28-02-17

De Sierlijkheid des levens

image.jpeg

 

Wij kregen nog les over 'Etiquette'. Een verwaarloosd vak vandaag.
Hoffelijkheid is méér dan een vak, natuurlijk, het is een attitude.

Ik weet best
dat het een milde vorm van hypocrisie is.
Maar ook een levenshouding van respect en voorkomendheid, zelfs mededogen.

Mijn vingers kenden het woord nog, motorisch slapend en toch meteen wakker.
In mijn geheugen was het echter ingedut en dus moest ik me even bevragen.
En zie,  wat een wereld leeft er in zo'n archaïsch woord: voorkomendheid.

Conferatur: ps.



Après vous, Madame, je vous en prie.
Galant en charmant.
Jawel, ik ben een ridder van de courtoisie.

Op de achterflap van het boekje, trof mij vooral het woord: "Sierlijkheid".
Ach, verder dan een zwaan, geraakt het niet meer dezer dagen.
Maar toevallig gisteren nog, geraakte het over mijn lippen.
Bij de tandarts.


De assistente schreef vriendelijk mijn volgende afspraak neer.
Ik volgde haar hand aan de overkant. En reageerde impulsief:
u heeft een mooi handschrift. Zij was verwonderd, zelfs verbaasd, leek me.

O, zegt ze, velen vinden het maar niks.
Ah, repliceer ik, ik zit aan de overkant, misschien ...

en ondertussen schuift zij het briefje door naar mij.
Ik lees het nu frontaal en dichtbij.

O, zeg ik, het blijft mooi. Zelfs sierlijk.

Zij glundert. En ik zie de tandarts in haar kabinet glimlachen.

Kijk,... , zo wordt de wereld van één mens plots mooier.
Want het mooiste moment is het compliment.
Dankzij Solo. (Reclame-slogan).





PS.
uit Wiki synoniemen:

welwillendheid (zn) : beleefdheid, benevolentie, clementie, faveur, goedertierenheid, goedheid, voorkomendheid, vriendelijkheid.
gedienstigheid (zn) : bereidwilligheid, dienstvaardigheid, hulpvaardigheid, inschikkelijkheid, voorkomendheid.

VOORKOMENDHEID - Encyclo

1) Beleefdheid 2) Dienst 3) Egards 4) Galanterie 5) Gedienstigheid 6) Minzaamheid 7) Oplettendheid 8) Tegemoetkomendheid 9) Vriendelijkheid
 
 

27-02-17

schrijfdrift

 

 

Je moest eens weten hoe beschaamd ik soms ben. Over de woorden waarmee ik dit wit bevlek.
En toch. Is mijn schrijfdrang groter dan mijn schroom.
Mijn verslaving hardnekkiger dan mijn gêne. Ik ben moe en tast de avond af.

Terwijl ik beter dit wit zou laten rusten. Als een lege plek.
Slaap wel.

tot waar je weer bij me bent

 

 

 

Ik schrijf je een meeuw
en golf je op en neer
mijn strand en mijn zee

jij, mijn liefste misverstand

ik lees je
verkeerd en telkens weer
ontkleed ik je zinnen

ontleed ik je voor de zoveelste keer

van ochtend tot avond
van winter naar zomer
en luister naar het zingen

van de weemoed op je lippen

ik vertaal je
ik laat je
ik verlaat je

tot waar je weer bij me bent.





 

https://www.youtube.com/watch?v=RUE7qHA2M9U&feature=y...

 
www.youtube.com
This video contains content from Eagle Rock. It is not available in your country.

 

 

308359

25-02-17

een beetje als een gedicht

Dat zogezegde geluk waarop ik chronisch word onderzocht, zo bedacht ik, is een beetje als een gedicht. Je kunt het in elk woord, in elke regel en witregel, uit alle windstreken, uit de zeven hoofdzonden, uit elk seizoen of desnoods uit alle statistieken benaderen. Maar finaal ontgaat het.

Zo ook schuilt diep in mij, in mijn blitzverschijning hier, mijn dagelijks raadsel. Niemand, vooral ikzelf niet, kan mij verklaren. Ik ben zo onuitlegbaar als alleman. Dat is mijn geluk. En mijn ongeluk. Daar groeit onze scheur en daar leef ik mee, zoals iedereen.

En één ding moet nu toch wel eens duidelijk zijn: ik ben geen schoolrapport, mijn geluk staat niet op punten en mijn ziel is geen examen, hoe geregeld ze ook zakt. Op het Dagelijks Werk van de dagen.

Anders was ik geen mens.

Uit Si & la - Bernard Dewulf - Weekblad van De Standaard
25 februari 2017

 

Misschien moeten we het wel verstoppen.
Vooraleer zo'n geleerde Professor het komt roven.
Voor zijn Statistieken.

Ons geluk.

Niet groter dan een gedacht,
een dag
of een gedicht.

Kwetsbaar en traag
als een huisjesslak.
Geluk dat je meesleurt.

Doorheen de lasten en lusten van je bestaan.

Zet het desnoods
op de Kast als een Relikwie.
Onder een stolp.

En stof het af.

Elke dag. Opnieuw.
Met een glimlach.
Als niemand het ziet.

Ongemerkt en ongemeten. En zonder statistiek.

En als je dan 's avonds thuiskomt.
Of straks.
Zet het dan even op je knie.

Of wieg het in je armen en zeg: blij dat ik je weerzie.

 

 

308085

24-02-17

In naam van de roos

Het estheticisme is een vorm van smetvrees en het engagement dat zich nadrukkelijk laat voorstaan op dat engagement is zelden meer dan reclame. Beide posities vind ik nogal onaantrekkelijk.

Ik zie mijzelf als bemiddelaar, ik bemiddel tussen de lezer en het verhaal, tussen de lezer en de antwoorden die hij al weet, tussen de lezer en zichzelf, tussen de lezer en de wereld. Daarmee sta ik niet boven de lezer, maar ik ben ook niet zijn knecht.

Citaat uit De Standaard der Letteren - vrijdag 24 februari 2017 - Elke week schrijven de Nederlandse auteur Arnon Grunberg en de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck elkaar een brief.

                                                                                      ***


Vrijdag. De naam laat mij nog altijd denken aan Robinson Crusoë.
Het avontuur dat ikzelf niet beleefde.
Maar veilig meemaakte in een boek.

Ik besteedde mijn leven uit. Legde het in de handen van een schrijver.

Een boek sla je dicht als het gevaar te dichtbij komt.
En je verdriet verdwijnt na de laatste zin.
Later toen ik groot werd, maar klein bleef, moest ik mij zelf leren redden.

Ik slaagde er nooit écht in.

De tijd waarin ik mocht leven, was mij echter gunstig gezind.
Hij was welvarend en barmhartig. Hij had mededogen met de andere.
Zelfs zonder vijf talenten kon je overleven.

Er was voor iedereen wel een plekje. Klein maar groot genoeg voor geluk.

 

 


PS.
Het estheticisme is een vorm van smetvrees. - Grunberg.

De hunker naar schoonheid is een ziekte dus. In deze tijd.
Lelijkheid en commercie hebben het als een nutteloos verlangen verbannen.

Alleen de harde waarheid van de werkelijkheid heeft recht
om het alphabet en de lezer te verleiden.
Schoonheid is een te verwaarlozen element in stijl.

Ik blijf mij verzetten. Een weke krijger die vecht voor ontroering.

