26-03-17

twee is niet gelijk aan één

 

Het is allemaal de schuld van Plato. Door hem denken we al eeuwen dat we in ons eentje niet compleet zijn en zoeken we ons suf naar onze wederhelft. Die vinden we meestal niet, zodat we ons behelpen met tweederangsspul dat in het gebruik heel andere dingen doet dan je van je wederhelft zou verwachten, waarna we het inruilen voor nieuw materiaal en zich exact hetzelfde patroon ontvouwt.
Bedankt, Plato.

Plato's beroemde verhaal over de liefde staat in het Symposium. Daarin legt komedieschrijver Aristofanes tijdens een diner uit waarom de macht van de liefde zo groot is. Aristofanes vertelt zijn gehoor dat er vroeger bij de mensen drie seksen bestonden. Je had de mannelijke sekse, de vrouwelijke en een combinatie van die twee. Van ieder mens was de vorm helemaal rond, met rug en zijden in een cirkel, vier armen, vier benen, twee gezichten en één schedel. De mannelijke sekse stamde af van de zon, de vrouwelijke van de aarde en de mengvorm van de maan.

'Nu waren die mensen enorm sterk en energiek', zegt Aristofanes, 'en bovendien hadden ze een groot zelfbewustzijn. Zo namen ze het op tegen de goden.' Zeus besloot daarom de mensen allemaal doormidden te snijden, zodat ze verzwakt werden. Maar elke helft verlangt nog altijd wanhopig naar de andere. 'Ze zoeken elkaar op, slaan de armen om elkaar heen en grijpen elkaar beet in hun verlangen tot een eenheid te groeien.'
Aristofanes: 'Zo lang geleden is dus in de mensen de liefde voor elkaar ontstaan. Die liefde brengt hen in hun oorspronkelijke gedaante bijeen en probeert van twee één te maken om zo de menselijke natuur te genezen. Ieder van ons is dus als het ware een ontbrekende helft, omdat de mens is doorgesneden als een schol. En ieder is dus altijd op zoek naar de helft die bij hem past.'

Uit: Zomer van de Liefde - 

                                                                ...

 

Zelfs in de winter, herfst of lente, duurt de zoektocht verder.
Naar die ontbrekende wederhelft. Een Passieverhaal.
Dat leidt naar de dood. Zonder Verrijzenis.

Een Verbond van sleur en versleten ritueel.

Het is de druppel regen
die verlangt naar de rivier.
Tot hij in het water valt. En dan zichzelf verliest.

Als het ware een ongewilde suïcide.

In de liedjes, de bundels
en de boeken,
schrijvers en zangers, allemaal vertellen ze over hetzelfde verlangen.

En toch zouden we beter moeten weten.

Laten we geen regendruppel wezen
maar klaprozen.
Wiegend tegen dezelfde berm.

Dichterbij komen met een briesje.
Maar terug wijken. Om weer te kunnen naderen.
Alleen onze wortels kunnen naar elkaar zoeken.

Zich desnoods ongezien verstrengelen.

Maar laten we authentiek en souverein blijven.
Zonder in mekaar te verdwijnen.
Want dan bestaan we niet meer.

Laat enkel de hunkering ons verbinden. Die onsterfelijke trilling van de ziel.

 

 

PS.
Smokkel je de grenzen over. Camoufleer je als Cupido.
Een flierefluiter met een lier.
Die lispelt over de lenige liefde.

Graaf je in. In haar gemis.
En vul het met leegte.
Zodat er ruimte is. Voor verlangen.

Leg de verte open. Een horizon aan de overkant.
Waar het gras groener is. Dan elders.
En beloof haar een lege plek.

Om te blijven. Te komen en te gaan.

 

 

Post een commentaar