31-01-17

Camelot & Chère Louise

 

https://www.youtube.com/watch?v=JtyJiT5Kmwg&index=2&a...

 
www.youtube.com
and share it all with friends, family, and the world on YouTube.

De chirurgie van weemoed

 

Hoe een liedje mij opensnijdt
met het futiele gemak
van een herinnering

de zenuw van mijn ziel
openlegt met precisie
tot op de pijn

van weemoed
en weent als een oud jongetje.

 

                                               ***

Gekneld tussen twee liedjes. Verlies ik mij.
In vroeger.
Dat nooit bestond.

Maar dat ik stal
uit mijn dromen.
Om te bewaren voor later.

En mij te herinneren aan wat ik nooit was.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=5czBqimDpa4

 
 
www.youtube.com
Jackie (2016) Soundtrack / Trailer Song / Music Song: Richart Burton - Camelot Movie: Jackie IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1619029/ Web: http ...

 

De vergiffenis van oude lichamen

Ik had altijd het gevoel dat ik moest kiezen om te zijn wie ik werkelijk ben, die keuzes gaven mij het gevoel dat mijn identiteit willekeurig was, mijn leven was als bladeren door een tijdschrift. Ik dacht vaak na over al die mensen die je in je leven niet ontmoet, al die mogelijkheden die aan je voorbijgaan. Diep in mijn jonge lijf zat een melancholisch oud mannetje.
....
Voor mij in de bioscoop zaten twee heel oude mensen. Toen het licht dimde zag ik tussen de stoelen dat haar hand in zijn richting bewoog en in zijn schoot bleef liggen. Tijdens de film kwamen hun lichamen steeds dichter bij elkaar. Het leek op den duur alsof het één lichaam was dat voor me zat, dat keek uit één paar ogen. Na afloop zag ik de twee buiten voor de bioscoop staan. Ik hoorde haar tegen hem zeggen:
‘Doe de groeten aan je vrouw.’
Ze liepen allebei met hun oude lichamen een andere kant op. Ook zij moeten elkaar vergeven dat ze niet het leven hebben geleid dat ze met elkaar hadden kunnen leiden.

Uit de COLUMN -

 

 

 

 

 

305132

30-01-17

Ik ben niet echt weg

 
 
Citaat uit een COLUMN

Meer gedichten en gebeden

Zaterdagmorgen. Ik woon de uitvaart bij van Herman Vanden Berghe (1933-2016), wereldvermaard geneticus, gewezen vicerector van onze universiteit. De muziek waarvan de gestorvene zo’n kenner was, vertelt over diens leven, daarbij nu en dan geholpen door woorden. Uitvaarten zijn een reis in de tijd.
...
Tot mijn verste herinneringen behoort een scène uit de zomer van 1959. Aan een tafel in onze tuin vertelde mijn tante dat we een geweldige zomer hadden. Banale woorden, niet uitgesproken om te onthouden. Maar wat we onthouden en wat we vergeten, kiezen we niet zelf. 

 

Ik bid
tot de bomen,
de wolken en de vogels

opdat zij mijn pen
mogen bekoren
en vasthouden

als ik mezelf verlies

en val
uit mijn dromen
Icaros

uiteindelijk geboren. En alreeds verloren.

 

 

 

PS.

Testament

Als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is maar een lichaam dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

En als ik dood ga, treur maar niet
ik ben niet echt weg moet je weten
het is de heimwee die ik achterliet,
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten
dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

Bram Vermeulen -

 

 305015

29-01-17

In het talmende licht

 

Rest, 1905, Bridgeman art- Hammershoi

Bernard Dewulf over het raadsel Hammershoi - In het licht van elkaar

Ik weet nog hoe ik zijn werk heb gevonden. Ik wilde, nog hoopvolle jaren geleden, een ‘poëtische anatomie’ van de vrouw schrijven. Van boven tot onder. Ik was nog maar bij de hals of ik kwam ­Hammershoi tegen. Zelden had ik zulke zinnelijke vrouwenhalzen geschilderd gezien, ook al zijn het feitelijk nekken. Daarna wilde ik zijn hele werk kennen.
Uren heb ik intussen gekeken naar zijn werk en ik kom er niet uit: kijk ik nu naar geruisloos geluk of peilloos verdriet? En van de nek van Hammershois vrouw kwam ik al snel uit bij zijn liefde voor het licht. Het is de logica zelve, maar je moet het zíén.
...

In het licht van Hammershois werk is het petite histoire, hoe pijnlijk die misschien ook was – of niet – in de werkelijkheid. Wat overblijft, in de schilderijen, is een bestaan vol onpeilbare stilte.

En ja, de trouwe aandacht van een stille man voor zijn, zo te zien, nog stillere vrouw, hun gezamenlijke hoge kamers, het licht dat ze er deelden, hun schuchtere bewegingen, de dagelijkse uren die ze er jarenlang verzamelden – in een bijzondere saamhorigheid die mogelijk vooral in de verbeelding van de verf bestaat.

Uren heb ik intussen gekeken naar zijn werk en ik kom er niet uit: kijk ik nu naar geruisloos geluk of peilloos verdriet? Naar koud of warm licht? Naar verveling of, integendeel, bezieling? Naar een wachtkamer of naar een woonkamer?

Nooit geeft Hammershoi uitsluitsel.

zaterdag 7 januari 2017 - dS Weekblad

...

En ja, de trouwe aandacht van een stille man voor zijn, zo te zien, nog stillere vrouw, hun gezamenlijke hoge kamers, het licht dat ze er deelden, hun schuchtere bewegingen, de dagelijkse uren die ze er jarenlang verzamelden – in een bijzondere saamhorigheid die mogelijk vooral in de verbeelding van de verf bestaat.
...

 

Mag ik de zinnen nog even herhalen.
Misschien was u wel te gehaast.



Het licht legt zich over haar.
Als een herhaling.
Van ochtend naar avond.

Het nodigt je uit. Om te aarzelen. Te dralen.

Misschien zag je de vraag van de verf niet.
Hoe ze je aankeek. En zich overgaf. Als een geliefde.
Haar hals op je wachtte. Voor een ogenblik.

Om zich daarna weerloos aan te bieden. Volmaakt verloren.

Voor de verbeelding van je lippen.
Of zie je dat dan niet. Hoe onmachtig ze wacht.
Op het zuchten. Van je adem. Badend langs haar haargrens.

En haar hals. Een strand vol begeerte.

Hoe bedrieglijk de stilte is. En de jaren gevangen.
In het gemis en de hunker. De gewelddadigheid
van de werkelijkheid. De lichtheid van dat bestaan.