 

307977

 

23-02-17

‘Ik wil altijd vertrekken.’ - Partir sans sortir.

Marcel Möring is nergens geworteld. Niet te verwonderen dat al zijn boeken gaan over tijdloze zwervers.
‘Ik wil altijd vertrekken.’‘Marcus Aurelius zegt dat je je niet moet druk maken om dingen waarop je geen invloed kunt uitoefenen’, zegt Marcel Möring als ik hem interview in zijn Rotterdamse huis.
‘Al meteen na het verschijnen van mijn debuut in 1990 koos ik ervoor mij niet aan te trekken wat de wereld vindt, te stoppen met werken als journalist en dus de armoede te kiezen. Als ik tachtig ben wil ik hebben gedaan wat ik nodig vond. Ik schijn een verkeerd bedrijfsmodel te hebben…’ grapt hij.

Arm is Marcel Möring (59) niet meer. Hij woont met vrouw en zijn twee volwassen kinderen uit zijn eerste huwelijk in een mooi herenhuis in Rotterdam en serveert vanuit de open keuken thee met honing.

 

 

 

 

22-02-17

Wees een tak voor elke vogel

 

 

Waarde architect Benjamin,

dank voor deze visuele verankering
in de ruimte.
De leegte die een plek werd
om te blijven.

Een nest met reflectie.
En de architect: een schepper
van waterdichte dromen.

Een gebouw dat zich opricht
als een rustpunt voor de regen,
een streling voor de wind

en de verte
die het verlangen zichtbaar houdt.

 

 

 

PS.
Ik volg de jonge architect al vanaf de aankoop van het vervallen huis.
Hij droomde van een bureau.

Het gebouw staat er ondertussen.
Als een reiger op hoge poten.

Vijf hoog. Een kraaiennest.
En uitkijkpost naar de verte.

Hier komt mijn bureau, zei hij.
Toen we onder het dak  kwamen.

Alles stond  nog in de steigers.
Maar we zagen de verte al dromen.

Volgend weekend verhuizen we, zei hij. Verleden zondag.
Dan kom je een kopje koffie drinken, lacht hij.

Nu nog de dromen uitpakken.







Voor alle weerlozen

 

 

ZIJ schrijven
met diep gefronste wenkbrauwen
van engagement

voor jou.

ZIJ eisen
dat jij een eik bent
ook al ben je maar een klaproos.

ZIJ weten
best welke stappen jij zet
en de weg die je dient te bewandelen of te vermijden

opdat jij
zoals zij een held zou zijn.



 

 

PS.
From zero to hero.

Ik struikel. Steeds meer met de jaren.
Onder het gewicht.
Van de verlichten. En hun inzichten.

Sluit mijn luiken.
En word dan beticht.
Van onverschilligheid.

Misprijzen is mijn rendement. Ik ben een loser.

 
En ZIJ
vertrekken met de winst.
Naar zonniger zones waar zij zich wentelen
in de wellust van hun succes.

WIJ
zijn de jaloerse burgers.
Die onrecht verwarren met recht op verdienste.
Wij volgen de populisten.

Maar naar het waarom van onze vlucht stellen zij geen vragen.
Zij meten en weten.
Denken in dogma's.

Wij zijn de paria's. Die de wereld besmeuren.



PS.
Mijn tekst was al geschreven voor ik onderstaand artikel las.

 

                                                              ***


Wie leeft er hier boven zijn stand?

De vanzelfsprekendheid waarmee sommige politici over hun hoge inkomen praten, doet de wenkbrauwen fronsen. Wanneer een privilege als een verworven recht wordt beschouwd, dreigt de wereldvreemdheid.
...

De Gentse burgemeester Daniël Termont (SP.A), die de 21.000 euro die hij verdient met zijn mandaten ‘drinkgeld’ noemt. Geert Versnick (Open VLD), die eens goed moest rekenen of hij nu 5.850 of 6.500 euro verdient. ‘Een beetje voetballer komt daar niet voor uit zijn zetel,’ wist Versnick. Koen Kennis (N-VA), die 30.000 euro kan missen op zijn bankrekening. Leen Verbist (SP.A), die dan weer niet merkt dat er 30.000 euro te veel op de rekening staat. Louis Michel (MR), die het geen goed idee vindt om Kamerleden ‘slechts’ 4.800 euro te laten verdienen. Anders krijgen we een ‘wereldvreemd’ parlement vol met ambtenaren en onderwijzers maar zonder advocaten en bedrijfsmensen.

De zelfdestructieve trip waar sommige politici dezer dagen op lijken te zitten, is indrukwekkend. Er schort wat met hun referentiekader. Daarom ter illustratie: met een netto maandinkomen van 5.500 euro behoort iemand tot de een procent best verdienende Belgen, leren cijfers van het Centrum voor Sociaal Beleid. Het mediaan netto maandinkomen in België bedraagt 1.750 euro. Drie keer minder dan Michels ‘salaire de misère’, dat recent voor beroering zorgde in Franstalig België.
...
Maar de ontgoocheling die nu weerklinkt op cafés en rond keukentafels beperkt zich niet tot deze twee partijen en gaat breder. Ze valt simpel samen te vatten met een allusie op een beruchte uitspraak van vicepremier Kris Peeters: ‘Niet wij maar zij leven boven hun stand.’

        Uit De Standaard van vandaag.                                             

                                                                       ***




PS.
Ik heb iets tegen vet gedrukte teksten. Ze willen zich beter voordoen dan ze zijn.
Stellen zich op boven de andere.
Eisen aandacht zonder er te geven.

Maar deze keer kon ik niet anders. Spijtig van de vlekken op dit wereldvreemde wit.

307785

21-02-17

Troost

 

 

 

 

Schoonheid

 

Hoe ouder ik raak, hoe meer conflicten ik meemaak,
hoe tijdelijker mijn tijd wordt, hoe brandender de haarden worden,
hoe hopelozer de tegenstellingen,
hoe uitzichtlozer de verzoeningen, hoe verlorener de zaken,
hoe vaker ik denk:
we zouden nu alle Tel Avivs, van Moskou over Tripoli tot Washington,
moeten beschieten met schoonheid.

Ik bedoel geen strooibrieven, pamfletten of slogans.
De eerste de beste wind neemt die zó mee.
Ik bedoel ook geen standpunten, geschilpunten of geloofspunten.
Ik bedoel gewoon schoonheid.

Eenvoudigweg schoonheid.


Uit "Si & la" - Bernard Dewulf  - De Standaard - 9 augustus 2014

 

ik laat haar los...

 

Toen ik hier tien jaar geleden kwam wonen, was het de gewoonte dat een ­bestelwagen van de post iedere morgen een paar postzakken in die brievenbus kwam deponeren. Zo konden die droog en veilig staan. Er was ruimte genoeg voor de postbode om zijn fiets te parkeren, een boterhammetje te eten en zijn zakken bij te vullen. Dat leek me een mooie traditie, iets wat je burgerplicht zou kunnen noemen. En intussen streelde de postbode mijn rode kater.

Postbodes zouden op handen gedragen moeten worden. Het zijn boodschappers uit een oude wereld. Een man of een vrouw die nog ­fysiek bij je langskomt. Als een bij van bloem tot bloem. In mijn dorp waar mensen zo weinig mogelijk met elkaar te maken willen hebben en zich verbergen achter hoge hagen en gesloten hekken, waardeer ik die aanraking. Het is een aan­raking!

