27-09-16

hier en nu

Ik ben blij dat alles her­haling is. Ik houd van mijn rituelen. Keer het liefst steeds terug naar dezelfde restaurants en dezelfde ­vakantiebestemmingen. Ik herlees graag dezelfde boeken en zie dezelfde films. Ik houd van de tafel dekken en ook van afruimen.

Ik heb een vriend die ­verslaafd is aan het nieuwe, het steeds andere. Hij is doodsbang om iets te missen. Hij wil altijd op het puntje van de golf staan. Hij gaat naar alle tentoonstellingen van hedendaagse kunst. Het liefst een paar per dag. Hij wil totaal op de hoogte zijn. Op de hoogte waarvan precies? Ik word doodmoe van hem. Want het is voor hem nooit genoeg. Hij is altijd buiten adem. Het idee dat iets aan hem voorbijgaat, is niets anders dan doodsangst. Net als iemand die alles achter de rug wil hebben, is hij niet in staat om in het moment te zijn. Het leven is misschien geen stijgende lijn en je mist sowieso een heleboel, maar je bewustzijn kan groeien. Dat is hard werken. Je moet jezelf bezig zien. Je eigen angsten onder ogen komen en je eigen verlangens. Maar de beloning is groot. Je komt terecht in het eeuwige heden. Je wilt nergens anders meer zijn dan HIER.

dinsdag 27 september 2016 - Cultuur - De Standaard

Citaat uit column van Oscar Van den Boogaard.

 

 

Zwaluwen leven met de gedachte:
straks zal ik weer vertrekken.
Naar ginder.
 
Huismussen, zoals ik, blijven zitten
op de rand van de dakgoot.
Het hier. En nu.
 
Hun verlangen en gemis verschillen. In tijd.
Bij de ene schuilt het in morgen,
bij de andere huist het in vandaag.
 
Thuisblijven is altijd een beetje reizen.
Voor mij.
 
De poëzie van mijn stad
lees ik in elke straat waar ik wandel.
Ieder huis is anders. Elke dag opnieuw.
 
Het is mijn blik die de wereld maakt
zoals hij bestaat. Voor mij.
Ieder mens schrijft hem anders.
 
Al naargelang zijn gemis en verlangen.
 
 
 

PS.
Zij kwam me hijgend achterna gelopen.
Om mij te overtuigen. Van de misdaden die Israël beging.
En kloeg de KULeuven aan omwille van hun samenwerking in een onderzoek met die Staat en politie.
 
En dat de Joden de Palestijnen verdreven hadden en hun gevangenen,
kinderen zelfs, martelden, enzoverder.
Ik stelde dat ik niet bevoegd noch competent was om
daarover iets zinnig te zeggen.

Ik wel, zei ze, met mijn gezond verstand.
Tja, bedenk ik: ik heb ook wel wat gezond boerenverstand,
maar vrees dat we er daar niet mee geraken.
 
Zij bleef halsstarrig in haar ideaal en geloof. Ik moest verder. Reizen.
 
Bizar, maar de wereld komt naar mij.
's Avonds zag ik haar op het tv-nieuws.
Op de grond liggen. Met al haar gezond verstand. Onder de spandoeken.
 
Rector Torfs glimlachte minzaam. En sprak bemoedigende woorden.
Hij leek mij plotseling wat op Sinter Klaas.
Bij de stoute kinderen.
 
 
 290524

De commentaren zijn gesloten.