26-07-16

smokkelaar

  

 

Wij waren...

Wij waren gebrand op elkaar
zoals de vlam op de kaars.

Wij benen ons uit met dode rituelen
trekken het laken over onze lichamen
zoals oude mannen hun laatste haren kammen
de nacht is een inbreker die zich in het donker
stiekem tussen ons in komt leggen.

Hij steelt niets, laat wel sporen achter.

De volgende ochtend zien we op het nachtkastje -
het zonlicht schijnt binnen - zien we röntgenfoto’s stralen
van onze mooiste momenten. En hoe de nacht
met het huis door het dakraam wilde klimmen.

 

Aloys Vonckx  - Uit  Het gezeefde Gedicht

 

 

 


De tijd is een smokkelaar.
Van herinneringen.
Over de grens van gisteren.

Naar morgen.

Wanneer oude mannen
hun laatste haren kammen.
Voor de lege spiegel.

En hem vullen met weemoed. En onvoltooid verlangen.

 

 

PS.
Aloys Vonckx . Deze jonge dichter raakt mij met een tweede gedicht.
Modern en klassiek.
Inhoud en vorm. De één betekent niets zonder de ander. 

 

http://www.hetgezeefdegedicht.be/zeefvandemaand.php

  

https://bobvandenbroeck.wordpress.com/

 

  

285314

 

De commentaren zijn gesloten.