11-02-17

elke dag een strofe

De Vlaamse regisseuse Nathalie Teirlinck heeft, lees ik, haar debuutfilm, Le passé devant nous – over een moeder en haar zoontje, opgenomen tijdens de lockdown, anderhalf jaar geleden, in Brussel, vanwege de aanslagen in Parijs.

Even, zei ze in de krant, heeft ze getwijfeld over doorgaan met de film, want waar zijn we mee bezig? Terwijl mensen willekeurig worden neergekogeld. Maar het verlossende antwoord was er snel:
‘Uitgerekend dit,’ besloot ze, ‘was wél een tijd om bezig te zijn met kunst en schoonheid.’

Ik zat te knikken. Ik herkende dat. Met één bijgedachte: laat die kunst er nu maar even vantussen en hou de schoonheid over. De kunst is een strofe van de schoonheid.
...
Of de gruwel groot of klein is, wereldwijd of in de intimiteit, zolang ik me kan herinneren, heb ik één tegenbeweging gehad: richting schoonheid. En die heeft duizend-en-één vormen, net als de gruwel trouwens.

...
Maar altijd dus heb ik toevlucht gezocht in de schoonheid.

Die laatste heeft me in zekere zin gered. Anders had ik me al lang geleden laten opzuigen. In de Nilfisk van de kleine gruwel. Of laten verslaan door de grotere gebeurtenissen.

Dat is nauwelijks een boutade. Misschien is het begonnen bij die moeder. Zo ongenadig en oorverdovend ze de ochtend kon opzuigen in haar kleine monster, zo stil kon ze stralen in de avond met parels om haar hals.

Onwillekeurig heeft ze me zo het verschil geleerd tussen het prozaïsche en het poëtische. Dat besef, en de behoefte aan haar straling na het stofzuigen, heeft me niet meer verlaten.

Nog altijd ben ik aangetrokken door schoonheid, al klinkt dat behoorlijk pathetisch – terwijl het soms best wel pathetisch is. Maar het is geen verslaving, geen obsessie, geen visioen. Het is zo dagelijks als wat, zij het wel chronisch.

Evenmin is het een ziekte, zelfs geen aandoening. Het is gewoon zo dagelijks als wat. Vooral is het terloops. En overal, en vooral en passant. Het is iets dat ik betrap en omgekeerd, dat mij betrapt.

Als was ik een dief.

Het schuilt net zo goed in, ik noem maar wat recents, een vroege lichtvlek in de badkamer, de smiley van de eidooier, als in een oogopslag aan de huishoudrollen in de Carrefour, de lade die ineens schokkend hapert, een afgedankt haarbandje op straat, het genie van een paperclip, een opengesneden peer die haar lichaam imiteert. Het schuilt in wezen in alles. Ook helaas in de gruwel.

En schuilen is het juiste woord.

Daarom is de kunst maar een strofe, of hooguit een refrein van de schoonheid. Het werkzaamst is die laatste in het voorbijgaan. In seconden, in tellen, in mums van tijd.

Ze is er niet om zichzelf, om zich te vertonen, zoals veel kunst. Ze gaat gewoon schuil in de lopende uren. Om de hoek. In een lichaam. In de gang der dingen.

In wezen zou men er de klok rond mee bezig kunnen zijn. Van het eitje tot haar dagelijkse woelwater ’s nachts. Zich allebei van geen kwaad, geen zinnelijkheid, geen schoonheid bewust.

Maar het zou geen leven zijn.

Altijd, daarom, gaat ze voorbij in het voorbijgaan. Zoals in de film die ik eerder noemde. Daarin draagt een moeder haar zoontje naar bed. En terwijl ze dat doet, ziet het kind een speling van het licht op de vloer. Gewoon in het voorbijgaan.

Misschien is het daar en toen begonnen bij dat kind: bij die toevallige speling, onvergetelijk net voor de slaap, van een schoonheid die hij nog niet begreep omdat hij moe was, maar wel had gezien.

En die hem nooit meer zou verlaten, in het proza van zijn toekomst.

Uit: Speling - Si & La - Bernard Dewulf - Weekblad - De Standaard - 11 februari 2017

 


                       ...

 

Er komt een tijd dat alleen schoonheid
je leven nog kan redden.
Het reddeloze aan deze gedachte
is dat geen mens kan bepalen wat schoonheid is.

Er is niemand die het in jouw plaats doet of kan of mag doen.

Geen school of paus, geen -ismen of strekkingen.
Geloof me.
Zij is helemaal alleen van jou.

Jij bent God in het diepst van haar bestaan.

Laat niemand aan de haal gaan met haar.
Met jouw Troost van Schoonheid.
Vandaag is het de ochtend die wakker wordt.

Morgen is het misschien te laat.



PS.
Elk woord dat ik hier neerpen voor jou
heeft geen zin,
als het je niet bekoort of verleidt.

Al was het maar één ogenblik.

Dat ik je gids mag zijn.
Naar binnen of naar buiten.
Heel even maar het kind in jou laat wakker worden.

Dat je weer ziet en luistert, ruikt of voelt.

Dat je vergeet
wie je bent, wie je bent geworden.
En dat, later als je groot zal zijn,

nog elke dag kan. Als je maar klein blijft.

PS.
Dank u, Bernard Dewulf, voor zoveel schoonheid
die jij de vrijheid gaf.
Ik geef ze wel een schuilplaats. Als ze kwetsbaar rond zich heen kijkt.



 

 

 306514

Post een commentaar