11-01-17

de voorbijganger

 

 

Een reactie van mij bij Guido. Een man die weet wat schrijven is. Zelfs over een glimlach.

"Geen gebaar dat mij altijd al meer heeft gefascineerd dan een glimlach. Het lijkt een beweging van niksmendal, zo’n glimlach, maar wat een effect heeft het. Een glimlach doet echt wat het woord belooft: glimmen,...".

 

Uvi

 

“Ik heb dan altijd de neiging om halt te houden en een gesprek te beginnen. Maar ook ik ben lid van de burgercultuur die zegt dat je je medemens niet mag storen, en dan stap ik aarzelend een paar passen door, en dan is het moment verkeken.”

 

Dag Guido,

en dan vergeet je nog de ‘glimwoordjes’. De vuurvliegjes van het alphabet.

Gisteren anderhalf uur gestaan en gesproken (er stond gepraat)
met een onbekende burger. Architect.
Zoals gans zijn familie. Zelfs aangetrouwd.

Getrouwd met de schoonste vrouw van de wereld.
Vierenveertig jaar al. In letters lijkt dat nog langer dan in een getal.
En nog steeds verliefd.

Hoewel hij aan “een ziekte” leed. Hij kon alles slechts ‘zwart-wit’ zien.
Terwijl er zoveel grijs was.
Daarin was zijn vrouw z’n gids. En toeverlaat.

Ik wenste hem al lachend ‘een goede gezondheid’.

 

Kijk, Guido,

als ik mijn moeder was, dan had ik hem angstvallig gemeden.
Maar communicatief ben ik mijn vader.
En sprak hem dus aan. Terwijl we beiden naar hetzelfde gebouw in opbouw keken.

En straffer nog: hij kende mij al. Zei hij. En passant.
En liet me daarna blozen. Als een oud jongetje.
Dat goede punten kreeg van de meester.

Niet twijfelen, Guido!

 

 

 

 

PS.
Moeder zou straten rond gegaan zijn om niemand te moeten groeten.
Zij bleef de schuchtere vrouw van het dorp.
Het liefst in de tuin. Of aan het raam.

Leven vanop afstand. Tenzij binnen de familie dan kon het niet dicht genoeg.

Vader kwam uit de stad. Veertien jaar was hij, toen hij van 'A'
naar de bossen van de Kempen trok. Met zijn ouders.
De eerste 'expats' van die tijd. 1928.

Hij werd nooit een jongen van 'den boerenbuiten'. Hij bleef een stadsmus.

Zodat hij, na zijn pensioen, terug naar zijn wortels wilde.
Maar een veto kreeg. Van moeder.
Er werd een compromis gesloten. Niet naar 'A' maar naar 'de Alma Mater'.

Die stad kende ze nog van "onder den oorlog". Toen zij met mij,
nog wiegend als een bootje in haar schoot, naar de Kapucijnenvoer moest.
Voor bestralingen.

Ik was gepredestineerd. Voor mijn stad. Met haar mooie benen.

 

 

https://guidovanhercke.wordpress.com/

 

 

De commentaren zijn gesloten.