Terwijl ze niet anders wil dan sterven. In je talmende armen.

 

 

 

PS.
Une petite histoire. Het klinkt als Eine kleine Nachtmusik.
Wat zijn wij anders in dit leven dan une petite histoire.
En als het werkelijk meezit Eine kleine Nachtmusik.


 

 

 

 

 

Mijn schildersezel

 Afbeeldingsresultaat voor jef blancke

 

 

Noch scholen, noch -ismen,
leren mij een Taal. Verf laat zich niet vangen.
Tenzij in beelden. Verbeelding.

Het schrijven van vingers.
Met vegen.
Of het alphabet.

Maar elk mens is vrij om een kijker of een ziener te wezen.

De ene blijft binnen het kader en de lijntjes. De scholen en de banken.
De andere spit en speelt, wroet en wringt, creëert een nieuw schilderij.
Maar iedereen blijft vrij. In de ogenblikken. En zijn interpretatie. Zijn getuigenis.

Ik kom thuis of ik blijf buiten. Een bewoner of een buitenstaander.

Toen ik het boek "Aangeraakt" van Jef Blancke open bladerde,
las ik meteen de verf.
Precies of ik het werk zelf had geschreven.

Mijn kleine wereld. Zo groot als een universum.
Zonder kader. Of grens en beperking.
Tenzij mijn verbeelding.

Met een onvolledige veeg. Geschreven. Niet meer dan een essay.

 

 

PS.
Vroeg wakker. Vandaag. Evenals mijn vingers.
Zij veegden wat indrukken over dit tableau.
Mijn schildersezel.

 

 

 Afbeeldingsresultaat voor jef blancke

 

07:03 Gepost in Dagboek | Tags: jef blancke | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

28-01-17

un tableau vivant

 

 

De dagen lengen
maar de tijd is te kort
hij ijlt voorbij
alsof Magere Hein achter hem aanzit

vanuit het raam

zie ik een De Saedeleer
de horizon beschilderen
donker met een oplichtend kader
ik blijf even staan

om de kleuren bij elkaar te houden.

 

 

PS.
Een weelde in het Weekblad van De Standaard.
Het beste verpakken ze gratis als een bijlage aan hun Krant.
Terwijl ik het liever andersom zag.

PS.
Hier in huis groeien
de stapeltjes ongelezen papier.
Ik schep liever zelf.

Zoals een kind op het strand. Met een potje water naar zee loopt.

 

 

 

27-01-17

zo dus

 

 

 

Zoals aan mist of sneeuw
een vroege zwaluw
die wat lente brengt

zo denk ik soms aan jou

onverwacht zelfs achteloos
als een herfstblad
dat zijn boom niet eens loslaten wou

zo denk ik soms aan jou


alsof de dood een trekvogel is
van verlangen naar de overkant
dat land van hen die ons hier achterlieten

zo dus denk ik soms aan jou.

 

 


 

 

zeldzaam zacht dichtbij

 

 

Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar.
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom.

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Uit: Onder het vee, 1966 - Rutger Kopland

                

                                      ***

 

Voor de verzen van deze dichter
mag het wit wijken.
Ligt de zin in woorden
en niet tussen de regels.

Mijn ontroering spoort mij aan
om iets te schrijven.
Dat niets kan betekenen
naast zijn zacht geheim.

Van ouder worden.
Verdwijnen en overblijven.
Alleen vleugels van ganzen,
antwoord ik haar,


hebben het recht te schrijven.

 

 

 

PS.
Zwijgen is de overtreffende trap van spreken.

 

 

 

304611

26-01-17

de euthanasie van de poëzie

 

 

De dag nadien

de gedichten mogen weer inslapen
toegedekt met fijn stof
hun zachte muur

tegen verkeerde lezers

onaangeroerd en onbegrepen
is hun genadeloos vertoeven
in hermetisch gesloten hoeken

klaar voor het pijnloos vergeten.

 

 

 

 

PS.
Samen met mijn vingers doorzocht ik een Kwaliteitskrant.
En, God weze geprezen, wij vonden geen enkel gedicht.
Op Gedichtendag van het Jaar Onzes Heren: 2017.

Wij konden amper onze tranen bedwingen.
En mijn letterkundige tentakels hun zweten.
Zo ontroerd door het vergeten.

Tussen Muren voor Mexico. Aleppo bijna verdwenen.
En het Trompetgeschal over het middenweeks voetbal.
Zoveel Kwaliteit tussen de regels.

We werden er analfabetisch stil van.

 

 

 

 304457

25-01-17

Troost

‘Feminin 4’. Katrien De Blauwer

Vandaag zijn het geen dagboeken meer. Het meisje is volwassen geworden, zegt ze. En haar werk is mee gegroeid. Het blijft wel een dagelijkse routine.
‘Ik heb dat ­nodig om tot rust te komen. Ik ben een spons, iemand die overge­voelig is. Dat moet er dus weer uit. Het is letterlijk een uiting van mijn gevoelens. Mijn werk is een verwerking van dingen die ik meemaak met vrienden, met geliefden. Er zit verlangen in, er zit verlies in. Er zit heel veel gemis in, en ook heel veel dood. Al die elementen borrelen ook in mij. Ik hoop dat de kijker er zijn eigen verhaal in ziet. Dat hij er troost in vindt.’

Citaat uit: ‘Ik hoop dat een kijker hier troost in vindt’

De collages van Katrien De Blauwer zijn als stiekeme geheimpjes: ze prikkelen de verbeelding en voelen erg privé aan. Jarenlang bleven ze verborgen in haar schuif, tot De Blauwer haar werk op sociale media plaatste en zo steeds meer zielen haar mysterieuze wereld binnentrok.

 

Weet ik wat ik zie.
Ik kijk niet
met ogen.

Tenzij ik ze sluit. Sluitertijd.

Ik inhaleer. Je snit.
Je cut.
Ze stamelen. Zoals ik aarzel.

Jij snijdt troost.
Uit gemis en verlangen.
Ik schrijf weemoed.

Uit jouw ogen.

 

‘Mijn eerste boek is bij de fotoboeken beland’, zegt ze daarover. ‘En mijn werk hing daarna in fotogalerieën. Dat vind ik wel mooi. Mensen weten niet goed waar het te plaatsen. Het balanceert op een grens en je weet niet goed wat erachter ligt. Die grens vind je trouwens ook terug in die cut die altijd aanwezig is in mijn beelden.’ 

 

PS.
Mysterie. Ik denk dat het de mist is die me raakt. Het mysterieuze van vermoeden.
De terra incognita. Tussen vraag en antwoord.

