast je is het stil
Tussen haar wimpers glanst haar wakend oog
En lipleest ingespannen jouw profiel
Wat je almaar slapelozer met haar deelt
Stamt van wat de nacht ooit was
Het donker laat je niet meer toe als vroeger
Weet je nog
Maar jullie stemmen klinken hier te hard
De nacht ontwent waardoor het licht wordt als zij praat
Je ziet jezelf met haar als tweetal
Haast even eender oud als jullie kleren op de stoel
‘s morgens zal
de ruggen naar elkaar
bij het wankele stappen in een rok of broek
het zekere onderscheid weer blijken
gewenning lijkt steeds meer op schoon
zoals een dans slijt tot behoedzaam stappen
je hand pas bij het vallen naar de ander rijkt
gefluister schept zijn eigen duister
in de klinkers wordt het licht gedoofd
medeklinkers zijn als lippen
tastend naar een oor
waardoor het weer als toen lijkt
en de schaamte in de nacht verdwijnt

Paul Meeuws

                                                   ...

 

Het dagblad is een komkommer.
Bij de buren hoor ik de brievenbus
wakker worden.

Zelf heb ik geen zin in een komkommer.

Mijn zin verlangt
naar dichters. Uitgeslapen woorden.
En een dag om van te houden.

Nu het nog kan. De zomer kwistig is met koelte.

 

 

PS.
De krant is uitgeput. Het nieuws is met vakantie.
Oorlogen doven uit.
Want journalisten liggen op een strand.

Ik hoop dat ze lang ginder blijven.
Waar ze in vrede, verveeld het zand bevolken.
Straks als ze weer krant en beeld bereiken

groeit er nieuws. Ligt het zomaar voor het rapen.

 

https://www.vpro.nl/speel~WO_VPRO_9066937~dichterbij-paul...

 
www.vpro.nl
DichterBij Paul Meeuws 29 mei 2017 . Dichter Paul Meeuws draagt in DichterBij zijn gedicht ‘Nocturne' voor. Elke donderdag verheugt Paul Meeuws ...

 

323518

12-07-17

Alsof er niets is gebeurd

Al die mensen, in hun auto, nog niet afbetaald, maar dat kwam nog wel, hoe ze iedere dag langs Wassenaar moesten rijden, waar mensen woonden die nooit geld hoefden te lenen, en dan heel even het oogcontact met de tegenliggers, die uit Den Haag kwamen en dat ze dan dachten: zoals die ene man in die Ford Taunus, zo ga ik mijn haar ook dragen. Met een slag. En dan het thuiskomen. Trots zijn hoe je moeiteloos je auto tegen je huurhuis aan parkeert en daarna de avond, altijd de avond die voorafgaat aan weer een nieuwe dag, de volgende dag, een dag waarop vele auto's elkaar zullen passeren op de rijksweg Wassenaar-Den Haag.

Dat snapte ik opeens allemaal, door een gedicht van Cees Buddingh'. Dat gerommel van ons. Niets weten en dan maar heen weer gaan rijden tussen steden. Ik snapte, door een paar regels van Cees Buddingh', hoe dat leven van ons in elkaar zit. Het troostte mij enorm dat een volwassen man met een rond brilletje op zijn neus, als Don Quichot, met slechts een paar geschreven regels als wapen, vol mededogen aanviel op de ijzeren regelmaat, de eindeloze verveling.

Thuis, op mijn kamertje, las ik zijn gedichten. Daarna wist ik waarom een winterpeen lelijk is, waarom lege kooitjes de mooiste kooitjes zijn, waarom elastiekjes en schaartjes op elkaar kunnen lijken en waarom minigolf een uitstekende training is voor een dichter.

Een van de gedichten ben ik mijn hele leven blijven herlezen. Het heet Luchtverkeer. Tijdens een voetbalwedstrijd zweeft opeens een enorme zeppelin boven het veld. Alles komt tot stilstand. De jongens voetballen niet, maar kijken naar boven. Cees Buddingh' schrijft over de stilte die dan valt. En hoe daarna alles weer doorgaat. Alsof er niets is gebeurd.
...
Uit: Cees Buddingh' heeft mijn leven gered .  Als 17-jarige werd ik gered door een schrijver, die precies dichtte zoals het was. Nico Dijkshoorn

                                                   ...


