29-10-16

Ma vie

In zijn mijmerende boek over de dood, Niets te vrezen, verdeelt schrijver Julian Barnes ons in tweeën: wie bang is voor de dood en er in koortsige nachten van wakker ligt, en wie er amper mee bezig is.

Als de opdeling klopt, dan denk ik dat ik beide ben. Ik lig niet wakker van de dood, wel van de volgende dag. Maar van elke volgende dag weet ik maar al te goed dat hij misschien de nacht niet haalt.

En zo, ja, is de dood altijd aanwezig, ongeveer zoals het licht of het nieuws of motregen.

Op de een of andere manier kan ik tegelijk wel en niet met hem leven. Ik weet dat hij in en om mij huishoudt. Ik weet dat hij, uiteraard, mijn doodsoorzaak zal zijn. Ik weet dat hij mijn nachten, mijn dagen, mijn woorden, mijn handelingen, mijn liefdes en vriendschappen besluipt.

Mijn hart, mijn pancreas, mijn lever, mijn longen. Mijn pik, mijn prostaat, mijn lust. Mijn hersenen, mijn aders, mijn geheugen.

Mijn tijd.

Uit Si & la - Bernard Dewulf - zaterdag 29 oktober 2016 - dS Weekblad

 

 

 

Toen ik zijn stukje las, hoorde ik een liedje zingen.
Ma vie van  Alain Barrière.

 Ma vie
 j'en ai lu des toujours
 Ma vie
 j'en ai vu de beaux jours
 Je sais
 et j'y reviens toujours
 Je sais
 je crois trop en amour


Ach, liefdesliedjes zijn zowat de chrysanten op een kerkhof.
Als het november wordt en ze gestorven is.
Aan tijd. Of gewenning. Het roofdier van de sleur.

Van plaisir d'amour tot aan chagrin d'amour. De biografie van een liefde.

 


PS.
Gisteren, toen we over het kerkhof wandelden, leek het wel lente.
De zerken kleurden geel. Alsof het Pasen was.
En de Verrijzenis dichtbij.

Hier en daar een kaarsje.
De dood wordt feeëriek. In november.
Een herinnering die oplicht. In het duister.

Van ons hoofd.

 

 

293.474

 

 

De commentaren zijn gesloten.