10-02-17

dat vreemde lichaam

Vertalen is een vorm van zwijgen, in de buurt van het al gezegde. En luisteren, luisteren, luisteren. Om vervolgens op te spreken, grotendeels als de andere, ten dele als wijzelf.

Ergens in een korte mijmering noemt de vertaler Johan Boonen vertalers ‘bevoorrechte gluurders’. Maar meer dan kijkende voyeurs zijn het luisteraars, met, ik citeer, ‘een onbeschrijfelijk respect voor de stilte van de tekst’.

En over die tekst zegt hij ook nog: ‘Geef hem de tijd.’
....

Natuurlijk klonk ze toen anders, werd ze anders gebruikt, anders opgevoerd. De taal. We weten soms zelfs niet precies hoe. Maar op een gegeven ogenblik komt de vertaler toch in een soort tussentijd terecht – of noem het een altijd-tijd – die diep in woorden, zinnen, beelden zit. Hoe oud of jong ze ook zijn.

Die altijd-tijd kan bij het vertalen voor een vervoering zorgen. Het besef dat er in het hart, of in de zenuwbanen van de taal iets tijdloos klopt of tikt of gewoon doorgaat. Van tijd naar tijd.

Misschien klinkt dit alles wat abstract. Terwijl ik het net zinnelijk bedoel. Vertalen is toch een transactie, een uitwisseling en, ja, een nadering tussen twee lichamen. Tussen twee corpussen, twee woordenschatten, twee grammatica’s, twee verbeeldingen.

Daarvan is dat laatste, de verbeelding, het belangrijkst. Vertalen ís ver-beelden. Een zo juist mogelijk beeld geven van de tekst, dat vreemde lichaam, in zijn nieuwe context. Daar is dus verbeelding voor nodig. Zowel in de zin van fantasie als van precisie.

Uit: Vertalen is bevrijden - Bernard Dewulf
De Standaard der Letteren - 10 februari 2017

 

***

Het liefst zou ik zwijgen. Na zo'n tekst. Stilte is de mooiste precisie
die kan volgen. Na zijn zinnen.
Elk ander woord verliest dan. Zichzelf. En dat vreemde lichaam.

De Taal.

Lost in translation. Misschien zondig ik nu wel tegen Dewulf:
maar is niet elke vertaling een verlies.
Niet alleen van schrijver naar schrijver.

Maar vooral van wit naar zwart. En van schrijver naar lezer.

Ik voel mij machteloos. Wanneer ik het ongezegde van het weerloze wit
tracht te vertalen.
Alsof je de zon wil schilderen en de zee in een woord wil gieten.

En toch blijf ik zondigen. Tegen dat vreemde lichaam.
Dat ik streel.
Alsof de Taal een Vrouw was. Een geliefde.

Bestaat er een schoner synoniem voor haar?



PS.
Toeval. Gisteren herhaalde ik een oude tekst in mijn dagboek.
Na Dewulf kan ik niet anders
dan dit vandaag opnieuw doen. De vertaling zal weer anders zijn.




 

Een vorm van zwijgen

Zie, hoe onmetelijk dit blanke veld is.
Die zwijgende afwezigheid van woorden.
Witte stilte van het niets. Dat ik openbreek.

Iets met niets bekleed. Een vlek van spreken.
Zonder toevoeging van enig weten.
Slechts het ontmantelen van mijn allenig leven.

Hoe dikwijls nog pleeg ik een aanslag
op dit onaantastbaar wezen.
Blad met volgeschreven leegte.

En ongeletterd zwijgen. De overtreffende trap van schrijven.

 

 

 

 

Post een commentaar