Gered worden door een dichter.
Het lijkt me spannend.
Maar eerst moet je een drenkeling worden.

Ondergedompeld in hun oeverloze verzen.

Hier hangen de dagen
aan mekaar.
Als regendruppels aan een wasdraad.

Ze wachten tot ze vallen. Alsof er niets is gebeurd.

 

 

PS.
Het gebeurt altijd ergens anders.
Nooit hier.
Geen dichter in de buurt. Klaar om mij te redden.

Ach, liever nog een vrouw van veertig op hoge hakken.
Straks als ik op de bank zit.
Er gebeurt nooit iets.

Misschien struikelt ze wel. En kan ik haar redden.


323423

 

11-07-17

eenzame kwaliteit - de kracht van adjectieven

De kracht van eenvoud. Het is een cliché, maar voor één keer past het perfect. Eenvoud is de sleutel tot het blijvende succes van Jeroen Meus – ook in de zomerversie van Dagelijkse kost.

Met Goed volk maakte de Leuvense tv-chef dankzij regisseur Kat Steppe eerder dit jaar onvergetelijke televisie van een eenzame kwaliteit. Onnadrukkelijk, bijna terloops kwam het leven in beeld – ongetrouwde broers in Frans-Vlaanderen, eenzaten op het ­eiland Foula, chassidische joden in Antwerpen, rekruten in het Vreemdelingenlegioen … Koken en samen eten waren alleen maar de aanleiding voor oprechte televisie. Van dat kaliber is het kwartiertje Dagelijkse zomerkost natuurlijk niet, maar het is met dezelfde eerlijkheid gemaakt.

Uit:   Postenpakker - Redacteur Letteren - De Standaard - 11 juli 2017

                                                                     ...

 

Alsof het mensen waren.
Zo beschrijft de journalist een tv-programma en zijn makers.
Vele doden zouden blij zijn
als deze kwaliteiten op hun gedachtenisprentje kwamen.

Wellicht is dat te hoog gegrepen.


 

PS.
Bij mensen denken wij aan schandalen en corruptie.
We worden er door overspoeld.
Terwijl we zo dankbaar zouden zijn met een malse regenbui.

PS.
Geert V. stapt versneld uit de politiek, nu bekend raakte dat hij de provincie Oost-Vlaanderen liet betalen voor overnachtingen in Bangkok.

Dure Thaise nachten, het schandaal te veel. (DS)

En ik die dacht dat Provincies overbodig waren en gingen afgeschaft worden.
Nu onderhouden ze ook Buitenlandse Betrekkingen blijkt het.
Naast de Federale Regeringen en de Deelregeringen.

Ondertussen zoeken ze in Hertoginnedal naar snijdende besparingen.
Met de kracht van eenzame eerlijkheid.


323323

10-07-17

het geslacht der engelen - in het echt

 

'Mag God nog.'

Dagenlang discussieerden we in hotel Martin's Patershof in Mechelen. We, dat zijn de Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur, de briljante jonge imam Khalid Benhaddou en ikzelf, dat alles onder leiding van Lisbeth Imbo, die vreemd genoeg even intelligent is als ze lijkt.
Thema: 'Mag God nog.' Zonder vraagteken, heb ik begrepen. Later dit jaar komen de gesprekken in een boek.

Paul Cliteur is atheïst, Khalid Benhaddou moslim, ikzelf katholiek. Lisbeth Imbo heeft grote religieuze belangstelling. Ze is een buitenbeentje in de wereld van de journalistiek, waar seculiere stedelingen met een plattelandsverleden waarover ze enige gêne vertonen ruimschoots in de meerderheid zijn.

Bijzonder fijn was dat het gesprek een gesprek was, geen debat. Niemand werd boos. Geen heilige verontwaardiging. Geen korte lontjes. Geen lange tenen. En toch ging het over religie en levensbeschouwing. Gevoelige onderwerpen.

