17-02-17

jij, mijn liefste misverstand




Lieve Charlotte,

Dat onze ideeën over liefde weinig oorspronkelijk zijn, zoals je stelde, is niet erg. Al te originele ideeën zijn waanzin. Wat jij als liefde beschouwt, moet door de ander ook nog als liefde worden herkend. Zolang je zit te wachten op een positieve reactie van de ander althans. Maar jij dicht, jij leest voor in het openbaar, en in diezelfde openbaarheid corresponderen we met elkaar – mijn vriendin zei over de eerste aflevering: ‘Het zijn wel liefdesbrieven maar dat is niet erg’ – dus ik vermoed dat jij niet al te zeer wil worden misverstaan. Hoewel mijn favoriete Lacan-citaat blijft dat communicatie begint waar het misverstand begint.

Kun je het verlangen naar liefde van de lezer overwinnen? Het heeft me moeite gekost. In het begin, laten we zeggen de periode tussen 1994 (Blauwe maandagen) en 2003 (De asielzoeker) zag ik in afwijzing van mijn teksten een existentiële afwijzing.

Toen ik een dagelijkse column voor de Volkskrant begon te schrijven in het voorjaar van 2010 werd ik geconfronteerd met agressie (en liefde) van lezers die een romanschrijver zelden ervaart. Ik heb besloten, volgens mij is dat besluit ook inzicht, dat agressie van de lezer een signaal is dat de therapie is aangeslagen. Je zult het vermoedelijk vreselijk vinden, maar ik denk dat de schrijver, zeker de columnist, ook therapeut is. Daarnaast kunnen we het vies vinden maar romans en gedichten worden therapeutisch gebruikt. Of we dat vervelend vinden of niet.

Heb jij het verlangen naar de liefde van de lezer overwonnen of heb je daar nooit last van gehad omdat jouw hooghartigheid, die ik waardeer, geen pose is maar diep in je zit?

Arnon Grunberg
Citaat uit De Standaard der Letteren - vrijdag 17 februari 2017

                              ...



Ik kwispel met mijn pen, zoals een hond zijn staartje.
Jij bent immers mijn baasje.
En ik wil je behagen.

Ik leg me aan je voeten en kijk hondstrouw in je ogen.
Zie je mijn liefde wel doorheen m'n woorden.
Hoelang moet ik wachten, vooraleer je me vastpakt.

Mijn vacht streelt, mijn verzen en zinnen.
Zeg mij toch hoe mooi ik ben.
En trouw. Aan je bewondering.

Tot in mijn laatste paragrafe, strofe of apotheose.



 

PS.
Jawel, ik ben een bedelaar. En een smokkelaar.
A mockingbird en een tedere koekoek.
Ik verzamel je. Ik notuleer je.

Ik verberg me in je nest. En leg me neer
in de rimpels rond je ogen.
Ik zucht je adem. Ik kleur je lippen.

Ik schrijf me neer.
Opdat jij me zou lezen. En tot je nemen.
Tot aan mijn laatste punt.

Jij, mijn liefste misverstand.



 

De commentaren zijn gesloten.