10-12-16

ik was niemand... in de tegenwoordige tijd

Zot

Zopas overleed schrijver Paul de Wispelaere. Hij was 88. Ik was 22. Toen ik, een kwarteeuw geleden dus, voor zijn deur stond. En niet heb aangebeld.

Sommigen zullen nu denken: Paul de Wie? Sommigen zullen hem gelezen hebben, anderen niet. Sommigen zullen zich dat lezen herinneren, anderen niet of nauwelijks. Zo gaat dat. Ook bij een schrijver die zo uitdrukkelijk schreef tégen de vergetelheid, de teloorgang en de veronachtzaming.
...

Ik was in die vormende jaren zo dankbaar voor alles wat ik kreeg. En misschien wel het belangrijkste wat Paul de Wispelaere me onuitwisbaar heeft meegegeven, is: altijd nog is er de taal.

Altijd nog is er de taal.

En zijn taal was, zeker in die neder-Vlaamse tijd, tegelijk feilloos en fonkelend.

En mede daarom dus stond ik, nog als student, met mijn net verworven rijbewijs, zomaar op een avond voor zijn deur. Uren, in mijn ­herinnering, had ik gezocht naar zijn afgelegen woning. Op grond van de boeken.

Er was nog geen gps. Waanzinniger zoektocht heb ik zelden ondernomen.

Ik weet niet hoe vaak ik uiteindelijk zijn tuinpad op en af heb gelopen. Ik zag hem achter het raam zitten: in zijn eentje aan het eten, terwijl zijn talrijke katten om hem heen fleemden.

Het was donker, ik was niemand tenzij een toegewijde lezer, ik was dankbaar en ik heb niet aangebeld. Ik ben gewoon teruggereden. In het gissende donker.

Zo zot kan men dus ooit worden door het lezen van boeken.

Uit: Si & La - Bernard Dewulf
Het Weekblad van De Standaard - 10 december 2016

 

 
Graag had ik gans zijn column gekopieerd
maar dat zou De Standaard niet appreciëren.
Daarom dus pik ik slechts een stukje
om jullie leeshonger aan te wakkeren.

Je appetijt wakker te maken.

Twee van mijn helden in één stukje.
En daaronder twee Tags.
Om ze makkelijk terug te vinden.
Later.

Smakelijk!

En nu zwijg ik.
Zoals we dat vroeger moesten.
Onder het eten.




PS.
Vrouwen kwamen en gingen in mijn leven.
Ach, het klinkt veel zo.
Doch het waren er slechts enkelen. Die ik wat dieper kende.

Maar de Taal en de Letteren ben ik altijd trouw gebleven.


 

PS.
Deze zinnetjes, wil ik je nog meegeven:

En daar zat ik dan in de les, terwijl ik hem zonet nog gelezen had bij een kom havermout. We waren niet met zovelen, in een kring. Het mooiste meisje moest naast hem komen zitten, en wie geen behoorlijk Nederlands sprak, zag hij liever niet terug. Tenslotte studeerden we taal en letteren, nietwaar?  

...


O, mijn God, was ik maar Professor Literatuur geworden.
Zodat het mooiste meisje van de klas, naast mij mocht zitten.
Ik heb werkelijk mijn talenten verspeeld.
En nu is later al lang gepasseerd. Ik zal nooit in de Hemel geraken.

 

 

 298627

 

De commentaren zijn gesloten.