Je moet maar eens een tweet versturen over God. Vlijmscherpe reacties gegarandeerd. "God? Wie een beetje nadenkt, weet dat die niet bestaat!" Soms word je ronduit van achterlijkheid beschuldigd. Vreemd, lieden die geweldig boos worden op iemand die er niet is. Misschien bestaat God minstens een beetje. Anders zouden mensen niet zo kwaad op hem zijn.

Het gesprek was een verademing. Je kunt van mening verschillen en toch naar anderen luisteren. En als je een mening hebt, zijn er naast verschillen doorgaans ook gelijkenissen. Het belang van levensbeschouwing, bijvoorbeeld. Dat bleek al uit de gesprekken zelf. Anders blijf je geen dagen bezig. Het samenspel tussen geloof en rede: daarover zijn karikaturale debatten, maar evenzeer subtiele gesprekken mogelijk.
...

Uit HLN - 8 juli 2017 - Rik Torfs

                                                         ...

 

Ooit waren er concilies waar men debatteerde
over het geslacht der Engelen.
Torfs was toen nog niet geboren.

Hij zou er korte metten mee gemaakt hebben.
Enerzijds, anderzijds. Of ze nu in het echt bestonden,
dàt zou hij zeker in het midden gelaten hebben.

Niet te veel naar links, liever iets naar rechts.

In het echt dus, dàt is wat anders dan in de echt.

Lidwoorden zijn belangrijk in het leven.
Zeker als het over geslachten gaat.

Ik heb het er moeilijk mee. Vooral in het Frans.
Waar ze wufter en eleganter klinken.
En ze me doen denken aan une Parisienne.

Die zijn vooral lekker in de Delhaize. Verder ben ik niet geraakt. In het echt.

In mijn goesting echter wel. Plus-que-parfait.
Veel heb ik in het echt gemist
in mijn geslachtelijk leven.

Zeker als ik mijn curriculum vitae vergelijk
met de hedendaagse jeugd.
Die gulzig haar goesting doet.

Geen tijd meer tussen verlangen en voldoening. In deze tijd.

Alles is instant klaar.
Om te gebruiken of mee te nemen.
A la carte et à volonté.

Het is niet makkelijk oud te worden in deze ongekende overvloed.
Oude mannen op een bank hebben nog hun dromen.
Jongeren zijn ze al verloren.

Hebben ze nog wat over voor later? Op die lege bank. Alleen.


                                                     ...
   jul.

Het mooie van een vervreemdende vergadering is dat ooit het bevrijdende moment aanbreekt waarop ze voorbij is.

 

PS.
En ik hoor Raymond zingen:

In m'n hoofd is alles heel eenvoudig

In m'n hoofd valt alles op z'n plaats
Geen verderf, geen loeiende reclame
Welkom, welkom, in m'n hoofd

 323212

10:20 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook

09-07-17

de balconette van een lege zomer

Maar elk jaar opnieuw dus is het zover. Al vanaf april, die wrede maand, begin ik allengs de zomer te vrezen. Terwijl anderen hun wandelschoenen, balconettes of all-in vouchers al klaarleggen.
...
Om maar te zeggen, de zomer is eigenlijk geen seizoen. Toch niet zoals de andere drie, waarin de tijd gewoon volgens afspraak zijn gang gaat. Van herfst naar lente. Van aster naar krokus. Van chrysant naar sering. Onder de stilte van de sneeuw, het snelle vallen van de avond. En vooral: de duidelijkheid van de tijd.

In de zomer kan ineens alles.

De tijd lijkt er even oeverloos als soms zelfs afwezig. Iedereen doet maar op. Nooit zijn we tegelijk sterfelijker en onsterfelijker dan in de zomer.

We kunnen er schaamteloos verdwijnen naar de meest schaamteloze plekken. In onze lelijkste lichamen. En hun bijbehorende microkini’s, joggings of bermuda’s.

Nooit zie ik ons vaker tegelijk feesten en vervallen. Gelijk jubelen en bederven. Gelijk schitteren en stinken.

En dat noemen we dan vakantie.

En gelijk hebben we. Vakantie stamt af van ‘vacant’ en vacant betekent leeg. En in de leegte kan dus alles.