Zij snijdt. De scheur. De kijker lijmt de collage. Schrijven en lezen.



 304334

 

24-01-17

een metier is meer dan pronte tietjes

 

"Dit is literatuur. Geen korte, modieuze zinnetjes die een gebrek aan metier moeten verbergen. Hierin zit alles."

Citaat: Ella Louise - Cfr. lager voor uittreksel.

 

Soms voel ik me in deze wereld
een mankelieke priester aan het altaar.

Alleen met zijn Heer. God al lang gestorven.
Zelfs verlaten door elke doordeweekse kwezel.


Zijn geprevel in Latijn,
nog enkel begrepen door het verleden.

Waarin zijn dode zielen verder leven.

Alleen... in de Taal die ik liefheb.
Zo voel ik me soms.
Gelukkig zijn er nog enkele Hogepriesters.
Zoals een Dewulf,
die zinnen schrijft. Die ik wil brevieren.

Métier. Met of zonder accent.
Wat een chic woord. Geurend naar jalousie de métier.

Terwijl het ook elitair proeft. Een heerlijke smaak trouwens.

Maar toch soms wat hautain gekruid.
Onze eminente Rector spreekt al vlug over keukenpoëzie.

Ik weet niet Ella Louise, of je dit zal lezen,

maar je woorden maakten mij wat triestig.
Het was of ik, met mijn gebrek aan métier,
niet het recht had om te schrijven. Zoveel leegte. Bij mekaar verzonnen.

Terwijl ik schrijf om te ademen.
Te leven.

Ik weet het: soms erger ik mensen door de ondraaglijke lichtheid van mijn bestaan.

 

 

PS.
Natuurlijk mag ik mij niet aangesproken voelen. IK ben immers geen schrijver.
Noch dichter. En toch... jawel, en toch... raakten mij die woorden.
Alsof ikzelf een schrijvertje was.

 

 ....

 

 Uit het dagboek van Ella Louise:

Het lijkt wel alsof ze wordt gedragen door onzichtbare vleugels. Er zijn drie gevleugelde figuren in de Oudheid: Hypnos, Eros en Thanatos. Wolf kon als een godin enkel met haar ogen dansen. Die waren meestal licht omfloerst, alsof ze net gehuild had en schuldig om genade smeekte. Vandaag droeg zij een hemmetje met het opschrift: for sale, dat haar buik en navel bloot liet. De blikken die zij trok lieten op ons een merkteken achter, ze wierpen als het ware het lot van de jaloezie, haar en onze liefde bezoedelend met jaloers gif. Wolf had een ander hemmetje met de voorspellende woorden: gravity wins. De tieten van wolfje die nu veertig was, staken nog pront naar voren. Het doet iets wanneer je vrouw door iedereen, meer nog door vrouwen dan mannen, met jaloerse ogen wordt opgevreten.

...

 http://ellalouise.skynetblogs.be/

...

Citaat uit een recensie van Mark Cloostermans

"Godenslaap is volgens de auteur het eerste deel van ‘een literaire, alternatieve geschiedenis van België’ (DSL 9/10/2008). Dat is een spectaculair ambitieus idee, maar aandelen in Mortiers onderneming durf ik vooralsnog niet te kopen. Je ziet de auteur zinnen monteren met de precisie van een horlogemaker. Je ziet hem de mijmeringen van Helena stofferen met poëtisch proza waar menig dichter stikjaloers op zal worden. Maar na een bladzijde of tweehonderd besef je dat het allemaal verloren moeite is:
deze superbe kathedraal van taal is leeg, volledig en integraal leeg. Mortier heeft niets te vertellen, niets te melden. Godenslaap is een veelkleurige, wonderschone zeepbel van een roman. Het glanst, het vibreert en het zweeft als een mirakel in miniatuur – en tegelijk is het niet meer dan een vliesje rond een bel lucht. "

En toch, ondanks Cloostermans:
2009 – AKO Literatuurprijs voor Godenslaap

 

PS.
Ik houd van zeepbellen. Van rode ballonnen. En sneeuwvlokken.
O, ook vlinders wil ik niet vergeten. In dit lichte lijstje van zwevende mirakels.

Bellen poëzie.

 

 

 

Later was een ver land

 

Later was een ver land

 

Vakantie is mij een ontheemd woord.
Een vreemdeling.
Die ik ooit tegenkwam. Ergens.

Toen ik nog aan m'n pen likte.
En over mijn dag kraste.
Als een jongetje.

Knikkers in een gelapte broek.
En langzame weiden
als wiegende zeeën.

Die wij kenden
uit schoolboeken.
En tekenden.

Wolken en een zeilbootje
waarop wij lagen
te dromen. Van later.

Later was een ver land.

 

 

23-06-12

 

 

PS.
Niet ver van hier,
stond enkele minuten geleden, mijn lieve princesse
gespannen op de bus te wachten.

Dat weet ik. Want vorige week, stond ik samen met haar te oefenen.
In het vroege donker.
Zij moest naar school. Van de stad naar het dorp waar zij gevlucht was.

En dus was alles nieuw. En leerde zij de omgekeerde weg. Kennen.

Wij giechelden als pubers. Zij een prachtig gekleurd meisje.
Dat dertien werd.
En ik. Haar grijze opa. Die later al lang gepasseerd was.

En vooral veel vroeger overhield. Om van te houden.

 

23-01-17

Protestanten....

[p. 4]



illustratie

 
 
 

 

[I]

Fladderen,’ vroeg de zwaan aan de vlinder, ‘hoe doe je dat toch? Dat probeer ik nou zo vaak.’

Hij steeg op van de grond aan de oever van de rivier en probeerde te fladderen, maar het leek nergens op.

‘Pas maar op,’ zei de vlinder. ‘Straks stort je nog neer.’

Mistroostig ging de zwaan weer zitten.

‘Ik begrijp er niets van,’ zei hij.

‘En toch is het heel eenvoudig,’ zei de vlinder. Hij fladderde even om de zwaan heen en ging op de top van een grasspriet zitten.

De zwaan liet zijn hoofd in zijn veren zakken en keek somber naar de grond.

‘Je moet eerst je gedachten laten fladderen, zwaan,’ zei de vlinder. ‘Dan pas jezelf.’

De zwaan zweeg. Hij wist niet of hij nu boos zou worden of verdrietig of onverschillig.

...


Uit: Langzaam, zo snel als zij konden(1990) Toon Tellegen  - http://dbnl.org/

                                      ***


Soms zijn er woorden die twijfelen aan zichzelf.
Wellicht erfelijk belast.
Door de schrijver. Die twijfelt alsof het een Kunst is.

