03-11-16

Zoals ik haar nooit tegenkom... zo zacht en eenzaam

 

 

De vraag wie ze is

 

Intussen huist ze al zo lang in mijn hoofd
en al zo bijna overal - maar wie ze is

een zinloze vraag, je zoekt in je herinneringen
naar iets onvoorstelbaars, ik weet het, maar
ook zinloze vragen vragen een antwoord

eigenlijk is ze nog steeds die jonge vrouw
die ik ooit toevallig ergens tegenkwam
- maar wie ze is - in mijn hoofd
vind ik haar niet terug

er zijn momenten dat ik ineens weer weet
dat de mens eenzaam is, ook ik

dat ik naar haar kijk en denk: zij daar
dat is ze, zo zichtbaar, zo sterfelijk.

 

Rutger Kopland
Uit: 'Wat water achterliet'
opgenomen in de bundel 'Een man in de tuin'
G.A. Van Oorschot, Amsterdam 2004

 

...

 

Gelukkig zijn er nog de dichters.
Zij schrijven vrouwen
tot meisjes. Zoals je ze nooit tegenkomt.

Tenzij in langoureuze verzen.

Waar ze rokjes dragen
tot boven de knie.
En bloesemen als appelbomen.

Waaronder jongens schommelen.

Om ze zo beter
te kunnen dromen. Later als ze oud zijn.
En nog amper kunnen lezen.

Une tendre nuit au paradis.

 

 


PS.
Ach, hoe vermetel zijn mijn vingers.
Zij schrijven wat ik amper durf te denken.
Roekeloos als jonge handen.

Van amoureuze rovers. Die tasten naar ongrijpbare meisjes.

Terwijl zij in zijn dromen zich gewillig
langs de oevers leggen.
Van z'n boordevol gemis en tomeloos verlangen.

Le Déjeuner sur l'herbe. In volle herfst.

 

 

 294050

De commentaren zijn gesloten.