Niemand staat nog smachtend bij de brievenbus te wachten. De post is in het digitale tijdperk niet meer spannend. Persoonlijk contact vindt plaats op het scherm van je smartphone. De postbode brengt slechts facturen en aanslagen.
...

Vanaf dat moment had ik niet meer te maken met de oude wereld waarin bijtjes van bloem tot bloem gaan, maar met de nieuwe. Ik moest contact opnemen met Bpost in Brussel. Wat een bureaucratische ellende. Je kunt niemand persoonlijk spreken en op een antwoord op je mails kun je lang blijven wachten.

Ik had digitaal non-contact met een mevrouw, maar volgens mij was het een robot die mijn mails niet las, maar wel standaard antwoorden terugstuurde die onbegrijpelijk waren en er op neer kwamen dat ik niets anders kon dan me afgepoeierd voelen. Ik had zelfs een woordenboek nodig om die robot te begrijpen en opbellen mocht niet.
...
Dit is een klein verhaal, maar ook een groot verhaal. Het gaat over de oude en de nieuwe wereld. Ik hoopte me nog een beetje aan de oude vast te kunnen klampen, maar ik laat haar los.

Uit: Post uit de nieuwe wereld - Oscar van den Boogaard is schrijver.
Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.
In DE Standaard. -21 februari 2017

...

Moedeloos voorwaarts, hoorde ik tv-maker Jef Rademakers,
enkele jaren geleden op de radio zeggen.

Ik merk meer en meer tekenen dat ik niet meer alleen ben met mijn 'gesloten-luiken-strategie'.
Gisteren las ik op het Blog van een notoire aanklager die de gewoonte had op elke slak
zout te strooien, dat hij het beu is (en ook bang) om nog langer zijn woorden
zomaar zonder nut of zin kwistig te verspillen aan de mensheid.

Hij wil nog enkel aandacht schenken aan Schoonheid.

Tja, dat schreeuw ik al jaren van de daken. Mijn zacht adagium.
Dat nog altijd door de "diehards' aangeklaagd wordt
als een vorm van onverschilligheid. Niet betrokken bij de wereld.

Maar wat is Schoonheid?



307676

 

 

 

20-02-17

Van de Schoonheid en de Troost - Kopland

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=L0zCfGTadEU

 
www.youtube.com
Journalist Wim Kayzer interviewt Rutger Kopland. Het werk van de Nederlandse dichter wordt wel omschreven als natuurpoëzie. Hij vertelt in zijn werkkamer ...

 

19:30 Gepost in Dagboek | Tags: kopland | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

19-02-17

Een herinnering is altijd een beetje reizen. Naar vroeger.

 

Blue

Het was diep nacht. We reden huiswaarts. Er viel stuifsneeuw, waardoor de nacht grijzig scheen. Plots doemde een stopplaats op langs de snelweg. Daar stonden tientallen trucks geparkeerd: rijen sinistere gestalten. Erin, besefte ik, lagen chauffeurs te slapen. De trucks en de plek, verlicht door één straatlamp, oogden grauw, eenzaam en koud.

Ik moest denken aan een van de foto’s die ik uit de krant geknipt had. (Nog altijd snij ik kinderlijk graag in de krant, knipsels uit de tijd.) Daarop zijn uitrustende trucks langs de snelweg te zien.

De volgende ochtend keek ik naar het beeld. Het was eenzelfde tafereel en het was het niet. De fotograaf had het anders gezien, in een heel ander licht.Beneden is het avond, boven is het (mid)dag. Dat is al ingewikkeld en ontregelend genoeg. En zo dacht Magritte er zelf ook over.

Het licht is de grootste regisseur van allemaal.

Uit 'Reflector' - Bernard Dewulf - Weekblad - DS
18 februari 2017

 

 

Een herinnering is altijd een beetje reizen. Naar vroeger.

In mijn bundel Blauwziek van Bernard Dewulf zit een treinticket.
Van L. naar Brugge: 30/06/2006.
Het ticket opent mijn ogen. Ik zie de verleden tijd van een dag die nog moet beginnen.

Het is middag en snikheet.
Een pak mensen zoekt de schaduw van hoge bomen.
Er wordt gelachen en gedronken. En gegeten.

Voordien kende ik enkel hun woorden. Ze zagen zichzelf als gedichten.

Ze hadden geen gezicht. Tenzij een beeld dat ik uit hun verzen had gefilterd.
En plots hadden de woorden zich verkleed in mensen.
Je kon ze zien en horen. Ruiken zelfs.

Ze vielen uit hun woorden. Alsof ze pas bestonden.

Letters uit een alphabet.
Die samenklonterden tot versregels.
Zinnen die naar lezers zochten.

En plots zaten ze daar. Onwezenlijke woorden. Met het lichaam van mensen.

 

 

PS.
Een dag later schreef ik ze terug samen. Van mens naar woord.

 

Woorden verkleed als mensen ...

Gisteren is ingekaderd.
Sepia nostalgisch.
Onherroepelijk onveranderlijk.

Alleen de tijd en het geheugen, die havens van mededogen,
zullen de foto nog veranderen.
Nog beeldiger en behaaglijker dan de dag al was.

En woorden verkleed als mensen
voelden zich thuis
tussen groen en gelach.

Tafels en glazen, vertaling van zalige zinnen,
waarop eten en drinken wacht.
Om te proeven op het puntje van een pen.

Letters, slapende syllaben,
alleen al omwille van een alliteratie,
beproefd en betast. Als gewillige goden.

Hevig als het licht van de dag.
Getemperd door schaduw
onder een brede boom van vriendschap.



2006

 

307479

 

17-02-17

Paradijsvogel

 

 

Ik ben niet meteen een vogelaar.
Zou deze kennis mij gelukkiger maken, vraag ik me al eens af.
Als we twijfelen
tussen een pimpelmees of een koolmees, een slobeend of kuifeend, de Canadese of de Nijlgans.


Ik denk van niet. Een recensent is geen schrijver. Een letterzetter ook niet.

Neen, ik zie de meeuwen dobberen als zeilbootjes op het rimpelende water.
Een ornitholoog ziet een kokmeeuw.
En zijn zomer- of wintertooi.
De verrekijker is zijn pen waarmee hij kennis verzamelt.


Een schrijver ziet un tableau vivant. De schepper van het levende beeld.

De vlucht, de val, het gemis en verlangen.
Het baltsen en het walsen, de paringsdans.
Een reflectie. Die hij kent en voelt.

Tot in het gevederte van zijn vreugde en verdriet.

Soms ben ik een paradijsvogel.
Als ik verliefd ben.
Geen hemel te hoog. Geen dal te diep.

Zo dadelijk weer kijken
naar de wolken en het water.
En de blauwe ogen van een verliefde vogel.

 

                                     ***

               Bij het vroege licht

Zij plukt de eerste zwaluw
zomaar uit de lucht
en laat een diepe zucht

zij plant een primula naast de rozen
ze kijkt lankmoedig in mijn slome winterogen
en schuift wat broodjes in de oven

dan declameert zij plechtig
de bloesemende woorden:
ik verklaar de lente voor geopend

en zie daar begint meteen een vogelaar te dromen.

 

 

 

PS.
Voor de ethymologische Kempenaars onder u:

`Vogelen` is het bekijken en het determineren van vogels.
Mensen die vogelen worden `vogelaars` genoemd, en kunnen wel als amateur-ornithologen beschouwd worden.

