07-04-17

de drift

Lieve Charlotte,

Je schrijft dat je in wat middelmatigheid vervalt en daarom liever breit dan schrijft. Bijna zou ik antwoorden dat het nu mijn beurt is om mij zorgen te maken. Maar breien is ook eerbiedwaardig.

Wim Brands, dichter en journalist, vertelde mij lang geleden dat hij Hugo Claus had geïnterviewd.
Claus schijnt gezegd te hebben: ‘Hoe meer je schrijft hoe groter de kans dat er goeds bij zit.’ Brands vond dat een sympathieke uitspraak, want gespeend van dat typisch Nederlandse calvinisme.

Ik denk ook dat veel schrijven goed is, omdat de dood ons op de hielen zit. Maar ook omdat schrijven tot schrijven leidt. Iedereen kan leren schrijven, maar de drift kun je niet leren. Ja, de drift, volgens mij is dat het woord. Schrijf alleen over wat jij urgent vindt, dan verdwijnt de middelmatigheid vanzelf.

Je vraagt wat mij aantrekt in geheimen. Het eerste antwoord dat mij te binnen schiet luidt dat zonder het vermoeden van geheimen er geen romankunst zou zijn. Verder lijken mij mensen wandelende geheimen. Wij hebben allemaal dubbellevens en als ik jouw geheimen niet wens te kennen, ben ik niet wezenlijk in jou geïnteresseerd. De waarheid zou best eens kunnen zijn dat jij geen geheimen hebt, dat wat ik aanzie voor jouw geheimen niets dan mijn eigen verbeeldingskracht is. Maar ook dat is literatuur.
...

Stukje uit een Brief van Arnon Grunberg
De Standaard der Letteren - vrijdag 7 april 2017



    Liefste lezer-es,

het enige wat mij drijft is de drift, vrees ik.

En niet alleen om te schrijven.
Des avonds als de weemoed komt die zelfs Elsschot niet kan verklaren,
sluipt hij nader. Tot onder mijn huid en gedachten.

Er rest mij dan slechts wat vel om de drift te verbergen.

Zoals welvoeglijke woorden. Aan de rand van de dag.
En de avond die geduldig wacht.
Als een open graf. Dat weet dat de dode zal komen.

Zo ook de drift.

Die van het schrijven.
Of van mijn masculiene hormonen,
mijn teder testosteron.

Misschien is het wel een opstoot van levensdrift.

Op drift geslagen.
Bij het horen van de oorlog.
Ginder ver nog, zoals het gerommel van de donder.

Die wij eerst horen. Vooraleer we de inslagen zien.Hier.

Ondertussen hamster ik geheimen.
Voor later.
Als het weer vrede is.

En ze uit de schuilkelder mogen.


Intussen groet ik u beheerst en discreet,



jouw pennenlikkende smokkelaar




 

 

PS.

De commentaren zijn gesloten.