13-07-16

mijn tintelende handpalm

Me, myself and I

Twintigers zijn egocentrischer dan alle generaties die hen voorgingen. Psychotherapeute Esther Perel ziet maar één oorzaak en is telkens genadeloos in haar boeken en interviews. ‘Dit is egoïsme pur sang. Millennials verbreken geen relaties omdat ze niet gelukkig zijn: ze verbreken een relatie omdat ze gelukkiger zouden kunnen zijn.’

Volgens Perel is de datingapp Tinder de ultieme doos van Pandora geweest voor relaties. Met een swipe naar links of rechts hebben twintigers een overaanbod aan potentiële levenspartners én onenightstands in hun tintelende handpalm liggen. ‘Kiezen is dan verliezen’, luidt het.

Prins(es) op de erwt

Zijn twintigers werkelijk blind geworden voor de pijlen van Cupido omdat ze aan het Tinderen zijn? En zoeken ze echt gewetenloos naar die onbereikbare prins(es) op het witte paard die hun hart doet exploderen in alle kleuren van de regenboog?

‘Ik weet dat dit soort veralgemeningen circuleren en ik hou er allerminst van’, zegt relatietherapeute Rika Ponnet. ‘Egoïsme is een sterk negatief geladen woord. Het is wel correct dat zelfrealisatie de hoeksteen van de doorsnee twintiger is, maar dat hebben we hen dan ook zelf met de paplepel ingegeven. In tegenstelling tot de moeder van pakweg vijftig jaar geleden met een talrijke kroost, die al tevreden was dat al haar kinderen gezond en wel op school geraakten, zijn de twintigers van nu opgegroeid met een moeder die precies wilde weten hoe het in de les aardrijkskunde was en of de banaan die ze in de brooddoos stak niet te veel bruine vlekjes had.’

Vooral kinderen van de huidige middenklasse zijn vaak behandeld als prinsen en prinsessen op de erwt. Zij hebben niets anders gehoord thuis dan ‘jij bent uniek’ en ‘jij kan al je dromen waarmaken’, stelt Ponnet.

...

Twintigers met een relatie verwachten dat hun persoonlijke geluk voortdurend gevoed wordt door hun partner. Maar die moet hen tegelijkertijd ook met rust laten, zodat ze ‘hun ding kunnen doen’. Egoïsme pur sang? Niet helemaal.

Uit: De Standaard - 13 juli 2016

 

Mijn handpalm groeit stilaan
naar het model van een palmboom.
Het bladerdek van m'n vingers
is gekromd door de adellijke ziekte van Baron Dupuytren.

De tintelingen, helaas, zijn niet het resultaat
van overmatig Tinderen.
Of moet ik zeggen: gelukkig maar.

Toen mijn testosteron nog jong
en onervaren was, moest het op weg,
om in het zweet zijns aanschijns, het feminiene vlees
te aanschouwen. Toen nog undercover.

Alle mogelijke onkuise plekken, van enkel tot elleboog,
werden behoedzaam bedekt met ruimschoots voldoende stof.
De textielnijverheid bloeide nog rijkelijk in Vlaanderen.
En bloot was zondig.

Gelukkig ontstond er in de jaren zestig een reveil van schaarse kleding. En onzedigheid.

Mijn palmhandjes zouden het moeilijk hebben in deze swipende tijd.
Waar op elke hoek van de straat, wel een tintelend tentsletje op je wacht.

Klaar voor de nacht. O, wat zou ik slecht slapen, als ik nu nog jong was.

 

PS.
Gisteren gekeken naar twee verliefde mensen op één.
Vind je lief.
Het blijft slikken. Ook al zal zo'n programma op ruime tegenstand stoten.
Van de niet volkse critici met elitaire en pedagogische smaak.

Mensen gelukkig zien, het ontroert pijnlijk. Hoelang nog, swipet er door mijn hoofd.

284397

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.