17-02-17

Paradijsvogel

 

 

Ik ben niet meteen een vogelaar.
Zou deze kennis mij gelukkiger maken, vraag ik me al eens af.
Als we twijfelen
tussen een pimpelmees of een koolmees, een slobeend of kuifeend, de Canadese of de Nijlgans.


Ik denk van niet. Een recensent is geen schrijver. Een letterzetter ook niet.

Neen, ik zie de meeuwen dobberen als zeilbootjes op het rimpelende water.
Een ornitholoog ziet een kokmeeuw.
En zijn zomer- of wintertooi.
De verrekijker is zijn pen waarmee hij kennis verzamelt.


Een schrijver ziet un tableau vivant. De schepper van het levende beeld.

De vlucht, de val, het gemis en verlangen.
Het baltsen en het walsen, de paringsdans.
Een reflectie. Die hij kent en voelt.

Tot in het gevederte van zijn vreugde en verdriet.

Soms ben ik een paradijsvogel.
Als ik verliefd ben.
Geen hemel te hoog. Geen dal te diep.

Zo dadelijk weer kijken
naar de wolken en het water.
En de blauwe ogen van een verliefde vogel.

 

                                     ***

               Bij het vroege licht

Zij plukt de eerste zwaluw
zomaar uit de lucht
en laat een diepe zucht

zij plant een primula naast de rozen
ze kijkt lankmoedig in mijn slome winterogen
en schuift wat broodjes in de oven

dan declameert zij plechtig
de bloesemende woorden:
ik verklaar de lente voor geopend

en zie daar begint meteen een vogelaar te dromen.

 

 

 

PS.
Voor de ethymologische Kempenaars onder u:

`Vogelen` is het bekijken en het determineren van vogels.
Mensen die vogelen worden `vogelaars` genoemd, en kunnen wel als amateur-ornithologen beschouwd worden.

Het vogelen kan verschillende vormen aannemen.
Dàt vooraleer je op "andere" gedachten zou komen.

 

20-02-10

 

Post een commentaar