24-11-16

de troost van een doorkijkbloesje

 

Op een heldere, lichte manier beschrijft ze hoe kunstwerken haar raken. Zo zit ze graag op de bruine sofa naast de heel aardse Marie, de echtgenote van schilder Jean Brusselmans op het schilderij ‘Dame au canapé’, vraagt ze zich af of het verhaal dat een taxichauffeur haar ongevraagd vertelt, evenzeer of even weinig kunst is dan het verhaal dat een jonge vrouw, die deel uitmaakt van een performance, haar vertelt in Tate Modern. En vertelt ze hoe het zeepje op de foto ‘Diagonal composition’ van Jeff Wall haar terugkatapulteert naar het handenarbeidlokaal in de lagere school.

Heerlijke stukjes over hoe kunst plotse doorkijkjes kan bieden en het leven bijzonder kan maken.

Uit: De Standaard - De troost van kunst 

Merel Bem - Doorkijken. Kunst voor het dagelijks leven.  De Bezige Bij

 


Bent u gehaast, meneer?

Hij zat op een november-terrasje alsof het zomer was.
Ik twijfelde om tijd te winnen.  En zocht naar een uitvlucht,
maar voelde me empatisch aangesproken. Een barmhartige wandelaar.


Wat mag ik u aanbieden?

Ik zette mij neer, meer uit mededogen dan wegens interesse.
Er was geen enkele barricade. Tussen deze twee toevallige onbekenden.
Geen schroomvolle sluier over zijn woorden. Pudeur behoorde niet tot zijn spreektaal.

Ah, dan bent u van mijn geaardheid, concludeerde hij fout.
Ik vertelde hem dat ik zopas een buschauffeur een compliment had gegeven.
In zijn masculiene verbeelding zag hij alleen mannen achter het stuur van zo'n vehikel.
Fout dus, het was een jong blond meisje. Dat aantrekkelijk en behendig zo'n lange harmonica-bus over de weg loodste.

Ik was flamboyant, maar niet zijn type. Oef!
Once you go black, you always go black. Was zijn statement.
En ik dacht aan een dode zwarte zangeres.

Enfin, er kwam geen einde aan zijn straffe verhalen.
Zijn grote liefde, waarmee hij, tot zijn spijt, nog nooit gevrijd had, woonde met z'n vrouw boven hem.
Die man had zijn pleegzoon verkracht.

Toen werd ik toch gehaast. En moest naar de Delhaize.
Hij bedankte mij. En was blij mij ontmoet te hebben.

 




PS.
Sjonge, ik moet echt niet op reis om overvallen te worden door het avontuur.
Integendeel. Ik moet zelfs oppassen
voor het onverwachte gevaar in mijn eigen stad.

PS.
Het moet in de jaren zeventig geweest zijn. In de Parijsstraat.
Ik pendelde toen naar mijn werk. Te voet.
En kruiste haar nu en dan. Op het smalle trottoir.
Waar onze ogen al eens aan mekaar bleven hangen.

En toen die dag als geen ander, zag ik ze weer aangewandeld komen.
Haar vestje voldoende losjes open.
Zij droeg een doorkijkbloesje. En prachtige jonge borsten.
Bedekt met zwarte toile. Alsof ze in de rouw waren.

 

Doorkijken. Kunst voor het dagelijks leven.

Ach, de troost van een herinnering.
Voor een oude man. In november.
Des avonds als de weemoed komt die niemand kan verklaren.

 

 

De commentaren zijn gesloten.