Het vogelen kan verschillende vormen aannemen.
Dàt vooraleer je op "andere" gedachten zou komen.

 

20-02-10

 

jij, mijn liefste misverstand




Lieve Charlotte,

Dat onze ideeën over liefde weinig oorspronkelijk zijn, zoals je stelde, is niet erg. Al te originele ideeën zijn waanzin. Wat jij als liefde beschouwt, moet door de ander ook nog als liefde worden herkend. Zolang je zit te wachten op een positieve reactie van de ander althans. Maar jij dicht, jij leest voor in het openbaar, en in diezelfde openbaarheid corresponderen we met elkaar – mijn vriendin zei over de eerste aflevering: ‘Het zijn wel liefdesbrieven maar dat is niet erg’ – dus ik vermoed dat jij niet al te zeer wil worden misverstaan. Hoewel mijn favoriete Lacan-citaat blijft dat communicatie begint waar het misverstand begint.

Kun je het verlangen naar liefde van de lezer overwinnen? Het heeft me moeite gekost. In het begin, laten we zeggen de periode tussen 1994 (Blauwe maandagen) en 2003 (De asielzoeker) zag ik in afwijzing van mijn teksten een existentiële afwijzing.

Toen ik een dagelijkse column voor de Volkskrant begon te schrijven in het voorjaar van 2010 werd ik geconfronteerd met agressie (en liefde) van lezers die een romanschrijver zelden ervaart. Ik heb besloten, volgens mij is dat besluit ook inzicht, dat agressie van de lezer een signaal is dat de therapie is aangeslagen. Je zult het vermoedelijk vreselijk vinden, maar ik denk dat de schrijver, zeker de columnist, ook therapeut is. Daarnaast kunnen we het vies vinden maar romans en gedichten worden therapeutisch gebruikt. Of we dat vervelend vinden of niet.

Heb jij het verlangen naar de liefde van de lezer overwonnen of heb je daar nooit last van gehad omdat jouw hooghartigheid, die ik waardeer, geen pose is maar diep in je zit?

Arnon Grunberg
Citaat uit De Standaard der Letteren - vrijdag 17 februari 2017

                              ...



Ik kwispel met mijn pen, zoals een hond zijn staartje.
Jij bent immers mijn baasje.
En ik wil je behagen.

Ik leg me aan je voeten en kijk hondstrouw in je ogen.
Zie je mijn liefde wel doorheen m'n woorden.
Hoelang moet ik wachten, vooraleer je me vastpakt.

Mijn vacht streelt, mijn verzen en zinnen.
Zeg mij toch hoe mooi ik ben.
En trouw. Aan je bewondering.

Tot in mijn laatste paragrafe, strofe of apotheose.



 

PS.
Jawel, ik ben een bedelaar. En een smokkelaar.
A mockingbird en een tedere koekoek.
Ik verzamel je. Ik notuleer je.

Ik verberg me in je nest. En leg me neer
in de rimpels rond je ogen.
Ik zucht je adem. Ik kleur je lippen.

Ik schrijf me neer.
Opdat jij me zou lezen. En tot je nemen.
Tot aan mijn laatste punt.

Jij, mijn liefste misverstand.



 

16-02-17

het falend gerief van de witte ridder


Misschien is mislukking wel een bijwerking van onze verbeelding, best spannend, want onze verbeelding is een onmisbaar gerief. Ze maakt dat we ons verbonden kunnen voelen met anderen. Dat komt ons af en toe goed uit. Het probleem ontstaat als we onszelf door de ogen van die anderen gaan bekijken. Dan komt wonderlijk en wel de mislukking op de proppen.

Citaat uit: Falende helden - Acteur Josse De Pauw
Het Weekblad van DS - 7 januari 2017

 

 

Neen, liever sluit ik de ogen van de ander.
Die mij bekijkt.
En zonder lankmoedigheid mij elke zonde aanrekent.

Alsof ik voor 'De Dag des Oordeel' verschijn.

Die kleine god en  Rechtvaardige Rechter, die alles weet en ziet.
Ook mijn meest minuscule splinter
die ik als een balk, een kruis, doorheen mijn leven meesleur.

Terwijl De Andere
zich spiegelt, onder een verblindend Aureool.
Aan zichzelf.

Tot hij struikelt en in zijn eigen schaduw valt. En zijn gerief verliest.

 



PS.
Ik moet oppassen dat ik niet verpletterd word.
Door mijn bewondering.
Voor de Verlichting van mijn Afgoden.

Hoe ik verlang naar het Groene Gras aan de Overkant
van mezelf.
Een dorre distel tussen de bloemen. De bijtjes en de zijtjes.

De dikke Dahlia's, de klaprozen en de vergeet-mij-nietjes.


PS.

De witte ridder.
Citaat uit het Nieuwsblad:
"Tot grote ergernis van zijn partij zorgde Bracke er ­eigenhandig voor dat ook N-VA na het PubliPart-schandaal in het oog van de storm kwam te staan. Onvergeeflijk voor een partij die zich juist wil afzetten tegen de oude politieke cultuur en de tradi­tionele partijen.

Bracke als witte ridder? Dat kwam ook binnen zijn eigen partij niet erg geloofwaardig over. Een treffend beeld: toen gisteren bekend raakte dat Bracke een betaald mandaat bij de Universiteit Gent niet had aangegeven, reageerde de universiteit dat de N-VA’er nochtans altijd netjes aandrong op zijn zit­penningen. Ook al laten velen die aan zich voorbijgaan..." enzoverder.

http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170215_02733600

 

 

 307165

15-02-17

de fabel van de Troostvogel

 

Het was ochtend, de Secretarisvogel had de krant doorbladerd
en hij keek tussen z'n stapels brieven.
Er verscheen een rimpel boven zijn ogen.

Hij dacht aan de Troostvogel. Die hij had leren kennen in een liedje.
Hij vertrouwde zijn woorden. Alsof hij ze zelf geschreven had.
Hoewel hij wist dat de Troostvogel eerder een Dichter dan een Notaris was.

Zelf schreef hij zeer secuur en ook doordacht.
In alinea's en paragrafen. Hij verwerkte bakken belangrijke komma's en punten
tussen zijn woorden, zelfs dubbelpunten. En een punt-komma.

Omdat hij maar één bedoeling had:
zo duidelijk te schrijven dat elke zin glashelder was.
Doorschijnend en correct. Ook als je hem langdurig tegen het hevige licht hield.


Hij wist dat de Troostvogel van een totaal andere familie was.
Hij was eerder een zanger, een dichter dan een klerk of landmeter,
die van elke letter de maat nam.

De Troostvogel, daarentegen, strooide zijn woorden slordig in het rond
alsof ze sneeuwvlokken waren. Of roze blaadjes van een kerselaar.

Al naargelang het seizoen.

Hij leek, moreel gezien, meer op een krekel dan op een mier.


Hij wist dan ook zeker
dat de Troostvogel niet in aanmerking kwam voor een belangrijke taak
als de zijne. Elke paragrafe paste in het geheel alsof ze er altijd al gezeten had.

Hij vond het dan ook niet eerlijk
dat de Troostvogel meer aanhang had van andere vliegende en zingende soortgenoten
dan hijzelf die zijn leven gaf voor de 'weten-schap'.


