05-03-17

Schoonheid

 

Schoonheid

 

Hoe ouder ik raak, hoe meer conflicten ik meemaak,
hoe tijdelijker mijn tijd wordt, hoe brandender de haarden worden,
hoe hopelozer de tegenstellingen,
hoe uitzichtlozer de verzoeningen, hoe verlorener de zaken,
hoe vaker ik denk:
we zouden nu alle Tel Avivs, van Moskou over Tripoli tot Washington,
moeten beschieten met schoonheid.

Ik bedoel geen strooibrieven, pamfletten of slogans.
De eerste de beste wind neemt die zó mee.
Ik bedoel ook geen standpunten, geschilpunten of geloofspunten.
Ik bedoel gewoon schoonheid.

Eenvoudigweg schoonheid.


Uit "Si & la" - Bernard Dewulf  - De Standaard - 9 augustus 2014

 ***

 

Als we schoonheid ervaren, willen we die ervaring vasthouden. Dat is op zich geen nieuws. Kant sprak al over een doelmatigheid zonder doel: we streven iets na, maar wat we nastreven is eigenlijk het bestendigen van het moment (de beleving van de schoonheid hier en nu). Het is een doel dat steeds rond zichzelf cirkelt, als een stationair draaiende motor. Een van de meest pregnante uitdrukkingen van die doelloze doelmatigheid is het staren: wanneer we iets moois zien, willen we er eindeloos naar blijven staren. Scarry’s boek over het schone was dan ook deels een antwoord op de feministische kritiek op de schoonheid en de mannelijke blik. Volgens die opvatting herleidt het mannelijke opmerken van schoonheid de vrouw tot een object. Scarry aanvaardt dat argument niet. Het is absoluut waar, zegt ze, dat het zien van een mooie persoon ons doet staren. Maar dat is niet bij definitie een daad van geweld of agressie. Integendeel: het is het staren, en het zich daarin getroffen weten door de schoonheid van de ander, dat de aanzet kan zijn tot een zorgzame omgang met die ander. Ook staren, en blijven staren, is een poging tot bewaren, en dus verdubbelen, van het moment.

Een andere kritiek op de schoonheid argumenteert dat ze frivool is: het is simpelweg immoreel om zich op het schone te richten terwijl er ontzettend veel onrecht in de wereld is. Aandacht die aan het schone wordt geschonken, is aandacht die aan het onrecht wordt onttrokken. Maar ook dit argument veegt Scarry van tafel. Om te beginnen creëert het een paradox. Eerst werd er geargumenteerd dat kijken naar schoonheid objectiveert, wat slecht zou zijn. We mogen dus niet naar mooie mensen kijken (want dat reduceert mensen tot dingen). Maar nu plots wordt er geargumenteerd dat we te weinig naar mensen kijken. Blijkbaar mogen we enkel naar mensen kijken als ze in nood verkeren, niet als ze mooi zijn. We zouden onszelf dus het genot van het kijken naar mooie dingen moeten ontzeggen uit vrees om anders een morele misstap te begaan. Als morele norm lijkt dit weinig genereus: vinden we het werkelijk humaan en ethisch verantwoord om als universele norm op te leggen dat mensen zich moeten hoeden voor het schone? Wensen we niet veeleer alle mensen zoveel mogelijk schoonheid toe in hun leven?

Citaat uit:

Schoonheid en apocalyps. Elaine Scarry over schoonheid en rechtvaardigheid

 

 

 309068

Post een commentaar