06-01-17

Karl May en Camus

...

Op die leeftijd wil ik al niets liever dan schrijven. Alsof de duivel me op de hielen zit, pen ik stapels brieven en vul ik verhuisdozen met dagboeken, verhalen, gedichten. Schrijven, schrijven, schrijven moet ik, al weet ik niet waarom, of hoe. Ik schrijf alsof ik boetseer. Ik kneed de taal tot mijn polsen pijn doen. Mijn volzinnen moeten glanzen van de pracht en de praal, zinnen met barokke krullen.

Tot ik in het gezicht geslagen word door De vreemdeling. Opeens lees ik een taal die echt schittert. Niet door overdaad maar door een feilloze precisie. Door een waarheid die onuitgesproken is en blijft, maar die ik in mijn lichaam voel trekken. Die achter de woorden brandt. Ik schrijf hele pagina’s van De vreemdeling over in mijn dagboek, traag, om zo lang mogelijk contact met u te hebben.

Achteraf denk ik: daar begon het. Met De vreemdeling begon zich langzaam, intuïtief, een begrip in mij te ontvouwen van wat schrijven is. Of: wat het voor mij is. Hoe ik wil dat het is. En daar ben ik u zo dankbaar voor dat ik deze brief toch post. Ook al is hij ontoereikend.

Want misschien is het genoeg. U leerde mij immers dat we leven in een wereld waarin we nooit daadwerkelijk tot de kern der dingen door kunnen dringen. Of tot elkaar. Maar waarin het het zoeken daarnaar is dat telt.

Citaat uit: Briefgeheim - Een auteur schrijft een brief aan een collega, een personage of een boek.
Inge SchilperoordDe Nederlandse psychologe werd met haar debuutroman ‘Muidhond’ (2015) genomineerd voor verschillende literaire prijzen en bekroond met de Bronzen Uil.

Ze schrijft een brief aan de Franse auteur Albert Camus(1913-1960).
De Standaard der Letteren - vrijdag 6 januari 2017

 

Ik ben het vergeten. Wie las ik toen ik zeventien was?
Galoppeerde ik nog op een mustang over de prairie
naast Winnetou en Old Shatterhand?

Ik betwijfel het.

Deze literaire leegte was wellicht toen reeds een indicatie.
Een schrijver zou ik nooit worden.
Ik hoef maar de symptomen van een bakvis te lezen.

"Ik lig op mijn buik op de grond, in mijn jeans en cowboylaarzen. De vreemdeling voor mij. Als een bezetene sla ik de pagina’s om, ik kan niet ophouden met lezen. Zelfs mijn lichaam is opgewonden. Mijn hart bonst. Mijn huid gloeit. "

Jawel, mijn lichaam werd ook opgewonden en mijn huid gloeide.
Zeker. Doch niet voor 'de vreemdeling' Camus.
Maar voor een meisje. Op de fiets. Of aan de grachtkant.

Ik herinner me het niet precies.

Ach, er waren niet vele plaatsen. Zonder.
En ze was telkens een vleselijke bekoring.
Want ik werd geroepen.

Door Christus, mijn Koning. En Veldheer van weleer.

Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
En enkele jaren later werd ik dan maar 'piot'.
Soldaat milicien in het Belgisch Leger. Verplicht.

Om het Vaderland te dienen. Onbezoldigd. En met gevaar voor eigen leven.
Terwijl nu de Rode Duivels wat achter een balletje aanlopen.
Voor Vaderland en Volk.

En voor hun welgestelde portemonnaie.

 

 302065

 

De commentaren zijn gesloten.