11-06-16

Als een vlinder

Ik weet niet precies wanneer dat besef, van onvermijdelijke nederigheid, tot mij doorgedrongen is. Met de jaren waarschijnlijk.

Ik weet wel dat ik er bij vlagen in geloofd heb, dat ik echt de linker van Rensenbrink, de brille van Claus, de dans van Ali op zijn minst kon benaderen. Maar wie gelooft dat nu niet, ooit, in schichten van hoogmoed, zelfliefde en inbeelding?

Ik weet ook dat ik er soms radeloos van werd. Ik kon nog de klok rond oefenen, tegen de muur of in mijn hoofd, nooit zou er aan mij een gouden linker groeien. Of een onsterfelijk gedicht.

En dan wordt de kwestie soms: hoe overleef ik mijn eigen middelmatige leven?

Maar dan komt men gaandeweg mensen ­tegen wie die hele begeerte naar eeuwigheid en schittering vreemd is. Gelijkmoedig gaan ze door de dagen, met of zonder linker. En het zweven als een vlinder, dat zien ze dan wel.

Si & la - Vlinder -

 

... hoe overleef ik mijn eigen middelmatige leven?

Les matins.
Ze gelijken niet allemaal op een vlinder.
Soms vliegt er een brommende hommel
voor het venster.

Ook als de ochtend z'n vleugels openvouwt.

Maar meestal
is de morgenstond mijn geliefste moment
van de dag.
Licht als een libelle. Lichtvoetig als een vliesvleugelige.

En 's avonds valt de weemoed dan. Als een zuchtende zwaan.
Over mijn middelmatig bestaan.

 

 

PS.
Ik heb er nooit in geloofd,
dat ik echt de linker van Rensenbrink, de brille van Claus, de dans van Ali op zijn minst kon benaderen.
Ik wist wel beter.

Ik was het jongetje met dat ene talent. Uit de Parabel.
Zo voelde ik mij. Tussen die goochelaars.
Een ventje met bedampte brillenglazen.

Zonder de brille. Van een Ernest Claes. Of de bravoure van de Witte.

Later toen ik groot werd, leerde ik imiteren als de beste.
Een schijngevecht. Tegen de Grote Mensen.
Maar altijd met zware benen. Nooit lichtvoetig als het vers. Van een onsterfelijke bokser.

Nederig ben ik altijd gebleven. Bij gebrek aan een ander talent.

 

 281978

 

De commentaren zijn gesloten.