Neem nu die zin, in mijn vorig dagboek:
"Mag ik het zo verwoorden.
Dat ik schilder. Vegen verf penseel. Over het canvas."

Zou het woordje op daar niet beter staan,
vroegen de toetsen zich af.
Neen, protesteerden mijn vingers meteen. En gevoelsmatig.

Op is een statisch punt, zoals in het pointillisme. Een gestold accent.
In over glijdt de beweging van het penseel over het doek.
Als een "verfwoord". Een werkwoord.

Zo kan een veeg niet anders dan over het doek schuiven.
Breed en traag als een statige zwaan of sierlijk en scherend als een meeuw.
Alleszins...

Langzaam, zo snel als zij konden...

 

 

 

PS.
Penseel van: ik penseel. De ik is gedropt.
Penseel als schildersgerief. Het kan ook.

Hoe zou u een traan schilderen.
Niet met een punt, hoop ik.

Dat zou slechts een imitatie zijn.

Neen, de traan moet een tracé van treurnis achterlaten. Een veeg verdriet.

PS.
Ik moet u dringend nog eens schrijven over mijn geliefd ampersand.
Het mooiste onder de lettertekens.

 

 

 304107

18:03 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

22-01-17

Maar laat de barsten onherstelbaar mooi...


Vannacht zaten Bernard Dewulf en Benno Barnard samen op m'n zolder.
De uitvinders keuvelden diepzinnig over wat woorden.
Ik mocht braaf luisteren zonder hun aura te verstoren.

Plots realiseerde ik me tot mijn schaamte dat ik de heren scribenten
niets aangeboden had.
Dewulf wilde slechts wat water, Barnard vroeg 'ne Delftse'. Die ik niet in huis had, zei ik.
Hij insisteerde. Hij is dan ook een Engelse Landjonker die verdwaalde in Vlaanderen.
Maar uit Holland kwam.

Beschroomd vroeg ik Bernard D. of hij zich zijn briefje nog herinnerde
voor mijn verjaardag. Vorig jaar.
Even fronste hij zijn denkend voorhoofd, maar schudde ontkennend.

Ik was lichtjes ontgoocheld. Volgens mij was er een barst in zijn hoofd
waaruit zijn herinneringen weggevlogen waren,
zoals vlinders uit hun cocon.


Tot zover een waargebeurde droom. En nu over naar Freud.

                                                           ...

Lectori salutem,

 

We kunnen beginnen.
Aan het avontuur van onze vingers.

Ik als schrijver. U als lezer.

Vele brieven schreef ik u. In gedachten. Ze kwamen en ze gingen.
En ze bleven wit. Want zonder inkt hebben ze geen leven.
Slechts die ene. De deze, overleefde. Hier en nu.

De bevruchting van een denkbeeld. Na het introïtus.
Zoals herinneringen zich nestelen in de scripta.

En een tweede leven hebben.

Zo zat ik bedeesd en bang voor deze sneeuwwitte vlakte. Een gapende leegte.
Mocht ik deze tabula rasa wel betreden?
Krassen doorheen haar onbevlekte onschuld. Nog zorgeloos.

Zonder woorden.

Hoe moest ik schrijven, wat zou ik schrappen?
Wat mocht er overblijven. En was dat wel voldoende.
En vooral, hoe zou u deze woorden lezen?

Want woorden zijn kwetsbaar. Door interpretatie.
Het lijken soms wel kinderen van een (v)echtscheiding.
Slachtoffers. Van de schriftuur en de lectuur.

U merkt het, dierbare lezer,

ik haper en ik aarzel. Ik adem en ik wacht.
Op het wit tussen de regels.
Alsof de betekenis daar ligt. Duidelijker dan inkt.

Mag ik het zo verwoorden.
Dat ik schilder. Vegen verf penseel. Over het canvas.
U spant het kader rond de kleuren.

En u zegt:
dit is wat het woord mij toont.  Doch ik zal het kneden.

Tot er staat. Wat ik wil lezen.

Ik schrijf de woorden. En u geeft de betekenis.

Zouden we dit kunnen afspreken?
Dat we beiden streven, niet naar Weten'schap in deze woorden,
maar zoeken naar het Vermoeden

en de Troost van Schoonheid.

Ook al vinden we die separaat. En verschillend.
Ik hoor u denken, lezer (m/v),

"zo onduidelijk. Hoe moet ik dit alles begrijpen."

Kunnen we niet trachten
om andere normen en waarden aan te kleven? Dan de exactitude  van een meetbaar getal.

Zou u zich daarin kunnen vinden?

Zoals we de zee en de verte niet begrijpen.
Licht en schaduw.
De bomen en de bloemen.

En de trektocht van een zwaluw. Zou ik zo onduidelijk mogen schrijven?


een gebarsten roerloze schrijver

 
 
 
 
 

PS.
Voorwoord
verpakt in Post Scriptum.
Lees deze woorden alstublieft met een roze bril op, die van La vie en rose.
Weet dat ik weker ben dan boter.
Kwetsbaarder dan een slak. Zonder huisje.

Dit is geen gebod, maar een smeekbede.

Jawel, ik ben waziger dan een bevroren venster.
Maar ik schrijf er ijsbloemen op.
Die ik ontdooi. Eenvoudig door ze te beademen, schrijf ik uw naam.

Lees ook de achterkant van mijn woorden.
Misschien verberg ik me daar wel.
Maar zoek me niet. Lees mij onvindbaar.

Want ik ben veel 'misschien'...  geen axioma. Of ex cathedra. Geen protocol.

Maar wel een craquelé cursiefje.
Gevallen en gebroken.
Misschien kan u me wel lijmen.

Maar laat de barsten onherstelbaar mooi...

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=mDTph7mer3I&feature=y...

 
www.youtube.com
LEONARD COHEN: A FINAL INTERVIEW | September 2016| David Remnick from The New Yorker - Duration: 19:47. Joao Miguel Figueiredo Silva 75,492 views

 

303987

 

18:13 Gepost in Dagboek | Tags: leonard cohen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

20-01-17

Als een ondoordachte vraag





Zij slaapt in mij
zoals een ondoordachte vraag
haar adem baadt door mijn verlangen

zoent de hitte van de zomer
plukt de koelte van een bries
zij lijkt een ansichtkaart

zo verkleedt ze haar gemis

ik leg een komma
aan haar voeten
opdat de jamben trager

zouden vloeien
dan het licht
dat haar bewaakt

als een jaloerse minnaar.

