09-09-16

De geur van een stem

Je brieven en je parfum houden mijn gedachten op je gericht, schreef je haar eergisteren. Als ik ’s nachts in bed lig te lezen denk ik vaak dat je me magisch omhelst. Doe je dat? Dat mag wel, maar toch voel ik meer voor óf niet óf werkelijk.

Gelogen is het allemaal niet. Maar je hebt haar nooit geroken, gevoeld, gezien – wie weet heeft ze een vreselijke stem, haar intonatie opgewonden als de toon die ze soms in haar brieven aanslaat. En wie weet is ze dom. In een epistel heeft men de tijd zijn zinnen scherp te formuleren, toch drukt ze zich zo nu en dan zo ongelukkig uit, in clichés haast: ‘mijn hart klopt bij de gedachte aan onze eerste afspraak’ – het zou een Sinterklaasrijmpje niet misstaan.

Je kijkt opnieuw uit het raam. Weilanden gaan over in beton, , je bent er nu bijna; Marie-Louise houdt er, natuurlijk, meerdere minnaressen op na. Wie zegt dat het haar niet slechts om het vrijen gaat? Niet dat je dat nu zo vreselijk zou vinden. Je sluit niet uit dat het jou óók slechts om het vrijen gaat.

Alide liet zich nauwelijks beminnen.

En het kan natuurlijk dat Marie-Louise na vanavond nooit meer iets van zich laat horen, haar minnaressen en vrienden ondertussen en masse verwittigend: nou, raad eens wie er vannacht naast me lag, het was Anna Blaman, Anna Blaman van die mooie bespreking in Vrij Nederland ja, ze heeft me overal aangeraakt, zat vanochtend nog op die stoel waar jij nu naast staat… Sommige mensen verzamelen prominente kennissen zoals anderen dode vlinders op een kussentje prikken – je zou het Marie-Louise niet kwalijk nemen, groot gelijk heeft ze met jou te willen pochen.

Want ja, zij is mooier.

Maar jij bent een betere schrijver.

En jij, Anna Blaman, reist nu in je mooiste jas naar Zeist, voor een gooi naar liefde, genegenheid, of toch in ieder geval de warmte van een ander lijf.

Citaat uit:  1948 — De Heenweg

door Hanna Bervoets
 

Anna Blaman (1905-1960)

door Hanna Bervoets

 

...

 

 

Talent of tijd.
Wat heeft schoonheid nodig om literatuur te worden.
Beide wellicht.

Er zijn dagen
dat het niet lukt. Schrijven. Woorden op papier.
Waarom zou ik ze neerschrijven.

Twijfel en onbehagen.

Elfduizend titels (boeken) verschijnen er per jaar.
Geen mens die ze kan onthouden.
Ze lezen is onmogelijk.

En toch blijven we schrijven. Zij die lijden aan schrijfdrift.
Verslaafd aan zinnen. Gedachten besprenkeld met inkt.
Alles virtueel.

De magie van de verbeelding. Beelden die sterven.
Als vlinders.
Op een prikbord. Van papier.

Geef mij een stem en de geur van sterren.

 

 

 

PS.
De naam van een boek: La plénitude du vide - l’astrophysicien Trinh Xuan Thuan. (LGL).
De krant staat vol met leegte.
Gescharrel in de dag van gisteren. Oud papier. Verleden tijd. Overleden woorden.

Gisteren kreeg ik een cadeau van DWDD.
Literatuurmuseum.nl
Daar vind ik haar. Hanna over Anna.

Schoonheid. Dode vlinders als dode dichters.

Ik adem weer. Ruik de geur van sterren. Une nuit étoilée.
Juist, de mens is gemaakt van verlangen en sterrenstof.
Misschien mogen we sterven als dode vlinders.

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.