07-10-16

Lize & les mots d' amour

 

Een boek kan nooit helemaal af zijn, er kan gewoon op een bepaald punt niets meer aan veranderd worden. Daar legde ik me die dag bij neer, met mijn voeten in het koude, desinfecterende bad. Voor het eerst ging ik alleen zwemmen, zonder mijn personages. Ik had heimwee. Die heimwee zou pas later overgaan, op de dag dat ik in café OR iemand zou zien zitten op míjn vaste plek, lezend in Het smelt. Toen dacht ik aan wat Joost de Vries tijdens een interview over zijn boek De Republiek antwoordde op de vraag of hij zichzelf inmiddels een schrijver durfde te noemen: ‘Ik kan enkel zeggen dat ik de schrijver ben van dít boek. Van alle andere boeken heb ik geen idee of ik ze zou kunnen schrijven.’

Dat vond ik waar, en gek genoeg ook geruststellend: dat je het nooit onder de knie krijgt. Dat je met elke nieuw verhaal opnieuw debuteert, al was het maar voor jezelf.

 Uit: De Standaard der Letteren - vrijdag 7 oktober 2016 - Over de eerste keer - ‘Met elk verhaal debuteer je opnieuw’

Debutantenbal. Met Het smelt tekende Lize Spit voor een van de opmerkelijkste debuutromans van de afgelopen jaren. ‘Ik stuiterde tussen extreme onzekerheid en grenzeloze extase.’

 ...

 

 

De eerste keer. Waaraan denk je dan?
Ik vermoed velen aan hetzelfde.
Dat toch weer anders is. Voor iedereen.

Schrijvers kunnen dan terugdenken
aan hun debuut. Het debutantenbal. Veel later.
Na die eerste zin.

Het schrijven en schrappen.
De twijfel en de angst.
De hoop en de wanhoop.

Les mots d' amour.

Hoe je ooit geen piloot of pompier
wilde worden.
Maar schrijver.

Ooit was die droom daar.
Maar wanneer en vanwaar kwam hij vandaan.
Was het zoals de groei van een kind.

Of un coup de foudre. Zoals bij die eerste liefde?

 

 

PS.
Gisteren weer intens ontroerd geweest tijdens 'La grande librairie'.
O, die passionele liefde voor het woord. Les mots.
Les mots d' amour.

Nergens en nooit, zie ik ze zo hevig opflakkeren. Als in LGL.

Ik wilde wenen. Maar kon niet.
Mijn tranen zijn versteend.
Doorheen de jaren. En het verdriet dat ik niet lossen kan.

Niet oplossen kan.


Jean d' Ormesson herschrijft iedere bladzijde negen à tien keer.
Ik guts de inkt zomaar over dit blad.
Nog nat. En nutteloos.

Tenzij voor mezelf. De bevrijding van mijn gedachten en gevoelens.
De reis van m'n vingers. Tussen gisteren en morgen.
Maar, zegt Jean d'O: Je schrijft niet voor jezelf. Je schrijft voor een publiek.

Ik blijf alleen achter. Een wees van het woord.

 

 

 

la grande librairie

 

 

 

291332

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.