 

 

 

19-01-17

Wiegelied voor oude jongetjes

 

 

 

 

      Wiegelied voor een oud jongetje

 

 

Wieg mij
als een incunabel
in je akte van geloof

druk mij
als een onbeschreven blad
op de verte van je hoop

ooit adem ik
je wakker
als een oud gedicht

over liefde en verlangen.

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=AkUVfOb__dQ

 
 
www.youtube.com
Elisabeth Schwarzkopf sings "Wiegenlied" op 41 No 1 by Richard Strauss London Symphony Orchestra George Szell, conductor 1969

303697

 

18-01-17

de uitvinder

 

Zijn brieven

 

Dit zijn zijn brieven, ze ruiken naar
oud papier, de inkt is grijs

ja, zo was zijn handschrift, zo zagen
zijn brieven er altijd uit, dit was hij

schrijven is uitvinden wat er in je leeft
op dit papier heeft hij dat geprobeerd

schrijven is lezen, een poging te lezen
wat een ander leest – die ander was ik

...


Uit: 'Een man in de tuin' - Rutger Kopland 
Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2004

                                                           ...

" schrijven is uitvinden wat er in je leeft "

 

Lire c'est écrire

 

Laat ik naar mezelf schrijven. Lankmoedig.
Mij lezen en dan zeggen: jij probeert het.
Elke dag. Weerloos. Meermaals moedeloos.

Blijf vinden. Wat je niet zoekt. Jezelf. Een ander.

Alles komt aangespoeld.
Aan de oevers
van je woorden. Dat nest van papier.

Trouvailles. Stop ze weg. Als je ze ooit wil vinden.

 

 

PS.
Ik ben een strandjutter. Ik jat zinnen. Of een woord.
Overboord gevallen.

Van een Kopland.
Dat kabbelende leeslint.

En ik een tuinman. Die letters plant. Woorden om te rooien.
Maar geen jonge sla.

Want daar groeien enkel zijn tranen van.

 

                              ...

 

 

Jonge sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

------------------------------
uit: Alles op de fiets (1970)

 

 

 

21:16 Gepost in Dagboek | Tags: kopland | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

De onvoltooide verte






Le temps qui reste


Ik hoor
hoe de avond zwijgt.
Ook het
ruisen van haar stilte.

Die tastbare afwezigheid
voelen mijn vingers. Ongehinderd.
Hoe zij
haar huid te vinden legt.

In de verte van een vermoeden.

 

 

 

PS.
Een oud vers, vind ik. In een herinnering. Van mijn boek, zonder bladen. FB.
Ik luister of de zinnen mij nog horen.
Une phrase qui sait nous entendre.

 

PS.
Mijn oude dagen zijn dochter-dagen.
Van ochtend naar avond.
Over de nacht.

Ik hoor haar slapen. Als ik ze wakker bel.
In het vroege duister. Van de dag. Maar deze ochtend scheen de zon
reeds in haar stem.

En aan de einder, hoorde ik hoop. In haar dwarrelende woorden.

 

17-01-17

un livre heureux

 

 

 
 
www.youtube.com
Invité d'honneur de François Busnel, Daniel Pennac vient évoquer son tout dernier roman, «Ils m'ont menti», premier tome du «Cas Malaussène», publié début ja...

 https://www.youtube.com/watch?v=kShOEYENg6U

 doorschuiven naar 5'

 

 een ongelukkig dagboek

 

Ik heb een moeilijke relatie.
Met Facebook. Ook met mezelf.
En zo kan ik nog wel wat opsommen.

Juist, ook met getallen, bijvoorbeeld.

Neem nu Facebook.
Dat boek verwaarloost mij. Geen duimen of hartjes.
Net of ik niet besta.

Het is een ongelukkig boek, denk ik. Misschien moet ik het wel mijden.

En zo denk ik plots terug aan La Grande Librairie
en de dichter Christian Bobin.
Et sa si belle parole:

Un livre heureux est un livre qui sait nous entendre.

Une phrase qui sait vous entendre.
Zo'n zin wil ik je schrijven.
Maar waar vind ik de woorden.

Want zonder woorden kan een zin niet gelukkig zijn.

 

 

PS.
Twee dagen van groot verdriet. En spanning.
Gisterenavond, een gebroken man.
Dolend in zijn eigen stad. Verdwaald in zichzelf.
En het leven.

Soms wou ik dat ik een hondje was. Met een stamboom.
En een baasje dat me uitliet...

                 ***

 

 ...

Soms scroll ik door Facebook en lijkt het weer alsof iedereen weet waarmee hij of zij bezig is, behalve ik. Natuurlijk is het ook belangrijk om sterk te zijn. Tijdens mijn depressie huilde ik soms uren achter elkaar en wilde ik iedereen omhelzen. Ik dacht dat ik me na jarenlange afstandelijkheid voor iedereen moest openstellen.
‘Nee,’ zei dr. Engel, ‘kwetsbaarheid heeft geen aan-en-uitknop. Het heeft een dimmer, waar je voorzichtig aan kunt draaien. Kies je momenten. Bij een gesprek met je geliefde in bed ben je eerlijk, bij een gesprek met een collega op de kerstborrel zeg je gewoon dat het goed met je gaat.’
Dit realisme hielp me: mijn vriendin en ik ­bleven bij elkaar en gingen samenwonen, mijn knieoperatie dwong me om stil te ­zitten, en de revalidatie leerde me om op dezelfde wijze mijn boek stap voor stap op te bouwen. ...
... Een depressie kent lang niet altijd een positief einde. Bovendien kunnen we helemaal niet overleven zonder verzinsels, dan zouden we geen verhalen meer vertellen of grappen maken – de mooiste onderdelen van het leven. Maar ik denk wel dat zelfinzicht en ontwikkeling altijd pijn met zich meebrengen. En die pijn gaan we te vaak uit de weg.

Uit De Standaard - 17 januari 2017 - Rutger Lemm - schrijver

                                                  ...

303434 

15-01-17

Mag ik dan bij jou...

 

Slaap wel!

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=jBDKnFfAwR8

 

 

En dan denk ik aan mijn dochter, die nu weer kan slapen met haar kinderen,

zonder angst...

en aan al die anderen die nog moeten wachten...

 

Slaap wel!

 

 

 

 

Luister goed naar wat ik verzwijg

 

Poëzie


Van mooie poëzie heb ik nooit zo erg gehouden
tenzij je niet merkte dat ze mooi was
zoals snel het licht
dat schampt langs een spoorrail
of de sneeuwvlok die smelt op de straatsteen
maar verder
heb ik van mooie poëzie nooit zo erg gehouden
tenzij ze heel mooi was
zoals toen je op de tramhalte stond
en ik je zag in het voorbijgaan


Uit: Nieuwe herinneringen (2007) Remco Campert

                                                     ...

