31-07-16

Of bij benadering...

Maar vooral – afgezien van de vraag hoe iemand dat becijfert, al dat klaarkomen van al die vrouwen: met een geigerteller? een seismograaf? een sateliet? een voltmeter, een lint-, een geluids-, een chronometer? of een wichelroede? – moet ik dan denken aan de Franse president Mitterand die ooit tegen journalisten over zijn buitenechtelijke dochter op onvergetelijke wijze zei: ‘Et alors?’

Of in de taal van de veertigers: so what?

En zo is het. Alsof het over getallen, feiten, statistieken, tabellen, vergelijkingen gaat. Alsof ik haar mordicus voor 55 procent wil laten klaarkomen. Of toch ‘bijna’. Of halfweg. Of bij benadering. Of op mijn todolijst. Zolang het maar past in het collectieve plaatje. Van onze becijferde intimiteit.

Alsof het niet om iets anders gaat. Iets onberekenbaars. Iets onbecijferbaars. Zelfs iets onbenoembaars.

Alsof het niet meer om een geheim gaat. Om het stille werk van een tong. Om haar onvervreemdbare geur. Om onze hoogsteigen, onherhaalbare gebaren.

Om alles waar ik nu niet eens opkom. Omdat ik het nog nooit benoemd heb, laat staan becijferd. Maar ik er wel nog altijd verbaasd naar zit te kijken.

In de schemerzone van ons samenzijn. In de onberekenbare statistieken van onze jaren. In al die stille uren dat zij uiteraard niet klaargekomen is. En dat we maar wat zaten te turen naar het dalende licht over de dagen. Het afgereden gras, de groeiende kinderen, de was in de wind.

Met soms ja, daarna, een trilling in haar schoot.

Om, kortom, alles wat van ons is en van niemand anders. Omdat dat heilig is.

Uit: Si & la - Altaar - 30 juli 2016 Bernard Dewulf - Weekblad DS

 

 

 

Seks. Tot na de komma.
Neen.
Ik was nooit goed in optellen. Of aftrekken.

Tenzij 's avonds als de weemoed komt.

Dan jaagt er een onbenoembaar gevoel
door mijn oude knoken.
Niet wiskundig te verklaren.

Ook niet bij benadering.

Dan word ik weer bekoord
en in verlegenheid gebracht.
Door de Mechelse Catechismus.

En zijn onvergetelijke zonden van onkuisheid.

Het is zoiets
als de wind die door de bomen bladert.
Onhoorbaar zacht. Dat gefluister.

Van later als ik nog eens groot ben.

Herinneringen aan toen ik nog lenig zondigde.
Met al mijn ledematen.
Mijn godsvrucht en vermogen.

Ondertussen is mijn geloof gekrompen. Tot na de komma.

  

 PS.

Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.

Echter, volgens Wittgenstein I zijn er ook zaken waarover geen zinvol taalgebruik bestaat, verschijnselen die niet met taal te beschrijven zijn. Hierover zegt hij: "Waarover men niet spreken kan, daarover kan men niet anders dan zwijgen." (Duits: Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.)

Volgens Wittgenstein zijn deze niet-beschrijfbare verschijnselen echter wel de zaken waar het in het leven om draait, zoals: poëzie, religie, muziek en kunst. Dat men hierover 'moet' zwijgen is een constatering en geen gebod (dat in het Duits met "sollen" weergegeven wordt). 

Uit Wikipedia.

PS.

Volgens Wittgenstein zijn deze niet-beschrijfbare verschijnselen echter wel de zaken waar het in het leven om draait, zoals: poëzie, religie, muziek en kunst. 

Hij vergat blijkbaar de 'heilige seks' nog.

 

 285682

De commentaren zijn gesloten.