In die leegte ontbinden wij.

Uit: Si & la - 8 juli 2017  | Bernard Dewulf - De Standaard

                                                                       ...

 

Jawel, vooral in de zomer lijk ik wel een wandelend
anachronisme.
Een bourgeois uit het Interbellum.

Ik lees het in hun ogen.

Een mengeling van mededogen en ingehouden weerzin.

Hoe durf ik hun grenzeloos land betreden.
Van wijd open hemd tot aan de behaarde borst
en de nonchalance van hun blanke benen. In een korte broek gestoken.

Ik, uitgedost als de voltooid verleden tijd. Een feeërieke clown.

Die de dresscode weigert te respecteren.
Op de publieke plekken,
overgoten met zon. En hedendaagse hitte.

Een verwaande uitzondering. Zonderling.


 

PS.
Zelfs nu de ochtend de markt nog koel houdt,
zomert het volop. Tussen de prêt-à-porter.
In alle maten en gewichten.

O, God, geef mij één balconette om mij op neer te leggen.
En ik vergeef de lege zomer
zijn blote smaak en baldadige verkleding.

 

taalbarrière, tussen gedachte en woord...

 

 

Bas587dfd0fe5a1d9.30346112.jpg

 


Het treft mij reeds lang in deze tijd,

hoe de barrière van schroom en bezinning weggevallen is
tussen gedachte en weergave, mondeling of schriftelijk.
Vooral in de publieke ruimte van Facebook, straten en pleinen.


Commentaren en scheldwoorden worden getwitterd en gesnaterd,
alsof het 'een Nieuw Evangelie' is.
De Eerlijke Waarheid.
Terwijl niet alles wat gedacht en gevoeld wordt,
moet gezegd of geschreven worden.


Ach... le savoir-vivre,
de etiquette van woord en handeling

wordt niet langer gehinderd door enige consideratie...

 

 

PS.
Zouden het de jaren zijn, vraag ik me af.
Misschien plaatsen zij me wel aan de gerafelde rand
van 'de Maatschappij'.

Die al begint bij de tekenfilmpjes.
Met briesend lawaai en achteloos geweld.
Alsof dat allemaal normaal is.

Zachtjesaan word ik een zeurpiet.
Die op z'n postmoderne 76 niet meer verlangt
naar een sprong uit een vliegtuig. Of een striptease-bar.

Vroeger trouwens ook niet. Ik ben werkelijk niet (meer) van deze tijd.


323083

07-07-17

het geloof in achteraf

 

'Mijn liefde voor haar begon als een geloof.

Ze was er op een dag, daarna volgden


bedremmeld de redenen:

haar licht loensende ogen, hoe ze sprak

'Nee, 's middags zwem ik in de Noordzee.'

Hoe in dat water haar armen nauwelijks

bewogen. Eenvoudig. Achteraf is alles

altijd eenvoudig.


Dit gedicht staat in de Verzamelde gedichten van Wim Brands (Van Oorschot, 2017).
Brands had een televisieprogramma dat VPRO Boeken heet(te).
De dichter stapte uit het leven.
Op 4 april 2016.

                                                       ...

 

En toen ik oud geworden was,

begon ik aan een verse droom:

later als ik dichter ben.
Maar waren het de woorden die niet wilden
of was het wit onwillig

nooit kon ik een zin herkauwen
zoals de dichter
die een koe was.
En Gerrit Achterberg heette.





 

PS.
Jarenlang, op zondag, keek ik naar VPRO Boeken.
Daar zat dan Wim.
Een beetje stuntelig, vond ik. Aarzelend en haperend.

Maar ik was tevreden, want het was een boekenprogramma. Dus wat saai.
Hoewel, het anders kan.
Dat bewezen Bernard Pivot en François Busnel.
 

https://www.vpro.nl/profielen/profielen-overzicht/im-wim-...

 
www.vpro.nl
Op 4 april 2016 overleed Wim Brands. Op deze pagina herdenken we hem, kijken we naar zijn werk en lezen we zijn gedichten.

