03-06-16

Zij en ik


Niets heeft betekenis uit zichzelf.
Alleen de betekenis die jij eraan geeft.
Dat is vrijheid.
En dat is verantwoordelijkheid.
Jij, alleen jij, moet betekenis geven.
En steeds opnieuw.
Vrijheid is niet een vast gegeven.
Alles behalve.
Het is niet een wilsbesluit dat je één keer in je leven neemt.
Je moet je steeds vrij maken bij iedere mens die je ontmoet
en elke keer dat je in de spiegel kijkt.
Daarom word ik iedere dag opnieuw geboren.
Om naar de wereld te kijken, alsof ik die voor het eerst zie.

Uit: Bekentenissen van een optimist - pag. 43-44
Oscar van den Boogaard

 


Niets is weinig. En vrijheid veel.
Alleen is maar alleen.
Woorden hebben een verband nodig.

Een context. Om begrepen te worden.

Voor een woord als vrijheid
ben ik bang.
Het lijkt mij niet te om'vatten.

Zonder tijd en plaats,
loop je erin verloren.
In totale verwarring.

Vrijheid van meningsuiting, bijvoorbeeld.

Charlie Hebdo, Bataclan of Zaventem.
Salman Rushdie. To die forever.
De stakingen op het spoor.

Wiens vrijheid primeert? De mijne of die van een ander.

 


PS.
Ik vrees dat de vrijheid van een alleenstaande (zk) anders is dan die van een vader of moeder.

PS.
Als vrijheid erg concreet wordt dan verdwijnt de wapperende banier op het standbeeld.
Van een goddelijke vrouw met blote schouder.

Vrijheid is ook niet zeggen wat je denkt. Omwille van de courtoisie en beschaving. Bijvoorbeeld.
Ik maakte het meermaals mee. Mensen die je passeren en je dan uitschelden of uitlachen.
Pedofiel, zot... enkele koosnaampjes, die ik mij pijnlijk herinner.
Maar ook commentaren van passanten. Ik lok het blijkbaar uit. Tot een "wij en zij-gevoel".
Ik hoorde menig keer niet bij hun clan. Jij bent geen van ons.

Zalf op die wonde is dan weer de vriendelijke groet van een volslagen onbekende. Een vreemdeling waarin ik mezelf herken. Onze blikken vertellen mekaar binnen een fractie: u bent één van ons. De vrijheid om mekaar een betekenis te geven. De onuitgesproken bekentenis van een voorbijganger.
Ik heb het te dikwijls meegemaakt om het zomaar te ontkennen. Positief en negatief.

Wat zou de oorzaak zijn, vroeg ik me dan af. Van deze woordelijke afwijzing.
Ik vermoed vooral de kleding.
Ik ben opgegroeid in de jaren vijftig van etiquette en courtoisie op een Klein Seminarie:
altijd een wit hemd en das. Het tekent je voor het leven.

Gevaarlijke momenten zijn de zomer en de hitte.
Verleden jaar nog meegemaakt op Gasthuisberg. Anderhalve maand in een UZ.
Loop je dan niet als een toerist, in short en shirt, (ook in een kliniek) dan ben je een bezienswaardigheid.

Maar het meest gevaarlijke kledingstuk, dat ik een kwarteeuw droeg,
is een vlinderdasje.
Behalve als je bij de fanfare bent of garçon. Of nog erger: je gaat trouwen.

Dan is deze aberratie toegestaan.

 

281460

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.