Hij werd er zelfs integraal bedroefd van.

Nu en dan dus, vroeg hij aan de Troostvogel een liedje te zingen,
na zijn hard labeur van wikken en wegen, schrijven en schrappen.
En de waarheid te bewaren, zwart op wit. Voor de eeuwigheid. Amen.

Ze hadden elkander nodig. Als het ware.

 

 

 PS.
Lees maar er staat niet wat er staat. Nijhoff.
Voor alle lezers die ik mij verkeerd liet begrijpen.

Voor hen die lazen wat er stond.
En die ik zo het op verkeerde been zette.

Omdat ik te weinig wit had gemengd.
Tussen mijn verwarde woorden.

Nooit zal u mij lezen, zoals ik u geschreven heb.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=XKjHAdSEdCY

 
 
www.youtube.com

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=DHaxxghP0Ws

 
 
www.youtube.com
Troostvogel Wanneer je soms iets naars beleeft Je niet mag uitgaan door de regen Of slaande ruzie hebt gekregen Met iemand waar je veel om geeft Als speelgoe...

 

 

 

14-02-17

Le temps des cerises

 

 

Als kersen aan de bomen
zo hangen woorden soms
in mijn hoofd

te wachten

op de plukker van mijn zinnen
mijn zinnelijke zingen
rood van de avond

die indaalt als een kind

dat naar het leven hapt
geboren
om ooit kersen te plukken

van een boom die wacht op een woord.


 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=edXFWik4ODA

 
www.youtube.com
Pour mes amis français. Je sais que c'est l'automne et que l'hiver n'est pas loin, mais le temps des cerises, des rossignols, de jeune amour, et même le chag...

 

 

 

voor allen die missen en verlangen

 

Ik wens je gemis en verlangen.
En dat ze elkaar mogen ontmoeten.

In wat je altijd al had.

 

 

 

Verlanglijstje

 

Geef me Nescio en Tsjechov, oude boeken.
Geef me na mijn zoveelste kale reis
iemand die mij twee haren uittrekt
en glimlachend zegt: je wordt grijs.
Geef mij alles en zeg: het is niets.

Geef me niets en zeg: dat is alles.
Geef me mijzelf, geef me jou.
Ik heb gezocht naar wist ik maar wat.
Geef me nu eindelijk
wat ik altijd al had.

 

Herman de Coninck
Uit:Met een klank van hobo,
N.V.Orbis en Orion, Beveren 1981.

 

 

 

 

PS.
Neen, ik spreek zijn naam niet uit.
Op deze dag.
Want wat doe je dan met al die andere dagen van het jaar.

Ik wens je gemis en verlangen.
En dat ze elkaar mogen ontmoeten.

In wat je altijd al had.


306911

 

12-02-17

Hotel ik ben er even niet



En dan laat je je verleiden: Hotel Römantiek. Op VIER.
Een zender die aan je voorbij gaat. Als een onbekende.
Je weet onbewust dat je niet voor elkaar bestemd bent.

Maar de media porren je aan. Je even te vergapen
aan dat verrimpelde verlangen.
Van belegen mannen en vervlogen vrouwen.

En ach, jawel, de geur van romantiek, vergeet je niet.

En toen gebeurde het. Het onverwachte.
Tussen de gegadigden zag ik een klasgenoot.
In een ornaat zoals ik hem nog nooit gezien had.

Ontdaan van de toga van zijn waardigheid.
Werd hij een man van (veel) vlees in korte broek.
Alleen zijn woorden bleven trouw aan zijn jargon.

Ik vrees dat de liefde niet op hotel gaat. Als een camera je bespiedt.

 

 

PS.
Het gaat mijn petje te boven. En ik denk aan Dirk de Wachter.
'Spreek de liefde niet uit of ze fladdert al weg voor je ze ziet...'
of iets van die strekking.

Ik vermoed dat ze ook op de vlucht gaat
als er een camera als vlindernetje gebruikt wordt.

Pudeur en schroom, zijn niet meer van deze tijd.
Ik ben nog opgegroeid in een tijd
dat alleen onze ogen mochten spreken.
De liefde was gesluierd. En ooit zouden wij ze ontbloten.

 

PS.
Maar ik ben nieuwsgierig en benieuwd hoe die dartele bejaarden
zich gaan redden.
Uit hun overgave aan het beeld. En de romantiek.

Hoe kijken ze nu naar zichzelf. Wie zijn ze en wie niet.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=IE37v_R5VNM

 
 
www.youtube.com
by VIER LIKE & ABONEER voor dagelijkse video's.

 

 

306699

 

11-02-17

alleen of met twee

 

 

 

11-09-10

 

Achtergelaten.

Je leest wat er staat.
Een voltooid feit gedragen door een voltooid deelwoord.
De notariële akte. De kilte van een archief.
De notulen van het weten.

Niet meer dan een mededeling.
Hoewel 'deelwoord en mededeling', delen suggereert,
zijn ze niet bij machte om het te realiseren.
'Achtergelaten' is hier slechts een opslagplaats.

Het stof mag beginnen aan de valkuil van het vergeten.

 

Achter gelaten.

Het gebroken deelwoord. De visu.
De breuk, de scheiding.
'Gelaten' in zijn eenzame betekenis
van de aanvaarding. Bijna gelouterd.

Maar zeker nog niet hersteld
van de pijn.
Twee woorden in hun isolement.
Die door wit verbonden, uit hun feitelijkheid treden.

In de kleur van pijn, de scheiding veruitwendigen.

De optelsom van twee begrippen
die voor een derde betekenis ijveren.
'Achter' van achterna komen. Treuzelen.

De nodige afstand bewaart. Uit angst, onvree of een andere reden.


...


Interpunctie.

Leestekens zijn wegwijzers op de landkaart van de Taal.
Gidsen in de stad van het Woord.
En zoals mensen zijn ze verschillend.

De komma is een schuchtere dame. Vol schroom
verzoekt ze even te wachten. Naar adem te happen.
Te aarzelen. Te haperen.

En om te kijken naar de schoonheid van het voorgaande.
Of uit te kijken naar wat komt.
De haast te vertragen. Het ritme af te remmen.

Het punt is van een gans andere orde.
Is de politieman van dienst.
Beveelt eerder dan te pramen. Treedt hardhandig op.

Houdt van strakke structuren. Helderheid.
Kapt zinnen in delen. Met of zonder de hulp
van een werkwoord.

De krachtpatser die het einde bepaalt.

En dan zou ik nog kunnen uitweiden over die 'puntkomma'.
Dat archaïsch en overbodig teken.
Of nog veel erger: over dat ongebreidelde wit. (Zonder enig leesteken).

Stroom zonder bedding. Oeverloos en uitgelopen.

                              ***

 

 

PS.
Ik schreef deze tekst omdat ik, toen,  een opmerking kreeg over
de foute spelling van 'achter gelaten'.
Moet in één woord, volgens het boekje blijkbaar.

Vandaar... spelling en speling.

elke dag een strofe

De Vlaamse regisseuse Nathalie Teirlinck heeft, lees ik, haar debuutfilm, Le passé devant nous – over een moeder en haar zoontje, opgenomen tijdens de lockdown, anderhalf jaar geleden, in Brussel, vanwege de aanslagen in Parijs.