 




20:45 Gepost in Dagboek | Tags: wim brands | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

dame met hoed

©  rts - De Standaard

 

 

Wat als daken paddenstoelen waren, dacht ik.
Plukken, antwoordden mijn vingers.
Maar mijn ogenblikken kleefden al aan de dame met de hoed.

Dames met een hoed
stappen niet ongemerkt door het leven.
Vooral niet als die flamboyant is.

De keuze verraadt mij
hun durf. Om uit te stijgen boven het maaiveld.
De onbenullige en lacherige opmerkingen.Van de hopelozen.

Versluierde jaloezie.
Van verzuurde voetnoten.
Zij die zich verstoppen in de modieuze massa.

Gedicteerd en gekleed door Jani. De Keizer zonder Kleren.
 



PS.
Ergens in een tv-programma moet er een Jani leven.
Ik zag en hoorde hem ooit.
Gelukkig lag mijn zapper in aanslag.

Onlangs zag ik hem meer dan levensgroot in mijn Stad hangen.
Het was of er een wolk voor de zon schoof.
Mijn Stad had plots minder mooie benen.

Op de foto (boven), vind ik, vallen de witte plastieken stoelen en tafels
een beetje uit de toon.
Bij de beplanting denk ik aan mezelf. En mijn gebrek. Aan groene vingers.

Maar de dame leest. En dat primeert. Zou ze ook hoge hakken dragen?


322880

06-07-17

met of zonder handen

Met de hand

Zo dus. Ik ben in Spanje. Iets ten noorden van het uiterste zuiden. Het is drie uur, het dorp dut. De siësta is hier nog niet van vroeger. Ik heb de lommerte in de hitte gezocht, onder de boom met de groene appelsienen. Ik hoor mussen, krekels, tsjilpen, tsjirpen, er springt een curieus kwikstaartje langs.

Het zuiden dus.

Ik ben hier ter ontspanning. Daarvoor komen noorderlingen hier. Zon helpt ons daartoe, afstand nog meer. Je dagen los je makkelijker als je ze niet ziet.

Ik heb mijn computer niet mee. Ik moet dit met de hand schrijven. Dat doe ik bijna nooit meer, alleen een lijstje af en toe. Volzinnen tik ik alleen nog. Dat laat zich voelen, ik ben dit verleerd. Tjilpen, tsjirpen, ik kreeg het niet geschreven in één beweging. Lommerte wel.

Maar dat is motoriek, dat train ik hier wel bij. Zorgwekkender is dat ook denken me nog moeilijk lukt met de hand. Het gaat te traag. Ik wil woorden alweer wissen, terwijl ik ze nog aan het schrijven ben. Op papier moet je je zinnen eerst bedenken, voor je ze opschrijft. Ik doe het andersom. Alsof ik maar kan verzinnen wat ik mezelf zie tikken. Mijn gedachten moet ik betrappen, en dan weer kunnen wissen. Dat is een voorwaarde. Wissen is helemaal van deze tijd.

Ik word in het zwembad geroepen. Want ik ben hier ter ontspanning.

Wouter Deprez - De Standaard - 3 juli 2017

 
                                                     ...

Zo dus. Ik ben nog altijd in België.
Iets ten noorden van het Franstalige zuiden.
Ik zat zopas in de lommerte van de hoge bomen.

Aan het water. Waar de meeuwen van de zee droomden.

Traag peddelde een schildpad
naar de oever.
Vermits mijn laptop niet met vakantie wil,

is hij zo vriendelijk mij zijn toetsen te lenen.

Hier dus. Achter de gesloten gordijnen.
Terwijl de mussen niet tsilpen wegens te Spaans heet.
Straks sjirpen de krekels misschien wel een serenade.

Voor de zwijgende avond.

Terwijl honderden kraaien vechten
voor een plek in de bomen. De gierzwaluwen over de vijver
en de boomvalken langs de kruinen scheren.

De kikkers zingen ondertussen voor een afwezige prinses.

Dit moet Vlaanderen zijn. Le plat pays qui est le mien.
Zouden er nog postkoetsen rijden
of postduiven de hemel doorklieven, vraag ik me af.

Hoe vindt anders de column van Wouter zijn weg naar De Standaard?