 

En toen ze voorbij ging
dacht ik dat ze nooit zou sterven

ik hield mijn adem in
terwijl zij lucht en licht werd

lichter dan een sneeuwvlok
maar langer dan de schaduw

van de tijd

die zij verleidde alsof zij
eeuwig was

minutenlang, een uur of zo
tot aan de lente alleszins

en dat zij dan bloeide als geen ander.

 

 

PS.
Ik luisterde zopas naar Remco Campert in Berg en Dal.
Bij Klara. Een beminde.

En hij was een kuchend jongetje.
Van koppig roken.

Maar ook van verzen.
Vers als vrieslucht in een berijpte ochtend.

En dan weet ik dat mijn aandachtige vingers
luistervinken. En zich niet kunnen bedwingen.

Om hun alphabet te ontbloten. Ook op dit late winteruur.


Hier tikt een allenige man.
Die geniet van zijn lege-nest-syndroom.
Een ziekte die hij niet zou willen missen.

                            ...

 

 Luister goed naar wat ik verzwijg   -     Remco Campert

 

 

19:17 Gepost in Dagboek | Tags: remco campert | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook

Soms wou ik dat ze een hondje was...

 

Snoesje, de gesteriliseerde kattin van buren M. & P.,
kijkt hautain en ogenschijnlijk onverschillig toe, hoe buurvrouw K.
voor de zoveelste maal vandaag met Pistache, haar nieuwe liefde,
naar hetzelfde vertrouwde plekje trekt om daar zijn behoefte te laten doen.

Zij draagt de puppy voorzichtig en overbezorgd over het natte gras.
Tot aan de plek, die hij later in zijn (haar, het is een vrouwtje, met dank aan Koning Filip)
aankomend hondenleven mag vinden. Op de geur.

Mijn buren K. & W. zijn welstellende en weldenkende mensen.
Een huis hier, een optrekje ginder en dan nog een buitenverblijf aan onze Noordzee.
Pistache moet het lege nest opvullen, zegt buurman W.
Terwijl hij gulzig ruikt aan een relikwie uit zijn vroeger nest. Pistache, bedoel ik, niet de buurman.

Sommige honden hebben geluk, denk ik.
Terwijl ze wegrijden. Het hondje illegaal vooraan op de schoot.
Van 'de lege nest oma'.

 

Enkele huizen verder woont sedert gisteren mijn haveloze dochter.

Zij is buitensporig lyrisch deze ochtend. Want een nieuwe lente, een nieuw begin.
Maar het gevaar loert al om de hoek.
Op haar terras komt een winterkat haar verleiden.

Verwaarloosden ruiken mekaar. Op afstand.

Gelukkig volgens haar huurcontract,
mag ze niet roken. Geen dieren in huis. Woeste mensen wel.
En ademen is ook toegestaan.

Doch, ik beaam. Allemaal goed voor haar. En haar vertederde gevederte.
Ik weet er alles van. -Als ervaringsdeskundige en autodidact.-
Hoe vlug ze valt. Waar anderen moeiteloos rechtop blijven staan.

Soms wou ik dat ze een hondje was.



 

PS.
Koffiezet en kopjes, suiker en eieren, zetels enzoverder vanochtend al naar ginder gesleurd.
Een ademzucht verwijderd van opa.
Da's wel heel erg dichtbij.   Gelukkig geen zolder deze keer.

Maar daar moet ik wel duur voor betalen. Sponsor van haveloze kinderen.

Gisteren, zelfs met de hulp van politie, amper wat mogen meenemen.
Terwijl daar alles van haar (van opa, feitelijk) is.
Een briesende man met twee gevaarlijke honden, gebarricadeerd in zijn living, 

daar begint zelfs een team politie-agenten niet aan.

Trouwens, dochter mag wettelijk, zonder bevelschrift van Rechter, niets meenemen.
Maar zij heeft nog geluk
dat ze de bedden en het meubilair van de kinderen mag meenemen.

Maandag, met versterking van het politiecorps een nieuwe poging
om nog wat uit de brand te slepen.

 

Ondertussen ben ik zo gelukkig met mijn lege nest. Geen Pistache nodig om mij te redden.

 

 

 

14-01-17

Het helderst herinner ik me niets.

Het helderst herinner ik me niets. Dat is geen boutade. Wie lang genoeg naar vallende sneeuw kijkt, kijkt ook naar een stilte in het hoofd. Een wak in het geheugen.

Sneeuw is domweg bevroren water. Maar zijn hart schittert in een onuitputtelijke symmetrie. Zijn vel is even ijzig als donzig. Zijn val is sprookjesachtig. Zijn ligging is zonder onderscheid, zowel over tuinen, snelwegen, skipistes als vliegvelden.

En altijd valt hij uit de lucht.

Sneeuw valt uit een nergens. Geen nieuws is hem bekend. Geen klimaat heeft hem veranderd. Geen geschiedenis heeft hem aangetast. Altijd lijkt hij als voor het eerst op te dagen. En laat hij vervolgens de wereld even verdwijnen – om haar heel even schitterend te laten verschijnen.

 

Uit: Si & La - Bernard Dewulf - DS - Weekblad

 

 

Want niemand kan mooier vallen

Vandaag dus.
Er ligt meer herinnering op de daken.
Dan sneeuw.

Het vermoeden van vroeger.

Want
het helderst herinner ik me niets. Tenzij
de grote mensen die een sneeuwman willen maken.

Terwijl het jongetje enkel wil kijken.

Niemand kan immers mooier vallen.
Dan de vlokken.
Waarom dan een beeld bouwen.

Tenzij om even voor God te spelen.

Maar wie kan Hem imiteren.
Neen, laat de witte rimpelingen onaangeroerd.
Verzamel je woorden. Vul ze met vlokken.

En schrijf dan met je handen vol: niets.

 

 

 

PS.
Ik schrijf sneeuw. Maar moet me haasten.
Om tien uur staan de heren voor de deur.
Een dierenarts gewapend met een advocaat.

Dochter en ik zullen wachten.
Op de sleutel.

En dan?

Mijn hoofd is kalm. Van de Xanax.
Mijn maag gromt vervaarlijk.
Als een kwaaie hond.