Even, zei ze in de krant, heeft ze getwijfeld over doorgaan met de film, want waar zijn we mee bezig? Terwijl mensen willekeurig worden neergekogeld. Maar het verlossende antwoord was er snel:
‘Uitgerekend dit,’ besloot ze, ‘was wél een tijd om bezig te zijn met kunst en schoonheid.’

Ik zat te knikken. Ik herkende dat. Met één bijgedachte: laat die kunst er nu maar even vantussen en hou de schoonheid over. De kunst is een strofe van de schoonheid.
...
Of de gruwel groot of klein is, wereldwijd of in de intimiteit, zolang ik me kan herinneren, heb ik één tegenbeweging gehad: richting schoonheid. En die heeft duizend-en-één vormen, net als de gruwel trouwens.

...
Maar altijd dus heb ik toevlucht gezocht in de schoonheid.

Die laatste heeft me in zekere zin gered. Anders had ik me al lang geleden laten opzuigen. In de Nilfisk van de kleine gruwel. Of laten verslaan door de grotere gebeurtenissen.

Dat is nauwelijks een boutade. Misschien is het begonnen bij die moeder. Zo ongenadig en oorverdovend ze de ochtend kon opzuigen in haar kleine monster, zo stil kon ze stralen in de avond met parels om haar hals.

Onwillekeurig heeft ze me zo het verschil geleerd tussen het prozaïsche en het poëtische. Dat besef, en de behoefte aan haar straling na het stofzuigen, heeft me niet meer verlaten.

Nog altijd ben ik aangetrokken door schoonheid, al klinkt dat behoorlijk pathetisch – terwijl het soms best wel pathetisch is. Maar het is geen verslaving, geen obsessie, geen visioen. Het is zo dagelijks als wat, zij het wel chronisch.

Evenmin is het een ziekte, zelfs geen aandoening. Het is gewoon zo dagelijks als wat. Vooral is het terloops. En overal, en vooral en passant. Het is iets dat ik betrap en omgekeerd, dat mij betrapt.

Als was ik een dief.

Het schuilt net zo goed in, ik noem maar wat recents, een vroege lichtvlek in de badkamer, de smiley van de eidooier, als in een oogopslag aan de huishoudrollen in de Carrefour, de lade die ineens schokkend hapert, een afgedankt haarbandje op straat, het genie van een paperclip, een opengesneden peer die haar lichaam imiteert. Het schuilt in wezen in alles. Ook helaas in de gruwel.

En schuilen is het juiste woord.

Daarom is de kunst maar een strofe, of hooguit een refrein van de schoonheid. Het werkzaamst is die laatste in het voorbijgaan. In seconden, in tellen, in mums van tijd.

Ze is er niet om zichzelf, om zich te vertonen, zoals veel kunst. Ze gaat gewoon schuil in de lopende uren. Om de hoek. In een lichaam. In de gang der dingen.

In wezen zou men er de klok rond mee bezig kunnen zijn. Van het eitje tot haar dagelijkse woelwater ’s nachts. Zich allebei van geen kwaad, geen zinnelijkheid, geen schoonheid bewust.

Maar het zou geen leven zijn.

Altijd, daarom, gaat ze voorbij in het voorbijgaan. Zoals in de film die ik eerder noemde. Daarin draagt een moeder haar zoontje naar bed. En terwijl ze dat doet, ziet het kind een speling van het licht op de vloer. Gewoon in het voorbijgaan.

Misschien is het daar en toen begonnen bij dat kind: bij die toevallige speling, onvergetelijk net voor de slaap, van een schoonheid die hij nog niet begreep omdat hij moe was, maar wel had gezien.

En die hem nooit meer zou verlaten, in het proza van zijn toekomst.

Uit: Speling - Si & La - Bernard Dewulf - Weekblad - De Standaard - 11 februari 2017

 


                       ...

 

Er komt een tijd dat alleen schoonheid
je leven nog kan redden.
Het reddeloze aan deze gedachte
is dat geen mens kan bepalen wat schoonheid is.

Er is niemand die het in jouw plaats doet of kan of mag doen.

Geen school of paus, geen -ismen of strekkingen.
Geloof me.
Zij is helemaal alleen van jou.

Jij bent God in het diepst van haar bestaan.

Laat niemand aan de haal gaan met haar.
Met jouw Troost van Schoonheid.
Vandaag is het de ochtend die wakker wordt.

Morgen is het misschien te laat.



PS.
Elk woord dat ik hier neerpen voor jou
heeft geen zin,
als het je niet bekoort of verleidt.

Al was het maar één ogenblik.

Dat ik je gids mag zijn.
Naar binnen of naar buiten.
Heel even maar het kind in jou laat wakker worden.

Dat je weer ziet en luistert, ruikt of voelt.

Dat je vergeet
wie je bent, wie je bent geworden.
En dat, later als je groot zal zijn,

nog elke dag kan. Als je maar klein blijft.

PS.
Dank u, Bernard Dewulf, voor zoveel schoonheid
die jij de vrijheid gaf.
Ik geef ze wel een schuilplaats. Als ze kwetsbaar rond zich heen kijkt.



 

 

 306514

10-02-17

dat vreemde lichaam

Vertalen is een vorm van zwijgen, in de buurt van het al gezegde. En luisteren, luisteren, luisteren. Om vervolgens op te spreken, grotendeels als de andere, ten dele als wijzelf.

Ergens in een korte mijmering noemt de vertaler Johan Boonen vertalers ‘bevoorrechte gluurders’. Maar meer dan kijkende voyeurs zijn het luisteraars, met, ik citeer, ‘een onbeschrijfelijk respect voor de stilte van de tekst’.

En over die tekst zegt hij ook nog: ‘Geef hem de tijd.’
....

Natuurlijk klonk ze toen anders, werd ze anders gebruikt, anders opgevoerd. De taal. We weten soms zelfs niet precies hoe. Maar op een gegeven ogenblik komt de vertaler toch in een soort tussentijd terecht – of noem het een altijd-tijd – die diep in woorden, zinnen, beelden zit. Hoe oud of jong ze ook zijn.

Die altijd-tijd kan bij het vertalen voor een vervoering zorgen. Het besef dat er in het hart, of in de zenuwbanen van de taal iets tijdloos klopt of tikt of gewoon doorgaat. Van tijd naar tijd.

Misschien klinkt dit alles wat abstract. Terwijl ik het net zinnelijk bedoel. Vertalen is toch een transactie, een uitwisseling en, ja, een nadering tussen twee lichamen. Tussen twee corpussen, twee woordenschatten, twee grammatica’s, twee verbeeldingen.

Daarvan is dat laatste, de verbeelding, het belangrijkst. Vertalen ís ver-beelden. Een zo juist mogelijk beeld geven van de tekst, dat vreemde lichaam, in zijn nieuwe context. Daar is dus verbeelding voor nodig. Zowel in de zin van fantasie als van precisie.

Uit: Vertalen is bevrijden - Bernard Dewulf
De Standaard der Letteren - 10 februari 2017

 

***

Het liefst zou ik zwijgen. Na zo'n tekst. Stilte is de mooiste precisie
die kan volgen. Na zijn zinnen.
Elk ander woord verliest dan. Zichzelf. En dat vreemde lichaam.

De Taal.

Lost in translation. Misschien zondig ik nu wel tegen Dewulf:
maar is niet elke vertaling een verlies.
Niet alleen van schrijver naar schrijver.

Maar vooral van wit naar zwart. En van schrijver naar lezer.

