20-11-16

Waar de egel (niet meer) gaat

 

Afwezig

Als zij weggaat trekt het huis zich terug.
Zij wuift nog en ik woon er al niet meer,
om mij heen verstrakken muren tot een zaak
van steen. Alles wacht op haar om ook van mij
te zijn. Een stoel heeft mij herleid tot
mijn gewicht, kasten staan, raam heeft zicht.
Ik zit aanwezig, nog verbonden met mijn ik.
 
Tot zij thuiskomt van de wereld houdt
de wereld op. Zij vestigt waar zij gaat,
en wat zij achterlaat, het huis en ik,
blijft van haar over, op haar ingericht.

Uit: Waar de egel gaat. (1995)

 




Waar zal ik schuilen
tenzij in jou
nu de wind aan de ochtend schudt
en  van de hoge bomen
hun  laatste bladeren plukt

waar moet ik heen
tenzij naar jou
nu het leven mijn laatste jaren
telt en de negenproef
mijn weemoed toetst aan vroeger

toen ik nog moest later worden.
 


 

PS.
Wolken als woeste legers trekken  over. In de verte hoor ik
het bonken van hun laarzen. Une marche funèbre.
En de zee huilt.  Over de stranden. Daken die kreunen.

PS.
Toen ik gisteren de dikke bloemlezing van Pfeijffer in mijn handen nam,
zocht ik meteen naar mijn geliefde dichter.
Niet één gedicht van hem had de helmboswuivende Keuzeheer
waardig bevonden. Om zijn smaak en de tijd te doorstaan.

Terwijl er heel wat jong geblaat de bladen bevolkt.  Alsof haast alles al voorbij was.



Bernard Dewulf
1995 – Waar de egel gaat. Gedichten. – 52 p. bekroond met de debuutprijs 1996

2006 - Blauwziek
De bundel Blauwziek bestaat uit een viertal cycli, Langzaam oog, Naderingen, Winterhuis en Blauwzieke badkamer, waarin Dewulf zich laat kennen als een weemoedige kijker, een teruggetrokken eenling die vergeefs tracht de wereld buiten te sluiten. Dat doet hij in bedachtzame verzen. In Blauwziek is iemand aan het woord die gelaten het onmogelijke probeert.

Ilja Leonard Pfeijffer
De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in duizend en enige gedichten (2016)

 

 

 

296138

De commentaren zijn gesloten.