PS.
"Ik ben hier ter ontspanning. Daarvoor komen noorderlingen hier. Zon helpt ons daartoe, afstand nog meer. Je dagen los je makkelijker als je ze niet ziet. W.D."

Misschien weet de linkerhand van Wouter niet wat zijn rechter doet, dacht ik.
Bij het lezen van z'n column. Ondanks de zon en de afstand laat zijn pen hem niet los.
Misschien schrijft hij wel blindelings. Met z'n ogen dicht.
                                        ...

Wanneer gij dus gaven van barmhartigheid gaat schenken,+ trompet het dan niet voor u uit,+ zoals de huichelaars doen in de synagogen en op de straten, opdat zij door de mensen verheerlijkt mogen worden. Voorwaar, ik zeg U: Zij hebben hun beloning reeds ten volle.  Maar gij, wanneer gij gaven van barmhartigheid schenkt, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet,  opdat uw gaven van barmhartigheid in het verborgene mogen zijn; dan zal uw Vader, die in het verborgene toeziet, het u vergelden.
Matthëus 6:2-4

322808

05-07-17

wachten zonder lippen

Maar hoe verder je in het verhaal komt, des te tragischer wordt de arme Diego, die door al dat wachten de grip op zijn leven, maar ook op de werkelijkheid, verliest. Wanneer Zama weer eens geil maar vooral eenzaam in bed ligt, denkt hij: 'Hier was ik zonder lippen voor mijn lippen.'

Van een satire verandert Zama gaandeweg in een drama. Net zoals de vis in het fragment hiernaast, bevindt Zama zich in een wereld die hem niet moet. Zama houdt lijdzaam vol, al is het op een zeker punt totaal onduidelijk waar hij het nog voor doet. Dat Di Benedetto de roman opdroeg aan 'de slachtoffers van het wachten', doet de lezer zich dan ook afvragen waarom we onszelf eigenlijk in leven houden.

Tegen het einde heeft de arme Diego een moment van helderheid: 'Ik vroeg me af, niet waarom ik leefde, maar waarom ik geleefd had. Ik veronderstelde dat de reden het wachten was en ik wilde weten of ik nog iets verwachtte. Het leek me van wel. Een mens verwacht altijd meer.'

En daarom trekken we straks weer van luchthaven naar luchthaven. Om te oefenen in wachten, en dus in leven.

Uit: DICHTER bij Ellen - Antonio di Benedetto, Zama, Lebowski, 2017
De Morgen - 5 juli 2017

                                 .....



Soms spreken ze als vlinders

die over bloemen fladderen
vrij en veranderlijk

dan weer zwijgen ze
zoals een zomeravond die valt
over een mens verlaten door God

maar dichtbij wachten ze
geduldig als kersen
rijp om geplukt te worden.


 

PS.
Met het rouge van kersen lokken lippen onze zoenen.
Zuchten ze en zoeken ze.
Naar hun zachte ridders. Om te oefenen.

Il faut embrasser beaucoup de grenouilles avant de trouver son prince charmant.


322717

04-07-17

Verloren tijd

Het ritueel

‘Ik heb maar één voorwaarde om te kunnen schrijven en lezen, en dat is dat het stil is, dat er niets is wat zich tussen mij en het boek kan wurmen. Een tweede voorwaarde is iets om op te zitten of te liggen. Rechtstaand lezen is minder plezierig, omdat je je dan veel bewuster wordt van je lichaam. Het is de bedoeling je lichaam, je persoonlijkheid en de hele buitenwereld volledig uit te schakelen.’

Schrijvers lezen schrijvers - De een leest om zichzelf te vergeten, de ander om meer te weten.
In deze zomerrubriek peilt Joost Joossen in woord en beeld naar de leesrituelen van schrijvers.
Deze week: Christophe Vekeman . - Uit De Standaard der Letteren - 30 juni 2017

                                                                            ...


Kranten hebben voor mij slechts reden van bestaan in hun onderling verschil.
Hun Nieuws is enkel een herhaling van wat de Radio al lang wist.
En van beelden die de TV uitvoerig toonde de dag voordien.


