22-01-17

Maar laat de barsten onherstelbaar mooi...


Vannacht zaten Bernard Dewulf en Benno Barnard samen op m'n zolder.
De uitvinders keuvelden diepzinnig over wat woorden.
Ik mocht braaf luisteren zonder hun aura te verstoren.

Plots realiseerde ik me tot mijn schaamte dat ik de heren scribenten
niets aangeboden had.
Dewulf wilde slechts wat water, Barnard vroeg 'ne Delftse'. Die ik niet in huis had, zei ik.
Hij insisteerde. Hij is dan ook een Engelse Landjonker die verdwaalde in Vlaanderen.
Maar uit Holland kwam.

Beschroomd vroeg ik Bernard D. of hij zich zijn briefje nog herinnerde
voor mijn verjaardag. Vorig jaar.
Even fronste hij zijn denkend voorhoofd, maar schudde ontkennend.

Ik was lichtjes ontgoocheld. Volgens mij was er een barst in zijn hoofd
waaruit zijn herinneringen weggevlogen waren,
zoals vlinders uit hun cocon.


Tot zover een waargebeurde droom. En nu over naar Freud.

                                                           ...

Lectori salutem,

 

We kunnen beginnen.
Aan het avontuur van onze vingers.

Ik als schrijver. U als lezer.

Vele brieven schreef ik u. In gedachten. Ze kwamen en ze gingen.
En ze bleven wit. Want zonder inkt hebben ze geen leven.
Slechts die ene. De deze, overleefde. Hier en nu.

De bevruchting van een denkbeeld. Na het introïtus.
Zoals herinneringen zich nestelen in de scripta.

En een tweede leven hebben.

Zo zat ik bedeesd en bang voor deze sneeuwwitte vlakte. Een gapende leegte.
Mocht ik deze tabula rasa wel betreden?
Krassen doorheen haar onbevlekte onschuld. Nog zorgeloos.

Zonder woorden.

Hoe moest ik schrijven, wat zou ik schrappen?
Wat mocht er overblijven. En was dat wel voldoende.
En vooral, hoe zou u deze woorden lezen?

Want woorden zijn kwetsbaar. Door interpretatie.
Het lijken soms wel kinderen van een (v)echtscheiding.
Slachtoffers. Van de schriftuur en de lectuur.

U merkt het, dierbare lezer,

ik haper en ik aarzel. Ik adem en ik wacht.
Op het wit tussen de regels.
Alsof de betekenis daar ligt. Duidelijker dan inkt.

Mag ik het zo verwoorden.
Dat ik schilder. Vegen verf penseel. Over het canvas.
U spant het kader rond de kleuren.

En u zegt:
dit is wat het woord mij toont.  Doch ik zal het kneden.

Tot er staat. Wat ik wil lezen.

Ik schrijf de woorden. En u geeft de betekenis.

Zouden we dit kunnen afspreken?
Dat we beiden streven, niet naar Weten'schap in deze woorden,
maar zoeken naar het Vermoeden

en de Troost van Schoonheid.

Ook al vinden we die separaat. En verschillend.
Ik hoor u denken, lezer (m/v),

"zo onduidelijk. Hoe moet ik dit alles begrijpen."

Kunnen we niet trachten
om andere normen en waarden aan te kleven? Dan de exactitude  van een meetbaar getal.

Zou u zich daarin kunnen vinden?

Zoals we de zee en de verte niet begrijpen.
Licht en schaduw.
De bomen en de bloemen.

En de trektocht van een zwaluw. Zou ik zo onduidelijk mogen schrijven?


een gebarsten roerloze schrijver

 
 
 
 
 

PS.
Voorwoord
verpakt in Post Scriptum.
Lees deze woorden alstublieft met een roze bril op, die van La vie en rose.
Weet dat ik weker ben dan boter.
Kwetsbaarder dan een slak. Zonder huisje.

Dit is geen gebod, maar een smeekbede.

Jawel, ik ben waziger dan een bevroren venster.
Maar ik schrijf er ijsbloemen op.
Die ik ontdooi. Eenvoudig door ze te beademen, schrijf ik uw naam.

Lees ook de achterkant van mijn woorden.
Misschien verberg ik me daar wel.
Maar zoek me niet. Lees mij onvindbaar.

Want ik ben veel 'misschien'...  geen axioma. Of ex cathedra. Geen protocol.

Maar wel een craquelé cursiefje.
Gevallen en gebroken.
Misschien kan u me wel lijmen.

Maar laat de barsten onherstelbaar mooi...

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=mDTph7mer3I&feature=y...

 
www.youtube.com
LEONARD COHEN: A FINAL INTERVIEW | September 2016| David Remnick from The New Yorker - Duration: 19:47. Joao Miguel Figueiredo Silva 75,492 views

 

303987

 

18:13 Gepost in Dagboek | Tags: leonard cohen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

Post een commentaar