 

 302957

13-01-17

nog even

 

Toen ik de nacht over mijn schouders trok,
dacht ik dat er witte engelen
uit de hemel zouden vallen...

maar deze ochtend bleven de wolken donker
en het gras sliep onbesproken zacht
zonder de witte lakens van een eerste sneeuw...

diep in mij zong Jan de Wilde

alsof hij mijn gemis en verlangen
naar stilte, rust, een helder hoofd
en vrede in mijn hart wou troosten.

Met vroeger en moeder. Die nog eens langskwam.


 

 

PS.
De tempeesten die mij gisteren geselden,
alsof ik een zwalpend bootje was, gingen liggen
als een oude vermoeide dame.

Mrs. Jones had mij een wit pilleken gegeven
dat mij een zalige rust gaf.
Alsof ik in de hemel was.

Raar, dat menselijk lichaam,
na die minuscule Xanax, mijn eerste keer,
werd ik, van blode Jan weer Jan Zonder Vrees,

bizar zo'n onooglijk klein chemisch wonder...

 

https://www.youtube.com/watch?v=C4lb5vlk5gA

 
 
www.youtube.com
Eerste Sneeuw van Jan De Wilde Ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m'n ogen uit, ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m'n ogen uit, ik kon het niet gelo...

 

 302847

 

http://uvi.skynetblogs.be/archive/2016/01/15/alsof-het-al...

 
uvi.skynetblogs.be
hoe zij tasten naar de vertealsof ginderhet verlangen stopt aan de rand van het gemiswaarin de leegtezichtbaar wordt in ogen die hun...

 

12-01-17

dagboek van de angst

 


Hoe kan ik hem bedwingen. Dat monster van Loch Ness.
De oude man en zijn angst.
Hoe een dochter en haar turbulenties
hem dag en nacht in stormen stort. Van vrees.

Waar kan ik heen?

Ook het bed biedt geen troost.
Noch de radio of de krant.
Overal wordt hij achtervolgd.
Dichters zijn weerloos. Hulpeloos als barricade.

Enkel het getik op dit witte venster vergeet de tijd.

 

 

 

PS.
Ziek van angst voor geweld.
Nog enkele dagen en er is meer duidelijkheid.
Dan zie ik het monster boven komen. De verhuis nadert.

Nu maken gedachten het misschien wel groter dan het is.
Misschien blijft het onzichtbaar. En weg.
Zoals aangekondigde stormen.

Hoe overleven mensen? Hun angsten. Thuis en in de wereld.

Mijn struisvogel is wakker.

Van de pijn.
Ik trek zijn hoofd uit het zand.

PS.
Dochter moet weg. Hoe reageert een agressieve man?
Zaterdag wordt huurcontract getekend. En dan?
Ik kokhals van de angst.

PS.
Haal ik dit hier straks weg? Welke zin heeft dit hier?
Een therapie. Om het in de ogen te zien?
ik denk nu vooral aan partners en ouders die lijden onder stalking
en geweld bij hun kinderen.

 

PS.
De pesterijen zijn al gestart. Hij heeft de (haar) wasmachine al onklaar gemaakt.

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Monster_van_Loch_Ness

 

 302731

11-01-17

de voorbijganger

 

 

Een reactie van mij bij Guido. Een man die weet wat schrijven is. Zelfs over een glimlach.

"Geen gebaar dat mij altijd al meer heeft gefascineerd dan een glimlach. Het lijkt een beweging van niksmendal, zo’n glimlach, maar wat een effect heeft het. Een glimlach doet echt wat het woord belooft: glimmen,...".

 

Uvi

 

“Ik heb dan altijd de neiging om halt te houden en een gesprek te beginnen. Maar ook ik ben lid van de burgercultuur die zegt dat je je medemens niet mag storen, en dan stap ik aarzelend een paar passen door, en dan is het moment verkeken.”

 

Dag Guido,

en dan vergeet je nog de ‘glimwoordjes’. De vuurvliegjes van het alphabet.

Gisteren anderhalf uur gestaan en gesproken (er stond gepraat)
met een onbekende burger. Architect.
Zoals gans zijn familie. Zelfs aangetrouwd.

Getrouwd met de schoonste vrouw van de wereld.
Vierenveertig jaar al. In letters lijkt dat nog langer dan in een getal.
En nog steeds verliefd.

Hoewel hij aan “een ziekte” leed. Hij kon alles slechts ‘zwart-wit’ zien.
Terwijl er zoveel grijs was.
Daarin was zijn vrouw z’n gids. En toeverlaat.

Ik wenste hem al lachend ‘een goede gezondheid’.

 

Kijk, Guido,

als ik mijn moeder was, dan had ik hem angstvallig gemeden.
Maar communicatief ben ik mijn vader.
En sprak hem dus aan. Terwijl we beiden naar hetzelfde gebouw in opbouw keken.

En straffer nog: hij kende mij al. Zei hij. En passant.
En liet me daarna blozen. Als een oud jongetje.
Dat goede punten kreeg van de meester.

Niet twijfelen, Guido!

 

 

 

 

PS.
Moeder zou straten rond gegaan zijn om niemand te moeten groeten.
Zij bleef de schuchtere vrouw van het dorp.
Het liefst in de tuin. Of aan het raam.

Leven vanop afstand. Tenzij binnen de familie dan kon het niet dicht genoeg.

Vader kwam uit de stad. Veertien jaar was hij, toen hij van 'A'
naar de bossen van de Kempen trok. Met zijn ouders.
De eerste 'expats' van die tijd. 1928.

Hij werd nooit een jongen van 'den boerenbuiten'. Hij bleef een stadsmus.

Zodat hij, na zijn pensioen, terug naar zijn wortels wilde.
Maar een veto kreeg. Van moeder.
Er werd een compromis gesloten. Niet naar 'A' maar naar 'de Alma Mater'.

Die stad kende ze nog van "onder den oorlog". Toen zij met mij,
nog wiegend als een bootje in haar schoot, naar de Kapucijnenvoer moest.
Voor bestralingen.

Ik was gepredestineerd. Voor mijn stad. Met haar mooie benen.

 

 

https://guidovanhercke.wordpress.com/

 

 

Alsof



Daar liggen ze dan op kille stenen
de afgestorven bomen
alsof dat de reden van hun bestaan was geweest

weggerukt uit hun groene hemel

om tussen mens en droom
even een verlangen te troosten
dat gemis aan leven

getranscendeerd tot pakjes

die slechts luttele dagen later
op eBay
ongelukkig staan te wezen

wezen van verkeerde wensen.

 


PS.
Ik had vandaag iets over advocaten willen schrijven.
Maar die lenen zich slecht tot poëzie
of andere weerloze dingen van waarde.

