05-07-16

Waar de egel niet meer gaat

 

 

Afwezig

Als zij weggaat trekt het huis zich terug.
Zij wuift nog en ik woon er al niet meer,
om mij heen verstrakken muren tot een zaak
van steen. Alles wacht op haar om ook van mij
te zijn. Een stoel heeft mij herleid tot
mijn gewicht, kasten staan, raam heeft zicht.
Ik zit aanwezig, nog verbonden met mijn ik.
 
Tot zij thuiskomt van de wereld houdt
de wereld op. Zij vestigt waar zij gaat,
en wat zij achterlaat, het huis en ik,
blijft van haar over, op haar ingericht.

Uit: Waar de egel gaat. (1995) - Bernard Dewulf

  

 

Ik ben afwezig. In het heden.
De wereld sterft in mij.
Elke dag.

Waar beton
verkruimeld wordt.
Door explosief geweld.

Van mensen.

Keer ik nog ooit terug.
Naar het jongetje.
Van toen.

De weiden nog sliepen.
Onder de maan.
En wolken schapen werden.

Van dromen. Onderweg naar later.

 

 

 

PS.
Er ligt hier veel later in bed.
Mijn gisteren is vreemd aan hun vandaag.
Ze spreken beide andere talen.

Wij ontmoeten elkaar nooit.
In toen en morgen.
Hun tegenwoordige tijd lijkt niet op mijn onvoltooid verleden.

Hun verlangens zijn zoveel groter.
Er bestaat zoveel meer.
Om naar te grijpen.

En niet te kunnen krijgen.
O, kon ik hun maar geven.
Wat ze al lang hebben.

Maar dàt, besef ik, geldt enkel voor dichters. En oude mensen.

 

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.