Trouwens, ik word ziek van al dat Nieuws.

Daarom ga ik op zoek naar het literaire woord.
Het nutteloze van Schoonheid.
En de Troost van verbeelding.

Even uit je dag en je leven treden. 

Misschien zelfs om te vergeten.
Wie je bent.
Of nooit was.

In een column kan dat allemaal reïncarneren.

 

 

PS.
De slaptitude van het woord. In de zomer.
Alsof tijdens de vakantie en de hitte, het alphabet ingeslapen is.
Ingedommeld. Als Doornroosje.

De schoonheid ligt op het strand. Te vervellen. Zich te vervelen.
De zee als toeschouwster.
Van zoveel verloren tijd.

Misschien is de verloren tijd wel de mooiste.

 

322611

01-07-17

de gevaren van een vakantie

Hierna de vakantie-correspondentie tussen een twijfelende toeriste en een hardnekkige huismus.

 

Van:
Verzonden: vrijdag 30 juni 2017 21:41
Aan: ...
Onderwerp: Fwd: Mijn wederkerend dilemma in de Boulangerie des Palmiers (La Croix-Valmer)
 
Verstuurd vanaf mijn iPad
 
Van:
Datum: 29 juni 2017 10:42:19 CEST
Aan:
Onderwerp: Mijn wederkerend dilemma in de Boulangerie des Palmiers (La Croix-Valmer)
Hoe kies ik binnen de 10 sec, nee zeg, binnen de 5 sec het lekkerste extraatje bij onze dagelijkse baguette?
Ik ontwijk behendig de ogen van het trippelende hulpje  en de naar efficiëntie dwingende stemmen van de oudere dames.
"Madame, vous avez dėjà (enfin) choisi?" Ik kijk vlug rond, niemand meer om te laten voorgaan. Euh, dan maar weer chronologisch kiezen: koekje naast de pain au chocolat van gisteren.
Na het betalen mischien al iets uitkiezen voor morgen... want mijn prille 'luie vakantiegevoel' heeft nog alle begrip voor de verdienste(n) van een wakkere bakker .
 
                                   ***
 
 

Verzonden: zaterdag 1 juli 2017 10:27
Aan:
Onderwerp: en dan wacht jou nog de Gordiaanse knoop en het Salomonsoordeel, wat een Tantaluskwelling! ...Re: Mijn wederkerend dilemma in de Boulangerie des Palmiers (La Croix-Valmer)
 

Ma chère cousine,

met leedwezen las ik jouw hartverscheurend dilemma. Voorwaar, voorwaar... ik zeg je:
de gevaren van vakantie zijn niet te onderschatten.
Thuisblijvers gaan daar veel te licht overheen.

Terwijl zij met een zee van tijd in een lege Delhaize hun Parisienne staan te begluren.
Van zachtgeel naar getaand knapperig bruin,
wordt er door zo'n Frans Sujet een aanslag gepleegd  op ta paresse vitale.
Om comme un train à grande vitesse uwen zuurverdiende koffiekoek te kiezen.

Ach, de ansichtkaarten schilderen slechts leugens op ons verlangen.
Heureux comme Dieu en France.
Terwijl wij allemaal toch weten hoe God als laatste het licht uitdeed in zijn godverlaten Boutique.
En zeggen dat het wufte  Paris ooit Ville-Lumière was.

Neen, dear S,

ik besef maar al te best wat een luxe het is om te mogen resideren in deze modale maison.
In volle luiheid. Sans gêne. Tussen de muren en de binnenlandse grenzen.
Terwijl u, des avonds als de weemoed komt die niemand kan verklaren,
reeds gepreoccupeerd bent met ton petit déjeuner. Na de nachtelijke muggenbeten.


Laat mij u een spoedige en veilige thuiskomst wensen.
There is no place like home.
Ondertussen, dankzij de malse regen, staat uw gras groener dan aan de overkant!



G

jouw roerloze reiziger en kozijn.

Tot binnenkort. Vermits het asperge-seizoen passé is, sta ik voor een dilemma.
Mosselen of  tagliatelle met noorse zalm.
Een vleugje van hier of een kruising van het noorden en zuiden...