Ik voel mij machteloos. Wanneer ik het ongezegde van het weerloze wit
tracht te vertalen.
Alsof je de zon wil schilderen en de zee in een woord wil gieten.

En toch blijf ik zondigen. Tegen dat vreemde lichaam.
Dat ik streel.
Alsof de Taal een Vrouw was. Een geliefde.

Bestaat er een schoner synoniem voor haar?



PS.
Toeval. Gisteren herhaalde ik een oude tekst in mijn dagboek.
Na Dewulf kan ik niet anders
dan dit vandaag opnieuw doen. De vertaling zal weer anders zijn.




 

Een vorm van zwijgen

Zie, hoe onmetelijk dit blanke veld is.
Die zwijgende afwezigheid van woorden.
Witte stilte van het niets. Dat ik openbreek.

Iets met niets bekleed. Een vlek van spreken.
Zonder toevoeging van enig weten.
Slechts het ontmantelen van mijn allenig leven.

Hoe dikwijls nog pleeg ik een aanslag
op dit onaantastbaar wezen.
Blad met volgeschreven leegte.

En ongeletterd zwijgen. De overtreffende trap van schrijven.

 

 

 

 

09-02-17

de overtreffende trap van schrijven

 

 

 

Een vorm van zwijgen

Zie, hoe onmetelijk dit blanke veld is.
Die zwijgende afwezigheid van woorden.
Witte stilte van het niets. Dat ik openbreek.

Iets met niets bekleed. Een vlek van spreken.
Zonder toevoeging van enig weten.
Slechts het ontmantelen van mijn allenig leven.

Hoe dikwijls nog pleeg ik een aanslag
op dit onaantastbaar wezen.
Blad met volgeschreven leegte.

En ongeletterd zwijgen. De overtreffende trap van schrijven.





PS.
Herhaling. Een trouvaille uit het verleden. Gevonden op FB.

306319

is het uit kou of uit liefde

 

 

 

Februari

 

De berken staan grauwwit 
als dunne aspergeachtige damesbenen 
voor het eerst zonder nylons. 
Het kreupelhout schuurt knisperig 
als een huig-r langs onze kleren; 
het kreupelhout waaraan als nevel 
de sluiers van door en door luchtig geklede 
voor te lompe liefde voortvluchtige, 
altijd een beetje te licht lachende minnaressen 
zijn blijven hangen. 

Het is niet meteen duidelijk of we mekaar 
zo stevig vastpakken uit kou of uit liefde 
maar misschien is dat hetzelfde. 
Want koud is het hier 
als in een soort kathedraal, het soort, 
diepvriesreligie dat 2000 jaar lang Christus 
koel heeft bewaard. En de zon schijnt 
als het lichtje in een koelkast. 

En de mist 's avonds lijkt op het soort vaagheid 
dat ontstaat in het hoofd van een seniele god 
die niets meer, laat staan een landschap, 
kan onthouden. Kijk maar waar ie nou weer 
Leuven anno 1975 heeft verloren gelegd.

~Herman de Coninck

 

                               ...

 


Bijna twintig jaar geleden. Ik lees hem

zoals je een oude bekende meent te herkennen.
Op straat. Niet zeker. Met dat gevoel.

Was hij dat?

De zwerver onder de dichters.
Lenig als de geschreven liefde.
Die minnares van het verlangen.

Misschien las ik 'm vroeger wel anders. Omdat ik anders was.

 

 

 PS.
Op 22 mei 1997 overleed De Coninck in de Portugese hoofdstad Lissabon.
Zomaar op straat.
In de armen van Anna Enquist.

Er zijn slechter plekken om te sterven.
Hij was 53 jaar oud.

 

 

 

 

 

08-02-17

Herinneringen zijn tamme eksters

 

 

 

De zomer eet nu spaarzaam
uit haar hand
als een tamme ekster

zwart van schaduw
wit van licht

zo denk ik
aan een terras
ondergesneeuwd door winter

toen wij nog lachten. Onbezorgd als vrolijke gasten.

 

 

 

 

In de schaduw van de taal

 

02-12-15

In de schaduw van de taal

 

Mijn vader rookt een pijp. Maar hij rookt alleen
voor het mooie, niet voor het lekkere.
(Zo kan je ook pudding alleen voor het mooie eten.)

Hij blaast rookwolken uit die op bomen lijken,
en soms op een kasteel. Dan vertelt hij
wie er in dat kasteel woont, wie daar gevangen
gehouden wordt. Iemand die jammert en
handen wringt en holle ogen heeft.

Hij blaast een ridder van rook uit zijn mond,
die over een slotbrug gaat en aan de poort
van het kasteel klopt.

Uit 'Mijn vader' - pagina 22 - Toon Tellegen

 

Misschien is schrijven wel als roken.
Woorden blazen op papier.
Soms lijken ze op bomen
en dan weer op wiegende klaprozen.

Het is de lezer die inhaleert
wat wel of niet geschreven is.
Hij proeft
het mooie of spuwt ze uit.

Ongewenste vondelingen. Of amoureuze ridders.

 


PS.
Deze ochtend in de 'Boeken' van de Morgen gelezen.
En met verbazing, de openingszin.

"Debutanten willen ze niet genoemd worden. Jong ook niet."


Bizar: twee twintigers. De ene heeft pas een boek uit.
Dat van die andere moet nog verschijnen, toekomend jaar in januari.


Debuut. Hoe heerlijk zingt zo'n woord in mijn hoofd.
Tussen mijn oud gemis en prematuur verlangen.
O, in dit selfietijdperk schiet het ego al op tussen het placenta.

Deze verwende borelingen
hebben geen tijd meer. Voor een voorspel.
De ouverture. En preludium.
Dat vergezicht van hoop. Die broze schroom. Van zwijgen.

Wachten op Godot, laten ze enkel nog aan Proust. Of zo.

 

PS.
Natuurlijk stonden er ook schone gedachten in.
Zoals:

Voor mij is het helemaal anders. Ik ben hier nog altijd nieuw (na 10 Jaar).
Dat heeft ook veel met de taal te maken.
Ik spreek wel Frans, maar het is mijn moedertaal niet,
waardoor ik weinig nuance of humor in mijn zinnen kan leggen.
Ik kom goed overeen met mijn buurvrouw, maar ik kan haar
nooit precies uitleggen wat ik bedoel.
Ik voel me in Brussel een schaduw van mezelf.

Of de Kop:
"Mensen die minder diep kunnen voelen, zijn gelukkiger."

Ik kan en wil dit niet geloven.
Wat is "gelukkig"?
Zelf ga ik voor de diepe dalen en de hemelhoge toppen...

liever dàt dan de apathie van de vervlakking.

Himmelhoch jauchzend,  Zum Tode betrübt,
Glücklich allein ist  Die Seele die liebt.

Johann Wolfgang von Goethe

 

 263464

 

08/02/2017

Ik zit in een letterkundig dal.
Geplet tussen de wereld.
En de Media. De megafoon van het onheil.

Ik wacht in de schaduw van de toppen.

Die het zonlicht barricaderen.
Misschien is het betonrot van de hemel
ook wel oorzaak.

Van de vlakte waarin ik vertoef.

 

PS.
Het is alsof mijn vingers met pensioen zijn.
En mijn gedachten uitgedoofd.

Ze moeten dringend een lichtkuur doen.
Liefst onder de zon van Toon.