Die koene ridders van het Recht denken immers
in komma's en punten, paragrafen en artikels.
Hun hart gebarricadeerd door de wet.

De eigenaar van de huurwoning, die we (dochter + ik)
hebben kunnen bemachtigen, spreekt enkel bij monde van zijn advocaat.
De naam proeft zuur. Naar vroeger.

In mijn dorp woonde er geen enkel. Het was er rustig. Zonder moordenaars.

Ik schrok dan ook, toen in die jaren zestig, ik een man hoorde zeggen:
"mijn advocaat". De kerel leek mij plots gevaarlijk. Alsof zijn hond,
vastgebonden aan een tafelpoot, vervaarlijk lag te grommen.

Toen ik later ze in mijn eigen leven tegenkwam, ik kon niet anders,
verkleedden ze zich eerst. Als in het theater.
Om mij te scheiden van een verloren helft.


PS.
Op het plein liggen zomaar, skeletten van kerstbomen.
Eenzaam te wachten.
Op hun doodskar. O, mijn god, laat hen nog één keer verteerd worden.

Door het vuur.

 

 

302598

10-01-17

de kleine filosofie van een oude struisvogel

 

Zoek niet naar een diepe zin
in wat volgt.
Lees de woorden zoals je naar de mist kijkt. Aan de kust.

En je weet dat daarachter de zee ligt.

Vragen nestelen zich in de mist van twijfel.
Doodgewoon voor mij.
Ik ben immers een geboren twijfelaar.

Twijfel spruit misschien wel voort uit verwondering.
Zien leidt tot vragen.
En dat is denken.

"Cogito ergo sum." En dan pas heeft de twijfel een kans. Dubito.

Ik begeef me op glad ijs. Met deze gedachten.
Ook al vriest het niet meer.
Zolang het metaforen blijven. Kan het.

Pas als het die periferie verlaat, ontstaat het gevaar.

Als woorden zich bekleden
met de schijn van weten.
Want ik ben slechts geschoold in vermoeden.

Ach, ik ben immers ook maar een lezer.

Van wat die kleine hersenen van mij,
mijn adellijke Dupuytren-vingers,
over dit weerloze wit spannen.

Dikwijls laten ze mij achter
met vragen en verwondering.
Wanneer ik lees wat ze schrijven.

Vermoeiend voor een oud jongetje. Dat rust wil. In hart en hoofd.
Maar dat weer aangemaand wordt tot onvoorzichtig leven.
Door de dochter. Zij vertrappelt mijn veilige paadjes die ik opzoek.

En in wezen blijf ik altijd dat bang jongetje. Dat ik nu al ken van onder WO II.

 

 

 


PS.
Terwijl ik deze woorden op de wereld zet, krijg ik een sms van haar.
Of ik aan de eigenaar wil vragen: waar de aansluiting voor wasmachine en
de afloop, zich bevindt.

Zij stelt zich geen vragen of opa-struisvogel, die 1.865 €
al betaald heeft aan Meester advocaat.
Als waarborg. Voor dat stenen nest, waarin ze wil schuilen.

Zij weet.

Terwijl ik elke dag meer bang word.
De eigenaar werkt de huurovereenkomst af
met een advocaat.

Ik denk nu al aan de dag dat ze daar weer gaat vertrekken.
Terwijl ze nog moet verhuizen van een huis. Waar ze weg wil.
Van een (agressief) man.

Met het statuut van bijna ex-vriend.

Maar alle nutsvoorzieningen staan wel op haar naam.
Wat gaat er gebeuren als ginder plots het licht uitgaat.
Enzoverder...

Ik durf er niet aan denken. Cogito ergo dubito.

 

PS.
Dierbare lezer-es, begrijp je een beetje
waarom ik mij afsluit

van de wereld die zich afspeelt op tv, radio en krant.

Ik overleef amper in dit bekrompen epicentrum van mijn 'eigen gezin'.
Vergeef me mijn onverschilligheid
voor het 'Grote Leed'.

Dat is kenmerkend voor oude struisvogels. Zij geraken nog amper tot aan zichzelf.

 

 

 

 302491

08-01-17

Voorschrift

 Afbeeldingsresultaat voor kattenpootjes in sneeuw

 Lois Lorinde.nl! 

 

 

Voorschrift

Alsof je een vlinder of een sneeuwvlok
wilt vangen met onbeholpen handen

Zo voorzichtig
moet je een gedicht lezen

Alsof je het reeds breekt
met de vingers van je ogen

Zo kwetsbaar
je oor over de verzen leggen

Want soms vlucht het reeds
bij het openen van de woorden.

 

 

Op Facebook stuurde mij iemand vandaag een tekst van mij. Zie hierboven.
En toen dacht ik: tiens, het kan ook anders.

 

 

Voorschrift

Alsof je een vlinder of een sneeuwvlok
wilt vangen met onbeholpen woorden

Zo voorzichtig
moet je de liefde lezen

Alsof je haar reeds breekt
met de blikken van je ogen

Zo kwetsbaar
je handen over haar huid leggen

Want soms vlucht ze reeds
bij een zucht van je verlangen.

 

 

 

de waanzin van het detail

 

 

 

En dan is er nog de dichter

 

 

Ach, wat is poëzie

anders dan
het klikklakken van haar hoge hakken
het rouge op haar langzame lippen
en het blauw van haar blikken

als het zomert over het koren

wat anders dan
met twee op de brommer
als pa het niet ziet
en het explosieve verdriet
na het foute sms'je

als de lente door haar haren waait

wat anders dan
de rimpels over samen gespaarde jaren
de reuma en de gewrichten
en het nageslacht bij de taart

als een late herfst in gedichten

en dan daarna
een zachte witte winter
waarin weemoed
nog even haar haren opjaagt
als ze in de deur staat

en zegt: het gaat nog sneeuwen vandaag.

 

27-01-10

 

 

 

PS.
Titel verwijst naar een docu over Sam Dillemans.

PS.
Rouge. Is het een detail op de lippen van een vrouw?
Of een accent op de begeerte.
Dat schilderachtig teken van: ik houd nog van het leven.

En: ik maak me mooi voor jou.

PS.
In de badkamer speelt Bach zijn Goldbergvariaties.
En dan denk ik meteen aan een boek.
Dat ik dan wil strelen. Contrapunt van Anna Enquist.

Maar niet vind. Tussen de torens.

PS.
O, wat is het heerlijk. Dat routineuze ritueel.
Zondagochtend. En tijd om te vergeten.
Te zoeken en niet te vinden.

 

 

302205