01-01-17

gesprek tussen een oud en een nieuw jaar

 

- 16- je liet me achter

- 17- ik kon niet anders

- 16- lege plekken schonk je mij, meer dan ik liefhad

- 17- laat het herinneringen wezen

- 16- je leeft niet enkel van vroeger

- 17- geef mij dan hoop voor morgen

- 16- ik zal je missen

- 17- ach, zo word je heimwee en weemoed

- 16- een jaar is kort, tu sais

- 17- jawel, ik weet het, ik ben voorbij voor ik het zal beseffen

- 16- vandaag is de belangrijkste dag in je leven, vergeet dat niet

- 17- dank je, het ga je goed ginder nu je bent uitgeteld

- 16- ach, alles gaat voorbij, behalve het verleden...

 

 

 

PS.
Alsof de wereld zou veranderen. Op één dag.
Dat willen we.
En toch, was ik altijd bang. Bij de jaarwende.

Werd het oorlog, vielen de Banken weer om in Wall Street
en werd het nog eens 1929. En Zwarte Donderdag.

Na zo'n zwartgallige gedachten, kon het enkel nog maar meevallen.
Je nam als het ware je dividend van de angst op.

 

...

 

Poëzie dient namelijk nergens toe, en dat is op zich al een verdienste. Deze wereld wordt verpest door zijn utilitarisme, als iets niet meteen winstgevend is, deugt het niet. Dus leve het nutteloze. Waartoe dient een wandeling door het bos? Hoeveel is dat waard? Wat mag zo'n bos kosten? Hoeveel kost stilte?

Bij dit soort vragen denk ik altijd aan het gedicht "Ziekenbezoek" van Judith Herzberg:

Mijn vader had een uur lang zitten zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik, nou, dit gesprek
is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, nee, toch niet,
je moet het maar eens proberen.

Ik zei dus: precies de nutteloosheid van poëzie is een protest tegen al wat in deze wereld aan de orde is. Dit is een maatschappij van hebben. Poëzie hoort tot het rijk van het zijn. Eigenlijk zeg ik dit achteraf. Als ik het toen gezegd had, was ik een goeie leraar geweest. Het was wat ik ongeveer had kunnen zeggen, had ik niet met de mond vol tanden gestaan. Hoe langer ik sindsdien echter over die vraag gedacht heb, hoe minder dom ik ze ging vinden, maar hoe onvollediger mijn antwoord erop.

Poëzie dient namelijk wèl ergens toe.

Uit: Over de troost van pessimisme - Herman de Coninck

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.