 

 

07-02-17

De gelukkige lezer

 

 De gelukkige lezer

 


'Ik schrijf je, want dan ben ik niet alleen.'

Facebook is erg vriendelijk voor deze oude man.
En sociaal betrokken. Dat kan je niet van iedereen zeggen,
dezer dagen van eenzame besjes.

In de rechterkolom schrijft FB mij:
'Mensen die je misschien kent.'
En ik mag hen zomaar als 'vriend toevoegen'. Aan mijn leven.
Op een kille maandagochtend lijkt me dit erg verleidelijk.

Ik heb me zonder ochtendgebed, douche,
in de leefkamer teruggetrokken.
Om warmte te verzamelen. Op de badkamer.
En als ik wil ook een trosje vrienden. Aan tafel.

'De gelukkige lezer' zie ik staan.
Zou ik?

 

PS.
Vooraleer ik wat dieper kennis wil maken met hem
is hij al verdwenen. Nu wil Bernard Dewulf vriend met me worden.
Ach, liever zie ik hem mijn schrijver blijven.

146.772

29-10-12

PS.
Ik vul "toevoegen" in en kom bij de "gelukkige lezer" terecht.
Waaraan refereert hij?
Ik weet het niet. Zelfs met googelen kom ik niet verder dan enkele afgestorven Blogs.

Deze schrijver moet duidelijker worden.

Met voetnoten.
Die sporen achterlaten. Naar actualiteit.
Het verleden dat toen wellicht een link in zich droeg.

Naar de titel.

Ik vind het trouwens een mooie titel.
Maar vrees dat er vele ongelukkige lezers zijn.
Ook schrijvers, trouwens.

Hoe schrijf ik jou en mij gelukkig?

306101

 

 

 

 

 

06-02-17

Later als ik nog ouder ben

.

 

 

06-02-16

Later komt nooit terug

 

Het is altijd weer moeilijk om te zien wat er in lichamen leeft. Elk lichaam is een schuilnaam.
En het is er zo donker vanbinnen.

En toch. Hoe langer ik toekeek, hoe mogelijker het me leek. Dat in iedereen wel zo’n boosheid leeft.
Of noem het een wonde, een pijn, een gat. Of noem het een verlatenheid, iets wat ontbreekt.

Zoals een dichter het noemde: het ont­brokene. Of weer een andere dichter: de bres.
Of zoals schilder Francis Bacon hem prachtig schilderde: onze grondeloze schreeuw.
...
En omdat ik niet precies wist wat hij wilde zeggen, de schreeuw, noch waar hij vandaan kwam of heen wilde,
heb ik hem dan maar een oude naam gegeven: melancholie.  Dat klinkt altijd goed.

Uit 'Si & la' - Bernard Dewulf - Het Weekblad - De Standaard
zaterdag 06 02 2016

 

 

Mijn lichaam is een schuilplaats.
Voor gemis en verlangen.
Ook voor weemoed.

Dat gemis aan vroeger.
Dat verlangen van toen.
Dat nooit een kans kreeg.

Omdat het altijd werd ingehaald. Door de werkelijkheid.

Het versleet of verslenste.
Of stierf embryonaal.
In de hunkering. Dat zachte graf.

Van de onmogelijkheid in ons bestaan. Later.

 


PS.
Later komt nooit terug.
Het is de toekomst
van ons verleden.

 

 270285

 

 

 

05-02-17

moe

 

Het was lange tijd stil. Dunne nevels maakten zich voorzichtig
uit de struiken los en slingerden langzaam tussen de bomen
door het bos in.

'Ik word wel eens moe van mijzelf,' zei de mier toen.
'Word jij dat nooit?'
'Maar waar word jij dan moe van?' vroeg de eekhoorn.
'Dat weet ik niet, ' zei de mier. 'Het is zo maar moe. In het algemeen.'
De eekhoorn had daar nog nooit van gehoord. Hij krabde achter zijn oor
en dacht na over zichzelf. En toen hij een hele tijd over zichzelf had nagedacht,
werd hij tot zijn verbazing ook moe van zichzelf. Het was een raar gevoel.
'Ja,' zei hij. 'Nu ben ik ook moe van mijzelf.'

De mier knikte.
Het was een warme avond. In de verte riep de uil iets naar beneden
en hoog in de lucht stond de maan, groot en rond.
De mier en de eekhoorn zwegen en rustten uit van zichzelf.
Af en toe zuchtten zij, fronsten hun wenkbrauwen en aten een paar beukenoten
en een kleine hap honing.
Pas heel laat, toen de maan bijna al onderging, waren zij uitgerust en vielen zij in slaap.

Uit 'Misschien wisten zij alles' - pagina 354 - Toon Tellegen

 

 

 

 

 

Seks is geen wiskunde. En een bed geen telraam.

 

De tandeloze tijd

 

De titel is niet van mij. Die heb ik geleend van een Nederlandse schrijver.
Ik las zijn Magnum Opus niet.
Maar de titulatuur zegt wel iets over ouder worden in deze tijd, vind ik.

Age is nothing but a number.

Ik ben als een oud jongetje geboren. En word dus stilaan
een anachronisme. In deze digitale tijd.
Waar lippen worden vol gespoten, de vette lenden leeg gezogen
en belegen borstjes, weer pril en pront,

de lente verlegen maken. Zonder schaamhaar op de daartoe voorziene plaatsen.

Ach, als welstellende mensen daar het geld voor hebben
en er ook nog gelukkig van worden,
wat zou ik daar dan kunnen tegen hebben.

Hoe schoner, hoe liever. Ik ben een estheet. In hart en oude nieren.

Maar het mag geen gebod worden, opgelegd door de Heilige Boekjes.
Met hun catechismus aan zaligmakende middeltjes,
hulpstukken en mechaniekjes om de teller stiekem terug te draaien.

Want ze maken vele minderbedeelde gelovigen ongelukkig. Door hun dogma's.


Het zich jong voelen zit niet in de scheur van je jeans,
verwar jeugd niet met commercie en mode. En drift niet met tederheid en erotiek.
En zeker niet met het aantal keren. De lengte en de duur.

Seks is geen wiskunde. En een bed geen telraam.

 



PS.
De natuur is genadeloos. Voor jong en oud.
De ene heeft wat een ander mist.
Enzoverder.

Sommigen worden schoner met het ouder worden.
Ze hebben geluk.
De ene walst door het leven, de andere kruipt er door.

Het leven is voor iedereen hetzelfde. En toch weer anders. Vooral er tussenin.

PS.
Over begeerte (eerder dagboek) kreeg ik een nogal persoonlijke reactie van iemand die
teleurgesteld was in mijn woorden.
Terwijl ik niets tegen begeerte heb, maar pleitte voor een aangepast taalgebruik van beschaafde heren.

Alsof 'seks' een competitie zou zijn.
Waarom zou een tachtiger nog verplicht zijn jonge maagden tot duizelingwekkende orgasmes te brengen.
O, maar het mag hoor, als zijn prostaat en reuma dat toelaten.

Maar dan aan één of andere toog daar gaan over opscheppen...
neen, daar is de bejaarde tijd voor uitgevonden.
Leve de liefde, leve de erotiek en haar hemelse neveneffecten...

Ouder worden zit niet in je kleren, maar tussen de oren.
Ik wacht nog op de eerste eeuweling met een scheur in z'n jeans...
misschien loopt hij (zij) al ergens rond...